Lansingerland, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
De leden van de commissie AB Postbus 1
2650 AA BERKEL EN RODENRIJS
Van College van B&W
Onderwerp Bespreekpunt aanpassing Evenementenbeleid levende dieren
Datum 8 september 2026
Ons kenmerk U26.02855
Geachte leden van de commissie AB,
In hoofdstuk 5.2 van het Evenementenbeleid (bijlage 1) is bepaald dat in Lansingerland geen evenementen met levende dieren zijn toegestaan. Deze beleidsregel gaat verder dan de landelijke Wet dieren en biedt
geen ruimte voor maatwerk. Hierdoor zijn ook evenementen met levende dieren niet toegestaan wanneer deze aan de landelijke regels voor dierenwelzijn voldoen.
In de commissie AB van 20 mei 2026 hebben de fracties gesproken over het bespreekpunt _Algemene_ _beleidsregels_ _evenementen_ _-_ _aanpassing_ _onderdeel_ _‘levende_ _dieren’_ (T26.03005, bijlage 2). Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester toezegging T2026-002 gedaan om de raad met een raads informatiebrief te informeren over verschillende scenario’s om levende dieren bij evenementen toe te staan. Met deze brief geven wij uitvoering aan deze toezegging en leggen wij drie beleidsopties ter bespreking voor.
Juridisch kader
Bij de aanpassing van de beleidsregel moet rekening worden gehouden met de juridische mogelijkheden
om het gebruik van levende dieren bij evenementen te reguleren. Op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Lansingerland is de burgemeester bevoegd vergunningen te verlenen voor evenementen en nadere regels voor evenementen te stellen. Artikel 1:8 van de APV
bepaalt op welke gronden een vergunning kan worden geweigerd. Het gaat daarbij onder andere om de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu en het woonen leefklimaat.
Dierenwelzijn is geen zelfstandige weigeringsgrond in de APV. De bescherming van dierenwelzijn is landelijk geregeld in de Wet dieren. Regels over het gebruik van levende dieren bij evenementen kunnen
daarom niet uitsluitend worden gebaseerd op het belang van dierenwelzijn. Wel kan de burgemeester voorwaarden stellen of beperkingen opleggen wanneer de aanwezigheid van dieren gevolgen heeft voor één of meer van de belangen uit artikel 1:8 van de APV. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
risico's voor de openbare veiligheid door het soort dier of het gedrag van dieren in een menigte, risico's voor de volksgezondheid en hygiëne of overlast voor de omgeving.
Drie beleidsopties
1/4
Hieronder worden de drie beleidsopties toegelicht. Per optie zijn de belangrijkste argumenten, kanttekeningen en relevante uitkomsten van een benchmark onder andere gemeenten opgenomen.
Optie 1 - Levende dieren toestaan in lijn met de Wet dieren (dierenwelzijn), tenzij er weigeringsgronden zijn op basis van veiligheid en overlast
Bij deze richting worden levende dieren bij evenementen in beginsel toegestaan. Voor het dierenwelzijn wordt aangesloten bij de landelijke Wet dieren. Het toezicht en de handhaving op dierenwelzijn liggen bij de NVWA. De burgemeester beoordeelt de aanvraag voor een evenementenvergunning aan de hand van de
weigeringsgronden uit de APV, zoals openbare veiligheid, volksgezondheid en het woon- en leefklimaat.
Deze werkwijze sluit aan bij die van onder andere Pijnacker-Nootdorp, Zoetermeer en Buren. In het evenementenbeleid kan worden opgenomen aan welke landelijke regels organisatoren zich bij het gebruik
van dieren moeten houden en dat de NVWA verantwoordelijk is voor het toezicht op dierenwelzijn.
Aanvullende voorwaarden kunnen zijn:
- aanvragers van evenementen met levende dieren voor te schrijven dat zij dit vooraf melden bij de NVWA als indieningsvereiste voor de aanvraag evenementenvergunning;
- aanvragers voor te schrijven om bij de aanvraag op te geven om welke diersoorten en aantallen het
gaat. De gemeente toetst primair op ruimtelijke inpassing: is de evenementenlocatie geschikt voor het huisvesten van deze dieren zonder dat dit overlast (stank, geluid) voor de omgeving of gevaar voor de bezoekers oplevert.
Argumenten Kanttekeningen
- Deze optie sluit het meest direct aan bij de wettelijke bevoegdheidsverdeling: de Wet
dieren regelt het dierenwelzijn en de
burgemeester beoordeelt de belangen uit de APV.
- Er is een duidelijk onderscheid tussen de
verantwoordelijkheid van de NVWA voor dierenwelzijn en die van de burgemeester voor onder andere veiligheid, volksgezondheid
en overlast.
- Door te verwijzen naar de regels en informatie van de NVWA is voor organisatoren duidelijk
welke landelijke regels voor dierenwelzijn gelden.
- Een beperking of weigering op grond van
openbare veiligheid kan, mits goed gemotiveerd, juridisch houdbaar zijn.
- Uitgaande van een gemiddeld aantal
aanvragen van 150 waarbij in ongeveer 15 situaties sprake is van dieren, is dat op te vangen binnen de huidige capaciteit. Dat
betekent dat er geen financiële consequenties zijn.
