Gouda, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_beantwoording_ _schriftelijke_ _vragen_
Fractie van PRO en Gemeentebelangen Gouda Bezoekadres Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1
Postadres Postbus 1086, 2800 BB Gouda
afdeling Maatschappelijk beleid
contactpersoon Sarah Kastanja
uw kenmerk
gouda 28 september 2026
zaaknummer 1715468
onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen Beantwoording schriftelijke vragen van PRO en Gemeentebelangen Gouda over het succes van de Arnhemse schuldenaanpak en de Goudse koers
Geachte fractie,
Op 22 juli 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over het onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen van PRO en Gemeentebelangen Gouda over het succes van de Arnhemse schuldenaanpak en de Goudse koers. Onderstaand de beantwoording van uw vragen.
Reactie van het college (na uitstelbericht):
1. Kan het college een brede, integrale reflectie geven op het feit dat de Arnhemse aanpak heeft geleid tot aantoonbaar minder zorggebruik, een snellere uitstroom naar werk of opleiding, minder maatschappelijke kosten voor beslagleggingen, én dat 21 huishoudens inmiddels volledig schuldenvrij zijn? Hoe weegt het college deze harde resultaten in relatie tot de ambities uit ons eigen beleidskader de cirkel doorbreken?
_Reflectie ook in antwoord op vraag 2_ Zoals in het eindrapport ‘Voorbij de schulden: ruimte om weer te leven’ wordt beschreven bestaat de Arnhemse aanpak uit 4 werkzame elementen die nauw met elkaar zijn verbonden. Dit zijn:
1. De relatie van hulpverlener en deelnemer als motor van verandering, 2. Middelen en slagkracht voor directe oplossingen, 3. Professionele ruimte als sleutel tot effectieve hulp, 4. De handen ineenslaan rond gezinnen.
De doorbraakcoach kan door de beschikbare middelen uit het doorbraakfonds de meest urgente zaken zoals bijvoorbeeld een bed voor de kinderen of een legitimatiebewijs direct regelen. Door deze directe hulp, is een grotere kans dat er vertrouwen ontstaat richting doorbraakcoach. Ondersteuning wordt geboden vanuit het perspectief van de deelnemer, niet vanuit protocollen Bovendien heeft deze doorbraakcoach de ruimte en tijd om zich volledig vast te bijten in het oplossen van problemen van de deelnemers en laat deze medewerker pas los als het geregeld is. Tegelijkertijd fungeert deze doorbraakmedewerker als buffer tussen schuldeisers en de deelnemer. Zodra de meest urgente problemen zijn opgelost en er rust ontstaat doordat de druk van de schulden wegvalt, ontstaat er
ruimte en verbetering op allerlei gebieden zoals een verbetering van de fysieke en mentale gezondheid.
_Relatie tot de ambities beleidskader De cirkel doorbreken_ Zoals in het eindrapport Arnhemse aanpak is opgenomen, noemen deelnemers consequent als meest ingrijpende verandering het herstel van eigenwaarde, vertrouwen en regie. Dit herstel werkt door in de positieve effecten zoals snellere uitstroom naar werk en opleiding en minder maatschappelijke kosten. In het beleidskader De cirkel doorbreken worden het belang van eigenwaarde (gezien en gehoord worden en ertoe doen), vertrouwen en eigen regie nadrukkelijk genoemd als uitgangspunt van onze aanpak. Daarmee sluit deze Arnhemse aanpak aan bij het Goudse beleid en de visie op de aanpak van armoede en schulden. In de volgende antwoorden wordt ingegaan op de elementen die in Gouda ontbreken om deze aanpak daadwerkelijk te kunnen uitrollen.
2. Kan het college in die reflectie specifiek ingaan op de brede sociale impact van dit succes, zoals de significante stressvermindering, de toename van fysieke en mentale gezondheid en de herwonnen waardigheid binnen stabielere gezinnen en hoe de inzet van proactieve 'doorbraakcoaches' (die zo nodig negen keer aanbelden) hierin de doorslag heeft gegeven?
