Harlingen, 27 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Opdrachtgever Gemeente Harlingen
Datum 21 mei 2026
Kenmerk 022253.20260521.N1.01
Status Definitief
Pagina 1/5
Beantwoording vraag naar fietstunnel tweede ontsluiting Oostpoort
1. Inleiding
In 2023 is het bestemmingsplan Oostpoort 3 vastgesteld. De basisgedachte daarbij was dat
de ontsluiting van dit gebied zou plaatsvinden via de Fahrenheitstraat en de bestaande
rotonde nabij de Rijksweg. Daarbij was ook het voornemen om de ‘vrije’ ruimte rond de
Fahrenheitstraat te vergroten, zodat een verkeersveiligere ontsluiting mogelijk werd.
Inmiddels heeft de gemeenteraad ingestemd met het advies om een tweede ontsluiting te
realiseren voor Oostpoort 3. Een impressie van de situatie is weergegeven in figuur 1.1.
_Figuur 1.1: Impressie van de locatie en mogelijke tweede ontsluiting_
De gemeenteraad heeft gevraagd of het ook mogelijk is om een fietstunnel te realiseren
onder de tweede ontsluitingsweg. In de voorliggende notitie is ingegaan op deze vraag.
Daarbij is kort de situatie geschetst en is vervolgens ingegaan op de vraag over nut en
noodzaak van een fietstunnel onder de tweede ontsluiting van Oostpoort.
_Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland_
Snipperlingsdijk 4 Postbus 161 +31(0) 570 666 222 BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer 7400 AD Deventer info@goudappel.nl KVK 3801 7479
Nederland Nederland www.goudappel.nl IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
2. Uitgangspunten verkeer
De verkeerseffecten voor het autoverkeer zijn berekend met behulp van het verkeersmodel
van de gemeente Harlingen. Deze verkeerseffecten zijn reeds beschreven in de notitie
‘Verkeersafwikkeling Oostpoort 3’ d.d. 7 augustus 2025 met het kenmerk
020998.20250725.N1.01.
_Fietsverbinding_
De route langs de Rijksweg tussen Harlingen en Franeker betreft een hoofdfietsroute tussen
Franeker en Harlingen. Per werkdag maken circa 850 fietsers gebruik van deze route. De
tellocatie voor het fietsverkeer is weergegeven in figuur 2.1. De verkeerstellingen zijn
uitgevoerd tussen 7 en 16 mei 2025. Deze gegevens zijn representatief geacht voor een
jaargemiddelde werkdag.
_Figuur 2.1: Overzicht van de verkeerstellingen_
_Toekomstige situatie 2040 met twee ontsluitingen_
Voor de toekomstige situatie in 2040 zijn de beoogde verkeerseffecten voor het autoverkeer
berekend in combinatie met de toekomstige invulling van Oostpoort. De potentiële tweede
ontsluiting op de Rijksweg biedt een alternatieve route vanuit het plangebied. Uit
berekeningen blijkt dat een deel van het verkeer van en naar Oostpoort 3 gebruik gaat
maken van de nieuwe ontsluiting.
Met name verkeer in oostelijke richting zal gebruik gaan maken van de nieuwe aansluiting.
In de praktijk is het gebruik daarbij afhankelijk van de locatie van de betreffende bedrijven
en de herkomst van het verkeer. Vandaar dat hiervoor een bandbreedte is aangehouden.
Naar verwachting maken circa 500 tot 1.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik van de
tweede ontsluitingsweg. De ontsluiting via de Fahrenheitstraat blijft daarbij de belangrijkste
hoofdontsluiting waarvan het meeste verkeer van en naar Oostpoort gebruik maakt.
2
In figuur 2.2 zijn de wegvakken aangegeven waarvoor de verkeersintensiteiten inzichtelijk
zijn gemaakt. In tabel 2.1 is het bijbehorende aantal motorvoertuigen per etmaal
weergegeven.
_Figuur 2.2: Wegvakaanduiding Harlingen Oostpoort 3 met tweede ontsluiting_
_Tabel 2.1: Motorvoertuigen per etmaal per wegvak van de toekomstige situatie 2040 met_
_tweede ontsluiting_
3. Beoogde inrichting van de aansluiting
De tweede ontsluitingsweg wordt aangesloten op de Rijksweg. Een eerste impressie is
weergegeven in figuur 3.1.
3
_Figuur 3.1: Impressie van de locatie van de tweede ontsluitingsweg_
De aansluiting dient nog verder uitgewerkt te worden, waarbij de volgende inrichting
beoogd is:
- Het fietspad wordt uitgebogen en de fietsers komen in de voorrang.
- De maximumsnelheid op de Rijksweg wordt teruggebracht van 80 naar 60 km/h van de
rotonde tot en met de nieuwe aansluiting. Daarbij houdt het verkeer op de Rijksweg
voorrang.
Een voorbeeld van de beoogde inrichting (voorbeeld Rijksweg t.h.v. Westerpolder te
Dronryp) is weergegeven in figuur 3.2.
_Figuur 3.2: Voorbeeld van de beoogde inrichting van de aansluiting_
4
4. Noodzaak voor een fietstunnel
Een fietstunnel wordt normaliter toegepast op locaties waar sprake is van veel kruisend
autoverkeer of op locaties waar meerdere rijstroken moeten worden overgestoken of er
sprake is van hoge rijsnelheden van autoverkeer. Daarbij wordt een fietstunnel veelal vanuit
verkeersveiligheidsoogpunt toegepast. Daarbij kan een fietstunnel ook bijdragen aan een
verbeterde doorstroming van het fietsverkeer wanneer een drukke weg moet worden
gepasseerd die zonder voorzieningen moeilijk overgestoken kan worden.
Door de benodigde hellingbanen levert een fietstunnel echter ook weerstand voor het
fietsverkeer.
In de situatie van de tweede ontsluitingsweg is echter sprake van relatief weinig kruisend
verkeer (circa 500-1.000 motorvoertuigen per etmaal). De snelheden van het autoverkeer zijn
laag en door de uitbuiging van het fietspad ontstaat voldoende zicht op de kruisende
stromen voor het fietsverkeer.
Een fietstunnel op deze locatie is vanuit verkeerskundig oogpunt niet noodzakelijk en zorgt
naar verwachting alleen maar voor extra weerstand door de hellingbanen. Daarnaast heeft
een fietstunnel grote ruimtelijke en financiële consequenties.
_Ruimtelijke consequenties_
Om een fietstunnel mogelijk te maken zijn ingrijpende aanpassingen nodig aan de
omgeving. Het is daarbij nodig om de watergangen om te leggen en los van de tweede
ontsluitingsweg ook nieuwe verbindingen voor het fietsverkeer aan te leggen vanaf het
fietspad langs de Rijksweg naar de tweede ontsluitingsweg richting Oostpoort (buiten de
tunnel om). Hiervoor is relatief veel grond nodig die vervolgens niet meer kan worden
uitgegeven. Daarnaast liggen langs de route veel (hoofd)kabels en leidingen. Om een
fietstunnel op deze locatie mogelijk te maken zijn naar verwachting ook ingrijpende
aanpassingen nodig.
_Financiële consequenties_
Afhankelijk van de uitwerking en de complexiteit van de inpassing bedragen de kosten voor
een fietstunnel op deze locatie naar verwachting tussen de 1,5 en 2,5 miljoen euro. Dit is een
grove indicatie. Om een gedetailleerde uitspraak over de kosten te doen is een nadere
uitwerking nodig. Omdat de verkeerskundige noodzaak in deze situatie ontbreekt, is de
situatie niet verder uitgewerkt.
5