Eijsden-Margraten, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Raadsvergadering 1 oktober 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 06: Inspiratiekader buitengebied Eijsden-Margraten
Opmerking vooraf: Vooral het Inspiratiekader Buitengebied roept bij ons vele vragen op, waarvan een groot deel gaat over hoe de Raad verder betrokken wordt bij het vaststellen van waarderings- en toetsingskader. We vernemen graag of hierop 1 reactie gegeven gaat worden, of dat er verschil gemaakt gaat worden bij verschillende onderdelen, dan verwachten we gespecificeerde antwoorden.
Algemene reactie vooraf Naar aanleiding van de opmerking vooraf en de verschillende vragen over de status, werking en eventuele verdere uitwerking van het Inspiratiekader, vinden wij het belangrijk om eerst te verduidelijken waarvoor het Inspiratiekader is bedoeld. Het buitengebied van Eijsden-Margraten is een gebied waarin veel verschillende functies, belangen en opgaven samenkomen. Denk daarbij aan landbouw, natuur, landschap, water en bodem, recreatie, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd is op het buitengebied al een omvangrijk en complex geheel aan wet- en regelgeving en beleidskaders van toepassing. Het gaat daarbij om Europese, landelijke, provinciale en gemeentelijke regels en beleidskaders. Deze bepalen in belangrijke mate wat op een bepaalde locatie wel, niet of onder voorwaarden mogelijk is. Het Inspiratiekader is niet bedoeld om al deze bestaande regels te vervangen of daar een nieuw gemeentelijk stelsel van regels bovenop te zetten. Juist vanwege de hoeveelheid bestaande regelgeving en beleidskaders is bewust gekozen voor een document met een integraal, richtinggevend en inspirerend karakter. Het Inspiratiekader brengt de verschillende opgaven, kwaliteiten, bestaande kaders en ambities voor het buitengebied in samenhang in beeld en maakt zichtbaar welke ontwikkelrichting de gemeente voor het buitengebied voor ogen heeft. Daarmee vormt het Inspiratiekader een inhoudelijke leidraad voor het gesprek over toekomstige ontwikkelingen en voor de verdere uitwerking van de gemeentelijke ambities. Het geeft richting aan waar we met het buitengebied naartoe willen, zonder voor iedere situatie vooraf nieuwe gedetailleerde regels of toetsingscriteria vast te leggen. Het Inspiratiekader is dan ook geen zelfstandig juridisch bindend toetsings- of afwegingskader. Voor de juridische beoordeling van concrete initiatieven blijven de geldende wet- en regelgeving en de bestaande beleids- en juridische kaders van Rijk, provincie en gemeente bepalend. Met de vaststelling van het Inspiratiekader worden deze bestaande kaders niet gewijzigd. Er is daarom ook geen algemeen aanvullend waarderings-, afwegings- of toetsingskader voor het gehele buitengebied in voorbereiding. De verdere uitwerking van het Inspiratiekader richt zich op het uitvoeringsprogramma en op concrete vervolgtrajecten. Wanneer bij een specifiek onderwerp nadere beleidsmatige of juridische borging wenselijk of noodzakelijk blijkt, wordt daarvoor bekeken welk instrument passend is en welk bestuursorgaan bevoegd is. Een concreet voorbeeld hiervan is verblijfsrecreatie. Hiervoor is inmiddels een afzonderlijk traject gestart om te komen tot een visie- en beleidsafwegingskader. Dit traject staat los van de vaststelling van het Inspiratiekader, maar sluit inhoudelijk wel aan bij de daarin opgenomen uitgangspunten. De raad wordt bij dit traject op passende momenten betrokken. Vanuit deze bedoeling en status van het Inspiratiekader worden de onderstaande vragen beantwoord.
Pagina 1 van 36
Vraag 1: Pag 3, FINANCIËLE ASPECTEN Het raadsvoorstel stelt dat voor de uitvoering van de aanbevelingen nog geen middelen zijn opgenomen in de begroting 2026-2030. Wanneer kan de raad een eerste raming verwachten van de kosten van de in hoofdstuk 7 genoemde instrumenten, in het bijzonder het waarborgfonds, de strategische grondbank, de strategische grondaankoopkaart en de inzet van een gebiedscoach?
Antwoord:
Momenteel wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan en het verdere vervolgtraject. In deze uitwerking wordt per instrument nader bekeken wat nodig is voor de uitvoering en welke financiële middelen daarmee gemoeid zijn. Op basis daarvan kan ook een eerste raming worden gemaakt voor de periode 2027-2030.
Vooralsnog wordt gewerkt met een werkbudget dat onderdeel is van de conceptbegroting. Uit de verdere uitwerking van het uitvoeringsplan zal blijken of dit budget toereikend is en welke aanvullende middelen eventueel nodig zijn.
Zodra het uitvoeringsplan en de financiële consequenties voldoende zijn uitgewerkt en afgestemd, worden deze aan het college voorgelegd. Naar verwachting wordt een eerste concept in eerste kwartaal van 2027 met het college gedeeld.
