Land van Cuijk, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Indieners: Bregje van Lieshout (SP)
RIS 2026-V-70 1 Schriftelijke vragen
Onderwerp : Jeugdzorg azc Grave Indiener(s) : Bregje van Lieshout (SP) Datum : 9 juli 2026 Portefeuillehouder : Wethouder Edwin van Kraaij Nummer vragen : RIS 2026-V-70
Inleiding De SP-fractie heeft kennisgenomen van de berichtgeving over het dreigende gat in de jeugdgezondheidszorg voor kinderen in het asielzoekerscentrum (azc) Grave. De afgelopen maand hebben wij hierover al meerdere gesprekken gevoerd met de portefeuillehouder. Wij waarderen de openheid van het college hierover en begrijpen dat ook het college de zorgen deelt, terwijl de mogelijkheden om de landelijke aanbesteding te beïnvloeden beperkt zijn. Voor de SP staat het belang van het kind voorop. Het gaat hierbij niet alleen om preventieve jeugdgezondheidszorg, maar ook om de continuïteit van begeleiding en een zorgvuldige overdracht van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Denk daarbij aan baby's en jonge kinderen, maar ook aan kinderen met een ontwikkelingsstoornis, psychische problematiek of trauma's als gevolg van oorlog, geweld of hun vluchtverleden. Juist voor deze kwetsbare groep is het van groot belang dat zorg en begeleiding naadloos op elkaar aansluiten.
De SP-fractie constateert dat de ontstane situatie het gevolg is van een landelijke aanbesteding waarbij de continuïteit van zorg ondergeschikt dreigt te raken aan contractwisselingen. Naar onze mening mag een systeem van marktwerking er nooit toe leiden dat kwetsbare kinderen tijdelijk zonder passende zorg of een goede overdracht komen te zitten.
Vraag 1 Is het college bekend met de berichtgeving over het dreigende gat in de zorgverlening aan kinderen in het azc Grave en deelt het college de zorgen over de gevolgen hiervan voor de continuïteit van de zorg?
Vraag 2 Kan het college aangeven welke risico's het ziet voor baby's, jonge kinderen en andere kwetsbare minderjarigen wanneer de huidige zorgverlening eindigt voordat een nieuwe organisatie de werkzaamheden volledig heeft overgenomen?
Vraag 3 Klopt het dat de gevolgen verder reiken dan uitsluitend de preventieve jeugdgezondheidszorg en dat ook de overdracht van dossiers, ontwikkelingsgegevens en lopende begeleiding van kwetsbare kinderen onder druk kan komen te staan?
RIS 2026-V-70 2 Vraag 4 Welke afspraken zijn of worden gemaakt om ervoor te zorgen dat kinderen met een ontwikkelingsstoornis, trauma, psychische problematiek of andere complexe zorgvragen niet tussen wal en schip raken tijdens de overgang naar een nieuwe zorgaanbieder?
Vraag 5 Is het college bereid zich, samen met het COA, de betrokken zorgorganisaties en waar mogelijk andere gemeenten, maximaal in te spannen om een ononderbroken zorgverlening voor deze kinderen te realiseren en de gemeenteraad over de voortgang te informeren?
Vraag 6 Ziet het college mogelijkheden om, in overleg met de GGD Hart voor Brabant, het COA en andere betrokken partijen, afspraken te maken waardoor de huidige zorg gedurende de tussenliggende periode (circa negen maanden) kan worden voortgezet of op een andere wijze kan worden overbrugd? Zo ja, welke mogelijkheden worden onderzocht en welke belemmeringen ziet het college?
Vraag 7 a. Deelt het college de opvatting dat een aanbestedingssysteem waarbij een onderbreking in de zorg voor kwetsbare kinderen kan ontstaan onwenselijk is? b. Is het college bereid deze zorg onder de aandacht te brengen van het COA en het ministerie, zodat bij toekomstige aanbestedingen de continuïteit van zorg zwaarder wordt meegewogen dan nu kennelijk het geval is?
RIS 2026-V-70 3