Haarlemmermeer, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Amendement (RvO 26)
Amendement bij raadsvoorstel: Wensen en bedenkingen Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio’s
Eigen regionale paraatheid voorop bij KCR2
De raad van de gemeente Haarlemmermeer, in vergadering bijeen op 1 oktober 2026
Betreft wijziging op raadsvoorstelnummer 13752467
Besluit het raadsvoorstel als volgt te wijzigen:
Besluitpunt 3:
_"geen wensen en bedenkingen in te dienen bij het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio_ _Kennemerland naar aanleiding van het voorgenomen besluit van 1 juli 2026 tot het oprichten_ _van de Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio's."_
Te vervangen door:
3. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland ten aanzien van de voorgenomen oprichting van en deelname aan de Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio's (KCR2):
a. Paraatheid eigen regio De raad spreekt als nadrukkelijke wens uit dat de paraatheid voor de eigen regio te allen tijde prioriteit heeft bij de inzet van manschappen, materieel en overige capaciteit vanuit de Veiligheidsregio Kennemerland voor bovenregionale of internationale operationele bijstandsverzoeken. Voorafgaand aan dergelijke inzet dient steeds een regionale afweging plaats te vinden waarbij wordt geborgd dat de noodzakelijke capaciteit en paraatheid voor de eigen regio beschikbaar blijven.
b. Regionale zeggenschap De raad wenst dat binnen de governance van KCR2 de gelijkwaardige positie en zeggenschap van de veiligheidsregio's ten opzichte van het ministerie van Justitie en Veiligheid daadwerkelijk en blijvend worden gewaarborgd, zodat de zeggenschap over regionale veiligheidscapaciteit niet feitelijk verschuift naar het Rijk en regionale belangen bij inzet en prioritering van capaciteit voldoende worden geborgd.
c. Transparantie en openbaarheid De raad wenst dat voorafgaand aan de definitieve besluitvorming over deelname aan de Stichting KCR2 duidelijkheid bestaat over de wijze waarop transparantie, openbaarmaking en de toepassing van de Wet open overheid binnen KCR2 worden geborgd, en dat deze waarborgen onderdeel uitmaken van de verdere inrichting van de stichting.
d. Informatie aan de raad bij internationale inzet De raad wenst door het college te worden geïnformeerd wanneer voor het eerst manschappen en/of materieel vanuit de Veiligheidsregio Kennemerland in het kader van KCR2 internationaal worden ingezet, waarbij tevens aan de raad wordt gerapporteerd welke gevolgen deze inzet heeft voor de beschikbare capaciteit en paraatheid binnen de eigen regio.
Toelichting
Het college stelt de raad voor om geen wensen en bedenkingen in te dienen bij het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland over de voorgenomen oprichting van de Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio’s (KCR2). KCR2 krijgt onder meer taken op het gebied van landelijke en bovenregionale operationele bijstand, inclusief het afhandelen van internationale bijstandsverzoeken. De operationele coördinatie strekt zich bovendien uit tot Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, en desgevraagd tot de Caribische landen van het Koninkrijk. Dergelijke verzoeken kunnen leiden tot inzet van manschappen, materieel en andere capaciteit vanuit de veiligheidsregio’s.
De stichting wordt gezamenlijk vormgegeven door de 25 veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid. In de stukken is opgenomen dat beide partijen binnen het gezamenlijk bestuurlijk overleg gelijkwaardig participeren. Tegelijkertijd staat in het raadsvoorstel dat de wijze waarop binnen KCR2 wordt omgegaan met transparantie en openbaarmaking momenteel nog nader wordt uitgewerkt. Het Algemeen Bestuur van de VRK kan pas definitief besluiten over deelname nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Bovenregionale en internationale samenwerking bij crises kan van belang zijn. De primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio Kennemerland ligt echter bij de veiligheid en paraatheid binnen de eigen regio. Die paraatheid dient te allen tijde prioriteit te hebben boven de inzet van regionale capaciteit voor bovenregionale of internationale bijstandsverzoeken. Bij besluiten over dergelijke inzet moet daarom vooraf aantoonbaar worden afgewogen welke gevolgen deze heeft voor de beschikbaarheid en paraatheid in de eigen regio.
Voorkomen moet worden dat door de oprichting en verdere ontwikkeling van een landelijke organisatie de zeggenschap over regionale veiligheidscapaciteit feitelijk verschuift naar het Rijk. De aangekondigde gelijkwaardige positie van veiligheidsregio’s en het ministerie moet daarom niet alleen bestuurlijk worden uitgesproken, maar ook binnen de governance van KCR2 daadwerkelijk en blijvend worden geborgd.
Een bovenregionale organisatie die met publieke middelen en publieke veiligheidstaken werkt, behoort transparant en democratisch controleerbaar te zijn. Het is daarom wenselijk dat vooraf duidelijkheid bestaat over de wijze waarop transparantie, openbaarmaking en de toepassing van de Wet open overheid binnen KCR2 worden geborgd.
Ondertekening:
Queron van Opzeeland, FVD Haarlemmermeer