Vraag 2: Welke van de opgenomen aanbevelingen kunnen binnen de bestaande formatie en begroting worden uitgevoerd en welke niet? (Het coalitieakkoord vraagt in het hoofdstuk “Financieel gezond beleid” om scherpe prioritering en stelt uitdrukkelijk dat niet alles kan en zeker niet meteen en tegelijk.)
Antwoord:
Op dit moment wordt het uitvoeringsprogramma en het verdere vervolg uitgewerkt. Onderdeel daarvan is het inzichtelijk maken welke aanbevelingen binnen de bestaande formatie en beschikbare budgetten kunnen worden uitgevoerd en voor welke aanbevelingen aanvullende capaciteit of financiële middelen nodig zijn.
Indien uit deze uitwerking blijkt dat niet alle aanbevelingen binnen de bestaande middelen en capaciteit kunnen worden uitgevoerd, zullen hierin keuzes en prioriteiten moeten worden aangebracht.
Wanneer voor de uitvoering aanvullende middelen nodig zijn die buiten de bestaande begrotingskaders vallen, wordt de raad hierover geïnformeerd en, waar besluitvorming door de raad nodig is, om een besluit gevraagd.
Pagina 2 van 36
Vraag 3: Hoeveel formatie is voorzien voor de gebiedscoach en de casusteams, en gaat dit ten koste van bestaande taken? Zo ja, welke?
Antwoord: De benodigde formatie voor de gebiedscoach en de casusteams is op dit moment nog niet vastgesteld. Dit maakt onderdeel uit van de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Daarbij wordt bekeken welke inzet nodig is, in hoeverre deze binnen de bestaande formatie kan worden opgevangen en wat dit betekent voor de huidige werkzaamheden.
Op basis van deze uitwerking wordt duidelijk of aanvullende capaciteit en/of financiële middelen nodig zijn. Indien hiervoor middelen nodig zijn die buiten de bestaande begrotingskaders vallen, wordt de raad hierover geïnformeerd en, waar nodig, om een besluit gevraagd.
Vraag 4: Pag. 3, UITVOERING EN EVALUATIE Het raadsvoorstel bevat onder het kopje “Uitvoering en evaluatie” geen evaluatiemoment en geen indicatoren. Wanneer en op welke wijze wordt geëvalueerd of het Inspiratiekader daadwerkelijk leidt tot versterking van de omgevingskwaliteit, en welke indicatoren worden daarbij gebruikt?
Antwoord: Het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten is in de eerste plaats een visie en leidt op zichzelf niet direct tot een meetbare versterking van de omgevingskwaliteit. De daadwerkelijke effecten zijn afhankelijk van de verdere uitwerking en uitvoering van de aanbevelingen uit het Inspiratiekader.
Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt daarom ook nader bepaald op welke wijze de voortgang en resultaten worden gemonitord en geëvalueerd, op welke momenten dit gebeurt en welke indicatoren daarbij passend zijn.
Zodra het uitvoeringsprogramma verder is uitgewerkt, wordt de raad geïnformeerd over de voortgang en de wijze van evaluatie. Waar onderdelen van de uitvoering binnen de bevoegdheid van de raad vallen, wordt de raad uiteraard bij de verdere besluitvorming betrokken.
Vraag 5: Wordt bijgehouden hoeveel initiatieven aan het kader zijn getoetst, hoeveel daarvan zijn gehonoreerd en in hoeveel gevallen gemotiveerd is afgeweken? Zo ja, wordt daarover aan de raad gerapporteerd?
Antwoord: Het Inspiratiekader is niet juridisch bindend en vormt geen zelfstandig toetsingskader. Wanneer een initiatief niet past binnen het geldende omgevingsplan, kan wel worden bekeken in hoeverre het initiatief aansluit bij de waarden en uitgangspunten uit het Inspiratiekader.
Op dit moment is het Inspiratiekader nog niet vastgesteld. Het kan daarom nog niet als vastgesteld beleidskader worden meegenomen bij de beoordeling van initiatieven.
Pagina 3 van 36
Vraag 6: Kan het college een indicatie geven van de orde van grootte van die financiële gevolgen, ook als die nog niet precies is te bepalen, zodat de raad het besluit met enig financieel perspectief kan nemen?
Antwoord: Nee, dat is op dit moment nog niet mogelijk. Momenteel wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Daarbij worden verschillende mogelijkheden en tijdspaden in beeld gebracht. Afhankelijk van de gekozen aanpak en planning zullen ook de benodigde financiële middelen en capaciteit verschillen.
Vraag 7: Waarom is ervoor gekozen het uitvoeringsprogramma uitsluitend aan het college voor te leggen, gelet op het feit dat daarin de afwegings- en toetsingskaders worden uitgewerkt die de raad met dit besluit juist niet vaststelt?
Antwoord:
Het is niet de bedoeling om voor het Inspiratiekader Buitengebied een afzonderlijk afwegings- of toetsingskader op te stellen. Het Inspiratiekader heeft het karakter van een visie en vormt daarmee geen zelfstandig toetsingskader.
Wel wordt momenteel, in het verlengde van het traject rondom verblijfsrecreatie, onderzocht of en in welke vorm een afwegings- of toetsingskader wenselijk en mogelijk is. Dit betreft een afzonderlijke uitwerking en staat daarmee los van de vaststelling van het Inspiratiekader zelf.
De verdere uitvoering van de aanbevelingen uit het Inspiratiekader wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. De vaststelling daarvan behoort in beginsel tot de bevoegdheid van het college. Bij de verdere uitwerking wordt per onderdeel bekeken welk bestuursorgaan bevoegd is.
Mocht uit het traject rondom verblijfsrecreatie of uit andere vervolgtrajecten een afwegings- of toetsingskader voortkomen waarvoor besluitvorming door de raad noodzakelijk is, dan wordt dit uiteraard aan de raad voorgelegd.
Vraag 8: Pag. 3, GEVOLGEN VOOR DE NATUUR “Het vaststellen van de visie zelf heeft geen directe gevolgen voor de natuur.” Hoe en wanneer voorziet het college een uitvoeringsprogramma aan de raad voor te leggen?
Antwoord: Het uitvoeringsprogramma wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 aan het college voorgelegd. Nadat het college het uitvoeringsprogramma heeft vastgesteld, wordt het ter kennisname aan de raad aangeboden.
Pagina 4 van 36
Vraag 9: Hoe en wanneer denkt het college de raad te betrekken bij de invulling van dit uitvoeringsprogramma?
Antwoord:
Het uitvoeringsprogramma moet nog worden opgesteld en inhoudelijk worden uitgewerkt. Op dit moment is daarom nog niet concreet aan te geven op welke momenten en bij welke onderdelen de raad wordt betrokken.
Bij de verdere uitwerking wordt per onderdeel bekeken welke vervolgstappen nodig zijn en waar de bevoegdheden van het college en de raad liggen. Zodra er onderdelen zijn die binnen de bevoegdheid van de raad vallen of waarvoor besluitvorming door de raad nodig is, worden deze tijdig aan de raad voorgelegd.
Daarnaast zal de raad worden geïnformeerd over relevante ontwikkelingen en de voortgang van het uitvoeringsprogramma.
Vraag 10: Deze conclusie lijkt op gespannen voet te staan met de stelling dat het kader na vaststelling als afwegingskader gaat gelden voor initiatieven die niet binnen het omgevingsplan passen. Op welke analyse is de conclusie gebaseerd, en is die analyse voor de raad beschikbaar?
Antwoord:
Na vaststelling kan het Inspiratiekader worden gebruikt als inhoudelijke leidraad bij de beoordeling van initiatieven die niet binnen het geldende omgevingsplan passen. De uitgangspunten uit het Inspiratiekader kunnen daarbij worden betrokken bij de motivering en afweging van een initiatief, bijvoorbeeld in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
Dit betekent echter niet dat het Inspiratiekader daarmee een zelfstandig juridisch bindend toetsingskader wordt. Het Inspiratiekader is als visie opgesteld en niet met het doel om rechtstreeks juridisch bindende normen of toetsingscriteria vast te leggen.
Vraag 11: Het verkiezingsprogramma van PRO bepleit dat natuureffecten standaard worden meegewogen in begroting en besluitvorming. Is het college bereid bij raadsvoorstellen in het fysieke domein een onderbouwde natuurparagraaf op te nemen in plaats van een enkele constatering?
Antwoord:
In ieder raads- en collegevoorstel is standaard een paragraaf opgenomen waarin wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen voor de natuur. Daarmee wordt het college bij ieder voorstel expliciet gevraagd om stil te staan bij eventuele natuureffecten en deze mee te wegen in de besluitvorming.
Pagina 5 van 36
De mate van onderbouwing van deze paragraaf is afhankelijk van de aard en mogelijke gevolgen van het betreffende voorstel. Wanneer een voorstel relevante gevolgen voor de natuur kan hebben, vraagt dit om een nadere inhoudelijke toelichting en onderbouwing.
Vraag 12: _20261001 06b Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten_ Pag 7: 1.2 Aanleiding en doel “Om te werken aan zowel de uitdagingen van landbouwers …….samenhangende beleidskeuzes en vooral een heldere koers nodig.” Voorziet het college om deze samenhangende beleidskeuzes vast te leggen in een Landbouwbeleid dat richting geeft aan “een integrale benadering van ruimtelijke initiatieven en de transitie van de agrarische sector?
Antwoord:
Nee, op dit moment is het college niet voornemens om een afzonderlijk landbouwbeleid op te stellen. Het Inspiratiekader Buitengebied vormt juist de integrale koers waarin de verschillende opgaven in het buitengebied, waaronder landschap, natuur, water en landbouw, in samenhang worden bekeken.
Vraag 13: Zo ja, hoe wordt de raad betrokken bij de invulling van zo’n beleid, en op welke termijn kan de raad een RV tegemoet zien?
Antwoord: Aangezien het college op dit moment niet voornemens is om afzonderlijk landbouwbeleid op te stellen, is een raadsvoorstel hierover niet voorzien.
Vraag 14: Zo nee, wat is de motivatie om niet over te gaan tot de formulering van een landbouwbeleid, gezien bovenstaande constatering dat samenhangende beleidskeuzes nodig zijn?
