Heeze-Leende, 21 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Datum 21 juli 2026 Onderwerp Schriftelijke vragen ex artikel 41 Fractie De Lokale VVD Heeze- Leende
Onderwerp: Toekomst van het buitengebied van Heeze-Leende naar aanleiding van de stapeling van landelijke en provinciale opgaven
De afgelopen jaren hebben agrarische ondernemers steeds vaker te maken gekregen met nieuwe regels en opgaven vanuit Rijk, provincie en Europa. Denk daarbij aan stikstof, Natura 2000, beekdalen, waterkwaliteit, grondwaterbescherming, klimaatdoelen en ruimtelijke ontwikkelingen.
Op zichzelf zijn veel van deze opgaven begrijpelijk. De optelsom ervan kan echter grote gevolgen hebben voor de toekomst van het buitengebied van Heeze-Leende.
Juist in onze gemeente komen veel van deze opgaven samen. Daardoor ontstaat het risico dat agrarische ondernemers steeds minder ruimte krijgen om hun bedrijf voort te zetten of verder te ontwikkelen. Daarmee raakt deze discussie niet alleen de landbouw, maar ook de lokale economie, de leefbaarheid van onze dorpen en de toekomst van ons buitengebied.
Veel ondernemers hebben de afgelopen jaren, vaak op verzoek van de overheid, fors geïnvesteerd in verduurzaming, innovatie en emissiereductie. Wanneer de overheid vervolgens opnieuw de spelregels verandert, raakt dat ook het vertrouwen in de overheid en de bereidheid om opnieuw te investeren.
In de regio wordt inmiddels gesproken over een scenario waarbij ongeveer 180 agrarische bedrijven zouden kunnen stoppen. Mocht een ontwikkeling van die omvang werkelijkheid worden, dan heeft dat gevolgen die veel verder gaan dan de agrarische sector alleen.
De Lokale VVD vindt dat besluiten over het buitengebied niet uitsluitend gebaseerd mogen worden op afzonderlijke kaarten, modellen of deelopgaven. Er moet juist integraal worden gekeken naar natuur, economie, voedselproductie, eigendom, leefbaarheid en ondernemerschap. Daarom stellen wij de volgende vragen.
Vragen 1. Heeft het college inmiddels een integraal beeld van de gevolgen die de stapeling van stikstof-, natuur-, water-, klimaat- en ruimtelijke opgaven kan hebben voor het buitengebied van Heeze-Leende? Zo ja, welke conclusies verbindt het college daaraan?
2. Kan het college op basis van reeds beschikbare gegevens aangeven hoeveel agrarische bedrijven, hectares landbouwgrond en andere ondernemingen mogelijk geraakt worden door de aangekondigde maatregelen? Zijn deze gegevens bestuurlijk in beeld gebracht?
3. Is het college van mening dat Heeze-Leende ook over tien tot twintig jaar nog een sterke agrarische sector moet hebben? Zo ja, welke concrete keuzes maakt het college om dat toekomstbeeld daadwerkelijk dichterbij te brengen?
4. Veel agrarische ondernemers hebben de afgelopen jaren op verzoek van de overheid geïnvesteerd in verduurzaming en emissiereductie. Hoe beoordeelt het college de gevolgen van opnieuw wijzigende landelijke spelregels voor de rechtszekerheid,
investeringsbereidheid en het vertrouwen van ondernemers? Op welke wijze brengt het college dit onder de aandacht van provincie en Rijk?
5. In de regio Heeze-Leende, Cranendonck en Valkenswaard wordt gesproken over een scenario waarbij ongeveer 180 agrarische bedrijven hun activiteiten mogelijk niet kunnen voortzetten. Heeft het college inzicht in de mogelijke economische en maatschappelijke gevolgen voor Heeze-Leende, waaronder werkgelegenheid, familiebedrijven, bedrijfsopvolging, verenigingen, voorzieningen en de leefbaarheid van het buitengebied?
6. Welke gevolgen verwacht het college wanneer een aanzienlijk aantal agrarische bedrijven verdwijnt voor het beheer en onderhoud van het landschap, leegstand van agrarische erven, verpaupering, risico's op ondermijnende activiteiten en de aantrekkelijkheid van het buitengebied om te wonen, werken en ondernemen?
7. Beschikt het college over inzicht in de totale economische keten die afhankelijk is van de agrarische sector binnen onze gemeente, waaronder loonwerkers, transportbedrijven, installateurs, machinehandelaren, dierenartsen, accountants, leveranciers en andere aanverwante bedrijven? Zo nee, acht het college het wenselijk dit inzicht alsnog te verkrijgen om toekomstige keuzes beter te kunnen onderbouwen?
8. Is het college bereid zich samen met omliggende gemeenten actief richting provincie en Rijk uit te spreken voor het behoud van een toekomstbestendige agrarische sector als economische en maatschappelijke drager van ons buitengebied? Is het college tevens bereid de gemeenteraad periodiek te informeren over de voortgang van deze inzet en de gevolgen van de landelijke en provinciale plannen voor Heeze-Leende?
De Lokale VVD is ervan overtuigd dat een vitaal buitengebied niet alleen wordt bepaald door natuur, maar juist ook door ondernemers die investeren, innoveren en verantwoordelijkheid nemen. Alleen door natuur, economie, eigendom, voedselproductie en leefbaarheid in samenhang te bekijken, houden we Heeze-Leende ook voor toekomstige generaties aantrekkelijk om te wonen, werken en ondernemen.
Wij zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet.