Meierijstad, 4 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Artikel 33 vraag
Door
Kopie aan
Volgnummer
Zaaknummer
A. Derks van de Ven (GBM)
Raad (via griffie)
3326-038
3203455
Portefeuillehouder L. van den Tillaart MSc RA
Datum Datum antwoord Bijlage(n)
21 september 2026 28 september 2026 geen
Onderwerp Vragen n.a.v. BVA 10 september 2026
Beste mevrouw Derks van de Ven,
Uw vragen van 21 september 2026 kunnen wij als volgt beantwoorden:
Namens Gemeentebelang Meierijstad bied ik hierbij schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders aan, ex artikel 33 van het Reglement van Orde.
Tijdens de beeldvormende avond van 10 september over "datagedreven werken in het sociaal domein" is uitgelegd hoe de gemeente omgaat met kosten voor zorg en ondersteuning: lopen die hoger op dan gepland, dan wordt dat opgevangen met geld dat aan het eind van het jaar overblijft ("risicovol begroten"). De raad (waar Gemeentebelang Meierijstad ook deel van uitmaakte) heeft hier destijds mee ingestemd.
Een paar dingen doen ons afvragen of dit nog steeds veilig is: Meierijstad moest bij de laatste begroting al 7 miljoen euro bezuinigen, het coalitieakkoord houdt al rekening met een begroting die niet vanzelf rondkomt, en het Rijk kondigde dit najaar aan dat gemeenten structureel minder geld krijgen. Ook is gezegd dat er geen zicht is op de uitgaven van het sociaal domein, een van de grootste uitgaven van de gemeente.
Kort gezegd: het geld om tegenvallers op te vangen lijkt minder zeker dan eerder gedacht. Mogelijk heeft het college hier al goed zicht op, daarom stellen wij de volgende vragen: 1. _Verwacht het college nog steeds dat er overschotten komen op de jaarrekeningen in de_ _komende jaren? Zo ja, om welke bedragen gaat het dan per jaar?_ Nee. Voor de actuele verwachtingen ten aanzien van de financiële ontwikkeling en eventuele overschotten wordt verwezen naar het financieel meerjarenbeeld zoals dat in de begroting 2027 aangevuld met de financiële consequenties van het collegewerkprogramma is opgenomen. Hieruit blijkt dat de ramingen vanaf 2028 vooralsnog nadelig zijn. Zie verder ook de reactie op vraag 3.
2. _Waar baseert het college deze verwachting op?_ De onderbouwing van de financiële verwachtingen is opgenomen in de Begroting 2027. Daarin zijn de gehanteerde uitgangspunten en financiële ontwikkelingen toegelicht. Zonder aanpassingen van beleid danwel extra (rijks)inkomsten zullen we geconfronteerd worden met tekorten in de komende jaren.
3. _Is de verwachting van het college over toekomstige overschotten nog hetzelfde als toen de_ _raad (waar GBM ook deel van uitmaakte) instemde met risicovol begroten? Zo niet, wat is er_ _veranderd?_ Nee. De verwachtingen ten aanzien van toekomstige overschotten zijn niet ongewijzigd gebleven. In lijn met het besluit van de raad is risicovol begroten toegepast. Daarnaast is voor 2026, als onderdeel van de ombuigingen, de beschikbare ‘lucht’ uit de begroting gehaald. Ook zijn investeringen vertraagd, waardoor de daarmee samenhangende kapitaallasten naar latere jaren verschuiven. Op basis van deze ontwikkelingen verwachten we in de komende jaren minder omvangrijke overschotten dan in de afgelopen jaren. Voor de actuele financiële verwachtingen en de ontwikkelingen ten opzichte van eerdere begrotingsjaren wordt verwezen naar de Begroting 2027. Hierin zijn de actuele financiële uitgangspunten en de meest recente ontwikkelingen verwerkt.
4. _Tijdens de avond is gezegd dat er geen zicht is op de uitgaven in het sociaal domein. Hoe kan_ _er verantwoord worden begroot als belangrijke kostenposten onduidelijk zijn?_ De stelling dat er tijdens de avond is aangegeven dat er geen zicht zou zijn op de uitgaven binnen het sociaal domein, is niet juist. We hebben wel degelijk inzicht in de uitgaven en de verschillende kostenposten binnen het sociaal domein.
