Lansingerland, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Raadsvragen (RvO artikel 65)� _Met dit formulier kun je politieke schriftelijke vragen indienen via de griffie. De schriftelijke_ _vragen dienen duidelijk geformuleerd te zijn. De beantwoording van de schriftelijke vragen volgt_ _binnen 30 dagen en wordt gedeeld met alle raadsleden. Mocht de beantwoordingstermijn_ _onverhoopt niet worden gehaald, dan zal hierover een uitstelbrief komen waarin onderbouwd_ _wordt waarom het vertraagd is en op welke termijn de vragen wel beantwoord zullen worden. �_
_�_ Datum� 27 augustus 2026�
_�_ Onderwerp� Onderzoek naar klachten over geluid en trillingen in Lansingerland van 20 juli 2026� Inleiding van de schriftelijke vragen en puntsgewijs de vragen � Ik heb het TNO-rapport� _Onderzoek naar klachten over geluid en trillingen in_ _Lansingerland_ �(I26.13195) van 20 juli 2026 bestudeerd. Naar aanleiding van de onderzoeksopzet, de uitgevoerde metingen en de conclusies van TNO heb ik een aantal vragen aan het college.
1. Frequentiespectra� Zijn tijdens de uitgevoerde geluids- en trillingsmetingen de volledige frequentiespectra geregistreerd en opgeslagen? Zo ja, kunnen deze meetgegevens beschikbaar worden gesteld aan de gemeenteraad en, voor zover mogelijk, aan de betrokken bewoners?�
2. Indien geen frequentiespectra beschikbaar zijn� Indien tijdens het onderzoek geen volledige frequentiespectra zijn geregistreerd of opgeslagen, wat is hiervoor de reden geweest?�
3. Herleidbaarheid van mogelijke bronnen� In hoeverre zijn volgens het college en/of TNO frequentiespectra noodzakelijk om onderscheid te kunnen maken tussen verschillende mogelijke bronnen van de door bewoners waargenomen bromtoon en/of trillingen? Kan worden toegelicht in hoeverre de uitgevoerde metingen voldoende informatie bevatten om specifieke frequentiecomponenten aan mogelijke technische bronnen te kunnen relateren?�
4. Meten tijdens daadwerkelijk ervaren overlast� Zijn de geluids- en trillingsmetingen uitgevoerd op momenten waarop de betreffende bewoners daadwerkelijk de door hen gemelde overlast ervoeren?�
Zo ja, op welke wijze is tijdens de metingen vastgelegd dat de bromtoon en/of trillingshinder op dat moment door de bewoners daadwerkelijk werd waargenomen, en is deze informatie gekoppeld aan de meetgegevens?�
Zo nee, waarom is er niet voor gekozen om specifiek te meten op momenten waarop bewoners aangaven dat de overlast daadwerkelijk aanwezig was?�
5. Volledigheid en geschiktheid van het onderzoek� Acht het college het uitgevoerde TNO-onderzoek, gelet op de gekozen meetmethodiek en de beschikbare meetgegevens, voldoende om de bron of bronnen van de door bewoners ervaren bromtoon en trillingen daadwerkelijk te kunnen identificeren dan wel gericht uit te sluiten?�
Zo ja, waarop baseert het college deze conclusie?�
Zo nee, welke aanvullende metingen of vervolgonderzoek acht het college noodzakelijk om de mogelijke bron of bronnen alsnog te kunnen achterhalen?�
Ik ontvang graag een inhoudelijke beantwoording van bovenstaande vragen, mede gezien de duur van de klachten en de impact die de ervaren geluid- en trillingshinder volgens het TNO-onderzoek op een deel van de betrokken bewoners heeft.�
Indiener(s)� _Naam/namen ��_ John Meijer _�_ _�_ _�_ _�_
_�_ _Fractie/fracties�_ Leefbaar 3B�
_�_