Land van Cuijk, 18 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Indieners: Rouven Dupont (Fractie Rouven Dupont)
RIS 2026-V-81 1 Schriftelijke vragen
Onderwerp : Voorgenomen landelijke 500-meternorm geitenhouderijen Indiener(s) : Rouven Dupont (Fractie Rouven Dupont) Datum : 18-08-2026 Portefeuillehouder : Wethouder Mark Janssen Nummer vragen : RIS 2026-V-81
Inleiding Het kabinet heeft aangekondigd te willen komen tot een landelijke afstandsnorm van 500 meter tussen geitenhouderijen en gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen. Ook zouden binnen deze afstand geen nieuwe woningen meer moeten worden gebouwd.
De wettelijke uitwerking hiervan laat naar verwachting nog enkele jaren op zich wachten. In de tussenliggende periode worden gemeenten gevraagd de nieuwe inzichten alvast mee te nemen bij ruimtelijke plannen en woningbouw.
Dit is voor Land van Cuijk relevant vanwege de aanwezige geitenhouderijen en mogelijke woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving daarvan.
Het college gaf eerder aan de gezondheidsrisico's serieus te nemen, maar geen eigen afstandsnorm in te voeren en landelijke besluitvorming af te wachten. Nu het kabinet een landelijke richting heeft aangekondigd, maar de wettelijke norm nog niet van kracht is, ontstaat een tussenperiode waarin bestuurlijke keuzes gemaakt moeten worden.
Ik vind het belangrijk dat volksgezondheid zwaar weegt. Tegelijkertijd moeten besluiten die gevolgen hebben voor inwoners, ondernemers en woningbouw zorgvuldig onderbouwd, proportioneel en juridisch houdbaar zijn.
Daarom stel ik het college de volgende vragen.
Vraag 1. Wat verandert er nu voor Land van Cuijk? a. Welke bestuurlijke gevolgen verbindt het college aan de aankondiging van het kabinet zolang de landelijke 500-meternorm nog niet wettelijk van kracht is? b. Blijft het eerdere uitgangspunt van het college gelden dat Land van Cuijk geen eigen afstandsnorm hanteert totdat landelijke regelgeving is vastgesteld? c. Hoe gaat het college in de tussenliggende periode om met nieuwe woningbouw, vergunningaanvragen en andere ruimtelijke ontwikkelingen binnen 500 meter van bestaande geitenhouderijen?
RIS 2026-V-81 2 Vraag 2 Wetenschappelijke onderbouwing en proportionaliteit Uit de beschikbare onderzoeken blijkt een consistent verband tussen wonen nabij geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. De Gezondheidsraad kwalificeert een oorzakelijk verband inmiddels als waarschijnlijk. Tegelijkertijd is het precieze oorzakelijke mechanisme nog niet vastgesteld en blijkt uit het onderzoek geen harde medisch-biologische grens bij precies 500 meter. a. Hoe beoordeelt het college tegen deze achtergrond de wetenschappelijke onderbouwing en proportionaliteit van het verbinden van concrete ruimtelijke gevolgen aan juist een generieke afstand van 500 meter? b. Welke betekenis geeft het college daarbij aan het onderscheid tussen een waarschijnlijk oorzakelijk verband en het ontbreken van duidelijkheid over het precieze werkingsmechanisme? c. Hoe weegt het college het voorzorgsbeginsel af tegen rechtszekerheid, proportionaliteit en de mogelijke gevolgen voor inwoners, woningbouw en agrarische ondernemers? d. Welke ruimte moet er volgens het college blijven voor lokaal maatwerk en een individuele belangenafweging?
Vraag 3 Concrete gevolgen voor Land van Cuijk a. Verwacht het college dat de aangekondigde 500-meternorm of het vooruitlopen daarop wezenlijke gevolgen kan hebben voor bestaande of geplande woningbouw, andere ruimtelijke ontwikkelingen of geitenhouderijen binnen Land van Cuijk? b. Zo ja, kan het college de raad op hoofdlijnen informeren over de aard en omvang van deze gevolgen? c. Ziet het college daarbij juridische of financiële risico's voor de gemeente, inwoners, initiatiefnemers of ondernemers? Zo ja, welke risico's zijn dat op hoofdlijnen?
Vraag 4 Eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid en lokale belangen Het college is gehouden aan geldende wet- en regelgeving. Dat neemt naar mijn mening niet weg dat een gemeentebestuur een eigen verantwoordelijkheid heeft om actief op te komen voor de belangen van zijn inwoners en ondernemers, zeker wanneer landelijke regelgeving nog in ontwikkeling is of lokaal mogelijk onevenredige gevolgen heeft. Land van Cuijk is inmiddels een omvangrijke gemeente met een groot buitengebied en aanzienlijke agrarische belangen. a. Welke eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf wanneer voorgenomen landelijke regelgeving mogelijk botst met de belangen van Land van Cuijk? b. Welke positie neemt het college in richting Rijk en provincie ten aanzien van de aangekondigde 500-meternorm, in het bijzonder wat betreft de wetenschappelijke onderbouwing, proportionaliteit, rechtszekerheid, lokaal maatwerk en overgangsrecht?
RIS 2026-V-81 3 c. Indien het college van oordeel is dat de voorgenomen regelgeving onvoldoende onderbouwd is of voor Land van Cuijk tot onevenredige gevolgen leidt, is het college dan bereid actief te lobbyen en de beschikbare bestuurlijke en juridische mogelijkheden te benutten om aanpassing, maatwerk, uitzonderingen of overgangsrecht te bepleiten? d. Hoe ziet het college hierin zijn eigen bestuurlijke rol? Kiest het college bij voorgenomen landelijke regelgeving in beginsel voor een terughoudende en afwachtende positie, of ziet het voor zichzelf ook een actieve rol als belangenbehartiger van inwoners en ondernemers wanneer landelijke voornemens botsen met lokale belangen? Graag een toelichting hoe het college deze afweging maakt.
Vraag 5 Bestuurlijke rechtvaardiging a. Indien het college besluit om, vooruitlopend op de wettelijke invoering, aan de aangekondigde afstand van 500 meter al concrete gevolgen te verbinden voor woningbouw, ruimtelijke ontwikkelingen of bestaande bedrijven: hoe rechtvaardigt het college dat bestuurlijk en juridisch zolang deze afstand nog niet als wettelijke norm van kracht is? b. Acht het college dit, gelet op de wetenschappelijke onderbouwing, rechtszekerheid, proportionaliteit en mogelijke gevolgen voor inwoners en ondernemers, gerechtvaardigd? Graag een inhoudelijke motivering.