Gouda, 11 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_beantwoording_ _schriftelijke_ _vragen_
Fractie van PRO, CDA, Gemeentebelangen Gouda en SP Bezoekadres Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1
Postadres Postbus 1086, 2800 BB Gouda
afdeling Ruimtelijk beleid en advies
uw kenmerk
gouda 16 juni 2026
contactpersoon zaaknummer 1690457
onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen Beantwoording schriftelijke vragen van PRO, CDA, Gemeentebelangen Gouda en SP over Energiearmoede
Geachte fractie,
Op 21 mei 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over het onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen van PRO, CDA, Gemeentebelangen Gouda en SP over Energiearmoede. Onderstaand de beantwoording van uw vragen.
1. Is het college bekend met het bericht dat in Gouda meer dan 2.200 huishoudens te maken hebben met ernstige financiële problemen door hoge energiekosten en dat dit aantal is gestegen? Het college is bekend met dit bericht. Zoals TNO aangeeft, is het aantal huishoudens met energiearmoede sinds de energiecrisis gestegen en nooit meer gedaald tot het niveau voor de energiecrisis. Mede hierdoor leeft naar schatting in 2024 6,3% van de Goudse huishoudens in energiearmoede.
2. Kan het college deze cijfers bevestigen, actualiseren en duiden? Zo nee, welke eigen cijfers hanteert het college voor energiearmoede in Gouda? Het college hanteert cijfers van TNO als het gaat om de schattingen van energiearmoede in [Gouda. Deze cijfers zijn te vinden via de Energiearmoede kaart van TNO. In Gouda is de](https://energiearmoede.tno.nl/) schatting dat in 2024 6,3% van de huishoudens leeft in energiearmoede, wat betekent dat deze huishoudens een laag inkomen hebben in combinatie met een hoge energierekening en/of een woning met lage energetische kwaliteit. Om huishoudens met energiearmoede op adresniveau te kunnen benaderen, worden de energietoeslagcijfers van 2022-2024 gebruikt. Het college is zich daarnaast bewust van het feit dat een deel van de energiearmoede onzichtbaar is; het uitzetten van de verwarming om hoge kosten te voorkomen wordt weliswaar vertaald in een minder hoge energierekening, maar is wel een teken van energiearmoede.
3. Kan het college specifiek aangeven hoeveel kinderen in Gouda opgroeien in huishoudens met energiearmoede of een verhoogd risico daarop? TNO publiceert cijfers over de huishoudsamenstelling van energiearme huishoudens. TNO schat dat van de energiearme huishoudens in Gouda in 2023, ongeveer 20% bestaat uit huishoudens met kinderen. Hierbij is niet bekend om hoeveel kinderen dit gaat.
4. Welke gegevens worden nu structureel door het college gebruikt om energiearmoede in Gouda in kaart te brengen?
Om huishoudens met energiearmoede in kaart te brengen, wordt momenteel de indicator van de gemeentelijke energietoeslag door het college gehanteerd. De doelgroep energiearmoede bestaat uit huishoudens die in 2022-2024 de gemeentelijke energietoeslag hebben aangevraagd. Ook heeft de gemeente recent een overzicht ontvangen van de huishoudens die een aanvraag hebben gedaan bij het landelijke Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en toestemming hebben gegeven om door de gemeente benaderd te worden voor verder hulpaanbod. Bij het organiseren van specifieke buurtacties wordt daarnaast gebruik gemaakt van de buurtcijfers van TNO, waarbij energiearmoede op buurtniveau wordt geschat.
