Hollands Kroon, 23 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
De fractie van
LDA
Verzenddatum
Ons kenmerk
Uw kenmerk
PV-2619
Uw brief van
8 september 2026
onderwerp Contact SMR-ontwikkelingen Frank Warmerdam
Pagina
1/3 T 088-321 5000
Beste fractie,
Op 8 september 2026 heeft u politieke vragen (nummer PV-2619) gesteld over SMR-ontwikkelingen. In
deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen.
Reactie
_1._ _In het memo staat dat het college kiest voor: ‘waar passend regionaal ondersteunen wanneer_
_kansen zich voor doen’._
_Wat voor kansen ziet het college en wat is ‘passend ondersteunen’?_
Het college ziet kansen op het gebied van kennisontwikkeling, regionale samenwerking,
economische ontwikkeling en de toekomstige energievoorziening van Noord-Holland Noord,
waaronder eventuele SMR-ontwikkelingen.
Met "waar passend regionaal ondersteunen wanneer kansen zich voor doen" bedoelt het college
het waar relevant deelnemen aan regionale gesprekken, het delen van kennis en inzichten en
het constructief meedenken over in dit geval SMR-vraagstukken die van belang kunnen zijn voor
Hollands Kroon en de regio. Ook kan er worden gedacht aan het steunen van bijvoorbeeld
subsidie- of investeringsaanvragen die een positieve impact kunnen hebben op de regio.
_2._ _Als gemeente Opmeer besluit voor een regionale aanpak te kiezen, ziet het college Hollands_
_Kroon dan als logische samenwerkingspartner? Zo nee, waarom niet?_
Contact Social Media Overige gegevens
[www.hollandskroon.nl](http://www.hollandskroon.nl/) facebook.com/hollandskroon BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785
T 088 – 321 50 00 BIC: BNGHNL2G
Wanneer Opmeer besluit voor een regionale aanpak te kiezen, is het voor het college
vanzelfsprekend om eventuele verzoeken tot samenwerking open en constructief te beoordelen.
Wanneer zich een concreet initiatief aandient, zal het college beoordelen wat dit betekent voor
Hollands Kroon en welke rol en bijdrage passend is.
_3._ _Waaruit blijkt voor het college de faciliterende rol van de provincie?_
Dit blijkt onder andere uit het nieuwsartikel van de Energieregio Noord-Holland: IS
[KERNENERGIE DE TOEKOMST VOOR NOORD-HOLLAND? | Energieregio Noord-Holland](https://energieregionh.nl/nieuws/is-kernenergie-de-toekomst-voor-noord-holland)
_De rol van de provincie_
_De provincie Noord-Holland ziet haar rol vooral als kennisverzamelaar. Ze wijst geen locaties aan_
_en bepaalt niet of er kerncentrales komen. Wel heeft de provincie invloed op vergunningen en_
_milieuaspecten, zoals natuurbescherming en waterbeheer. “We weten nog niet precies welke_
_vergunningen nodig zijn. Dat wordt onderzocht in een landelijke programma. Zodra hier meer_
_duidelijkheid over is, kunnen we eventueel een volgende stap zetten.” aldus Van der Knaap._
Daarnaast blijkt dit uit de samenwerking die de provincie is aangegaan met Thorizon voor de
[ontwikkeling van een gesmoltenzoutreactor: Noord-Holland gaat samenwerking aan voor](https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2026/April_2026/Noord_Holland_gaat_samenwerking_aan_voor_ontwikkeling_gesmoltenzoutreactor)
[ontwikkeling...](https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2026/April_2026/Noord_Holland_gaat_samenwerking_aan_voor_ontwikkeling_gesmoltenzoutreactor)
_“De provincie ziet de samenwerking als een belangrijke stap voor onderzoek, innovatie en_
_kennisontwikkeling op het gebied van nucleaire technologie in Noord-Holland.”_
_4._ _In het memo staat: Vragen over kosten, planning, veiligheid, vergunningverlening en effecten op_
_het energiesysteem moeten de komende jaren verder worden beantwoord._
_Welke vragen heeft het college nog over deze onderwerpen die nog niet beantwoord zijn door de_
_haalbaarheidsonderzoeken in Opmeer, en de Kamerbrieven en routekaart 7GW kernenergie van_
_het Rijk?_
Het college ziet daarom nog verschillende vragen waarop naar haar oordeel nog geen definitieve
antwoorden beschikbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn:
- de uiteindelijke investerings- en exploitatiekosten van SMR's in de Nederlandse situatie;
- de planning en realisatietermijnen van eerste commerciële projecten;
- de wijze waarop vergunningprocedures in de praktijk vorm krijgen;
- de gevolgen voor het regionale elektriciteitsnet en de (eventueel) benodigde
netuitbreidingen;
- de beschikbaarheid en noodzaak van voldoende koelwater op mogelijke locaties;
- de verdeling van verantwoordelijkheden tussen initiatiefnemers, gemeenten, provincie
en Rijk;
- de impact op de leefomgeving en de wijze waarop draagvlak wordt georganiseerd.
Pagina
2/3
Het college merkt daarbij op dat veel van deze vragen momenteel onderwerp zijn van landelijke
uitwerking door het Rijk, provincies en betrokken toezichthouders. Dit blijkt ook uit de
[Kamerbrief “Routekaart 7 GW Kernenergie” van 19 juni 2026:](https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z13956&did=2026D31297)
- _“Ik heb dan ook afspraken gemaakt met het IPO en de provincies om te starten met_
_potentieonderzoeken, om de toegevoegde waarde van SMR's in het regionale_
_energiesysteem te onderzoeken. Ik zal de provincies waar nodig ondersteunen bij het in_
_kaart brengen van mogelijke locaties binnen het regionale energiesysteem. In het PEH II,_
_zullen SMR’s in het nationale energiesysteem ruimtelijk onderzocht worden.”_
- _“Bovendien zie ik dat gemeenten, zoals Opmeer en Den Helder, initiatieven ontplooien._
_Deze voorbeelden laten zien dat regionale schaal relevant en nodig is, bijvoorbeeld voor_
_het vinden van voldoende afnemers om tot een business case te kunnen komen. De_
_schaalvoordelen zijn makkelijker te vinden op regionaal niveau. Daarom kies ik ervoor_
_om provinciale overheden te ondersteunen in de uitvoering van regionale_
_potentieonderzoeken.”_
_5._ _Welke kansen ziet het college voor toepassing van SMR’s op specifiek Agriport?_
Het college ziet dat Agriport A7 één van de grootste concentraties van energie-intensieve
bedrijvigheid in Noord-Holland Noord vormt. Daardoor wordt Agriport A7 in regionale discussies
regelmatig genoemd als een locatie waar vraag en aanbod van energie in potentie dicht bij
elkaar kunnen komen.
Tegelijkertijd benadrukt het college dat er op dit moment geen concreet SMR-initiatief voor
Agriport bekend is. Het college vindt het daarom prematuur om uitspraken te doen over de
kansen voor toepassing van SMR’s op specifiek Agriport. Eerst zullen eventuele initiatieven
moeten worden beoordeeld op aspecten zoals veiligheid, ruimtelijke inpassing, economische
meerwaarde, neteffecten, maatschappelijke meerwaarde en brede welvaart. Dit brengt focus
aan en waarborgt dat enkel de meest kansrijke initiatieven worden ondersteund.
Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders,
H. van der Woude A. van Dam
gemeentesecretaris burgemeester
Deze brief is digitaal gemaakt en daarom niet ondertekend.
Pagina
3/3