Medemblik, 2 oktober 2026
Beantwoording vragen raadsleden
Nummer DOC-26-1251154
Zaaknummer Z-25-594823
Datum waarop de vraag is gesteld:
2 oktober 2026
Fractie:
Fractie: D66
Raadslid:
P.J.H. Laseur
Afdeling
Onderwerp Raadsvragen D66 Inzake sierteelt in gemeente Medemblik
Portefeuillehouder
Termijn beantwoording is 30 dagen
Inleiding Naar aanleiding van de eerdere beantwoording van raadsvragen over sierteelt in de gemeente Medemblik en de ontwikkelingen rond de handhaving van pioenrozenteelt in de gemeente Opmeer, is het goed om inzicht te krijgen in de wijze waarop de planregels ten aanzien van agrarische teelten in beide gemeenten worden toegepast.
In de beantwoording van de eerdere raadsvragen is aangegeven dat het gebruik van gronden voor sierteelt binnen de functie Agrarisch in beginsel strijdig is, tenzij sprake is van de aanduiding, ‘specifieke vorm van agrarisch, opgaande meerjarige teeltvormen’ Daarbij is aangegeven dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten sierteelt en dat ook naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen hieronder kunnen vallen.
In Opmeer is naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Groene Arabesk, als gemachtigde van MOB, vastgesteld dat pioenrozenteelt op een aantal percelen strijdig is met het omgevingsplan, omdat deze teelt door de gemeente als tuinbouw wordt aangemerkt, terwijl op de betreffende gronden uitsluitend akkerbouw is toegestaan.
De algemene vraag is welke overeenkomsten en verschillen er zijn tussen de planologische regels van de gemeente Medemblik en de gemeente Opmeer ten aanzien van akkerbouw, tuinbouw, sierteelt, bollenteelt en meerjarige teeltvormen, en op welke wijze worden deze regels in beide gemeenten toegepast?
1. Graag een toelichting, mede naar aanleiding van de eerdere beantwoording van raadsvragen over sierteelt, op de vraag of de in Medemblik opgenomen mogelijkheid voor “opgaande meerjarige teeltvormen” leidt tot een andere of ruimere planologische toepassing ten aanzien van meerjarige sierteelt dan de systematiek die in Opmeer wordt gehanteerd.
| Antwoord |
| 2. | Kan het college aangeven of de planregels en de toepassing daarvan ten aanzien van vergelijkbare agrarische teelten bewust verschillen tussen gemeenten? Kunnen deze verschillen in regelgeving en interpretatie in de praktijk leiden tot onduidelijkheid en onoverzichtelijkheid voor telers en bewoners over wat op welke locaties wel en niet is toegestaan? |
|---|---|
| Antwoord | |
| 3. | Acht het college het wenselijk om te streven naar meer duidelijkheid en samenhang in de planregels en het beleid, en ziet het aanleiding om hierover afstemming te zoeken met andere gemeenten, tenminste op regionale schaal? |
| Antwoord | |
| 4. | Zijn er binnen de huidige planregels van de gemeente Medemblik verschillen in de planologische beoordeling van pioenrozenteelt en lelieteelt, bijvoorbeeld vanwege het onderscheid tussen een meerjarig kruidachtig gewas en een bolgewas? |
| Antwoord | |
| 5. | Kan het college aangeven of er tussen pioenrozenteelt en lelieteelt relevante verschillen bestaan in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de omgeving en uitspraken (jurisprudentie) van rechters? Indien daarvan sprake is, worden dergelijke verschillen betrokken bij de planologische beoordeling of het gemeentelijke beleid ten aanzien van deze teelten? En ziet het college aanleiding om de huidige planregels of het beleid op dit punt nader te verduidelijken of, indien nodig, aan te passen? |
| Antwoord |
Documentnummer: DOC-26-1251154 2 van 2