5. Heeft Gouda al een integraal beeld van huishoudens waar lage inkomens, hoge energielasten, slechte woningkwaliteit, betalingsachterstanden en gezondheidsklachten samenkomen? Zo nee, Is het college bereid om, met inachtneming van privacyregels, een integraal beeld te maken? Een integraal beeld is lastig te verkrijgen. De gegevens van de gemeentelijke energietoeslag raken verouderd. Daarom wordt gekeken of ook andere indicatoren kunnen worden gebruikt om, met inachtneming van privacyregels, een integraal beeld te maken. De adressen van TNE (zie vraag 4) vormen daarnaast sinds kort een aanvulling op het in kaart brengen van huishoudens met energiearmoede. Deze huishoudens worden momenteel benaderd met het aanbod van een gratis bezoek van een energiecoach en gratis kleine energiebesparende materialen. Binnenkort wordt een vervolgaanbod bepaald waarmee deze huishoudens verder worden geholpen bij energiebesparing. Via vroegsignalering ontvangt het college daarnaast informatie over huishoudens met betalingsachterstanden op de energienota. Er wordt contact gezocht met deze huishoudens, waarbij een hulpaanbod wordt gedaan (zie ook vraag 15 t/m 17).
6. Wat is de actuele tussenstand van het Gouds Isolatieprogramma? Hoeveel huishoudens zijn bereikt, hoeveel maatregelen zijn uitgevoerd en hoeveel middelen zijn tot nu toe besteed? Sinds april 2025 hebben ruim 850 eigenaren van grondgebonden koopwoningen een energieadvies aangevraagd. Ruim 200 huishoudens hebben inmiddels een of meerdere isolatiemaatregelen genomen met behulp van de subsidie Energiezuinig Wonen 2024-2028. Bijna 400 subsidieaanvragen zijn nog in behandeling. Daarmee is inmiddels €920.000 aan subsidie verstrekt of in aanvraag.
7. Hoe beoordeelt het college het bereik van de gemeentebrede isolatieaanpak, nu uit de voortgangsrapportage [1] blijkt dat sinds april 2025 479 adviesgesprekken zijn gevoerd en 100 grondgebonden koopwoningen één of meer isolatiemaatregelen hebben uitgevoerd? Sinds de vorige voortgangsrapportage is een sterke toename van het aantal aanvragen te zien voor zowel het energieadvies als de subsidie voor isolerende maatregelen. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de stijgende energieprijzen, de vergroting van de subsidiedoelgroep, en de grotere bekendheid van de gemeentebrede isolatieaanpak na een jaar looptijd. Het college neemt kennis van de cijfers en ziet dit als een positieve ontwikkeling.
8. Hoe verhouden de ruim 2.200 huishoudens zich tot het aantal huishoudens dat in 2024 en 2025 daadwerkelijk is bereikt met de Goudse energiearmoede-aanpak? Kan het college aangeven hoeveel huishoudens met energiearmoede daadwerkelijk zijn geholpen met structurele isolatiemaatregelen en hoeveel alleen met kleine energiebesparende maatregelen? Het aantal huishoudens met energiearmoede dat grootschalige isolatiemaatregelen heeft uitgevoerd met behulp van de subsidie Energiezuinig Wonen is momenteel 50. Deze huishoudens hebben recht op €3000 subsidie voor isolerende maatregelen. Hiermee is een subsidiebedrag van in totaal ruim €100.000 gemoeid. Daarnaast hebben sinds 2022 ruim 1300 huishoudens bezoek gehad van een gemeentelijke energiecoach, waarbij kleine energiebesparende maatregelen zijn aangebracht. Het is niet bekend hoeveel van deze huishoudens in energiearmoede leven. 523 huishoudens met
1 [https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/reports/document/7e1f0b17-f7c6-43ee-abd0-](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/reports/document/7e1f0b17-f7c6-43ee-abd0-d1908ead9636?documentId=fe550ae1-8374-464e-8852-e4403153c2dd) [d1908ead9636?documentId=fe550ae1-8374-464e-8852-e4403153c2dd](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/reports/document/7e1f0b17-f7c6-43ee-abd0-d1908ead9636?documentId=fe550ae1-8374-464e-8852-e4403153c2dd)
pagina 2
energiearmoede hebben een oud witgoedapparaat gratis ingeruild voor een energiezuinig apparaat via de witgoedregeling. In samenwerking met de woningcorporaties zijn diverse klusacties georganiseerd in appartementencomplexen, waarbij kleine energiebesparende maatregelen zijn aangebracht. In 2025 zijn 200 huishoudens geholpen via deze klusacties. Overige resultaten vanuit het uitvoeringsplan energiearmoede zijn ook gedeeld via de [infographic in de voortgangsrapportage programma energietransitie van januari 2026](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/reports/document/7e1f0b17-f7c6-43ee-abd0-d1908ead9636?documentId=fe550ae1-8374-464e-8852-e4403153c2dd) (zaaknummer 1611427). Resultaten over de eerste helft van 2026 volgen bij de nieuwe voortgangsrapportage.