Zie het antwoord op vraag 1.
3. In het Goudse raadsmemo wordt gesteld dat Arnhem adviseert niet eenzelfde soort experiment te starten vanwege de hoge kosten en tijdsinvestering. Nu Arnhem de aanpak wegens groot succes juist fors uitbreidt naar minimaal 100 extra huishoudens in Arnhem Oost en concludeert dat investeren uiteindelijk méér oplevert dan het kost (minder zorg, snellere uitstroom naar werk), hoe beoordeelt het huidige college deze nieuwe resultaten in relatie tot de Goudse conclusies?
Als onderdeel van de Arnhemse aanpak is er de afgelopen 2 jaar intensief ingezet op het maken van afspraken rondom de schuldenafkoop. Pas in januari dit jaar is er een werkwijze vastgesteld waarna er daadwerkelijk vaart gemaakt kon worden met het afkopen van schulden. Deze afspraken liggen er nu en Arnhem kan daarop voortbouwen. Arnhem heeft het voordeel dat de wijk Immerloo II in Arnhem-Oost ligt, dat onderdeel is van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Vanuit de hieraan gekoppelde alliantie is het gelukt om in één keer met diverse grote schuldeisers afspraken te maken over of zij automatisch meewerken aan een percentagevoorstel of de schulden geheel kwijtschelden. Dit bevordert de snelheid van de trajecten en verlaagt de kosten. Gouda heeft dit voordeel niet. Daarom is het aannemelijk dat het in Gouda nog tijdrovender en daarmee kostbaarder zal zijn dergelijke afspraken vast te leggen.
In Arnhem is er, naast de inzet van middelen voor personele inzet, ook sprake van een afkoopfonds van oorspronkelijk € 425.000,- waardoor schuldafkoop heeft kunnen plaatsvinden. Bovendien is veel geïnvesteerd in personele inzet, zowel indirect voor het ontwikkelen van de aanpak en maken van afspraken met schuldeisers, als direct voor doorbraakcoaches. Zie hiervoor ook antwoord 5.
Beide elementen van de Arnhemse aanpak (voldoende personele capaciteit en middelen voor een fonds) zijn in Gouda niet aanwezig binnen de huidige beleidskaders of zeer lastig te realiseren gelet op het schaalverschil tussen Gouda en Arnhem. Dit terwijl aan het succes van de Arnhemse aanpak het samenspel van de verschillende onderdelen ten grondslag ligt.
Anderzijds, zoals opgenomen in het raadsmemo ‘Afdoening motie Schuldopkoop als eind aan uitzichtloze schulden’ van 3 februari 2026 zou er bij voldoende middelen wel een JPF- aanpak voor volwassenen gestart kunnen worden waarbij de trajectbegeleider kan fungeren als doorbraakcoach en deze medewerker beschikt over een doorbraakbudget waarmee urgente aankopen gedaan kunnen worden. Daarmee worden de succesvolle elementen van het wegnemen van stress, het bouwen aan
pagina 2
vertrouwen en de vasthoudende aanpak toegepast in de ondersteuning, maar op kleinere schaal. Echter zijn daar binnen het huidige beleidskader geen middelen voor beschikbaar.
4. In Arnhem bleek dat intensieve begeleiding bij 40 huishoudens al leidde tot minder zorggebruik en meer werk. Is het college het met ons eens dat deze gerichte inzet op een kleine groep met grote problematiek effectief is? Erkent het college dat dit leidt tot minder problematiek in het sociaal domein? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college is het er mee eens dat gerichte inzet op een kleine groep met grote problematiek effectief is. Voor de deelnemers die deze ondersteuning ontvangen kan er inderdaad ook sprake zijn van minder problematiek op andere vlakken waarvoor zij zich melden bij de gemeente en/of ketenpartners. Zoals ook in de beantwoording van vraag 1 is beschreven werken elementen zoals de groei van het vertrouwen, het oplossen van urgente problemen en het uitzicht op een oplossing voor de financiële problemen door op andere gebieden, met minder problematiek in het sociaal domein tot gevolg.
