Hollands Kroon, 14 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
POLITIEKE VRAGEN GEMEENTERAAD CONFORM ART. 7.1 REGLEMENT VAN ORDE
Fractie(s) CDA Hollands Kroon Datum 14 september 2026 Volgnummer PV 2621 Onderwerp Gevolgen ontwerp Waterschapsverordening HHNK 2027 voor ondernemers en het buitengebied van Hollands Kroon Geachte leden van het college,
Het CDA onderschrijft het belang van schoon oppervlaktewater en begrijpt dat het
Hoogheemraadschap regels stelt om de waterkwaliteit te beschermen. Tegelijkertijd maken wij ons
zorgen over de gevolgen die de ontwerp-Waterschapsverordening 2027 en de actieve handhaving
van het lozingsverbod kunnen hebben voor ondernemers en instellingen in het buitengebied.
Op papier kan een maatregel logisch en verdedigbaar zijn. In de praktijk kan dezelfde maatregel
echter grote gevolgen hebben voor individuele ondernemers en instellingen. Denk aan een camping,
groepsaccommodatie, zorgboerderij of recreatiebedrijf dat geconfronteerd wordt met forse
investeringen voor een rioolaansluiting of opslagvoorziening, terwijl daarvoor lokaal geen passende
infrastructuur beschikbaar is.
Het CDA vindt dat milieudoelen haalbaar en uitvoerbaar moeten zijn. Dat vraagt niet alleen om
duidelijkheid over waarom een maatregel nodig is, maar ook over wat er concreet van ondernemers
en instellingen wordt verwacht, hoeveel tijd zij krijgen om daaraan te voldoen bijvoorbeeld om te
sparen of een investering te plannen en uit te voeren en of een eenmaal getroffen individuele
maatregel ook op langere termijn aan de eisen blijft voldoen. Zonder een doorrekening van de
gevolgen in de hele keten, van regelgeving tot individuele maatregel, bestaat het risico dat
ondernemers fors investeren in een voorziening die na een paar jaar alsnog niet meer voldoet.
Regelgeving stellen is één stap; de uitvoering daarna vraagt om minstens zoveel aandacht.
Daarbij speelt niet alleen een individueel belang, maar ook een gemeentelijk belang: wanneer
bestaande situaties niet langer zijn toegestaan en alternatieven hoge kosten met zich meebrengen,
kan de druk toenemen om collectieve voorzieningen te realiseren. Daarmee raakt dit vraagstuk
mogelijk ook de gemeente Hollands Kroon, financieel en organisatorisch denk aan een toenemende
vraag naar rioleringsvoorzieningen, verzoeken om ondersteuning en gevolgen voor de leefbaarheid
en economische vitaliteit van het platteland.
Juist daarom vindt het CDA het van belang dat tijdig inzicht ontstaat in de gevolgen voor Hollands
Kroon, de verantwoordelijkheidsverdeling tussen betrokken overheden en de wijze waarop deze
belangen worden meegenomen in de zienswijzeprocedure die momenteel loopt. De
zienswijzetermijn loopt tot en met 6 oktober 2026.
1. Is het college bekend met de zorgen die leven onder ondernemers, recreatieve
voorzieningen, zorgboerderijen en andere instellingen over de gevolgen van het
lozingsverbod en de actieve handhaving daarvan? Zo ja, hoe beoordeelt het college deze
zorgen?
2. Heeft het college inzicht in hoeveel locaties binnen Hollands Kroon mogelijk door deze
regelgeving worden geraakt en om welke typen bedrijven, instellingen en voorzieningen het
daarbij gaat?
3. Op welke wijze worden ondernemers en instellingen geïnformeerd over de gevolgen van
deze regelgeving en de maatregelen die van hen worden verwacht?
4. Deelt het college de zorg dat de financiële gevolgen voor sommige ondernemers aanzienlijk
kunnen zijn wanneer aansluiting op een rioolstelsel of aanleg van een eigen
opslagvoorziening noodzakelijk wordt, en heeft het college inzicht in de kosten waarmee
betrokken ondernemers en instellingen mogelijk worden geconfronteerd?
5. Is het college bekend met situaties waarin sprake is van tijdelijke, seizoensgebonden of sterk
wisselende belasting, zoals bij recreatieve voorzieningen? Zo ja, biedt de
ontwerpverordening hiervoor volgens het college voldoende ruimte voor maatwerk?
6. Verwacht het college dat deze regelgeving kan leiden tot een toenemende vraag naar
rioolaansluitingen, persriolering of andere collectieve voorzieningen in het buitengebied, met
mogelijke financiële en organisatorische gevolgen voor de gemeente Hollands Kroon? En hoe
kijkt het college in dat licht aan tegen de vraag wie verantwoordelijk is voor de benodigde
infrastructuur wanneer bestaande lozingsmogelijkheden vervallen: de ondernemer, het
waterschap of de gemeente?
7. Is het college voornemens een zienswijze in te dienen op de ontwerp Waterschapsverordening 2027? Zo ja, welke aandachtspunten wil het college daarbij onder
de aandacht van HHNK brengen?
8. Is het college bereid daarin specifiek aandacht te vragen voor uitvoerbaarheid,
proportionaliteit en maatwerk, vanuit de opvatting dat nieuwe regelgeving pas goed
uitvoerbaar is wanneer voor ondernemers en instellingen duidelijk is welke maatregelen
nodig zijn, welke kosten daarmee gemoeid zijn, welke redelijke overgangstermijn zij krijgen
om daaraan te voldoen, en welke ondersteuning of alternatieven beschikbaar zijn evenals
voor de mogelijke gevolgen voor ondernemers in het buitengebied en gemeenten?
9. Is bij het college bekend of HHNK bij het opstellen van de ontwerp-Waterschapsverordening
een MKB-toets of vergelijkbare uitvoerings-/haalbaarheidstoets heeft laten uitvoeren naar
de gevolgen voor ondernemers en instellingen? Zo nee, is het college bereid HHNK in de
zienswijze te vragen dit alsnog te doen, en daarbij ook aandacht te vragen voor de vraag of
individuele maatregelen ook op langere termijn aan toekomstige eisen blijven voldoen?
Met vriendelijke groet,
Namens de fractie CDA Hollands Kroon
P. Laan-Olij