Antwoord: Juist vanuit voortschrijdend inzicht en de behoefte aan samenhangende beleidskeuzes is gekozen voor een integrale benadering van het buitengebied, in plaats van afzonderlijk landbouwbeleid. De opgaven voor landschap, natuur, water en landbouw hangen sterk met elkaar samen en kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Het Inspiratiekader Buitengebied biedt hiervoor de integrale koers.
Vraag 15: Pag 10: Het Landschapschapsontwikkelingsplan stamt uit 2008. De daarin gepresenteerde visie op de inrichting van het buitengebied sluit niet langer aan op actuele ontwikkelingen en beleidsvoornemens. In hoeverre komt de visie uit het LOP terug in het inspiratie document en zijn er -in samenhang met het nog vast te stellen omgevingsplan- voornemens om het LOP te actualiseren?
Pagina 6 van 36
Antwoord: Het LOP is een van de onderleggers van het inspiratiekader, aangezien het een bestaand kader is. Het LOP is in veel situaties nog steeds actueel en waardevol, alleen in situaties met een duidelijk veranderd landgebruik (met name het toevoegen van bebouwing) is het LOP minder actueel. Doordat het LOP nog goed toepasbaar is, is de gemeente niet voornemens om het LOP op dit moment te actualiseren. In de komende jaren wordt het omgevingsplan vormgegeven (vaststelling vóór 1 januari 2032). Tijdens de vormgeving van het omgevingsplan wordt kritisch gekeken naar mogelijke actualisaties van bestaande kaders, zoals het LOP.
Vraag 16: Pag. 10, Laatste zin: ‘’Waar beschermen en ontwikkelen niet samen kunnen gaan kiezen we voor beschermen.’’ Dit voorrangsbeginsel uit de Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied wordt op deze pagina geciteerd, maar keert in de ruimtelijke principes van hoofdstuk 5 niet als beslisregel terug. Blijft dit beginsel onverkort gelden, en waar in het kader is het geoperationaliseerd?
Antwoord:
Het uitgangspunt ‘waar beschermen en ontwikkelen niet samen kunnen gaan, kiezen we voor beschermen’ blijft onderdeel van de integrale koers voor het buitengebied. Dit uitgangspunt moet in samenhang worden gelezen met de ruimtelijke principes uit hoofdstuk 5.
Het Inspiratiekader is echter geen juridisch toetsingskader en bevat daarom geen afzonderlijke beslisregels. De verdere uitwerking en toepassing van dit uitgangspunt vindt plaats in het uitvoeringsprogramma en, waar nodig, in daarvoor geschikte beleids- of juridische instrumenten.
Vraag 17: Pag 13, Kader: ‘’Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied’’ In de nota van zienswijzen wordt gereageerd op een verzoek om hier een opsomming van die richtinggevende uitspraken op te nemen. Gezien het grote belang van deze richtinggevende uitspraken voor het vaststellen van de denkrichtingen van het inspiratie document, wat is er tegen om hier zo’n opsomming op te nemen, of eventueel als bijlage toe te voegen (zie ook de vragen bij de nota van zienswijzen)?
Antwoord: De richtinggevende uitspraken uit Buitengewoon Buitengebied zijn meegenomen bij het opstellen van het Inspiratiekader en maken onderdeel uit van de geïnventariseerde beleidsdocumenten. De relevante uitgangspunten hieruit zijn verwerkt in de integrale koers en denkrichtingen van het Inspiratiekader.
Er is bewust niet voor gekozen om alle richtinggevende uitspraken afzonderlijk op te nemen of als bijlage toe te voegen. Voor het Inspiratiekader is een groot aantal bestaande beleidsdocumenten geïnventariseerd. Wanneer alle relevante uitspraken en uitgangspunten uit deze documenten afzonderlijk worden opgenomen, wordt het Inspiratiekader onnodig omvangrijk en ontstaat bovendien veel herhaling.
Pagina 7 van 36
Vraag 18: Zijn er richtinggevende uitspraken uit het Manifest Buitengewoon Buitengebied die met de vaststelling van dit Inspiratiekader materieel worden gewijzigd, genuanceerd of losgelaten? Zo ja, welke, en is dat expliciet aan de raad voorgelegd?
Antwoord: Nee. Met de vaststelling van het Inspiratiekader worden geen richtinggevende uitspraken uit Buitengewoon Buitengebied gewijzigd, genuanceerd of losgelaten. Het Inspiratiekader brengt de uitgangspunten uit de verschillende onderliggende beleidsdocumenten samen en laat deze in samenhang zien. Daarmee ontstaat één integrale koers voor het buitengebied.
Vraag 19: Pag. 22, tweede alinea “Zonder aanvullende maatregelen worden de instandhoudingsdoelstellingen voor de Bemelerberg en Schiepersberg naar verwachting niet volledig gerealiseerd.’’ Deze constatering, ontleend aan de Ecologische Autoriteit en de natuurdoelanalyse van de provincie, is stevig. Welke aanvullende maatregelen ziet de gemeente voor zichzelf weggelegd, op welke termijn, en in welk document worden die vastgelegd?