9. Is dit tempo volgens het college voldoende om de doelstelling te halen dat in 2030 50% van de woningen aardgasvrij-klaar is geïsoleerd en dat in 2040 alle woningen voldoen aan de Standaard en Streefwaarden? Het huidige tempo is waarschijnlijk niet voldoende om de genoemde doelstellingen te halen. Het college constateert dat de afgelopen jaren de koplopers zijn bereikt. De koplopers doen dus al mee; komende tijd komt het erop aan dat ook bewoners die tot nu toe minder urgentie voelden om stappen te zetten richting aardgasvrij worden gestimuleerd om actie te ondernemen.
10. Welke huishoudens worden op dit moment vooral bereikt door het Gouds Isolatieprogramma? Bijvoorbeeld hoeveel met energielabel E, F, G en uitgesplitst naar hoog/laag inkomen (met welke grens?) De subsidie Energiezuinig Wonen wordt alleen toegekend aan huishoudens met een energielabel D of lager, of twee slecht geïsoleerde bouwdelen. Ongeveer 15% van de aanvragen voor een energieadvies vanuit de gemeentebrede isolatieaanpak wordt gedaan door bewoners die eerder energietoeslag hebben ontvangen. 80% wordt gedaan door bewoners die geen energietoeslag hebben ontvangen, maar wel wonen in een slecht geïsoleerde woning met WOZ-waarde onder de €477.000. 5% van de aanvragen voor een energieadvies komt uit de doelgroep die geen recht heeft op subsidie. Het is niet bekend hoe deze aantallen samenhangen met inkomensgrenzen.
11. Is het college bereid om huishoudens met slechte labels, lage inkomens, hoge energielasten en beperkte doenkracht prioriteit te geven in de werving en uitvoering en hoe wordt voorkomen dat vooral inwoners worden bereikt die de weg naar regelingen al goed weten te vinden? De huidige regeling voor bijvoorbeeld de subsidie Energiezuinig Wonen is gericht op huishoudens met slechte labels, waarbij ontvangers van energietoeslag (en daarmee een laag inkomen en hoge energielasten) een hoger subsidiebedrag ontvangen. Het college prioriteert daarmee huishoudens met slechte labels, lage inkomens en hoge energielasten. Vanuit het uitvoeringsplan energiearmoede wordt op allerlei manieren contact gezocht met bewoners met beperktere doenkracht, bijvoorbeeld:
- De inzet van het mobiele energieloket op specifieke plekken in de stad wordt gebaseerd op energietoeslagcijfers;
- De buurtvoorlichters bellen huis-aan-huis aan om bewoners te wijzen op de aanwezigheid van het loket in de buurt;
- Via klusacties worden woningen in samenwerking met woningcorporaties voorzien van kleine energiebesparende maatregelen, waarbij in 2025 200 huishoudens zijn geholpen;
- De adressen vanuit het Tijdelijk Noodfonds Energie worden momenteel benaderd met een hulpaanbod. Daarbij wordt zowel per brief en mail als telefonisch contact gezocht met bewoners.
12. Hoe beoordeelt het college de resultaten van het uitvoeringsplan energiearmoede sinds de start in Q4 2024, mede in verhouding tot de ruim 2.200 Goudse huishoudens met energiearmoede? Vindt het college het huidige bereik via klusdagen, mobiele energieloketten, buurtvoorlichters, straatacties, spreekuren en themabijeenkomsten voldoende? Het college stelt dat in principe elk geval van energiearmoede dat met deze acties wordt verlicht is meegenomen. Ook constateert het college dat inzet hierop noodzakelijk blijft, gezien de combinatie van stijgende woon- en energielasten in combinatie met kwetsbare inkomensposities.
