Houten, 17 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
SCHRIFTELIJKE VRAGEN [1] AAN HET COLLEGE
ZOALS BEDOELD IN ART. 36 RVO
Registratienummer: ( _in te vullen door de raadsgriffie)_
Datum: 10 juni 2026
Aan de voorzitter van de raad
Steller van de vragen: Sharon Zwijsen (Inwonerspartij Toekomst Houten)
Onderwerp : Participatie en communicatie rondom initiatieven Odijkseweg 36 en De Slinger 1
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1. Is het college bekend met de zorgen en onrust onder omwonenden naar aanleiding van de plannen voor Odijkseweg 36 en De Slinger 1?
2. Klopt het dat beide initiatieven zich momenteel nog in een ambtelijke fase bevinden en dat er nog geen formeel standpunt van het college is ingenomen?
3. Is het college het met ITH eens dat bij de voorgelegde plannen aan inwoners door de initiatiefnemers voor Odijkseweg 36 en De Slinger 1 sprake was van vergaand uitgewerkte voorstellen, waardoor omwonenden de indruk konden krijgen dat wezenlijke aanpassingen op basis van hun inbreng niet of nauwelijks meer mogelijk zijn? Zo nee, waarom niet?
4. Is het college bereid initiatiefnemers van Odijkseweg 36 en De Slinger 1 actief op te roepen om op korte termijn met omwonenden in gesprek te gaan over hun plannen en de ingebrachte zorgen?
5. Is het college bereid de initiatiefnemers te verzoeken om hier de ‘wit-vel’-benadering toe te passen of een aantal scenario’s met inwoners te bespreken?
6. Herkent het college het signaal dat omwonenden zich genoodzaakt voelen zich voor te bereiden op bezwaarprocedures omdat zij het gevoel hebben dat hun invloed op de plannen beperkt is geweest? Deelt het college de opvatting dat er nog mogelijkheden zijn om door middel van een open gesprek tussen initiatiefnemers en omwonenden tot meer begrip, draagvlak en mogelijk aanpassing van de plannen te komen, voordat formele procedures worden gestart?
7. Waar wordt naar gekeken bij de ambtelijke toets? Is participatie daar ook een factor en hoe wordt beoordeeld of dat voldoende plaats heeft gevonden?
8. Kan het college toelichten hoe het mogelijk is dat een initiatief al geruime tijd ambtelijk bekend is, terwijl omwonenden pas in een later stadium over de plannen worden geïnformeerd of betrokken en de gemeente geen informatie kan bieden over deze initiatieven?
Indien nodig een toelichting:
De Inwonerspartij heeft signalen van inwoners ontvangen rondom de ontwikkelingen aan de Odijkseweg 36 en De Slinger 1. Omwonenden geven aan dat zij zijn geconfronteerd met plannen die door initiatiefnemers zijn gepresenteerd, maar dat deze plannen al in een vergevorderd stadium lijken te verkeren. Hierdoor ontstaat bij inwoners de indruk dat wezenlijke aanpassingen op basis van hun
inbreng niet of nauwelijks meer mogelijk zijn. Daarnaast krijgen ze geen contact met de initiatiefnemers of de gemeente.
Inwoners geven aan dat zij behoefte hebben aan een constructief gesprek met de initiatiefnemers over de gevolgen van de plannen voor hun leefomgeving, maar dat dit gesprek tot op heden niet van de grond komt. Tegelijkertijd bevinden de initiatieven zich nog in een ambtelijke fase, waardoor de gemeente nog geen formeel standpunt heeft ingenomen. Dit leidt bij inwoners tot onzekerheid en het gevoel dat zij onvoldoende invloed kunnen uitoefenen op de verdere planvorming.
ITH vindt dat participatie meer moet zijn dan het presenteren van een uitgewerkt plan aan de omgeving. Goede participatie begint juist in een vroeg stadium, wanneer uitgangspunten, wensen en mogelijke oplossingen nog bespreekbaar zijn. Een zogenoemde 'wit-vel-benadering', waarbij initiatiefnemers samen met omwonenden verkennen wat passend is voor een locatie, doet volgens ITH meer recht aan de bedoeling van participatie dan een proces waarin inwoners vooral kunnen reageren op keuzes die feitelijk al zijn gemaakt.
ITH roept het college op om niet af te wachten tot formele procedures starten, maar initiatiefnemers en omwonenden op deze twee locaties actief met elkaar in gesprek te brengen. In deze fase bestaat nog ruimte om zorgen te bespreken, begrip te creëren en waar nodig naar aanpassingen of alternatieven te kijken.
Ondertekening en naam:
Sharon Zwijsen ITH
_1 Begripsomschrijving:_
_Schriftelijke vragen aan het college_ _: het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over_ _aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair_ _van informatieve strekking. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in ieder geval binnen 30 dagen nadat_ _de vragen zijn binnengekomen._
_Wijze van indienen van schriftelijke vragen:_ _de vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend (art. 36, tweede lid Reglement van orde voor de werkzaamheden van_ _de gemeenteraad)._