Heerenveen, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_74_
IBABS ID: TV 30
Van: F. de Graaf (D66)
Portefeuillehouder:
A. Eijer
Behandelend ambtenaar:
H.Huisman
Datum ontvangst vragen:
14 september 2026
Vragen beantwoorden voor:
10 werkdagen na ontvangst
Onderwerp: Klepelmaaien
Inleiding: Tijdens de commissievergadering van 10 september heeft D66 opgeroepen om te stoppen met het klepelmaaien in voormalig Boarnsterhim. Het is slecht voor de biodiversiteit en de Gedragscode Soortenbescherming Gemeenten staat dit alleen nog toe in uitzonderlijke gevallen. In reactie hierop is aangegeven dat Gemeente Heerenveen nog klepel-maait omdat de fysieke ruimte niet anders toestaat.
1: Vraag: Houdt de gemeente zich hiermee aan de Gedragscode Soortenbescherming Gemeenten?
Antwoord: Zolang het klepelbeheer in het voormalig Boarnsterhim wordt voortgezet, voldoet de gemeente op dit onderdeel niet aan de werkwijze zoals voorgeschreven in de Gedragscode Soortenbescherming Gemeenten. Om hieraan wel te voldoen, is omschakeling naar maaien en afvoeren noodzakelijk. Door afvoer van het maaisel verbetert de ecologische kwaliteit van de bermen.
In de gemeente Heerenveen worden de bermen grotendeels ecologisch verantwoord beheerd. Een uitzondering vormen de bermen in het voormalig Boarnsterhim, rond Akkrum en Aldeboarn. Deze bermen zijn na de gemeentelijke herindeling aan het areaal van Heerenveen toegevoegd. Het beheer bestond destijds uit klepelen en is mede vanwege de daarmee samenhangende extra kosten nooit omgezet naar ecologisch bermbeheer.
Omschakeling leidt tot hogere uitvoeringskosten veroorzaakt door het verzamelen, afvoeren en verwerken van het maaisel. Vanwege de financiële situatie van de gemeente Heerenveen is in het verleden afgezien van deze budgetverhoging. Om het beheer van de resterende klepelbermen in overeenstemming te brengen met de voorschriften uit de Gedragscode Soortenbescherming Gemeenten, is een structurele verhoging van het beheerbudget nodig.
Opgemerkt moet worden dat in dit gebied een meerjarige pilot uitgevoerd wordt waarbij een aantal bermen al wel ecologisch worden beheerd (maaien en afvoeren). De ontwikkeling van flora en fauna in deze bermen, als gevolg van de omschakeling in beheer, wordt gemonitord door de Vlinderstichting. Op basis hiervan kunnen streefbeelden voor de overige bermen in het gebied worden bepaald. De resultaten van de pilot zijn in november 2026 bekend.