pagina 3
13. Welke doelen zijn voor 2026 en 2027 gesteld voor het aantal huishoudens dat met energiearmoede wordt bereikt en geholpen? Het college neemt kennis van de resultaten uit het uitvoeringsplan. In dit uitvoeringsplan zijn geen cijfermatige doelen gesteld, omdat in de praktijk blijkt dat er ook niet-voorziene resultaten worden geboekt via bijvoorbeeld een huurder die de buren meeneemt in een bespaaractie. Deze resultaten zijn moeilijk cijfermatig in beeld te brengen. Vanuit het uitvoeringsplan worden voor komende jaren nieuwe manieren gezocht om bewoners te bereiken via bekende partners in de stad. De volgende doelen worden gesteld vanuit het uitvoeringsplan energiearmoede 2025-2028:
- Bijdragen aan het verlagen van de financiële lasten door (kleine) energiebesparende maatregelen uit te voeren bij huishoudens met energiearmoede of huishoudens die in energiearmoede dreigen te komen. Dit doel wordt bereikt door bijvoorbeeld de inzet van de energiecoaches, het mobiele energieloket, en communicatie uitingen richting de doelgroep die energietoeslag heeft ontvangen.
- Ondersteunen opdat meer huishoudens door middel van energiebesparing en verduurzaming (m.n. isoleren) mee kunnen doen met de energietransitie. Dit doel wordt bereikt via bijvoorbeeld de verhoogde isolatiesubsidie voor de doelgroep die eerder energietoeslag heeft ontvangen.
- Opzetten van een samenwerkend en lerend netwerk van maatschappelijke partijen uit zowel het ruimtelijke als het sociale domein. Samen met inwoners vanuit verschillende invalshoeken worden acties ondernomen om hun woningen en leefsituatie te verbeteren. Dit doel wordt bereikt via bijvoorbeeld een samenwerking met de Papierwinkel, klusacties met de woningcorporaties en het aansluiten bij activiteiten bij buurtcentra.
14. Herkent het college dat huurders in slecht geïsoleerde sociale huurwoningen dubbel geraakt kunnen worden: door hoge energielasten en door de jaarlijkse huurverhoging? Voor huurders geldt dat ze in minder invloed hebben op de mate van isolatie van de woning dan eigenaar-bewoners. Daardoor is het lastiger de eigen energielasten te beïnvloeden en kan een stijgende energieprijs in combinatie met huurverhoging leiden tot een ‘dubbele belasting’. Daarom zijn de woningcorporaties, conform landelijke afspraken, bezig met het isoleren van woningen met E, F en G labels om dit effect zoveel mogelijk te beperken. Door woningen te isoleren, wordt energieverbruik verminderd, wat leidt tot lagere energiekosten voor bewoners. Specifiek voor isolatiemaatregelen is in de Nationale Prestatieafspraken afgesproken dat woningcorporaties geen huurverhoging doorvoeren. Voor andere verduurzamingsmaatregelen mag dit wel, indien er sprake is van verbetering/renovatie.
15. In 2022 gaf het college aan via vroegsignalering informatie te ontvangen over huishoudens met betalingsachterstanden op de energienota. Kan het college aangeven hoeveel signalen over betalingsachterstanden op energiekosten in 2023, 2024, 2025 en 2026 zijn ontvangen, hoeveel huishoudens daadwerkelijk zijn bereikt en hoeveel zijn doorgeleid naar schuldhulp, energiecoaches of andere ondersteuning? In het onderstaande schematisch overzicht worden de bovengenoemde gegevens over de jaren 2022 –2025 en Q1 2026 weergegeven in aantallen en percentage. In het eerste kwartaal van 2026 zijn er 330 signalen ontvangen van de energieleveranciers. In 11,5% van het aantal signalen is het gelukt om direct contact te krijgen met de inwoner of heeft de inwoner een reactie gegeven op het hulpaanbod van de gemeente. 78,9% van de inwoners die zijn bereikt, heeft hulp geaccepteerd van team Schuldhulpverlening of is doorverwezen naar een maatschappelijke partner die ondersteuning biedt op financieel gebied.
