Landsmeer, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Technische Vragen (art.52 RvO) Col2 Col3 Naam vragensteller(s): Lars Wijdoogen van DorpsBelang Lars Wijdoogen van DorpsBelang Onderwerp: Warmteprogramma Warmteprogramma Datum CV/TA 03-09-2026 03-09-2026 Agendapunt CV/TA 6.2 6.2 Beantwoording: Schriftelijk Schriftelijk Mag de beantwoording gedeeld worden met de raad? Ja Ja Datum indiening bij griffie (uiterlijk maandag voor 12:00 uur, voorafgaandCV/TA) 31-08-2026 31-08-2026 Datum verzending griffie aan college voor beantwoording (uiterlijk donderdag voor 12:00, voorafgaand CV/TA) Kenmerk 182, doorgezonden aan het college op 31 augustus Kenmerk 182, doorgezonden aan het college op 31 augustus Vragen Vragen Vragen 1. Wat is precies de juridische en bestuurlijke betekenis van raadsbesluit 2 om in te stemmen met het concept Warmteprogramma, mede gelet op het feit dat het Warmteprogramma door het college wordt vastgesteld? 2. Het concept is aangeduid als Warmteprogramma 2026–2030, terwijl het programma volgens paragraaf 2.2 ten minste tien jaar vooruit moet kijken. Welke onderdelen van het programma vormen volgens het college de vereiste concrete beleidsmatige programmering voor ten minste tien jaar, en waarom voldoet het programma daarmee aan deze eis? 3. Welke in het concept genoemde voorkeursoplossingen kunnen op basis van de huidige netcapaciteit daadwerkelijk binnen de genoemde termijn worden uitgevoerd, en voor welke gebieden is uitvoering afhankelijk van nog niet gerealiseerde uitbreiding of verzwaring van het elektriciteitsnet? 4. Kan het college per wijk/kern aangeven wat op dit moment de bestuurlijke voorkeursrichting voor de warmteoplossing is? Als voor een wijk/kern nog geen voorkeursoplossing kan worden aangewezen, welke opties worden daar nog onderzocht en welke informatie of besluitvorming is nodig om tot een voorkeur te komen? 5. Kan het college per relevante woningcategorie en eigendomssituatie, waaronder particuliere koopwoningen, sociale huurwoningen van Eigen Haard en sociale huurwoningen van Rochdale, aangeven welke investeringen nodig zijn voor de voorgestelde warmteoplossingen, wie deze kosten naar verwachting draagt en welke subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn? Welke afspraken zijn of worden met o.a. Eigen Haard en Rochdale gemaakt over de financiering van deze maatregelen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huur, servicekosten en totale woonlasten van huurders? 6. Welke concrete onderdelen van het concept Warmteprogramma zijn naar aanleiding van de inwonersparticipatie en inloopavonden gewijzigd? Graag per wijziging aangeven wat oorspronkelijk was voorgesteld, welke inbreng is ontvangen en wat vervolgens is aangepast.
| 1. Wat is precies de juridische en bestuurlijke betekenis van raadsbesluit 2 om in te stemmen met het concept Warmteprogramma, mede gelet op het feit dat het Warmteprogramma door het college wordt vastgesteld? 2. Het concept is aangeduid als Warmteprogramma 2026–2030, terwijl het programma volgens paragraaf 2.2 ten minste tien jaar vooruit moet kijken. Welke onderdelen van het programma vormen volgens het college de vereiste concrete beleidsmatige programmering voor ten minste tien jaar, en waarom voldoet het programma daarmee aan deze eis? 3. Welke in het concept genoemde voorkeursoplossingen kunnen op basis van de huidige netcapaciteit daadwerkelijk binnen de genoemde termijn worden uitgevoerd, en voor welke gebieden is uitvoering afhankelijk van nog niet gerealiseerde uitbreiding of verzwaring van het elektriciteitsnet? 4. Kan het college per wijk/kern aangeven wat op dit moment de bestuurlijke voorkeursrichting voor de warmteoplossing is? Als voor een wijk/kern nog geen voorkeursoplossing kan worden aangewezen, welke opties worden daar nog onderzocht en welke informatie of besluitvorming is nodig om tot een voorkeur te komen? 5. Kan het college per relevante woningcategorie en eigendomssituatie, waaronder particuliere koopwoningen, sociale huurwoningen van Eigen Haard en sociale huurwoningen van Rochdale, aangeven welke investeringen nodig zijn voor de voorgestelde warmteoplossingen, wie deze kosten naar verwachting draagt en welke subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn? Welke afspraken zijn of worden met o.a. Eigen Haard en Rochdale gemaakt over de financiering van deze maatregelen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huur, servicekosten en totale woonlasten van huurders? 6. Welke concrete onderdelen van het concept Warmteprogramma zijn naar aanleiding van de inwonersparticipatie en inloopavonden gewijzigd? Graag per wijziging aangeven wat oorspronkelijk was voorgesteld, welke inbreng is ontvangen en wat vervolgens is aangepast. |
