Land van Cuijk, 8 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 1 Beantwoording schriftelijke vragen
Onderwerp : Beantwoording schriftelijke vragen FVD Brandveiligheid veiligheid beheer en toezicht zonneparken Land van Cuijk
Categorie : Schriftelijke vragen Openbaar : Ja, openbaar Datum college : 8 september 2026 Portefeuillehouder : Wethouder Mike van Diemen Team : Natuur, Milieu & Energie Nummer brief : RIS 2026-V-60 (n.a.v. RIS 2026-V-60) Datum publicatie : 10 september 2026
Samenvatting De fractie FVD (Rouven Dupont) heeft op 23 juni 2026 schriftelijke vragen (RIS 2026-V-60) gesteld over het onderwerp Brandveiligheid, veiligheid, beheer en toezicht zonneparken Land van Cuijk. In dit document worden de gestelde vragen beantwoord. De gestelde vragen worden hierna telkens herhaald met daaronder het antwoord van het college. De vragen zijn voorafgegaan door een inleiding, die hierna is opgenomen.
Inleiding vragen Naar aanleiding van het recente brandincident bij het zonnepark aan de Nieuweweg1 in Oploo, waarbij volgens berichtgeving sprake was van een technische storing in een omvormer, heeft onze fractie enkele vragen over brandveiligheid, onderhoud, begroeiing, toezicht en risicobeheersing bij zonneparken binnen de gemeente Land van Cuijk.
Vraag 1 a. Welke eisen stelt gemeente Land van Cuijk aan het beheer en onderhoud van zonneparken, specifiek ten aanzien van begroeiing onder en rondom zonnepanelen?
Antwoord: Dit betreft maatwerk per vergunning.
b. Zijn er binnen de gemeente afspraken vastgelegd over maximale begroeiingshoogte, brandgangen of andere brandpreventieve maatregelen?
Antwoord: Nee, dit wordt per aanvraag beoordeeld.
c. Op welke wijze wordt gecontroleerd of exploitanten van zonneparken deze
1 https://www.kliknieuwsdemaasdriehoek.nl/nieuws/112/253680/brand-in-zonnepark-oploo
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 2 onderhouds- en veiligheidsafspraken naleven?
Antwoord: Controles vinden plaats conform de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH.
d. Hoeveel inspecties zijn sinds de gemeentelijke herindeling uitgevoerd bij bestaande zonneparken binnen de gemeente?
Antwoord: Er zijn geen inspecties uitgevoerd sinds de gemeentelijke herindeling.
Vraag 2 a. Kan het college aangeven welke voorlopige informatie bekend is over de oorzaak van het brandincident bij het zonnepark aan de Nieuweweg in Oploo?
Antwoord: De eigenaar/exploitant heeft aangegeven dat op basis van de observaties van de brandweer voorlopig gesteld kan worden dat er sprake was van een elektrische brand bij een omvormer. De eigenaar/exploitant geeft aan dat onderzoek door de verzekeraar nog meer licht op de oorzaak kan werpen.
b. Worden eventuele lessen uit dit incident meegenomen bij het beheer en toezicht op andere zonneparken binnen de gemeente?
Antwoord: De eigenaar/exploitant geeft aan dat in samenspraak met de brandweer leerpunten zijn opgekomen (met name t.a.v. mogelijke aanpassingen van het maaibeleid). Deze leerpunten worden door de ambtelijke organisatie samen met de exploitant op korte termijn besproken. Mogelijke nieuwe inzichten over het onderhoud, beheer en toezicht worden meegenomen bij andere zonneparken.
c. Zijn er binnen gemeente Land van Cuijk eerder incidenten, storingen of brandmeldingen geregistreerd bij zonneparken? Zo ja, om hoeveel incidenten gaat het en wat waren de oorzaken?
