Harderwijk, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Technische vragen over het agendapunt van het burgerinitiatief voor de commissievergadering Stad en Omgeving vanuit PRO
1. We missen bij dit punt op de agenda de inhoudelijke stukken over het burgerinitiatief zelf, kunnen die nog toegevoegd worden?
_Beantwoording door griffie._
2. Het college stelt dat er al “ruim voldoende gelegenheid” is geweest om te participeren. Op basis van welke criteria beoordeelt het college dat participatie voldoende is geweest?
_Het college baseert zich op het door de raad vastgestelde “participatieplan Nieuw_ _Weiburg”. Het college heeft de daarin beschreven stappen uitgevoerd. Deze week heeft_ _u het participatieverslag ontvangen waarin zowel het proces als de inhoud van de_ _participatie is beschreven._ _In de aanloop naar de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten (NvU) heeft ook_ _participatie plaatsgevonden. Het verslag van dit participatieproces is opgenomen in_ _bijlage 1 van de NvU: Participatieschema per thema van de NvU._
3. Zijn er onderdelen in het plan van de gemeente waar de initiatiefnemers van de burgervariant nog invloed op kunnen hebben zonder een volledig nieuw stedenbouwkundig plan en zonder het hele proces opnieuw te doorlopen?
_In het participatieproces is nog ruimte voor inspraak. Het concept-omgevingsplan zal_ _voor iedereen ter inzage worden gelegd. Tevens wordt een informatieavond gehouden ._ _Dit is ook vastgelegd in het participatieplan._ _Het stedenbouwkundig plan is afgestemd op het inrichtingsplan voor de openbare ruimte_ _en de uitgevoerde onderzoeken. De verschillende onderdelen zijn dus op elkaar_ _afgestemd en vormen gezamenlijk één integraal plan. Dat betekent dat een wijziging van_ _een bepaald onderdeel gevolgen kan hebben voor andere onderdelen, zoals bijvoorbeeld_ _de inrichting van de openbare ruimte, de positie van woningen, maar ook het aantal_ _woningen._ _Insprekers kunnen uiteraard hun aandachtspunten, zorgen en suggesties naar voren_ _brengen. Deze zullen worden betrokken bij het vaststellen van het omgevingsplan. Waar_ _mogelijk kan naar aanleiding daarvan nog worden bijgestuurd._
4. Heeft het college onderzocht of onderdelen van de burgervariant kunnen worden doorgerekend of verwerkt zonder een volledig nieuw stedenbouwkundig plan en zonder het hele proces opnieuw te doorlopen?
_Het burgerinitiatief vraagt om een volwaardige burgervariant, zodat deze vergelijkbaar is_ _met het huidige plan. Het huidige vastgestelde plan is tot stand gekomen met input uit_ _een door de raad vastgesteld participatieproces en de Nota van Uitgangspunten. Een_ _nieuw plan ingebracht door de indieners van dit burgerinitiatief zal leiden tot nieuwe_ _onderzoeken, aanpassingen van de openbare ruimte en ondergrondse infrastructuur,_ _wellicht minder of andere typen woningen, heronderhandelingen met marktpartijen,_ _aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst en aanvullende participatie met_ _stakeholders. Het opnieuw maken van een plan, vraagt opnieuw middelen en capaciteit_ _waarin nu niet is voorzien en geeft vertraging bij het realiseren van de grote vraag naar_ _woningen._
5. Het college wijst mede op de onzekerheden van de pilot Kranenburg. Welke concrete onzekerheden zijn dat?
_De burgervariant uit 2025 vertoonde sterke gelijkenis met Kranenburg: een autoluwe wijk_ _zonder parkeervergunningen voor bewoners. Kranenburg omvat circa 500 woningen. Het_ _college vond het te risicovol om dit concept zonder inzicht in de aansluiting op de wensen_ _van woningzoekenden ook toe te passen op de circa 1.100 woningen van Nieuw_ _Weiburg. Dit is in de notitie wensen en bedenkingen meegegeven en de raad is hierover_ _geïnformeerd in een brief d.d. 10 februari 2026._
6. De notitie beschrijft uitgebreid de risico's van het alsnog onderzoeken van een burgervariant. Kan het college op dezelfde wijze de risico's van doorgaan met de huidige variant beschrijven – financieel, juridisch, qua verkeersdruk, parkeren, leefbaarheid, draagvlak en eventuele procedures?
_De notitie beschrijft de consequenties en risico’s van het uitwerken van een_ _burgervariant. Een uiteindelijk volwaardige burgervariant op het niveau van het huidige_ _plan kent in principe dezelfde of vergelijkbare risico’s, waaronder procedurele en_ _inhoudelijke risico’s, zoals bijvoorbeeld netcongestie._