Gorinchem, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording vragen naar aanleiding van de 1 [e] bestuursrapportage 2026
Fractie SGP/CU
Vraag 1: _Hebben wij zicht op actuele ziekteverzuimcijfers binnen VT?_
Antwoord: Het ziekteverzuim bedraagt over 9,6% binnen Veilig Thuis. Dit ligt boven het gewenste niveau. Ook uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek blijkt dat medewerkers druk ervaren in de werk-privébalans en de werkdruk. Binnen de teams wordt hierover het gesprek gevoerd. Daarnaast heeft DG&J een programma Vitaliteit ingezet en is de begeleiding bij ziekteverzuim geïntensiveerd. Naast deze maatregelen spelen ook bredere vraagstukken rond de taakstelling bij Veilig Thuis, het aantal meldingen en de uitkomsten van het kostprijsonderzoek. Deze onderwerpen worden dit najaar binnen het bestuur van DG&J nader besproken en bestuurlijk gewogen
Vraag 2: _Mijn indruk is dat er beste wel veel verloop in personeel is binnen de dienst,_ _ook op managementniveau. Deel je dat beeld?_
Antwoord : Vraag staat uit bij de diverse domeindirecteuren van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd. Beantwoording zal schriftelijk worden nagezonden.
Fractie CDA
Vraag 1: _Op basis van het kostprijsonderzoek zijn de tarieven voor 2026 bijgesteld._ _Daarnaast is er een aanpassing gedaan van de indexatie van de tarieven die ook al voor_ _2026 impact heeft. Waar zit het verschil in tussen deze twee aanpassingen en hoe_ _kunnen deze allebei in 2026 impact hebben? Of is de impact van de tariefsaanpassing het_ _restant na aanpassing indexatie?_
Antwoord: De tarieven voor 2026 zijn in twee stappen aangepast. Eerst zijn de bestaande tarieven geïndexeerd conform de contractuele afspraken. Voor 2026 is daarbij gerekend met een indexatie van 5,13%, waarmee de tarieven worden gecorrigeerd voor de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Vervolgens is een kostprijsonderzoek uitgevoerd om te toetsen of deze geïndexeerde tarieven nog voldoen aan de wettelijke eisen voor reële tarieven uit de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Prijzen Jeugdwet. Uit het kostprijsonderzoek bleek dat de geïndexeerde tarieven voor bepaalde producten niet aansloten op de AMvB reële prijs. Daarbij gaat het onder andere om hogere caoontwikkelingen, gewijzigde werkgeverslasten, de verwerking van personeel niet in loondienst (PNIL), ziekteverzuim en enkele productiviteits- en functiemixcorrecties. Voor deze producten zijn de tarieven naast de indexatie ook nog bijgesteld. De tariefsaanpassing uit het kostprijsonderzoek is voor de betreffende producten dus een aanvullende correctie boven op de reguliere indexatie.
Vraag 2: _Leidt de aanpassing van de indexatie voor 2026 ook tot een aanpassing van_ _ramingen voor komende jaren? Met welke indexatie wordt naar de toekomst toe_ _gerekend?_
Antwoord: De uitkomsten van de indexatie en herijking van tarieven vanuit het kostprijsonderzoek leiden tot een aangepast prijsniveau voor 2026.
Daarmee ontstaat een nieuwe uitgangspositie voor de tarieven en ook voor toekomstige indexaties die over het hogere tarief worden toegepast. In de begroting 2027 is al rekening gehouden met zowel de indexatie als de herijking van de tarieven. Daarnaast is voor de indexatie van 2027 gerekend met een percentage van 5,35%. Op basis van recente publicaties van de VNG ligt de indexatie inmiddels op 3,59%. Dit voordeel zal bij de 1e bestuursrapportage 2027 worden verwerkt. Tegenover dit indexatievoordeel kunnen andere kostenontwikkelingen staan. Deze worden via de reguliere P&C-cyclus verwerkt.
Vraag 3: _Totaal stijgen de kosten door indexatie en tariefsaanpassing met bijna 6% ten_ _opzichte van de begroting. Aangeven wordt dat er een ontwikkelopdracht loopt om_ _kosten te verlagen. In de bestuursrapportage wordt juist het risico genoemd dat dit_ _ontwikkelprogramma niet wordt gehaald en kosten verder stijgen, o.a. door_ _personeelskrapte. Kan worden toegelicht wat concreet wordt gedaan om kosten te_ _beheersen, en welke eisen aan aanbieders (kunnen) worden gesteld?_
Antwoord: De stijging van de tarieven hangt grotendeels samen met hogere loonkosten, werkgeverslasten, ziekteverzuim en de inzet van personeel niet in loondienst. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van landelijke arbeidsmarktontwikkelingen en wettelijke eisen rondom reële tarieven en kunnen niet volledig door gemeenten worden beïnvloed. Vanuit de Service Organisatie Jeugd wordt actief gestuurd op kostenbeheersing. In de contracten is reeds vastgelegd dat no-show (niet verschenen zonder afmelding) niet declarabel is. Daarnaast zijn voor een aantal producten de dienstomschrijvingen aangepast, wat bij de herijking van de tarieven een dempend effect heeft op het tarief. Verder wordt gewerkt aan het normeren van indirecte tijd binnen de contracten. Ook vindt vanuit de ontwikkelopdracht overleg plaats met aanbieders over mogelijkheden om ziekteverzuim terug te dringen en de afhankelijkheid van personeel niet in loondienst te beperken.
Vraag 4: _Het is mooi om te lezen dat het gebruik van jeugdzorg daalt, waarbij_ _voorzichtigheid geboden is. Eén jeugdige in de intensieve zorg kan ongeveer 300.000_ _euro per jaar kosten. Daarmee is de begroting voor SOJ zeer volatiel, beperkte in- of_ _uitstroom kan al tot grote afwijkingen leiden. Zijn er mogelijkheden om dit in de_ _financiële cyclus van de gemeente werkbaar te maken en de financiële volatiliteit te_ _beperken?_
Antwoord: Binnen Gorinchem worden deze financiële risico’s zo goed mogelijk beheerst door een combinatie van monitoring, regionale samenwerking en financiële buffervorming.
Via de reguliere planning- en controlcyclus worden het zorggebruik en de bijbehorende kosten gedurende het jaar gevolgd. Hierdoor kunnen ontwikkelingen tijdig worden gesignaleerd en waar nodig worden verwerkt in bestuursrapportages en begrotingswijzigingen.
Daarnaast wordt specialistische jeugdhulp binnen de regio Zuid-Holland Zuid regionaal georganiseerd en ingekocht. Dit draagt bij aan een doelmatige organisatie van specialistische zorg en biedt gemeenten beter inzicht in ontwikkelingen van het gebruik en de kosten. Sinds 2023 is er binnen de regio echter geen sprake meer van financiële solidariteit tussen gemeenten, waardoor de financiële gevolgen van individuele casussen volledig bij de betreffende gemeente terechtkomen.
Tegelijkertijd blijft sprake van een onvermijdelijke financiële onzekerheid. De Jeugdwet kent een open-eindekarakter en enkele jeugdigen die gebruikmaken van zeer intensieve zorg kunnen een groot effect hebben op de gemeentelijke uitgaven. De gemeente Gorinchem houdt daarom een Reserve Sociaal Domein.
De Reserve Sociaal Domein dempt deze schommelingen, maar kan het financiële risico niet volledig wegnemen. Het college blijft daarom via de bestuursrapportages volgen of aanvullende bijsturing nodig is.