Antwoord: Er zijn eerder geen storingen, incidenten, of brandmeldingen bij zonneparken in Land van Cuijk geregistreerd.
d. Is het college bereid een overzicht aan de raad te verstrekken van de brandveiligheidsvoorschriften die momenteel gelden voor zonneparken binnen de gemeente?
Antwoord: De brandveiligheid van zonneparken wordt per aanvraag beoordeeld in overleg met de Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN). Daarbij toetst de VRBN niet alleen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar ook aan de door Brandweer Nederland opgestelde "Handreiking Risicobeheersing - Advies Veilige PV-Systemen". Deze handreiking is mede gebaseerd op onderzoek van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). De
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 3 ‘Handreiking Risicobeheersing Advies Veilige PV-systemen’ adviseert onder andere: • Regelmatige keuring en monitoring van PV-systemen; • Brandveilige ondergrond onder risicovolle componenten; • Voldoende afstand tussen zonnepanelen en goed vegetatiebeheer; • Toegankelijkheid van het zonnepark voor hulpdiensten; • Aanwezigheid van berijdbare paden en bluswatervoorzieningen; • 24/7 beschikbaarheid van een deskundige; Het resultaat van de beoordeling betreft maatwerk per vergunning.
Vraag 3 a. In hoeverre controleert de gemeente of exploitanten van zonneparken beschikken over passende verzekeringen voor brand-, milieu- en gevolgschade?
Antwoord: Dit is geen onderdeel van onze controles.
b. Wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer onvoldoende onderhoud of achterstallig groenbeheer bijdraagt aan een incident?
Antwoord: Deze verantwoordelijkheid ligt bij de vergunninghouder.
c. Welke afspraken bestaan er over het verhalen van schade aan gemeentelijke eigendommen, natuurgebieden of derden als gevolg van een incident bij een zonnepark?
Antwoord: Dit wordt per geval bekeken.
d. Zijn deze afspraken bij alle bestaande zonneparken contractueel of vergunningstechnisch geborgd?
Antwoord: Nee, dit is niet het geval.
e. Is het college bekend met eventuele verzekeringsvoorwaarden, inspectie-eisen (zoals SCIOS Scope 12) of andere risicobeheersingsmaatregelen die door verzekeraars worden gesteld aan exploitanten van zonneparken?
Antwoord: Nee, dit is niet onze verantwoordelijkheid.
f. Wordt bij vergunningverlening, toezicht of handhaving gecontroleerd of exploitanten voldoen aan dergelijke eisen en periodieke inspecties laten uitvoeren?
Antwoord: Nee, hierop controleren wij niet. Dit behoort niet tot onze taak.
g. Kan het college aangeven of bij de binnen de gemeente aanwezige zonneparken
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 4 sprake is van aantoonbare naleving van deze inspectie- en onderhoudsverplichtingen?
Antwoord: Zie antwoord op vraag f.
h. In hoeverre kunnen onvoldoende onderhoud, achterstallig groenbeheer of het niet naleven van inspectieverplichtingen gevolgen hebben voor de verzekerbaarheid van zonneparken en eventuele schade-uitkeringen na een incident?
Antwoord: Dat is aan de verzekeraar om te beoordelen.
Vraag 4 a. Welke lessen trekt het college uit recente incidenten bij zonneparken elders in Nederland?
Antwoord: In samenwerking met en op advies van de VRBN beoordeelt het college aanvragen op basis van maatwerk per vergunning.
b. Worden bij nieuwe vergunningaanvragen aanvullende eisen gesteld aan brandveiligheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten en beheer van begroeiing?
Antwoord: Dat is op dit moment niet aan de orde. Dit maakt onderdeel uit van ons toetsings-kader.
c. Is het college bereid periodiek te rapporteren over veiligheid, onderhoud en incidenten bij grootschalige zonneparken binnen de gemeente?
Antwoord: Nee, hiervoor zien wij op dit moment geen aanleiding.
d. Acht het college de huidige toezichtscapaciteit voldoende om de naleving van veiligheids- en onderhoudsvoorschriften bij bestaande en toekomstige zonneparken adequaat te controleren?