| Col1 | Ontvangen signalen van energieleveranciers | Bereikt (Contact met inwoner of reactie vanuit inwoner) | Hulp geaccepteerd | Percentage bereikt | Percentage hulp geaccepteerd dat is bereikt. |
|---|---|---|---|---|---|
| 2023 | 843 | 143 | 38 | 17% | 26,6% |
| 2024 | 957 | 94 | 24 | 9,8% | 25,5% |
pagina 4
| 2025 | 1153 | 102 | 54 | 8,8% | 52,9% |
|---|---|---|---|---|---|
| 2026 Q1 | 330 | 38 | 30 | 11,5% | 78,9% |
16. Hoe geeft het college uitvoering aan het Nibud-advies om oog te houden voor huishoudens met hoge energielasten en om samen met corporaties middelen in te zetten voor energieverbetering van woningen? Het college heeft oog voor financieel kwetsbare inwoners met sterk gestegen energielasten. Op basis van maatwerk kan er bijzondere bijstand worden verstrekt op aanvraag van de inwoner. Daarbij wordt gekeken naar de gestegen energiekosten en de persoonlijke omstandigheden. Daarnaast zijn door de woningcorporaties projectplannen ingediend in het kader van het convenant bestrijding energiearmoede. Via het convenant worden samen met de woningcorporaties middelen ingezet voor energiebesparing bij ongeveer 750 woningen in corporatiebezit via verschillende energiebesparende maatregelen.
17. In 2022 gaf het college aan hulp aan te bieden via vroegsignalering en samen te werken met maatschappelijke partners. Hoe is deze aanpak sinds 2022 doorontwikkeld naar een actieve, wijkgerichte aanpak, en welke concrete doelen, aantallen en resultaten horen daarbij? Gemeenten hebben sinds 2021 de wettelijke taak om vroegtijdig en proactief hulp te bieden aan inwoners met beginnende schulden zonder de benodigde structurele gelden vanuit het rijk. Het college heeft met het huidige bestuursakkoord tijdelijke middelen vrijgemaakt voor de aanpak van Vroegsignalering van schulden met daarbij de ambitie om het bereik van het aantal inwoners te verhogen naar 20% waarbij er in 10% van de gevallen ook hulp wordt geaccepteerd. Om dit te bereiken worden de volgende doelen gesteld:
- minimaal 90% van de dwingende en zorgwerkkende meldingen extra opvolging te geven met een telefonisch contactmoment;
- minimaal 80% van de dwingende en zorgwekkende meldingen opvolging te geven met een huisbezoek wanneer er sprake is van tenminste 2 maanden huurachterstand. Medio Q3 wordt de aanpak Vroegsignalering geëvalueerd. De raad wordt via de nieuwsbrief Sociaal Domein op de hoogte gesteld van de behaalde resultaten.
18. Hoeveel van de circa 600 corporatiewoningen waarvoor in 2022 [2] nog geen concrete verduurzamingsplannen waren inmiddels zijn aangepakt? [In de prestatieafspraken 2026 (zaaknummer 1579005) staat in de bijlage opgenomen dat](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/de52f3a1-464e-41b2-b94f-3318402c5a9f?documentId=8b4f5a40-27a2-4bba-bccb-f40f5a7ad46e) Mozaïek Wonen vanaf dit jaar nog circa 110 woningen met EFG-labels heeft en Woonpartners nog circa 200 woningen. Daaruit valt op te maken dat ongeveer de helft van dat aantal woningen is verbeterd. De corporaties geven aan dat de inspanningen niet eenvoudig zijn vanwege afhankelijkheid van (technische) mogelijkheden én bereidheid tot medewerking van bewoners.
19. Is het college bereid om met corporaties te bespreken of terughoudend kan worden omgegaan met huurverhogingen bij woningen met slechte labels, hoge energielasten of ernstige klachten over kou, tocht, vocht en schimmel? Aan de hand van het Woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt de hoogte van de huurprijs bepaald. Het energielabel is één van de factoren in die puntentelling. EFG-labels leveren zelfs minpunten op. Daarmee worden wettelijk al kaders meegegeven om huren met slechte labels laag te houden. Als de Huurcommissie constateert dat sprake is van ernstige, structurele gebreken, zoals vocht en schimmel, geldt bovendien dat huurverlaging aan de orde kan zijn. Omdat corporaties ook afhankelijk zijn van de bereidheid van bewoners om maatregelen te treffen en zij uiteindelijk profijt hebben van een energielabelverbetering doordat zij aan volgende huurders een hogere huur kunnen vragen, ziet het college geen aanleiding om dit onderwerp te bespreken. Als de corporaties na 2028 nog EFG-labels hebben, kan een gemeente mogelijk wel aanvullende maatregelen treffen.