Antwoord: De provincie is het bevoegd gezag voor de Natura 2000-gebieden en daarmee primair verantwoordelijk voor de instandhoudingsdoelstellingen en de daarvoor benodigde maatregelen. Op dit moment is nog niet bepaald welke aanvullende maatregelen specifiek vanuit de gemeente nodig of wenselijk zijn. Juist daarom is de eerste vervolgaanbeveling uit het Inspiratiekader gericht op het uitwerken van gebiedsgerichte aanpakken. Na vaststelling van het Inspiratiekader wordt onderzocht wat per gebied nodig is, welke opgaven en belangen daar samenkomen en welke rol en bijdrage daarbij van de gemeente kan worden gevraagd.
De mogelijke aanvullende maatregelen, de rolverdeling tussen gemeente, provincie en andere betrokken partijen en de bijbehorende planning maken daarmee onderdeel uit van deze verdere gebiedsgerichte uitwerking. Op de uitkomsten daarvan kan op dit moment nog niet worden vooruitgelopen.
Vraag 20: Pag. 24, 1 [ste] alinea “De Europese Natuurherstelverordening bevat de doelstelling om ten minste 30% van het aangetaste natuurareaal in 2030 te herstellen.’’ Is in beeld gebracht wat deze doelstelling, en het doel van 10% groenblauwe dooradering uit het Aanvalsplan Landschap, betekent voor Eijsden-Margraten in hectares? Zo nee, wanneer wordt dat in beeld gebracht?
Pagina 8 van 36
Antwoord: Nee, op dit moment is niet specifiek in beeld gebracht wat deze doelstellingen voor Eijsden-Margraten betekenen, uitgedrukt in hectares. Het Inspiratiekader heeft het karakter van een visie en bevat daarom geen concrete doorvertaling van deze landelijke en Europese doelstellingen naar hectares op gemeentelijk niveau.
Vraag 21: Pag. 26, “Water” 1 [ste] alinea ‘’Uiterlijk eind 2027 moet de goede toestand van de waterlichamen bereikt zijn.’’ Acht het college het haalbaar dat de natuurbeken in Eijsden-Margraten eind 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water voldoen? Welke maatregelen zijn daarvoor nog nodig en wie is daarvoor verantwoordelijk?
Antwoord: De doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) gelden ook voor Eijsden-Margraten. Binnen onze gemeente ligt onder andere een concrete opgave in Noorbeek, bij de overstort op de Wesch/De Noor. Met het project Liquid Commons Noordal wordt gewerkt aan maatregelen om deze problematiek aan te pakken en bij te dragen aan het behalen van de KRW-doelstellingen. De planning is erop gericht deze maatregel in 2027 te hebben uitgevoerd.
Vraag 22: Pag. 28, In hoofdstuk 5 wordt kleinschalige verblijfsrecreatie bij vrijwel elk landschapstype als passend voorbeeldinitiatief genoemd. Wordt de cumulatie van veel kleinschalige initiatieven ergens getoetst, of kan het optellen daarvan alsnog tot toeristische overdruk leiden? (Deze vraag sluit aan bij het coalitieakkoord.)
Antwoord: Het Inspiratiekader doet geen uitspraak over de cumulatieve effecten van meerdere kleinschalige verblijfsrecreatieve initiatieven. Om te kunnen bepalen wanneer een optelsom van initiatieven kan leiden tot toeristische overdruk, is nader onderzoek nodig. Dit onderwerp wordt verder onderzocht en uitgewerkt in de afzonderlijke visie op verblijfsrecreatie, die momenteel wordt opgesteld. Daarin wordt nader ingegaan op de gewenste ontwikkeling van verblijfsrecreatie en de mogelijke effecten daarvan op de omgeving.
Vraag 23: Pag.31 Opmerking: De illustraties zijn op hun kop weergegeven.
Antwoord: Deze illustratie staat niet op zijn kop. Er zou een noordpijl toegevoegd kunnen worden.
Pagina 9 van 36
Vraag 24: Pag. 34, 1. Realiseer een verbetering van de omgevingskwaliteit Het kader spreekt herhaaldelijk van een versterking van de kwaliteit van de leefomgeving “per saldo”. Wat wordt tegen elkaar weggestreept, over welk gebied en over welke termijn wordt gesaldeerd, en is verlies op één aspect compenseerbaar met winst op een ander?
Antwoord: Het begrip _“per saldo”_ is in het Inspiratiekader niet uitgewerkt als een rekenkundige salderingsmethode waarbij winst en verlies één-op-één tegen elkaar worden weggestreept. Het gaat om een integrale beoordeling van een ontwikkeling, waarbij onder andere landschap, water en bodem, natuur, cultuurhistorie en leefbaarheid in samenhang worden bekeken.
Ook wordt in het Inspiratiekader geen vaste termijn of vast geografisch gebied voor deze afweging voorgeschreven. De beoordeling is afhankelijk van de plek, het landschapstype en de aard van het initiatief. Daarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
Dit betekent niet dat verlies op één aspect automatisch kan worden gecompenseerd door winst op een ander aspect. Het uitgangspunt blijft dat een ontwikkeling moet passen bij het landschap en per saldo moet leiden tot behoud of versterking van de kernkwaliteiten van het gebied.
