Geldrop-Mierlo, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen
(ex. Artikel 36 RvO)
Registratie: 2026.36.034
Datum: 31-08-2026
Aan de voorzitter van de raad
Steller vragen: Ingemar Lubbers namens DGG
Onderwerp: Stand van zaken kader vluchtelingenopvang en wettelijke opgaven
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1. In de RIB van 12 mei jl. wordt aangegeven wat de analyse is van de provincie: “De provincie concludeert dat op 1 april in totaal 45 Brabantse gemeenten een achterstand hebben in het realiseren van hun taakstelling. Ook Geldrop-Mierlo ligt nog achter op de taakstelling 1e helft van 2026.” In de RIB van augustus jl. wordt alleen gesproken over de situatie in GeldropMierlo ( die overigens nu wél aan de taakstelling voldoet. Kan het college ons informeren over de analyse van de andere Brabantse gemeenten? Het is daarbij wenselijk dat in het antwoord óók een link naar de recente cijfers wordt toegevoegd zodat wij over voldoende informatie beschikken. 2. Ledenbrief VNG – actie versneld huisvesten statushouders; Gerekend vanuit de solidariteitsgedachte uit de Spreidingswet wordt voor M50-gemeenten (waartoe GeldropMierlo behoort) indicatief gedacht aan een bijdrage van het versneld huisvesten van ongeveer 15 plekken per gemeente. Kan het college ons de cijfers aanleveren welke gemeenten nog NIET voldoen aan de taakstelling alvorens Geldrop-Mierlo werkelijke huisvesting geeft aan de versnelde huisvesting van statushouders (dit blijkt al toegezegd aan VNG)? 3. Voorbereiding provinciaal verslag tweede cyclus Spreidingswet; Gemeenten krijgen hierbij de mogelijkheid om onderling afspraken te maken over de verdeling van opvangopgaven. Zo kunnen gemeenten afspraken maken over het gezamenlijk realiseren van opvangcapaciteit of over het overnemen van (een deel van) elkaars opgaven. Kan het college aangeven welke afspraken hierover inmiddels zijn gemaakt met omliggende gemeenten in de (sub)regionale regietafels in Zuidoost-Brabant? 4. In de RIB van 12 mei jl is het volgende opgenomen; Provinciaal verdeelbesluit. “Elke gemeente bepaalt eerst haar eigen ambitie, waarna in (sub)regionaal overleg wordt gekeken hoe deze gezamenlijke opgave het beste kan worden ingevuld. Voor elke subregio wordt ambtelijk een conceptvoorstel voorbereid.” Wat doet het college? We zetten ons actief in, om te voldoen aan de wettelijke verplichting vanuit de Spreidingswet het realistisch en gefaseerd uitvoeren van het door uw raad in februari 2025 vastgestelde Kader Vluchtelingenopvang en de aanvullende kaders die u op 20 april jongsteleden heeft vastgesteld. Uw raad wordt tijdig betrokken bij deze ontwikkelingen. Welke ambitie heeft het college opgesteld en hoe verhoudt zich dit tot het realistisch en gefaseerd uitvoeren van het “door de raad in februari 2025 vastgestelde Kader Vluchtelingenopvang en de aanvullende kaders die u op 20 april jongsteleden heeft vastgesteld? 5. Uw raad wordt tijdig betrokken bij deze ontwikkelingen.” In de RIB van 11 augustus treffen we hiervan geen terugkoppeling aan. Kan het college ons informeren over de opgestelde ambitie in relatie tot het vastgestelde kader door de raad?
Pagina 1 van 2
Hartelijk dank voor de genomen moeite van het beantwoorden.
Toelichting:
Datum beantwoording: 22-9-2026
Antwoord :
1. Nee, de provincie publiceert geen actueel openbaar overzicht per Brabantse gemeente.
_2._ Nee, er is geen actueel openbaar overzicht beschikbaar van gemeenten die hun taakstelling nog niet hebben gehaald. Het verzoek tot versnelde huisvesting van statushouders betekent voor Geldrop-Mierlo overigens geen extra opgave boven op onze eigen taakstelling. De versnelde huisvesting wordt verrekend met de taakstelling voor 2027. Het gaat dus om het eerder realiseren van huisvesting die anders later aan de beurt zou zijn.
3. Er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt.
4. Voor Geldrop-Mierlo is in de landelijke capaciteitsraming een indicatieve opgave opgenomen van 210 opvangplekken voor 2026–2027. Het college vindt het niet realistisch om op korte termijn nog tot 210 plekken te komen. De eerste prioriteit ligt bij het realiseren van de eerder vastgestelde taakstelling van 137 plekken. Deze bestaat uit:
- 54 plekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV);
- 83 plekken voor overige asielzoekers.
Daarmee kiest het college voor een realistische en gefaseerde aanpak, binnen het Kader Vluchtelingenopvang dat de raad in februari 2025 heeft vastgesteld en de aanvullende kaders die de raad op 20 april 2026 heeft vastgesteld
5. Zie antwoord bij vraag 4.
Mocht op enig moment blijken dat verdere stappen nodig of mogelijk zijn, dan wordt de raad daarover geïnformeerd. Als daarvoor een besluit van de raad nodig is of als een voorgenomen stap buiten de vastgestelde kaders valt, wordt dit uiteraard aan de raad voorgelegd.
Pagina 2 van 2