Bij het opstellen van de begroting is het niet mogelijk om de ontwikkeling van de uitgaven binnen het sociaal domein volledig en met zekerheid te voorspellen. De daadwerkelijke uitgaven zijn onder meer afhankelijk van de instroom en uitstroom, de ontwikkeling van de zorgvraag, het gebruik van voorzieningen, de zwaarte en duur van ondersteuning, demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van tarieven en zorgkosten. Daarom wordt bij het opstellen van de begroting gewerkt met de op dat moment beschikbare informatie, prognoses en aannames.
Binnen deze context is het een bewuste keuze om in het sociaal domein risicogericht te begroten en de begroting te baseren op gerealiseerde cijfers. Dit is een keuze van de gemeenteraad. Deze wijze van begroten sluit aan bij de onzekerheden en fluctuaties die inherent zijn aan het sociaal domein. Wanneer we ervoor zouden kiezen om structureel ruimer of anders te begroten, betekent dit dat er elders binnen de begroting aanvullende financiële keuzes moeten worden gemaakt.
Het hebben van zicht op de uitgaven betekent daarmee niet dat de toekomstige ontwikkeling van deze uitgaven volledig voorspelbaar is. Juist daarom worden de ontwikkelingen gedurende het jaar nauwlettend gemonitord. Waar nodig worden bijstellingen verwerkt in de bestuurlijke rapportages (Beraps) en in de daaropvolgende begrotingen.
Daarnaast werken we aan het verder vergroten van het inzicht en de grip op de uitgaven. Het datagestuurd werken speelt hierin een belangrijke rol. Door beschikbare gegevens beter te benutten, ontwikkelingen eerder te signaleren en deze gegevens te verbinden aan de beleids- en financiële sturing, kunnen we de ontwikkeling van de uitgaven binnen het sociaal domein steeds beter volgen en waar nodig bijsturen.
Zaaknummer 3203455 Pagina 2 van 3 datum 21 september 2026
5. _Wat gebeurt er met de begroting als de verwachte overschotten uitblijven? Moet de gemeente_ _dan bezuinigen, lenen, of andere maatregelen nemen?_ De financiële ontwikkeling en de consequenties daarvan worden betrokken bij de reguliere planning- en controlcyclus. Indien de financiële uitgangspunten wijzigen en verwachte overschotten uitblijven, zal moeten worden beoordeeld welke keuzes en maatregelen noodzakelijk zijn. De raad wordt hierover geïnformeerd en betrokken via onder meer de Kadernota/-brief beraps en de begroting _._
6. _Welke risico's ziet het college als de overschotten uitblijven?_ De financiële risico’s en de mogelijke gevolgen daarvan zijn opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2027. Voor een volledig overzicht en de bijbehorende toelichting wordt naar deze paragraaf verwezen.
7. _Kan het college toezeggen de raad tijdig te informeren wanneer blijkt dat de aannames niet_ _uitkomen?_ Ja. De raad wordt via de reguliere planning- en controlcyclus geïnformeerd over relevante afwijkingen en ontwikkelingen. Dit gebeurt onder meer via de kaderbrief, bestuurlijke rapportages (Beraps) en de begroting. Indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, wordt de raad uiteraard eerder geïnformeerd.
8. _Als blijkt dat deze manier van begroten (risicovol begroten) niet meer goed werkt, is het_ _college dan bereid deze aanpak te veranderen? Zo ja, op welke termijn?_ Indien uit de financiële ontwikkelingen blijkt dat de huidige wijze van begroten niet langer toereikend is, zullen passende keuzes en maatregelen moeten worden genomen. De raad wordt hierbij betrokken, onder meer via de kaderbrief, Beraps, de begroting en de jaarrekening. Afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkelingen wordt vervolgens bepaald welke aanpassingen noodzakelijk zijn en op welke termijn deze kunnen worden doorgevoerd.
Met vriendelijke groet,
Zaaknummer 3203455 Pagina 3 van 3 datum 21 september 2026