Antwoord: Ja, dit wordt jaarlijks vastgelegd in ons programma uitvoering en handhaving VTH.
Vraag 5 a. Is het college bereid een onafhankelijke evaluatie uit te voeren naar de staat van onderhoud, brandveiligheid, bereikbaarheid voor hulpdiensten en naleving van vergunningsvoorwaarden van alle bestaande zonneparken binnen de gemeente Land van Cuijk?
Antwoord: Nee, hiervoor zien wij op dit moment geen aanleiding.
b. Zo ja, kan de raad over de uitkomsten worden geïnformeerd?
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 5 Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Zie antwoord op vraag a.
c. Welke andere maatregelen acht het college noodzakelijk om risico's rondom brandveiligheid en beheer van zonneparken te beperken?
Antwoord: Op dit moment overwegen wij geen aanvullende maatregelen.
Vraag 6 a. Zijn binnen gemeente Land van Cuijk bestaande of geplande zonneparken voorzien van grootschalige batterij- of energieopslagsystemen?
Antwoord: Ja, er zijn initiatieven voor het realiseren van batterij- of energieopslagsystemen voor bestaande of geplande zonneparken.
b. Welke aanvullende veiligheids- en vergunningsvoorwaarden gelden voor dergelijke energieopslagsystemen?
Antwoord: Aanvullende veiligheids- en vergunningsvoorwaarden worden binnen het vergunning proces bepaald en op advies van de VRBN als maatwerk per situatie vastgesteld.
c. Zijn risico's zoals thermal runaway, langdurige branden, explosies en het vrijkomen van schadelijke stoffen expliciet beoordeeld binnen deze vergunningen?
Antwoord: Ja. Deze risico’s maken onderdeel uit van de beoordeling binnen het vergunning proces. Eventuele maatregelen worden op advies van de VRBN als maatwerk vastgesteld.
d. Op welke wijze worden omwonenden geïnformeerd over de risico's en calamiteitenprocedures rondom grootschalige batterijopslag?
Antwoord: Dit is de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder.
Vraag 7 a. Beschikt de Veiligheidsregio Brabant-Noord over specifieke draaiboeken voor incidenten bij zonneparken en batterijopslagsystemen?
Antwoord van de VRBN: De Veiligheidsregio Brabant-Noord beschikt over landelijke en regionale handelingsperspectieven voor incidenten met zonneparken en batterijopslagsystemen. Deze zijn gebaseerd op de landelijke incidentbestrijdingsdoctrine van Brandweer Nederland en het NIPV en worden toegepast bij de voorbereiding en uitvoering van incidentbestrijding. Afhankelijk van de aard en omvang van een incident worden deze
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 6 handelingsperspectieven aangevuld met objectgerichte informatie, zoals bereikbaarheidsgegevens, afsluitmogelijkheden van elektrische installaties en eventuele objectinformatie die vooraf is vastgelegd.
b. Zijn de lokale brandweerkorpsen voldoende uitgerust en getraind voor incidenten waarbij lithium-ion batterijen betrokken zijn?
Antwoord van de VRBN: De brandweerkorpsen binnen Veiligheidsregio Brabant-Noord beschikken over de uitrusting, procedures en vakbekwaamheid die nodig zijn om op te treden bij incidenten waarbij lithium-ion batterijen betrokken zijn. Brandweermedewerkers worden opgeleid in het herkennen van de specifieke risico’s van lithium-ion batterijen, zoals thermal runaway, explosiegevaar, het vrijkomen van schadelijke stoffen en mogelijke herontsteking.
c. Zijn de aanrijroutes, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid van zonneparken en eventuele batterijopslaglocaties beoordeeld door de veiligheidsregio?
Antwoord van de VRBN: Deze maken onderdeel uit van de beoordeling binnen het vergunningproces. Eventuele maatregelen worden op advies van de VRBN als maatwerk vastgesteld.
d. Is het college bereid de raad te informeren over de uitkomsten van deze beoordelingen?
