Heerlen, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Documentnummer 1056227
De heer R.H.F. Leers Alhier
Heerlen,
28 september 2026
Onderwerp Beantwoording vragen ex. art. 33 RvO.
Geachte heer Leers,
Naar aanleiding van uw vragen d.d. 1 september 2026 inzake Dag- en Nachtopvang (DNO) Molenberg met 5 plekken delen wij u het volgende mede.
Vraag 1 Is het college bekend met de wijze waarop begeleiding bij uitloop in de dementiezorg is geregeld, en ziet het college fundamentele verschillen die het toepassen van eenzelfde begeleidingsplicht bij de DNO onmogelijk maken? Zo ja, welke?
Antwoord Ja, het college is bekend met de wijze waarop binnen de dementiezorg wordt omgegaan met situaties waarin cliënten risico lopen om te verdwalen of zichzelf in gevaar te brengen. Het college ziet echter fundamentele verschillen tussen de doelgroep binnen de dementiezorg en de doelgroep van de maatschappelijke opvang.
Binnen de dementiezorg kan, onder strikte wettelijke voorwaarden en wanneer sprake is van een medische noodzaak, vrijheidsbeperking worden toegepast om ernstig nadeel voor betrokkene en omwonenden te voorkomen. De cliënten van de dag- en nachtopvang en de Domushuizen verblijven daar echter op vrijwillige basis. Zij beschikken in beginsel over hun volledige bewegingsvrijheid en zelfbeschikkingsrecht. Een algemene begeleidingsplicht waarbij cliënten uitsluitend onder begeleiding de locatie zouden mogen verlaten, past niet binnen de aard en uitgangspunten van de maatschappelijke opvang.
Vraag 2 Is het college bereid om, naar voorbeeld van de begeleidingsplicht in de dementiezorg, een vergelijkbare eis op te nemen in de (vervolg)overeenkomst met het Leger des Heils voor de DNO en Domus huizen, zodat bezoekers niet langer zonder begeleiding het pand kunnen verlaten? Zo nee, welk juridisch, praktisch of financieel bezwaar staat dit in de weg?
Antwoord
Een dergelijke verplichting is juridisch niet mogelijk. De cliënten van de dag- en nachtopvang en de Domushuizen verblijven daar vrijwillig. Het zonder individuele juridische grondslag beperken van hun bewegingsvrijheid zou een zeer vergaande maatregel zijn die niet past binnen de wettelijke kaders van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Een algemene verplichting om cliënten uitsluitend onder begeleiding het pand te laten verlaten, zou een onevenredige beperking van hun grondrechten en zelfbeschikking vormen.
De DNO Het Gasthuis vervult een belangrijke regionale functie en het merendeel van de cliënten maakt op een passende wijze gebruik van de voorzieningen. Het college zet daarom in op gerichte begeleiding, toezicht en samenwerking tussen zorg-, veiligheids- en handhavingspartners in plaats van op generieke vrijheidsbeperkende maatregelen.
Vraag 3 Kan het college de exacte politie- en handhavingsuren en -kosten die het afgelopen jaar zijn ingezet rond de DNO en de Domushuizen in Heerlen specificeren?
Antwoord Het college beschikt niet over een registratie waarin politie- en handhavingsuren en de daaraan verbonden kosten specifiek en exclusief worden bijgehouden voor de dag- en nachtopvang en de Domushuizen. Politie en handhaving opereren gebiedsgericht en registreren hun inzet niet op een wijze die een dergelijke exacte uitsplitsing mogelijk maakt.
Vraag 4 Is het college bereid om een concreet plan aan de raad voor te leggen waarin is uitgewerkt hoe een begeleidingsplicht bij uitloop, vergelijkbaar met die in de dementiezorg, bij de DNO en Domus locaties kan worden ingevoerd?
Antwoord Zoals bij de beantwoording van de vragen 1 en 2 is aangegeven, acht het college een dergelijke begeleidingsplicht juridisch niet mogelijk, praktisch niet uitvoerbaar en financieel niet haalbaar. Daarom ziet het college geen aanleiding om een plan uit te werken voor de invoering van een dergelijke maatregel.
Vraag 5 Waarom is besloten tot uitbreiding van de DNO op de Molenberg, terwijl de wijk al een Domushuis en deze DNO herbergt, zonder dat alternatieve locaties buiten woonwijken zijn onderzocht of aan de raad zijn voorgelegd?
Antwoord De tijdelijke uitbreiding van de dag- en nachtopvang op de locatie Molenberg is gekozen omdat deze locatie reeds is ingericht voor maatschappelijke opvang en beschikt over de benodigde voorzieningen, expertise en werkprocessen. Daarmee past de uitbreiding binnen de bestaande functie van de locatie.
Daarnaast wordt gedurende de winterperiode al jarenlang gewerkt met een vergelijkbare uitbreiding van de opvangcapaciteit op deze locatie. De organisatie, begeleiding en bedrijfsvoering zijn hierop ingericht.
Verder is de opvanglocatie in Landgraaf in de afgelopen jaren al uitgebreid na een verbouwing en bestaat daar geen mogelijkheid voor verdere uitbreiding van de capaciteit. Het college beschikt op dit moment niet over andere geschikte locaties buiten woonwijken waar deze opvangfunctie op korte termijn kan worden gerealiseerd.
Gelet op het voorgaande acht het college de tijdelijke uitbreiding op de bestaande locatie Molenberg de meest passende en uitvoerbare oplossing.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen,
de burgemeester, de wnd. secretaris,
drs. R. Wever
J.C.N. Eijkenboom