Molenlanden, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55
Reglement van Orde)
Vraag 2:
In het voorstel staat daarnaast dat de aanleg- en onderhoudskosten voor de foetusvelden
en gedenkmonumenten binnen de huidige beschikbare budgetten passen. Om welke
budgetten gaat het hierbij?
Kan het college daarbij aangeven welk bedrag binnen deze budgetten beschikbaar is en
welke financiële gevolgen de voorgestelde voorzieningen naar verwachting op langere
termijn hebben?
Antwoord 2:
De aanleg van de 3 genoemde locaties in het voorstel wordt bekostigd uit de beschikbare
investeringsbedragen die voortkomen uit het in 2022 door u vastgestelde
‘Uitvoeringsplan begraafplaatsen Molenlanden’. Door clustering van werkzaamheden en
enkele meevallers in aanbestedingen zijn de kosten op enkele in het plan genoemde
uitvoeringsmaatregelen meegevallen. Eén van de beoogde bestedingsdoelen van deze
vrijgevallen budgetten is de aanleg van de 3 locaties, waarbij ook budgettair rekening
wordt gehouden met uitbreidingen tot een maximum van 20 locaties (1 voorziening per
kern). Het totaal gereserveerde investeringsbudget bedraagt 126 K.
Het onderhoud van de begraafplaatsen wordt uitgevoerd door het serviceteam. De
uitbreiding van het onderhoud als gevolg van de aanleg van foetusvelden is marginaal en
past daarmee binnen de huidig beschikbare (en t.b.v. de kostendekkendheid
gecalculeerde) uren van het serviceteam.
Op korte en lange termijn zijn dus geen financiële gevolgen te verwachten.
Vraag 3:
In het voorstel wordt aangegeven dat op voorhand niet is in te schatten hoe groot de
behoefte aan foetusvelden en gedenkmonumenten is. Tegelijkertijd wordt voorgesteld om
op drie begraafplaatsen met deze voorzieningen te starten en deze bij ‘aantoonbare
behoefte’ verder uit te breiden.
Kan het college toelichten wat onder ‘aantoonbare behoefte’ wordt verstaan? Hoeveel
verzoeken of signalen zijn nodig voordat wordt besloten om de voorziening uit te breiden
naar een volgende begraafplaats en welke criteria worden daarbij gehanteerd?
Wij vragen dit nadrukkelijk vanuit het oogpunt van een zorgvuldige beleidsmatige
onderbouwing van het voorstel en niet om de behoefte van individuele ouders of andere
betrokkenen ter discussie te stellen.
Antwoord 3:
Met ‘aantoonbare behoefte’ wordt bedoeld dat er een feitelijk ingediend verzoek ligt
vanuit een kern. Dit kan een gezamenlijk georganiseerd verzoek zijn, maar ook een
situatie waarbij individuele ouders aangeven hun kind in eigen kern te willen begraven op
een foetusveld.
Er zijn dus wat ons betreft geen aanvullende criteria (in de vorm van een minimum aantal
verzoeken o.i.d.) van toepassing.
Het voorstel is er namelijk op gericht om een ieder de mogelijkheid te bieden een kind dat
wordt geboren bij een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken (levenloos of minder
dan 24 uur levend) op een foetusveld te begraven en gedenken.
Vraag 4:
In bijlage 5, de conceptverordening, worden in artikel II zowel de termen ‘vrucht’ als
‘foetus’ gebruikt. Zou het, mede met het oog op duidelijkheid en eenduidigheid, niet
beter zijn om in de verordening één term consequent te hanteren?
Antwoord 4:
Dit lijkt ons niet wenselijk;
De term vrucht is de overkoepelende algemene naam voor het ongeboren leven in de
baarmoeder die aansluit bij de Wet op de lijkbezorging. Deze wet is van toepassing op de
menselijke vrucht die na een zwangerschap van ten minste 24 weken ter wereld is
gekomen. Op het nieuwe artikel dat is toegevoegd is de Wet op de lijkbezorging niet van
toepassing.
In de begripsomschrijving is de term foetus specifiek en bewust toegevoegd om het tarief
voor het foetusveld duidelijk en begrijpelijk in de verordening naar voren te laten komen.
Doordat we het veld een foetusveld noemen is het duidelijker om hier in de tariefstelling
bij aan te sluiten en niet te wijzigen in vrucht.
Vraag 5:
In de prijsbijsluiter bij de informatiefolder 2026, die op de website van de gemeente staat,
wordt een tarief genoemd voor het verlengen van een particulier kindergraf naar
onbepaalde tijd. Waarom wordt hiervoor een tarief vermeld, terwijl volgens de informatie
waarover wij beschikken een particulier kindergraf standaard voor onbepaalde tijd wordt
uitgegeven?
Antwoord 5:
Dit is het gevolg van de harmonisatie van de verordeningen van Giessenlanden en
Molenwaard. Tot 2021 zijn de kindergraven in Giessenlanden uitgegeven voor bepaalde
tijd, tegen een tarief dat aanmerkelijk lager was dan het tarief in Molenwaard. Bij de
harmonisatie is het verschil tussen het tarief van Giessenlanden en het nieuwe tarief voor
Molenlanden als basis aangehouden voor het omzetten van kindergraven voor bepaalde
tijd naar kindergraven voor onbepaalde tijd.