Vraag 25: Pag. 38 Bij de voorbeelden op pagina 38 wordt alleen de agrarische sector benoemd. Dit versterkt het beeld dat ook verder in het document ontstaat dat dit inspiratiedocument vooral gaat over de toekomstige mogelijkheden voor de landbouw in het buitengebied. Kunnen voor de evenwichtigheid op pagina 38 ook voorbeelden van natuurontwikkeling, toeristische ontwikkelingen of waterbeheersing worden opgenomen, zoals op de volgende pagina wel het geval is?
Antwoord: Het Inspiratiekader richt zich nadrukkelijk niet alleen op de agrarische sector, maar op het buitengebied als geheel. Landschap, natuur, water, landbouw, recreatie en andere ruimtelijke opgaven worden in samenhang bekeken. De landbouw krijgt daarbij relatief veel aandacht, omdat deze sector een belangrijke drager van het landschap is en voor grote veranderingen staat. De voorbeelden op pagina 38 zijn bedoeld ter inspiratie en vormen geen uitputtende opsomming van mogelijke ontwikkelingen. In het document worden op andere plekken ook voorbeelden gegeven op het gebied van natuurontwikkeling, water en recreatie.
Vraag 26: Pag. 55-57 Hfdst. 7 ‘’Aan de slag’’ Het hoofdstuk bevat een reeks instrumenten met aanzienlijke bestuurlijke en financiële consequenties: transitie naar regeneratieve landbouw, nieuwe landgoederen, aanpassing van het grondbeleid, een strategische grondbank, landschapsgronden in het omgevingsplan, een gebiedscoach, een waarborgfonds en inzet van het stikstoffonds. Welke van deze instrumenten neemt het college daadwerkelijk ter hand, in welke volgorde, en welke besluitvorming hoort daarbij?
Pagina 10 van 36
Antwoord: De in hoofdstuk 7 genoemde instrumenten zijn aanbevelingen voor het vervolg. Met de vaststelling van het Inspiratiekader wordt nog niet besloten dat al deze instrumenten daadwerkelijk worden ingezet.
Zoals ook bij de eerdere vragen is aangegeven, wordt momenteel gewerkt aan de verdere uitwerking in een uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject. Daarin wordt onderzocht welke aanbevelingen en instrumenten daadwerkelijk worden opgepakt, welke prioriteit en volgorde daarbij passend is en welke personele en financiële consequenties hieraan verbonden zijn.
Vraag 27: Pag. 54, 4 Het opzetten van een strategische grondbank De aanbeveling voor een strategische grondbank en voor een strategische grondaankoopkaart raakt rechtstreeks aan de richtlijnen grondaankopen. Worden beide trajecten in samenhang aan de raad voorgelegd, en zo nee, waarom niet?
Antwoord: Het opzetten van een grondbank raakt inderdaad aan de richtlijnen voor grondaankopen. Mocht dit verder worden uitgewerkt, dan zullen deze onderwerpen in samenhang aan de raad worden voorgelegd.
Vraag 28: Het coalitieakkoord kondigt onder het thema “Samen leven met elkaar” aan dat de nota grondbeleid wordt geactualiseerd, inclusief invoering van een actief grondbeleid. Pag. 57, “Richt een waarborgfonds in” Op welke wijze acht het college het inrichten van een waarborgfonds voor ondernemers een gemeentelijke taak? Is hierover al concreet nagedacht, en zo ja, wanneer wordt de raad daarover geïnformeerd, mede gelet op de staatssteunaspecten en het risicoprofiel?
Antwoord: Het waarborgfonds is in het Inspiratiekader opgenomen als mogelijke aanbeveling om de transitie naar een toekomstbestendig buitengebied te ondersteunen. Dit betekent niet dat de gemeente zelf een dergelijk fonds moet oprichten of beheren. Ook een faciliterende of aanjagende rol, of samenwerking met andere partijen, kan hierbij worden verkend. In het kader van het uitvoeringsprogramma wordt nader onderzocht of en op welke wijze aan deze aanbeveling invulling kan worden gegeven en welke rol daarbij passend is voor de gemeente. Daarbij worden vanzelfsprekend ook de financiële en juridische consequenties, waaronder eventuele staatssteunaspecten en risico’s, betrokken.
Er is op dit moment dan ook nog geen concreet besluit genomen over de oprichting van een waarborgfonds. Indien de verdere uitwerking leidt tot een voorstel waarvoor besluitvorming door de raad nodig is, zal dit aan de raad worden voorgelegd.
Pagina 11 van 36
Vraag 29: Opmerking: Vanaf pagina 43 klopt de pagina nummering niet meer
Antwoord: Bij controle lijkt de paginanummering vanaf pagina 43 correct door te lopen.
Vraag 30: Pag 57 : 4 Verkennen De inrichting van een waarborgfonds voor ondernemers lijkt geen kerntaak voor de gemeente. Waarom wordt dit hier opgevoerd, wordt hier concreet over nagedacht, en zo ja, wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd?