| 1. Wat is precies de juridische en bestuurlijke betekenis van raadsbesluit 2 om in te stemmen met het concept Warmteprogramma, mede gelet op het feit dat het Warmteprogramma door het college wordt vastgesteld? 2. Het concept is aangeduid als Warmteprogramma 2026–2030, terwijl het programma volgens paragraaf 2.2 ten minste tien jaar vooruit moet kijken. Welke onderdelen van het programma vormen volgens het college de vereiste concrete beleidsmatige programmering voor ten minste tien jaar, en waarom voldoet het programma daarmee aan deze eis? 3. Welke in het concept genoemde voorkeursoplossingen kunnen op basis van de huidige netcapaciteit daadwerkelijk binnen de genoemde termijn worden uitgevoerd, en voor welke gebieden is uitvoering afhankelijk van nog niet gerealiseerde uitbreiding of verzwaring van het elektriciteitsnet? 4. Kan het college per wijk/kern aangeven wat op dit moment de bestuurlijke voorkeursrichting voor de warmteoplossing is? Als voor een wijk/kern nog geen voorkeursoplossing kan worden aangewezen, welke opties worden daar nog onderzocht en welke informatie of besluitvorming is nodig om tot een voorkeur te komen? 5. Kan het college per relevante woningcategorie en eigendomssituatie, waaronder particuliere koopwoningen, sociale huurwoningen van Eigen Haard en sociale huurwoningen van Rochdale, aangeven welke investeringen nodig zijn voor de voorgestelde warmteoplossingen, wie deze kosten naar verwachting draagt en welke subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn? Welke afspraken zijn of worden met o.a. Eigen Haard en Rochdale gemaakt over de financiering van deze maatregelen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huur, servicekosten en totale woonlasten van huurders? 6. Welke concrete onderdelen van het concept Warmteprogramma zijn naar aanleiding van de inwonersparticipatie en inloopavonden gewijzigd? Graag per wijziging aangeven wat oorspronkelijk was voorgesteld, welke inbreng is ontvangen en wat vervolgens is aangepast. |
_5._ _Kan het college per relevante woningcategorie en eigendomssituatie, waaronder particuliere_ _koopwoningen, sociale huurwoningen van Eigen Haard en sociale huurwoningen van Rochdale,_ _aangeven welke investeringen nodig zijn voor de voorgestelde warmteoplossingen, wie deze kosten_ _naar verwachting draagt en welke subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn? Welke_ _afspraken zijn of worden met o.a. Eigen Haard en Rochdale gemaakt over de financiering van deze_ _maatregelen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huur, servicekosten en totale woonlasten van_ _huurders?_ Nee. Het valt niet binnen de scope van het warmteprogramma om voor iedere woningcategorie, eigendomssituatie en wooncomplex afzonderlijk de investeringen, financiering en gevolgen voor huur, servicekosten en woonlasten in beeld te brengen. Dit kan bovendien per locatie sterk verschillen, afhankelijk van onder meer het type woning en de kenmerken van het wooncomplex.
Voor het grootste deel van Landsmeer laat de landelijke Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving echter zien dat een individuele oplossing ruim goedkoper en haalbaarder is dan de alternatieven. Vanuit dat perspectief is het niet proportioneel om binnen het warmteprogramma voor ieder woningtype en wooncomplex een afzonderlijke financiële analyse uit te voeren. Waar verschillende warmteoplossingen dicht bij elkaar liggen in afweging kan een gebiedsgerichte onderzoek aan de orde zijn en kunnen dergelijke analyses onderdeel daarvan zijn. Daarbij worden ook subsidies en verdeling van kosten meegenomen.
_6._ _Welke concrete onderdelen van het concept Warmteprogramma zijn naar aanleiding van de_ _inwonersparticipatie en inloopavonden gewijzigd? Graag per wijziging aangeven wat oorspronkelijk_ _was voorgesteld, welke inbreng is ontvangen en wat vervolgens is aangepast._
De inwonersparticipatie en inloopavonden hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het opstellen van het concept-Warmteprogramma. Er is daarom geen sprake van wijzigingen in het concept naar aanleiding van de participatie. De inbreng van inwoners heeft wél nadrukkelijk als input gediend bij de totstandkoming van het concept. Hoe deze inbreng is verwerkt, is beschreven in de rapportage bewonersavonden en in paragraaf 2.3 van het participatieverslag. _._
_7._ _In het concept staat dat de gemeente over 2 FTE beschikt op het thema duurzaamheid. Hoe is deze 2_ _FTE organisatorisch en financieel opgebouwd, welke functies betreft dit en welke werkzaamheden_ _behoren tot deze functies? Welk deel van deze capaciteit wordt specifiek ingezet voor het_ _Warmteprogramma en de daaruit voortvloeiende warmteplannen, hoeveel uren/FTE betreft dit naar_ _verwachting per jaar in 2026-2031 en welke aanvullende interne of externe capaciteit is daarnaast_ _nodig?_ Deze 2 FTE betreft 2 beleidsmedewerkers duurzaamheid die vallen onder het organisatieonderdeel fysiek domein. Financieel gezien worden deze medewerkers betaald uit regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid . Naast het thema warmtetransitie vallen ook isolatie, energietransitie, energie infrastructuur, SMP en circulariteit onder deze medewerkers. Het zwaartepunt van de werkzaamheden ligt bij de warmtetransitie en de acties beschreven in het warmteprogramma. Hiervoor wordt gezocht naar aanvullende capaciteit op het moment dat dat nodig is, of op het moment dat er specifieke expertise nodig is die binnen een kleine ambtelijke organisatie lastig aan te trekken is. Door de grootte van de opgave, zeker rondom warmtetransitie en energie infrastructuur, is de verwachting dat dit regelmatig nodig zal zijn de aankomende vier jaar. Ook deze inhuur wordt betaald vanuit de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid .