Mook en Middelaar, 9 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_Art. 44 vragen_
Aan de voorzitter van de raad van de gemeente Mook & Middelaar
Datum: 09-09-2026
Onderwerp: Kosten Wmo n.a.v. artikel Gelderlander dd 09-09-2026
De VVD vindt het essentieel dat inwoners die ondersteuning nodig hebben, daar ook in de toekomst op kunnen blijven rekenen. Juist daarom moeten onze sociale voorzieningen betaalbaar, doelmatig en toekomstbestendig zijn. Wie de Wmo ook voor toekomstige generaties beschikbaar wil houden, moet tijdig sturen wanneer kosten structureel oplopen.
Op 9 september 2026 berichtte De Gelderlander dat Mook en Middelaar in 2025 ruim 1,8 miljoen euro aan Wmo-ondersteuning heeft uitgegeven, terwijl bijna 1,7 miljoen euro was begroot. Volgens het artikel was dit het derde achtereenvolgende jaar waarin de werkelijke Wmo-uitgaven hoger uitvielen dan begroot.
Uit dezelfde berichtgeving blijkt dat het aantal Wmo-cliënten is gestegen van 455 in 2022 naar 505 in 2025. Tegelijkertijd zijn ook de gemiddelde kosten per cliënt gestegen, van ongeveer 3.100 euro naar 3.600 euro. Daarmee liggen de gemiddelde kosten per cliënt in Mook en Middelaar volgens De Gelderlander hoger dan bij gemeenten die qua gezondheid en welzijn met onze gemeente vergelijkbaar zijn, waar gemiddeld ongeveer 3.400 euro per cliënt wordt uitgegeven.
Deze ontwikkeling kan voor het college niet als een verrassing komen. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 3 juli 2025 besloten over de nieuwe Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2025.
In deze verordening staan verschillende instrumenten waarmee zorgvuldig kan worden beoordeeld welke ondersteuning daadwerkelijk noodzakelijk is. Zo wordt bij het onderzoek onder meer gekeken naar de eigen kracht van een inwoner, gebruikelijke hulp, mantelzorg en het sociale netwerk, algemene en voorliggende voorzieningen en vervolgens naar de noodzaak van een maatwerkvoorziening. Ook bevat de verordening uitgangspunten rond de goedkoopst adequate voorziening en mogelijkheden om bestaande voorzieningen opnieuw te beoordelen, te herzien of in te trekken wanneer iemand daar niet langer op is aangewezen.
Ook in het ambtelijke overdrachtsdossier voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 wordt nadrukkelijk gewezen op de toenemende druk op de betaalbaarheid van de Wmo. De ambtelijke organisatie noemt daarbij kritisch indiceren en het goed benutten van eigen mogelijkheden, het netwerk van inwoners en algemene voorzieningen als belangrijke mogelijkheden voor de gemeente om lokaal te sturen.
Voor de VVD is goede ondersteuning voor inwoners die deze nodig hebben geen discussiepunt. De vraag is wel of het college voldoende grip heeft op een uitgavenontwikkeling die inmiddels meerdere jaren zichtbaar is. Na drie
achtereenvolgende overschrijdingen mag van het college worden verwacht dat niet alleen wordt verklaard waarom de kosten stijgen, maar ook wordt aangetoond wat er daadwerkelijk is gedaan om bij te sturen en wat daarvan het resultaat is.
De VVD-fractie stelt daarom de volgende vragen:
1. Kan het college voor de jaren 2022 tot en met 2025 per jaar inzichtelijk maken wat oorspronkelijk voor de Wmo was begroot, wat uiteindelijk is uitgegeven, hoeveel unieke cliënten gebruikmaakten van de Wmo en wat de gemiddelde kosten per cliënt waren? Kan het college daarbij tevens aangeven welke ontwikkeling op basis van de interne cijfers over 2026 tot nu toe zichtbaar is?
2. Wanneer heeft het college vastgesteld dat de oplopende Wmo-uitgaven niet langer als een incidentele afwijking konden worden beschouwd, maar sprake was van een structurele ontwikkeling? Welke concrete maatregelen zijn sinds dat moment genomen om bij te sturen en welk aantoonbaar financieel en inhoudelijk effect hebben deze maatregelen tot nu toe gehad?
3. Welke wijzigingen in de uitvoeringspraktijk zijn naar aanleiding van de op 3 juli 2025 vastgestelde nieuwe Wmo-verordening voorbereid en vanaf de inwerkingtreding op 11 december 2025 daadwerkelijk doorgevoerd? Kan het college daarbij specifiek ingaan op de toepassing van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg en sociaal netwerk, algemene en voorliggende voorzieningen, de goedkoopst adequate voorziening en de herbeoordeling van bestaande voorzieningen?
4. Kan het college aan de hand van de eigen managementinformatie inzichtelijk maken of vanaf het najaar van 2025 en in het bijzonder sinds de inwerkingtreding van de nieuwe verordening een aantoonbare verandering in de uitvoering en kostenontwikkeling zichtbaar is? Kan daarbij, voor zover deze informatie beschikbaar is, inzicht worden gegeven in de ontwikkeling van het aantal meldingen en aanvragen, toekenningen en afwijzingen, verwijzingen naar algemene of voorliggende voorzieningen, herindicaties en herzieningen, de gemiddelde omvang van indicaties en de kosten per cliënt?
5. Hoe verklaart het college dat de gemiddelde Wmo-uitgaven per cliënt in Mook en Middelaar volgens de cijfers waarover De Gelderlander bericht hoger liggen dan bij vergelijkbare gemeenten? Heeft het college onderzocht op welke Wmo-onderdelen deze verschillen ontstaan en welke lessen uit de werkwijze van vergelijkbare gemeenten kunnen worden getrokken om de uitvoering doelmatiger en toekomstbestendiger te maken, zonder inwoners die ondersteuning nodig hebben tekort te doen?
6. Is het college, gezien drie achtereenvolgende begrotingsoverschrijdingen, de hogere gemiddelde kosten per cliënt en de reeds eerder onderkende structurele druk op de Wmo, bereid om een actieplan ‘Toekomstbestendige Wmo’ aan de raad voor te leggen? Kan het college daarin ten minste een analyse van de kostenontwikkeling, een vergelijking met soortgelijke gemeenten, concrete maatregelen voor betere sturing en doelmatigheid, de inzet van de instrumenten uit de nieuwe verordening, meetbare inhoudelijke en financiële doelstellingen en een voorstel voor periodieke rapportage aan de raad opnemen? En kan het college aangeven wanneer wij dit kunnen verwachten?
De VVD vindt dat inwoners erop moeten kunnen vertrouwen dat ondersteuning beschikbaar is wanneer zij deze werkelijk nodig hebben. Dat vertrouwen vraagt
echter ook om een gemeentebestuur dat tijdig ingrijpt wanneer structurele financiële ontwikkelingen zichtbaar worden. Na drie jaren van overschrijdingen is het wat de VVD betreft tijd om niet alleen terug te kijken, maar met concrete maatregelen en meetbare doelstellingen te laten zien hoe de Wmo in Mook en Middelaar toekomstbestendig wordt gehouden.
Naam en ondertekening:
Cornelieke van den Bergh Fractievoorzitter VVD Mook en Middelaar