Hollands Kroon, 23 september 2026
POLITIEKE VRAGEN GEMEENTERAAD CONFORM ART. 7.1 REGLEMENT VAN ORDE
Fractie(s) Onafhankelijk Hollands Kroon Datum 26-8-2026 Volgnummer PV 2618 Onderwerp Gevolgen van langdurige zandsuppletie voor het westelijke Waddengebied Geachte leden van het college,
Het idee van VVD Hollands Kroon om het Balgzand in te polderen en boven Wieringen, door het Werelderfgoed Waddenzee, een snelwegverbinding tussen Den Oever en Den Helder aan te leggen, is voor Onafhankelijk Hollands Kroon aanleiding om vragen te stellen. Deze vragen gaan over de ontwikkeling van het westelijke Waddengebied en de gevolgen van langdurige zandsuppletie.
Het gebied rond Wieringen is in de afgelopen eeuw sterk veranderd. Door de Zuiderzeewerken en de aanleg van de Amsteldiepdijk en de Afsluitdijk veranderden de oorspronkelijke getijdenstromen en geulen ingrijpend. Grote delen van het gebied zijn daardoor geleidelijk minder diep geworden of dichtgeslibd.
Sinds de jaren negentig wordt bovendien op grote schaal zand aangebracht langs de Nederlandse kust. Een deel van dit zand komt via de kust en zeegaten in de Waddenzee terecht. Binnen de visserij bestaan zorgen over de ontwikkeling van het westelijke Waddengebied op de lange termijn. Veranderingen in geulen, zandplaten, sediment en bodemleven kunnen gevolgen hebben voor de visstand en de visserij.
Ook inwoners van Wieringen maken zich zorgen over de veranderende relatie met de Waddenzee aan de noordkant van het voormalige eiland. Zij zien dat het water steeds verder van Wieringen af komt te liggen, terwijl het water cruciaal is voor de eilandbeleving en de relatie van Wieringen en Wieringers met de Waddenzee.
Er is onderzoek gedaan naar afzonderlijke zandsuppleties en naar een aantal gezamenlijke effecten. Toch is nog niet volledig duidelijk wat het gezamenlijke effect is van tientallen jaren zandsuppletie op de sedimenthuishouding en de ecologische ontwikkeling van het westelijke Waddengebied. Onafhankelijk Hollands Kroon vindt het belangrijk dat deze ontwikkelingen goed in beeld worden gebracht. De partij wil dat de zorgen van de visserij en de inwoners worden meegenomen bij het bepalen van toekomstig beleid.
Daarom stellen wij de volgende vragen:
1. Is het college bekend met de zorgen die binnen de visserij leven over de langetermijnontwikkeling van het Westelijk Waddengebied en de mogelijke gevolgen daarvan voor de visstand en de visserij? Zo ja, hoe worden deze zorgen door het college beoordeeld?
2. Is bij het college bekend in welke mate de grootschalige zandsuppleties langs de NoordHollandse kust sinds de jaren ’90 invloed hebben gehad op de ontwikkeling/het dichtslibben van het Westelijk Waddengebied, waaronder het gebied rond het Balgzand en Wieringen?
3. Is volgens het college voldoende onderzocht wat het langetermijneffect is van de opeenvolgende zandsuppleties gezamenlijk op de sedimenthuishouding van het Westelijk Waddengebied? Zo nee, is het college bereid hierover duidelijkheid te vragen aan Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat?
4. Is specifiek onderzocht wat de langetermijngevolgen van de zandsuppleties sinds de jaren ’90 kunnen betekenen voor de visstand en de visserij in het Westelijk Waddengebied? Zo ja, kan het college de resultaten hiervan met de raad delen? Zo nee, is het college bereid te vragen waarom dit niet is onderzocht?
5. Is het college bereid de zorgen over de langetermijneffecten van zandsuppleties expliciet in te brengen in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied en daarbij Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat te verzoeken om een duidelijk beeld te geven van de gevolgen van tientallen jaren zandsuppleties voor het Westelijk Waddengebied?
6. Is het college bereid daarbij specifiek aandacht te vragen voor de mogelijke gevolgen voor het bodemleven, de visstand en de visserij, en te vragen welke kennis volgens Rijkswaterstaat en IenW nog ontbreekt?
7. Is het college bereid ook aandacht te vragen voor de sociaal-maatschappelijke en historische gevolgen op de relatie van de eilandgemeenschap van Wieringen met de Waddenzee?
8. Is het college bereid de raad over de uitkomsten hiervan te informeren en daarbij ook aan te geven of volgens Rijkswaterstaat en IenW aanvullend onderzoek nodig is naar de langetermijneffecten van zandsuppleties op het Westelijk Waddengebied?
Met vriendelijke groet, _namens de fractie Onafhankeliijk Hollands Kroon_
_Alexander Bügel_ _Onafhankeliijk Hollands Kroon_