Antwoord van de VRBN: Ja, wij informeren de raad bij raadsbesluiten over nieuwe vergunningen/projecten. Bij de nog lopende Wabo-aanvragen gebeurt dit via de verklaring van geen bedenkingen. Onder de Omgevingswet gebeurt dit bij Bopa-aanvragen waarvoor de raad als bindend adviseur is aangewezen, zoals bij bepaalde projecten voor energieopwekking en energieopslag met een hoogte van meer dan 3 meter of een oppervlakte van meer dan 30 m².
Vraag 8 a. Zijn bij de vergunde zonneparken risicoanalyses uitgevoerd voor sneeuwbelasting, bodemdaling, verzakking, stormschade en andere extreme weersomstandigheden?
Antwoord: Deze aspecten maken onderdeel uit van de beoordeling binnen het vergunningproces voor technische bouwactiviteit.
b. Worden exploitanten verplicht periodiek de constructieve veiligheid van draagconstructies en funderingen te controleren?
Antwoord: Nee. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht van de Omgevingswet. De verantwoordelijkheid ligt bij de vergunninghouder.
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 7 c. Zijn binnen gemeente Land van Cuijk signalen bekend van verzakkingen, constructieve schade of afwijkingen bij zonneparken?
Antwoord: Nee, er zijn geen gevallen bekend.
d. Welke lessen trekt het college uit incidenten elders in Nederland waarbij zonneparken schade opliepen door verzakkingen, constructiefalen of extreme weersomstandigheden?
Antwoord: Dit is een bevoegdheid van het Rijk. De regels rondom de aspecten staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Vraag 9 a. Wie is verantwoordelijk voor het spanningsloos maken van een zonnepark tijdens calamiteiten?
Antwoord: Dit is de verantwoordelijkheid van de eigenaar.
b. Beschikken hulpdiensten over actuele informatie en procedures om veilig te kunnen optreden bij incidenten waarbij zonnepanelen of batterijopslag betrokken zijn?
Antwoord van de VRBN: Brandweereenheden beschikken over procedures en vakbekwaamheid om veilig op te treden bij incidenten waarbij zonnepanelen en batterij-opslagsystemen betrokken zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke risico's van elektrische installaties, zoals de aanwezigheid van spanning, mogelijke herontsteking bij batterijopslagsystemen en de beperkte mogelijkheden om bepaalde onderdelen spanningsloos te maken. Daarnaast wordt, waar beschikbaar, gebruikgemaakt van objectinformatie en bereikbaarheidskaarten waarin relevante gegevens zijn opgenomen over de inrichting van het terrein, de installaties en de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. Tijdens een incident vindt, indien nodig, afstemming plaats met de eigenaar, beheerder of installateur van de installatie om de inzet zo veilig en effectief mogelijk uit te voeren.
De Veiligheidsregio volgt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en past haar werkwijzen, opleidingen en procedures waar nodig aan op nieuwe inzichten en risico's.
c. Zijn alle zonneparken binnen de gemeente voorzien van noodprocedures en schakelmogelijkheden die voldoen aan de geldende veiligheidsnormen?
Antwoord: Dit maakt onderdeel uit van de beoordeling binnen het vergunningproces. Eventuele maatregelen worden op advies van de VRBN als maatwerk vastgesteld.
Z/26/320857 - D/26/2459416 / RIS 2026-V-60 8 d. Wordt hierop actief gecontroleerd en gehandhaafd?
Antwoord: Nee, wij voeren toezicht en handhaving uit conform het programma uitvoering en handhaving, waarin onze prioriteiten zijn vastgelegd.
Hoe ziet het vervolgtraject eruit? Niet van toepassing.
Bijlagen Bij deze beantwoording horen geen bijlagen.
Burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,
Johan Postma Marieke Moorman