Antwoord: We herhalen hier de vraag van 28: Het waarborgfonds is in het Inspiratiekader opgenomen als mogelijke aanbeveling om de transitie naar een toekomstbestendig buitengebied te ondersteunen. Dit betekent niet dat de gemeente zelf een dergelijk fonds moet oprichten of beheren. Ook een faciliterende of aanjagende rol, of samenwerking met andere partijen, kan hierbij worden verkend. In het kader van het uitvoeringsprogramma wordt nader onderzocht of en op welke wijze aan deze aanbeveling invulling kan worden gegeven en welke rol daarbij passend is voor de gemeente. Daarbij worden vanzelfsprekend ook de financiële en juridische consequenties, waaronder eventuele staatssteunaspecten en risico’s, betrokken.
| waarborgfonds. Indien de verdere uitwerking le raad nodig is, zal dit aan de raad worden voorg Indicatoren | idt tot een v elegd. Bron | oorstel waa 2022 | rvoor besl 2023 | uitvorming 2024 | door de 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Vraag 31: Pag 58 Voorbeeldcasus | |||||
| “Dit casusteam gaat vanuit een eerlijk verhaal | het gesprek | aan met de | onderne | er en maa | kt duidelijk |
| elke opgaven en ambities er op een bepaald Als er geen specifieke locatie-gerelateerde ric | plek vanui tlijnen zijn o | beleid ger pgesteld, e | aliseerd n er ook g | oeten wo een | den. |
| afwegings/toetsingskader is vastgesteld. Hoe k ambities en opgaven er op een bepaalde plek | an dan dat vanuit beleid | eerlijke ges gerealisee | prek word rd moeten | en gevoerd worden? | over welke (Zie eerder |
| vragen over toetsings- en afwegingskaders.) | |||||
| Antwoord: Het eerlijke gesprek wordt in eerste instantie g | evoerd op b | sis van de | geldende | wet- en re | elgeving |
en de bestaande beleidskaders van onder andere Rijk, provincie en gemeente. Zoals in de eerste hoofdstukken van het Inspiratiekader is weergegeven, gelden voor verschillende locaties al concrete kaders en beperkingen, bijvoorbeeld op het gebied van natuur, landschap, water, bodem en cultuurhistorie. Deze bepalen mede wat op een bepaalde locatie wel, niet of onder voorwaarden mogelijk is. Het Inspiratiekader brengt deze bestaande kaders samen en maakt daarnaast inzichtelijk welke opgaven en ambities voor een gebied relevant zijn. Een afzonderlijk afwegings- of toetsingskader is daarmee niet noodzakelijk om het gesprek met een initiatiefnemer te kunnen voeren. Het Inspiratiekader is daarbij richtinggevend en niet bedoeld als zelfstandig juridisch toetsingskader.
Pagina 12 van 36
| Vraag 32: | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 | Col6 |
|---|---|---|---|---|---|
| s de werkwijze van het casusteam openbaar, | n zijn de | aarin gem | akte afw | gingen acht | raf |
| avolgbaar voor derden? Het coalitieakkoord | oemt parti | ipatie en t | ansparant | ie bij ruimtel | jke |
| ntwikkelingen cruciaal en zegt toe inwoners | eter en eer | er te betr | kken. | ||
| ntwoord: | |||||
| e beschreven werkwijze met een casusteam toekomst integraal kunnen worden begeleid. E | betreft een en dergelijk | voorbeeld casustea | van hoe i m, zoals b | itiatieven in schreven in | de het |
| Inspiratiekader, is op dit moment nog niet gevo | rmd. Er is | daarom oo | k nog geen | vastgesteld | e |
| werkwijze waarvan de openbaarheid en navolg | baarheid k | an worden | beoordeel | d. |
De mogelijke inrichting en werkwijze worden meegenomen in de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject. Daarbij zal ook aandacht zijn voor een transparante werkwijze en de navolgbaarheid van gemaakte afwegingen, passend binnen de geldende regels rondom participatie, besluitvorming en openbaarheid.
Vraag 33: Pag 62 : 8. Synthese en vervolg 1 [ste] alinea “Het uitgangspunt is helder: er kan veel ……kwaliteit van de leefomgeving per saldo versterken.” én 2 [de ] alinea “Dit raamwerk zorgt ervoor dat de juiste functies op de juiste plek landen en dat nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot versnippering, maar juist tot versterking van samenhang, biodiversiteit, waterveiligheid en landschappelijke identiteit." (zie ook eerdere vragen): Hoe denkt het college ontwikkelingen te beoordelen als er geen definities en
| leefomgeving”, al dan niet per saldo… Hoe en w geborgd dat de juiste functies op de juiste plek l Indicatoren | anneer w anden? Bron | orden dez 2022 | e begrippe 2023 | n gekaderd 2024 | en wordt 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Antwoord: |
Het Inspiratiekader is niet bedoeld als zelfstandig juridisch toetsings- of afwegingskader. Ontwikkelingen worden beoordeeld aan de hand van de geldende wet- en regelgeving en de bestaande beleidskaders van onder andere Rijk, provincie en gemeente. Het Inspiratiekader brengt deze kaders, samen met de maatschappelijke opgaven en ambities, in samenhang in beeld. De begrippen ‘bijdragen aan maatschappelijke opgaven’ en ‘kwaliteit van de leefomgeving’ zijn bedoeld om richting te geven aan ontwikkelingen en het gesprek daarover. In het vervolg op het Inspiratiekader wordt geen afzonderlijk toetsings- of afwegingskader opgesteld. De verdere uitwerking
| praktijk kunnen worden ondersteund. Indicatoren | Bron | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| De borging dat functies op een passende plek l | nden, blijft p | laatsvind | en via de | daarvoor g | eldende |
| et- en regelgeving en bestaande en toekomsti | e beleids- e | juridisc | e instru | enten. |
Vraag 34: Pag 62 : laatste alinea “1.Om deze integrale keuzes te verankeren, zal de gemeente werk moeten maken van een gebiedsgericht uitvoeringsplan.’’ Het vaststellen van het inspiratie document is aan de raad. Het opstellen van uitvoeringsplannen of programma’s is uitvoering, dus aan het college. Is het de bedoeling dat het college zelf -in een later
Pagina 13 van 36
stadium- de toetsings- dan wel afwegingskaders voor haar eigen uitvoeringsplan dan wel programma gaat vaststellen?
