Molenlanden, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan het college
De totale financiële impact van deze tariefherijking bedraagt € 6,4 miljoen. Het betreft
hierbij geen beleidsmatige keuze maar een aanpassing die voortvloeit uit wettelijke eisen
rondom reële tarieven.
In de vergadering van het Algemeen Bestuur op 18 december 2025 is besloten dit voor
2026 door te voeren. Tegelijkertijd hebben aanbieders voor 2027 en verder een
ontwikkelopdracht gekregen om het ziekteverzuim te reduceren en in de inhuur terug te
brengen. Aan de realisatie van de baten uit de ontwikkelopdracht zijn onzekerheden
verbonden.
De AMvB reële prijzen Jeugdwet schrijft voor met welke kosten rekening moet worden
gehouden bij het bepalen van een reële prijs voor jeugdhulp.
Vraag 2:
Op pagina 11 wordt aangegeven dat de totale rijksbijdragen voor jeugdhulp in 2026 naar
verwachting circa € 4 miljoen hoger zijn dan de geraamde kosten van de jeugdhulp in de
regio. Daarbij wordt opgemerkt dat dit beeld per gemeente verschilt. Kan voor de
gemeente Molenlanden inzichtelijk worden gemaakt hoe deze verhouding uitpakt?
Ontvangt Molenlanden meer of minder rijksmiddelen voor jeugdhulp dan de geraamde
kosten en wat is daarbij het saldo?
Antwoord 2:
De genoemde € 4 miljoen betreft een analyse op regionaal niveau, waarbij de geraamde
kosten van de jeugdhulp (zowel de kosten voor de zorgmarkt als de kosten voor de
Jeugdteams, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en Veilig Thuis) zijn afgezet tegen
de middelen voor jeugdhulp die het Rijk landelijk via het gemeentefonds beschikbaar
stelt. Hiermee wordt getracht inzicht te geven in de kostendekkendheid van de
rijksbijdrage. Conform deze berekening ontvangt Molenlanden meer Rijksmiddelen voor
jeugdhulp dan de geraamde kosten.
Als je een dergelijke berekening echter zorgvuldig uit wilt voeren is dit vrij complex. Zo
kunnen we in de circulaires wel een specificatie per cluster zien (welke de SOJ dus
gebruikt op regionaal niveau), maar is niet specifiek gemaakt welke kosten hier allemaal
onder vallen. Doordat wij bijvoorbeeld Jeugdhulp naar voren hebben gehaald hebben we
eigenlijk middelen verschoven naar de sociale basis, die ‘officieel’ onder jeugdhulp
zouden vallen.
Daarnaast zijn de middelen voor jeugdhulp geen afzonderlijke uitkering, maar onderdeel
van de algemene uitkering. De hoogte van de Algemene Uitkering van het Gemeentefonds
wordt bepaald aan de hand van diverse parameters. Dit is niet meer of minder dan een
rekeneenheid om de hoogte van de Algemene Uitkering te bepalen. In onze
uitgangspunten voor de meerjarenbegroting is opgenomen dat de ramingen binnen het
sociale domein gebaseerd zijn op de verwachte uitgaven en is er geen relatie met de
inkomsten uit het Gemeentefonds.
Een specifiek saldo is dus complex, maar we kunnen wel constateren dat we als
Molenlanden – ook nu de kosten weer stijgen – in verhouding tot de middelen die we
ontvangen op basis van diverse parameters (o.a. aantal jongeren) er vooralsnog positief
uitkomen.
Vraag 3:
In de financiële tabel op p.6 resteert na verwerking van de voorgestelde
begrotingswijzigingen een geraamd negatief resultaat van € 195.000 voor de DG&J als
geheel. Kan worden toegelicht op welke wijze dit resterende tekort wordt gedekt en of
hiervoor een beroep wordt gedaan op reserves of andere financieringsbronnen?
Antwoord 3:
Een (eventueel) negatief resultaat wordt gedekt uit reserves.