Nijkerk, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording technische vragen naar aanleiding van de raadscommissie van 18 juni over de Eerste bestuursrapportage 2026 (en de Jaarstukken)
Vraag
In de 1 [e] Bestuursrapportage 2026 wordt voorgesteld om voor IBOR gerelateerde investeringen € 1,5 miljoen krediet beschikbaar te stellen. Uit de jaarstukken 2025 blijkt dat voor openbare ruimte € 40 miljoen krediet beschikbaar was, waarvan er slechts € 11 miljoen besteed is. Er resteert zodoende € 29 miljoen.
1. In hoeverre is dit, rekening houdend met interne en externe capaciteit en met het resultaat van vorig jaar realistisch?
2. Waarom wordt nu de keuze gemaakt om de kredieten bij te stellen, terwijl er binnen het plafond voldoende ruimte is, want vorig jaar is maar een klein gedeelte uitgegeven binnen het cluster, dus waarom ophogen en niet gebruik maken van de ruimte binnen het cluster?
_Antwoord_
_Eind 2025 heeft de gemeenteraad het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld._ _Vervolgens zijn begin 2026 verschillende onderliggende beheerplannen geactualiseerd._
_Op basis van het IBOR en de geactualiseerde beheerplannen wordt het beheer van de openbare_ _ruimte niet meer afzonderlijk, maar integraal uitgevoerd. Dit betekent dat werkzaamheden voor_ _bijvoorbeeld groen, riool, straatmeubilair en wegen niet meer afzonderlijk plaatsvinden maar (voor_ _zover dat nodig is en ook kan) gelijktijdig._
_Deze gewijzigde aanpak betekent ook dat de financiële verwerking anders moet. De verslaggevings-_ _voorschriften (het Besluit begroting) schrijven voor dat bij een integrale aanpak het beheer van groen_ _en straatmeubilair niet meer als groot onderhoud gezien maar als reconstructie. Daarmee komen de_ _voorzieningen voor groen en straatmeubilair vervangen en moet dit als investering worden_ _aangemerkt._
_De in de 1e Bestuursrapportage 2026 gevraagde kredieten betreffen dus geen nieuwe investeringen_ _of verhogingen van bestaande kredieten. Het gaat om bestaand beheer van de openbare ruimte_ _(groen en straatmeubilair) dat op een andere manier administratief wordt verwerkt en waarvoor uw_ _raad, om deze uitgaven rechtmatig te kunnen doen, krediet beschikbaar moet stellen._
_De kredieten die uw raad beschikbaar stelt leiden tot rentelasten en afschrijvingen (kapitaallasten). In_ _de actualisatie van de beheerplannen is hier rekening mee gehouden. Deze lasten zijn gedekt, passen_ _daarmee binnen de begroting 2026 en hebben dus per saldo geen financieel effect._
_Terecht wordt opgemerkt dat van de € 40 miljoen aan beschikbare kredieten voor de openbare ruimte_ _‘slechts’ € 11 miljoen is besteed in 2025. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste zijn veel projecten_ _meerjarig, waardoor kredieten over meerdere jaren worden benut. Ten tweede kan er sprake zijn van_ _onvoldoende personele capaciteit, waardoor ook vertraging kan ontstaan. Het saldo van het krediet_ _dat wordt overgeboekt bestaat in zijn geheel uit meerjarige kredieten en betreft hoofdzakelijk de_ _uitvoering van enkele grote (reconstructie)projecten._
_Het niet besteden van het krediet staat niet gelijk aan het kunnen vrijvallen van het krediet. In het_ _verloop van de investeringskredieten blijkt niet alleen dat van de € 40 miljoen ‘slechts’ € 11 miljoen is_ _besteed, maar ook dat er € 63.000 van de investeringskredieten worden afgerekend (vrijvallen). Het_ _restant van de investeringskredieten is daadwerkelijk nodig om het krediet af te ronden._
_Over uw suggestie om gebruik te maken van ruimte binnen het plafond van beschikbare kredieten_ _kunnen wij het volgende toelichten._
_Kredieten worden nu projectgebonden aangevraagd. Hierdoor is het niet mogelijk om zonder_ _toestemming van de raad te schuiven met kredieten._
_Om meer flexibiliteit te krijgen om de ruimte binnen het plafond van beschikbare kredieten te benutten_ _zijn in de begroting 2026 kredieten geraamd op het niveau van hoofdactiviteiten (bijvoorbeeld wegen /_ _MIP / informatisering / wonen). Wij verwijzen hiervoor naar pagina 95/96 van de begroting 2026._ _Binnen deze ‘plafonds’ kan verschuiving plaatsvinden. Wij benadrukken dat deze mogelijkheid voor de_ _in de 1_ _[e]_ _Bestuursrapportage 2026 genoemde investeringskredieten niet een optie is omdat deze_ _kredieten worden aangevraagd in relatie tot het budgetrecht van uw raad en de rechtmatigheid van de_ _uitgaven._
_Dit neemt niet weg dat de werkvoorraad aan projecten en kredieten hoog is. In de begroting 2026_ _hebben wij hierop al geanticipeerd door investeringen in het MIP gefaseerd in de begroting op te_ _nemen. Ook ramen we de afschrijvingslasten tegenwoordig in het jaar na verwachte gereedmelding._
_Uit de Kadernota 2027 blijkt dat het structureel saldo onder druk staat. Daarom wordt momenteel, in_ _aanvulling op de hiervoor beschreven maatregelen in de begroting 2026, ook gekeken naar een_ _financieel en uitvoeringstechnisch realistisch investeringsprogramma. De uitkomsten hiervan worden_ _meegenomen in de Kadernota 2028_
_Over de benutting van onderbesteding van kredieten en onderuitputting van de afschrijvingslasten ter_ _(structurele) dekking van nieuwe investeringen hebben wij in het verleden gesproken met de_ _toezichthouder. Hiervoor was geen ruimte in het verleden. De notitie structurele en incidentele baten_ _en lasten 2025 van de Commissie BBV treedt in werking vanaf het begrotingsjaar 2027. De nieuwe_ _regels bieden meer ruimte. Bij de Begroting 2027 en de Kadernota 2028 zullen wij onze positie_ _opnieuw bepalen en afstemmen met de provincie._
.