Molenlanden, 15 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan het college
Antwoord 4: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 5: Kan in de begrippenlijst expliciet worden opgenomen wat onder een betaalbare woning wordt verstaan, inclusief de gehanteerde prijsgrenzen voor sociale huur, middenhuur en betaalbare koop? Sluiten deze grenzen aan bij de actuele landelijke en regionale definities?
Antwoord 5: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 6: Op pag 29 zien we een overzicht richtinggevend programma woningbouw tot 2040. Er worden 20 kernen genoemd. Tot onze verbazing staat in deze lijst Waal en niet Giessen-Oudkerk. Kan er een verklaring komen waarom hiervoor is gekozen en kan er aangegeven worden hoeveel woningen er gepland staan in Giessen-Oudekerk apart van Giessen-Nieuwkerk. Hoe wordt geborgd dat de woningbehoefte van Giessen-Oudekerk niet uit beeld raakt doordat deze in de cijfers wordt samengevoegd met een andere kern?
Antwoord 6: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 7: Wat wordt er verstaan onder reguliere toewijzing?
Antwoord 7: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 8: Het programma zet in op doorstroming van ouderen naar passende woningen. Uit de praktijk blijkt dat ouderen opzien tegen de verhuiskosten. Is dit bekend bij het college en welke concrete maatregelen onderzoekt of neemt het College om deze belemmering te verkleinen?
Antwoord 8: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 9: In het programma wordt gesproken over leegstand om de bestaande woningvoorraad beter te benutten, maar dit wordt niet verder uitgewerkt. Hoe groot is de leegstand in Molenlanden, uitgesplitst naar woningen die kortdurend en langdurig leegstaan? Welke mogelijkheden hebben we als Molenlanden om langdurige leegstand tegen te gaan om zo meer woningruimte te creëren? Is het college bereid om een concreet leegstandsbeleid of een leegstandsverordening te onderzoeken?
Antwoord 9: dit veld wordt ingevuld door het college
Vraag 10: Hierbij willen we vragen naar de, onder figuur 9 (pag. 25), onderliggende cijfers. Volgens de figuur is de plancapaciteit (circa 1.685 woningen) bijna het dubbele van de behoefte t/m 2030 (circa 895 woningen).
a) Gaat het bij de 1.685 woningen alleen om plannen met een verwachte oplevering t/m 2030, of om de
volledige planlijst? Dit totaal ligt namelijk vrijwel gelijk aan de totale behoefte t/m 2040 (1.715, tabel 2).
b) Is de behoefte van 895 woningen gebaseerd op de verwachte huishoudensgroei volgens Primos
2024? Zo ja, hoe zijn het bestaande woningtekort, thuiswonende jongeren die zelfstandig willen wonen, aandachtsgroepen en beschermd wonen hierin meegenomen?
c) Hoe verhoudt een behoefte aan sociale huur van 350 woningen (waarvoor al 385 woningen in de
plannen zitten) zich tot de wachttijd van bijna 6 jaar en de 85 reacties per woning? Welke cijfers zijn leidend voor de programmering? (pag. 24)
Antwoord 10: dit veld wordt ingevuld door het college