2 [https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/aa15ac74-5f06-483b-9c71-](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/aa15ac74-5f06-483b-9c71-8cb90ed7afec?documentId=92f70715-b433-4065-8f7b-384c261b9c71) [8cb90ed7afec?documentId=92f70715-b433-4065-8f7b-384c261b9c71](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/aa15ac74-5f06-483b-9c71-8cb90ed7afec?documentId=92f70715-b433-4065-8f7b-384c261b9c71)
pagina 5
20. In 2022 gaf het college aan dat de energietoeslag voor energiekosten vooralsnog een voorliggende voorziening was. Kan in Gouda bijzondere bijstand of een lokaal noodfonds worden ingezet voor huishoudens die door slechte isolatie of noodzakelijk hoog energieverbruik financieel klem komen te zitten, nu tijdelijke landelijke steunmaatregelen zijn veranderd of weggevallen? Het kabinet is voornemens het landelijke Noodfonds Energie voort te zetten. In 2022 werd door het Rijk budget gegarandeerd om huishoudens tot 120% van het sociaal minimum te compenseren voor de gestegen energielasten. Momenteel is dit niet het geval. Wel ontvangen gemeenten binnenkort een nog onbekend bedrag om energiearmoede verder aan te pakken. Het college onderzoekt welke maatregelen van deze aanvullende middelen kunnen worden genomen.
21. In 2022 gaf het college aan dat de focus lag op kleine maatregelen en gedrag, terwijl corporaties E-, F- en G-labels richting 2028 zouden aanpakken. Hoe beoordeelt het college deze inzet in het licht van de gestegen energiearmoede, en welke aanvullende structurele maatregelen gaat het college nemen om dit te versnellen? Het college stelt dat inzet op beide vlakken nodig is: zowel de inzet op kleine maatregelen en gedrag als de inzet op structurele maatregelen om de woningen klaar voor aardgasvrij te maken en slechte labels uit te faseren. Het komende jaar worden een volkshuisvestelijk programma en een nieuwe raamovereenkomst prestatieafspraken opgesteld om de opgaven inzichtelijk te maken en richting te geven aan de uitvoering hiervan.
22. Kan het college aangeven of verwacht wordt dat alle E, F en G-labels in de sociale huursector in Gouda uiterlijk in 2028 zijn uitgefaseerd, conform de Nationale Prestatieafspraken met woningcorporaties? In de prestatieafspraken 2026 hebben de corporaties aangegeven dat dit mogelijk niet volledig gaat lukken vanwege de (technische) mogelijkheden en de ontbrekende bereidwilligheid tot meewerken door een deel van de bewoners.
23. Is het college bereid om met een concreet actieplan te komen voor kwetsbare Gouwenaars in slecht geïsoleerde sociale huurwoningen? Via het convenant bestrijding energiearmoede worden momenteel al concrete projectplannen opgesteld om slecht geïsoleerde sociale huurwoningen aan te pakken. Verder spant het college zich in om voor alle doelgroepen specifieke uitvoeringsplannen te ontwikkelen, zoals [ook blijkt uit de Uitvoeringsstrategie Energiebesparing en Isoleren 2025-2032](https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/a5d6194c-c1f8-4cac-9e30-23eb974eae3a?documentId=7ba35fc1-5039-4626-832f-25ad672530c2) (zaaknummer 1494406). Ook in particulier eigendom en particuliere verhuur bevinden zich slecht geïsoleerde woningen.
Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. C.W.W. van den Berg CMC mr. drs. P. Verhoeve
Geschatte ambtelijke capaciteit: 10 uur.
pagina 6