5. Is het college bereid om, in het licht van deze bewezen maatschappelijke businesscase, de Goudse weging over het niet starten van een soortgelijk traject te herzien? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Zoals in antwoord op vraag 3 is genoemd zouden er een aantal elementen kunnen worden geïmplementeerd die geïnspireerd zijn op de Arnhemse aanpak in de vorm van een JPF- aanpak voor volwassenen. Het college acht het starten van een traject dat volledig overeenkomt met de Arnhemse aanpak te kostbaar, ook gezien het verschil in schaal tussen Arnhem en Gouda. Bovendien is de aanpak in Arnhem onderdeel van Nationaal Programma Arnhem Oost waardoor middelen langdurig zijn toebedeeld [1] .
Zoals is beschreven in het raadsmemo ‘Afdoening motie Schuldopkoop als eind aan uitzichtloze schulden’, is er in Arnhem sprake geweest van ruim 2 jaar aan voorbereiding vooraf voordat de Arnhemse aanpak daadwerkelijk van start is gegaan. In deze periode is de doelgroep bepaald en de manier waarop zij worden benaderd en is ingezet op kaderafspraken met schuldeisers. Voordat het Arnhemse model in beeld kwam was er al sprake van een langlopende goede samenwerking met de private financiers die voorstander waren om een experiment te starten. Daarmee was er een budget van € 425.000,- beschikbaar voor het afkopen van schulden. Daarnaast is er vanuit de gemeente budget vrijgemaakt voor 3 doorbraakcoaches die flexibel ingezet kunnen worden, een team van specialisten die op de achtergrond de onderhandelingen en uitbetalingen aan de schuldeisers doen, een projectleider, een programmamanager, een business controller en een communicatiemedewerker. In totaal betreft dit 10 fte aan menskracht, oftewel zo'n € 1.250.000,- die in eerste instantie wel gefinancierd moet worden.
6. De verkenning benoemt dat Arnhem dacht beginnende schulden aan te pakken via vroegsignalering, maar stuitte op gezinnen met tonnen schuld en gemiddeld 14 verschillende schuldeisers. In hoeverre heeft het Goudse college in beeld hoe groot de groep gezinnen in Gouda is die kampt met een vergelijkbare, complexe en onzichtbare schuldenstapeling die buiten de reguliere schuldhulpverlening valt? Erkent het college dat we hier wat aan kunnen doen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
1 1 https://arnhem-oost.nl/nieuws/rijksimpuls-van-ruim-e40-miljoen-voor-arnhem-oost-wijken/
pagina 3
De gemeente beschikt alleen over de cijfers van de GGD Midden-Holland. Volgens de GGD had in Gouda in 2024 6% van de inwoners risicovolle of problematische schulden, 7% van de volwassenen (18 t/m 64 jaar) en 2% van de ouderen (65+) [2] .
De GGD Midden-Holland hanteert hierbij de definitie van het Nibud: schulden zijn risicovol als er meer dan drie schuldeisers zijn, als een betalingsachterstand groter is dan € 1.000,- of als men tenminste één van de betalingsachterstanden niet zelfstandig binnen twaalf maanden kan oplossen. Schulden worden problematisch als twee of meer van deze situaties gelden. Hoe hoog deze schulden daadwerkelijk zijn is op voorhand niet duidelijk.
Complexe en onzichtbare schuldenstapelingen vallen niet buiten de reguliere hulpverlening. Ook de inwoners die hiermee te maken hebben kunnen terecht bij de gemeente voor reguliere schuldhulpverlening. Helaas blijkt in de praktijk dat de meest kwetsbare inwoners niet altijd hulp willen accepteren omdat zij geen vertrouwen hebben in overheid of hulpverleners. De deelnemers van de Arnhemse aanpak zijn inwoners die lastig te bereiken zijn maar door zeer proactief en doortastende benadering van de doorbraakcoaches, hebben besloten om deel te nemen aan het traject.
