Moerdijk, 1 oktober 2026
Technische vragen
D66 De heer G. Wiers
Kenmerk 01317 TV Vergadering commissievergadering 8 oktober 2026 Datum 1 oktober 2026
Onderwerp Aanpassing Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Geachte heer Wiers,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende technische vragen aan.
1. 2:11-1 Door weglaten van de definitie van een weg geldt de bepaling niet meer voor “Alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen”. Op welke ontsluitingswegen had dit betrekking? Is aanleg, beschadigen en/of veranderen van deze ontsluitingswegen nu zonder vergunning toegestaan?
Antwoord: De definitie van “weg” is opgenomen in artikel 1:1 van de APV en geldt zodoende ook voor artikel 2:11. In artikel 1:1 wordt verwezen naar de definitie in de Wegenverkeerswet 1994. Hierin worden wegen omschreven als “alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten”. Het tweede lid van artikel 2:11 stond al enige tijd in de APV en was niet opgenomen in het model-artikel van de VNG. Niet duidelijk is waarop gedoeld werd met “nietopenbare ontsluitingswegen” maar aangezien de definitie van “weg” zoals omschreven in artikel 1:1 APV alle wegen omvat waarvoor wij bevoegd zijn om regels te stellen met betrekking tot het aanleggen, veranderen etc., had het tweede lid geen toegevoegde waarde.
2. 2:12 2e en2f zijn extra toegevoegd. Waar zijn de gestelde inrichtingseisen te vinden? Wie bepaalt “het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving” en aan de hand waarvan?
Antwoord: De weigeringsgronden van artikel 2:12 worden door het college verder uitgewerkt in een beleidsregel op basis van dit artikel. Hierin wordt o.a. nader uitgewerkt wat de inrichtingseisen zijn en wat we verstaan onder “uiterlijk aanzien”.
3. 2:24 Waarom wordt bij deze regel hernummering toegepast? Komen er nog bepalingen 1, 2, 3 en 4?
Antwoord: Excuus, dit is een “opmaakfoutje”. De nummering begint gewoon bij lid 1. In de wijzigingsverordening staat het artikel met de juiste nummering.
4. 2:33 Hoeft de aanwijzing van de burgemeester niet meer openbaar gemaakt te worden? Hoe gaan betrokkenen weten welke periode van toepassing is?
Antwoord: De houders van de openbare inrichtingen die binnen een aangewezen gebied vallen, worden hierover rechtstreeks geïnformeerd. Het wordt niet langer passend geacht om via een openbare kennisgeving bekend te maken dat in een specifiek gebied geen drank in glas mag worden verstrekt. Wanneer een dergelijk verbod wordt ingesteld, gaat dit doorgaans gepaard met een aanwijzing van een gebied waar het ook niet is toegestaan glaswerk op straat bij zich te hebben. In dat geval worden in en rondom het betreffende gebied informatieborden geplaatst waarop het glasverbod duidelijk wordt aangekondigd. Op deze manier worden zowel ondernemers als bezoekers op een passende en effectieve wijze geïnformeerd.
5. 2:59a Moet voor cumulatief effect niet “en” toegevoegd worden achter bepaling 2a?
Antwoord : Nee, voor het cumulatieve effect is het voldoende om alleen bij de voorlaatste bepaling “en” te plaatsen.
6. 2:65 Klopt het dat de “bestaande tekst” niet overeenkomt met de tekst in de APV zoals die nu te vinden is op overheid.nl.
Antwoord : Nee, dat klopt niet. De bestaande tekst is afkomstig uit de nu geldende APV, zoals [gepubliceerd op overheid.nl. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Moerdijk |](https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681002/) [Lokale wet- en regelgeving](https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681002/)
7. 4:3 Wat is de reden voor de wijziging van 33 in 35 dB (is 59% meer geluid)? Het Activiteitenbesluit blijkt niet te vinden op overheid.nl. Het resultaat van een algemene zoektocht verwijst naar de omgevingswet. Is deze verwijzing nog correct?
Antwoord : De wijziging in dB komt voort uit de wijze waarop geluid wordt gemeten en de verschillende geluidsniveaus ten opzichte van elkaar. Hierbij volgen we de handreiking _Evenementen met luide muziek_ (uitgaven maart 2025) van de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Er is geen sprake van een toename van 59% meer geluid. Een verschil van 2 dB is subtiel merkbaar voor het menselijk gehoor. Er wordt nog verwezen naar het Activiteitenbesluit in verband met het overgangsrecht van de Omgevingswet. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, dus van toepassing blijven.
Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1 van de APV.
8. Moeten de geluidsniveau aanduidingen in de regels 4:5 en 4:6 niet conform de wijziging van regel 4:3 aangepast worden?
Antwoord : Nee. De geluidswaarden in de artikelen 4:5 en 4:6 blijven ongewijzigd. Deze waarden komen overeen met het Omgevingsplan.
9. 5:15-2 Kunt u uitleggen wat de intentie van deze regel is?
Antwoord : In het tweede lid is aangegeven dat ook een vergunning is vereist, indien bij een inzameling geschreven of gedrukte stukken, of andere goederen of diensten worden aangeboden.
Het gaat dan bijvoorbeeld om de situaties waarin tijdschriften, brochures, briefkaarten, pennen, stickers etc. worden verkocht waarbij aangegeven wordt dat de opbrengst naar een goed doel gaat. Het kan ook gaan om personen die diensten aanbieden (b.v. wassen van ramen) waarbij aangegeven wordt dat de opbrengst naar een vereniging of goed doel gaat.
Het gaat dus om activiteiten waarbij een inzameling van geld of goederen “verpakt” wordt in een andere activiteit. Bij het aanbieden van gedrukte stukken is dan nog van belang dat deze activiteit beschermd wordt door artikel 7 Grondwet. Voor deze activiteit mag dus geen vergunningplicht in het leven geroepen worden maar uit jurisprudentie is gebleken dat het voor het gedeelte “inzamelen van goederen” wel een vergunningplicht kan gelden. Er wordt dan dus duidelijk een onderscheid gemaakt tussen deze twee activiteiten.
S. Elseman gemeentesecretaris