- Deze optie kan ertoe leiden dat meer evenementen met levende dieren worden toegestaan dan onder het huidige beleid.
- Niet altijd is vooraf duidelijk wanneer dieren zodanige veiligheidsrisico’s of overlast veroorzaken dat voorwaarden kunnen worden
gesteld of een vergunning kan worden geweigerd. Dit vraagt om een beoordeling per evenement.
Optie 2 - Onderscheid maken tussen verschillende risicoklassen
2/4
Bij deze optie worden levende dieren bij evenementen in beginsel toegestaan, maar worden bepaalde diersoorten uitgesloten vanwege een verhoogd risico voor de openbare veiligheid, volksgezondheid of
openbare orde. In de beleidsregel kan worden vastgelegd om welke diersoorten of risicoklassen het gaat, bijvoorbeeld roofvogels, uilen en reptielen.
Een vergelijkbare werkwijze wordt toegepast in onder andere Rotterdam, Utrecht en Alphen aan den Rijn.
De precieze invulling verschilt per gemeente. Zo past Utrecht de beperkingen toe op evenementen die door de gemeente worden gesubsidieerd en evenementen die de gemeente zelf organiseert.
Argumenten Kanttekeningen
- Een beperking of weigering op grond van openbare veiligheid kan,
mits goed gemotiveerd, juridisch houdbaar zijn.
- Deze optie biedt de mogelijkheid
om vooraf duidelijk te maken welke dieren vanwege risico's voor bijvoorbeeld de veiligheid of
volksgezondheid niet zijn toegestaan.
- Er blijft ruimte voor evenementen
met dieren die niet onder de uitgesloten diersoorten of risicoklassen vallen.
- Uitgaande van het huidige aantal aanvragen kan deze optie naar verwachting binnen de bestaande
capaciteit worden uitgevoerd en zijn er geen financiële consequenties.
- Deze optie gaat verder dan de Wet dieren, doordat bepaalde dieren aanvullend worden uitgesloten.
- Er kunnen initiatieven worden uitgesloten die op grond van de Wet dieren wel zijn toegestaan.
- Het werken met uitgesloten diersoorten of risicoklassen
vraagt om toezicht en handhaving wanneer deze dieren toch bij een evenement worden ingezet.
Optie 3 - Huidige beleidsregel behouden Bij deze optie blijft de huidige beleidsregel ongewijzigd en zijn evenementen met levende dieren niet
toegestaan. Er hoeft daarmee geen onderscheid te worden gemaakt tussen verschillende diersoorten, aantallen of omstandigheden van het evenement.
Argumenten Kanttekeningen
- De beleidsregel is duidelijk voor organisatoren en eenvoudig toe te passen bij de
vergunningverlening.
- Deze optie vraagt geen aanpassing van het huidige evenementenbeleid.
- Deze optie kan binnen de huidige capaciteit worden uitgevoerd en heeft geen financiële
- Een algemeen verbod op levende dieren dat uitsluitend is gebaseerd op dierenwelzijn is
juridisch moeilijk houdbaar.
- De huidige beleidsregel biedt geen ruimte voor maatwerk, waardoor geen rekening kan
worden gehouden met het type activiteit of de omstandigheden van het evenement.
3/4
consequenties, omdat de bestaande
beleidsregel en werkwijze ongewijzigd blijven.
In de praktijk leidt dit soms tot vragen en
discussie met aanvragers. Deze optie sluit niet aan bij de meerderheid van de aanwezige fracties tijdens de
commissievergadering AB van 20 mei 2026. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van het verbod
op levende dieren bij evenementen.
Voorgestelde richting: optie 1
Onze voorkeur gaat uit naar beleidsoptie 1. Deze optie sluit het beste aan bij de wettelijke bevoegdheids verdeling. De Wet dieren vormt het landelijke kader voor dierenwelzijn en het toezicht en de handhaving daarop liggen bij de NVWA. De burgemeester beoordeelt evenementen op basis van de belangen uit de
APV, waaronder openbare veiligheid, volksgezondheid en het woon- en leefklimaat. Deze optie biedt ruimte voor evenementen met levende dieren, zonder dat de gemeente aanvullende regels stelt die uitsluitend zijn gericht op dierenwelzijn. Met aanvullende indieningsvereisten kan bij de
vergunningverlening worden beoordeeld of de aanwezigheid van dieren gevolgen heeft voor de belangen
uit de APV.
Bespreking binnen de commissie AB Met deze brief leggen wij drie beleidsopties voor aan de commissie AB. Wij vragen de fracties hun voorkeur voor één van de opties uit te spreken en eventuele aandachtspunten voor de verdere uitwerking
mee te geven. Na bespreking in de commissie besluit het college over de aanpassing van de beleidsregels. Het college informeert de raad vervolgens met een raadsinformatiebrief over dit besluit.
Met een vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Lansingerland
Mickel Beckers Gemeentesecretaris
Bijlagen:
Rik van der Linden Burgemeester
1. Evenementenbeleid gemeente Lansingerland (T25.02352)
2. Bespreekstuk Evenementenbeleid - aanpassing op onderdeel ‘levende dieren’ (T26.03005)
4/4