Ook in Gouda wonen inwoners die hoop en vertrouwen verloren zijn, zoals is beschreven in het beleidskader “De cirkel doorbreken”. Voor deze inwoners zouden verschillende elementen van de Arnhemse aanpak inderdaad kunnen helpen om hen te bereiken en het vertrouwen te geven dat er ook voor hen een oplossing haalbaar is.
7. In de Goudse JPF-aanpak (voor jongeren) geldt een strengere inspanningsplicht; als men zich niet aan de doelen houdt, moet het saneringskrediet worden terugbetaald. In Arnhem bood men juist vrijblijvende ondersteuning aan (waarbij nagenoeg iedereen alsnog vrijwillig meedeed) om het wantrouwen richting de overheid te doorbreken. Erkent het college dat in een toekomstscenario een te harde inspanningsplicht in een 'Goudse JPF-aanpak voor volwassenen' de meest kwetsbare, zorgmijdende gezinnen (waarbij coaches soms wel 9 keer moeten aanbellen) bij voorbaat kan uitsluiten of afschrikken? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Nee, het college denkt niet dat het vasthouden aan een inspanningsplicht inwoners kan afschrikken in het geval van een Goudse JPF aanpak voor volwassenen. Het verschilt per deelnemer wat wel of niet ervoor zorgt om de stap om daadwerkelijk deel te nemen aan het traject. Bij de JPF- aanpak voor jongeren geldt een inspanningsplicht die in beginsel puur gaat over de afspraak om zich in te spannen om de eigen toekomstdoelen te halen. Deze toekomstdoelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit: het volgen van een opleiding, het opdoen van werkervaring of het aanpakken van persoonlijke belemmeringen en daarvoor hulp zoeken en/of accepteren. Als een deelnemer zich daarvoor inspant dan is dit voldoende om ervoor te zorgen dat het saneringskrediet niet terugbetaald hoeft te worden.
De ervaring in het geval van de JPF - aanpak voor jongeren is dat het werken aan de toekomstdoelen voor aanvang van het traject niet zorgt voor aarzeling om deel te nemen. Op het moment dat het traject eenmaal loopt, blijkt het voor een deel van de deelnemers wel lastig te zijn om door te zetten en vast te houden aan de eigen toekomstdoelen. In dat geval kan het eventueel moeten terugbetalen van het saneringskrediet juist motiveren om aan de eigen toekomstdoelen te werken. In verhouding tot de oorspronkelijke schuldenlast is de hoogte van het saneringskrediet doorgaans beperkt. Bij een oorspronkelijke totale schuldpositie van zo’n € 20.000,- à € 30.000,- blijft er in het geval van de JPF aanpak voor jongeren een saneringskrediet over van € 1277,-, die in het geval van een benodigde terugbetaling in 24 maanden kan worden afgelost aan de gemeente.
2 [Dashboardthemas - Schulden - Gouda](https://eengezonderhollandsmidden.nl/mosaic/dashboardthemas/tussenpaginas/meedoen/schulden)
pagina 4
9. Het Goudse memo wijst erop dat afwijken van de NVVK-richtlijnen (waarbij Arnhem 34% afkoopt in plaats van de reguliere 5 à 10%) zorgt voor een stroperig proces met schuldeisers en de Belastingdienst. Welke lessen trekt het college uit het feit dat Arnhem dit heeft weten te doorbreken via afspraken binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid? Beschikt Gouda over vergelijkbare netwerken (zoals via Buurt aan Zet of Mozaïek Wonen) om dergelijke collectieve doorbraken met grote schuldeisers te forceren?
In Arnhem heeft het bijna 2 jaar van intensieve lobby gekost om dergelijke afspraken te maken. Hierbij heeft Arnhem inderdaad het voordeel dat Arnhem Oost onderdeel is van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit bevestigt voor het college dat dit enorm veel energie en tijd en daarmee budget kost om dit ook in Gouda voor elkaar te krijgen. Zeker omdat Gouda geen deel uitmaakt van een dergelijk netwerk. Netwerken zoals Buurt aan Zet en Mozaïek Wonen zijn hierbij niet voldoende helpend. Dit zijn namelijk lokale netwerken die geen invloed hebben op schuldeisers die doorgaans landelijk opereren. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid bestaat onder andere uit 6 ministeries,19 gemeenten en diverse lokale partners. Arnhem concludeert dat het vooral lastig was om tot een akkoord te komen met overheidsschuldeisers [3], waardoor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid van waarde is geweest bij het tot stand komen van de benodigde afspraken met deze schuldeisers.
9. Het vorige college concludeerde dat de keuze voor een vernieuwende schuldenaanpak voor volwassenen een politieke afweging is waar momenteel geen aanvullend budget voor is. Is het college bereid om, in aanloop naar de komende begrotingsbehandeling, een concreet uitgewerkt voorstel (inclusief maatschappelijke kosten-batenanalyse) aan de raad voor te leggen, zodat de raad deze politieke afweging over prioritering en budgetallocatie op basis van volledige informatie kan maken? Is het college bereid om in aanloop naar de behandeling van De Cirkel Doorbreken een maatschappelijke kosten-batenanalyse te schetsen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Zoals is aangegeven in de antwoorden op vraag 3 en 5 is het te kostbaar om de Arnhemse aanpak in z’n geheel in Gouda te implementeren. In Arnhem heeft de aanpak alleen aan personele inzet al € 1.250.000,- gekost. Daar komt het benodigde budget voor het afkoopfonds nog bij. Uiteraard zou de aanpak in Gouda iets kleinschaliger kunnen worden aangepakt en is bij een kleiner aantal huishoudens bijvoorbeeld 1 doorbraakcoach voldoende. Maar de verdere personele inzet zou ook in Gouda nodig zijn om de (afkoop)afspraken met de schuldeisers te maken, de communicatie te regelen en de verdere benodigde acties uit te voeren. Daarbij heeft Arnhem een schaalvoordeel ten opzichte van Gouda. In de raadsmemo ‘Afdoening motie Schuldopkoop als eind aan uitzichtloze schulden’ is een schets opgenomen op basis van een JPF - aanpak voor volwassenen die voor Gouda een optie is bij voldoende budget. Hier zijn onderdelen die geïnspireerd zijn op de Arnhemse aanpak in opgenomen.
10. Het college kiest ervoor om generieke regelingen te beperken om middelen vrij te maken voor maatwerk. Is het college bereid om de vrijgekomen middelen uit het verlagen van de inkomensgrenzen direct te her alloceren naar een pilot voor de Arnhemse aanpak, aangezien deze methodiek bij uitstek een vorm van hoogwaardig maatwerk is met een bewezen besparing in het sociaal domein? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Op 8 juli 2026 is de motie van de Christen Unie, het CDA en Gouda Vitaal aangenomen waarin is voorgesteld om aan de hand van verschillende scenario’s een integrale afweging te maken van alle armoederegelingen. Het college wacht eerst deze scenario’s af alvorens te besluiten waar eventueel vrij te komen middelen aan uitgegeven gaan worden.
[3 De meest voorkomende schuldeisers zijn overheidsdiensten: De cijfers - Jaarverslag 2024](https://jaarverslag.nvvk.nl/2024/cijfers)
pagina 5
11. Het college noemt chronisch zieken en gehandicapten als prioriteit voor maatwerk. Erkent het college dat gezinnen in uitzichtloze schuldsituaties, die nu vaak vastlopen in de 'technische' reguliere schuldhulpverlening, ook tot de groep behoren die deze intensieve ondersteuning het hardst nodig hebben om verdere escalatie van maatschappelijke kosten (zoals huisuitzettingen of zorggebruik) te voorkomen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Gezinnen in uitzichtloze schuldsituaties hebben inderdaad ondersteuning nodig. Reguliere schuldhulpverlening is juist bedoeld voor inwoners die te maken hebben met uitzichtloze schuldsituaties. Zoals beschreven in het antwoord op vraag 10 zal het college op basis van de scenario’s bezien waar de prioriteit aan gegeven wordt en op welke manier dit tot uiting zal komen. Zoals beschreven in antwoord op vraag 6 richt de Arnhemse aanpak zich op inwoners die, bijvoorbeeld door een gebrek aan vertrouwen in de overheid, lastig te bereiken zijn door de reguliere hulpverlening. Zij lopen doorgaans niet vast in de reguliere hulpverlening, maar worden hierdoor niet bereikt. Voor deze inwoners werkt een zeer proactieve werkwijze waarbij er sprake is van vasthoudendheid en investeren in vertrouwen. Ook in Gouda is de ervaring dat trajecten voor schuldhulpverlening niet vaak vastlopen. In de afgelopen 12 maanden was er van de 123 trajecten met een lopende schuldregeling bijvoorbeeld 4 keer sprake van uitval, waarbij voor 2 huishoudens de dienstverlening niet passend was en 2 huishoudens de benodigde verplichtingen niet nakwamen. Het gaat dus vooral om de huishoudens die geen hulp accepteren of niet in beeld zijn en waarbij het überhaupt niet tot een traject komt.
12. In de raadsmemo van februari van het vorige college werd een pilot nog afgehouden vanwege 'geen beschikbaar budget'. Hoe rijmt het college de wens om middelen 'gerichter in te zetten' met het feit dat een investering in deze specifieke vorm van maatwerk (Arnhem/JPF) zichzelf volgens landelijk onderzoek binnen drie jaar terugverdient via besparingen op de bijstand en schuldhulpverlening? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
In de kostenbatenanalyse van de Arnhemse aanpak is uitgegaan van de directe kosten voor de geboden trajecten aan de deelnemers, zoals de inzet van een wijkcoach, de financieel expert en de besteding uit het doorbraakbudget. De inspanning die aan de voorkant nodig is, zoals beschreven in het antwoord op vraag 5, staat hier los van. Bovendien gaat het in de rapportage over het maatschappelijk rendement. De baten van deze aanpak komen lang niet in alle gevallen ten gunste van de gemeente die wel investeert in de aanpak. Per individueel geval kan het maatschappelijk rendement worden aangetoond. Op de totale inzet van ondersteuning door de gemeente niet, omdat de totale vraag van inwoners tot zorg en ondersteuning niet per se afneemt.
13. Past de transformatie naar een model met doorbraakcoaches, die net als in Arnhem proactief naast de inwoner gaan staan, niet uitstekend binnen de door u geformuleerde ambitie om meer maatwerk te leveren in plaats van generieke loket-afhandeling in de schuldhulp? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
In Gouda wordt intensief ingezet op vroegsignalering en laagdrempelige toegang tot schuldhulp. Inwoners met (beginnende) schulden worden proactief benaderd en hen wordt een passend hulpaanbod gedaan wat in een deel van de gevallen reguliere schuldhulpverlening kan zijn. Daarmee is er niet alleen sprake van generieke loketafhandeling en zijn er overeenkomsten met de Arnhemse proactieve aanpak. Daarnaast loopt in Arnhem de schuldopkoop aanpak naast de reguliere schuldhulpverlening en is deze aanpak vooral bedoeld voor inwoners die lastig te bereiken zijn vanuit de reguliere hulp. Voor een groot deel van de inwoners werkt de reguliere aanpak wel. Voor de inwoners waar dit niet voor geldt, zou deze intensieve aanpak inderdaad goed kunnen passen bij de
pagina 6
geformuleerde ambitie om meer maatwerk te leveren en vooral in te zetten op ondersteuning van de meest kwetsbaren, mits hiervoor middelen beschikbaar zijn
Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. C.W.W. van den Berg CMC mr. drs. P. Verhoeve
Geschatte ambtelijke capaciteit: 24 uur.
pagina 7