Antwoord: Nee. In het vervolg op het Inspiratiekader is niet voorzien dat het college een afzonderlijk toetsings- of afwegingskader vaststelt. Het uitvoeringsprogramma is gericht op de verdere uitvoering van de ambities en aanbevelingen uit het Inspiratiekader. De beoordeling van concrete initiatieven blijft plaatsvinden op basis van de geldende wet- en regelgeving en de bestaande beleidskaders van Rijk, provincie en gemeente.
Vraag 35: _[20261001 06c Reactienota zienswijzen Inspiratiekader Buitengebied EM (Geanonimiseerd)](https://portal.ibabs.eu/Document/AgendaItem/2b75d1f4-be7b-4679-9a59-0c6a9b00f4c8/bea1da2e-2793-4cc4-8e14-5c1c76fe87a0/0ff342fd-cba9-43d2-9677-af7fe00ee34d)_ Pag 7: Maatwerk De gemeente onderschrijft deze zienswijze. Het bieden van maatwerk vormt een belangrijk uitgangspunt van het Inspiratiekader. Maatwerk is een lovenswaardig uitgangspunt, maar riskeert te ontaarden in willekeur of ongelijke behandeling als het niet wordt geborgd door duidelijke afwegings- en toetsingskaders binnen een helder landbouwbeleid. Zie eerdere vragen over het hoe en wanneer van deze kaders, en een helder landbouwbeleid? Pag 18: nr. 5 Op pagina 29 in hoofdstuk 4 wordt een intermezzo opgenomen waarin het Masterplan Poort van het Heuvelland en de integrale doelstellingen daarvan nader worden toegelicht.
Antwoord: Het eerste deel van deze vraag lezen wij met name als een constatering dan wel stelling over het belang van een zorgvuldige toepassing van maatwerk. Voor de vragen over de juridische status van het Inspiratiekader en de eventuele ontwikkeling van afwegings- en toetsingskaders verwijzen wij naar de beantwoording van de eerdere vragen hierover.
Vraag 36: Nog op pag 29, nog verder in H4 is een intermezzo over het masterplan Poort van het Heuvelland aangetroffen. Waar vinden we dit? Pag 19 : nr.6 Status “De status van het Inspiratiekader wordt op pagina 7 nader verduidelijkt door een uitgebreidere toelichting op te nemen over de betekenis en werking van het document.”
Antwoord: Het genoemde intermezzo over het Masterplan Poort van het Heuvelland is nog niet opgenomen in het voorliggende Inspiratiekader. Het intermezzo wordt nog nader uitgewerkt en zal bestaan uit een verwijzing naar en korte toelichting op het Masterplan Poort van het Heuvelland.
Deze aanvulling wordt afzonderlijk via een raadsinformatiebrief (RIB) met de raad gedeeld, zodat de raad hierover alsnog wordt geïnformeerd.
Pagina 14 van 36
Vraag 37: Op pagina 7, noch in de verdere tekst kunnen we de gedeelde tekst terugvinden. Kan de aangeboden tekst nog worden toegevoegd?
Antwoord: In de Nota van Zienswijzen is aangegeven welke zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van het Inspiratiekader. Bij de vaststelling worden zowel het Inspiratiekader als de Nota van Zienswijzen vastgesteld. De betreffende aanpassingen kunnen vervolgens overeenkomstig de Nota van Zienswijzen in het definitieve Inspiratiekader worden verwerkt.
Vraag 38: Pag 20 : Kernwaarden “Om de samenhang tussen de verschillende uitgangspunten duidelijker te maken, worden de kernwaarden op pagina 8 van het Inspiratiekader expliciet benoemd.” Op pag 8 worden geen kernwaarden benoemd of een samenhang benoemd. De zoekfunctie geeft ook verder in het document geen hit op kernwaarden of kern waarden. Waar kunnen we de gemelde tekst vinden?
Antwoord: Dit betreft een zienswijze die aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het Inspiratiekader. Bij de vaststelling worden zowel het Inspiratiekader als de Nota van Zienswijzen vastgesteld. De betreffende wijziging wordt vervolgens overeenkomstig de Nota van Zienswijzen in het definitieve Inspiratiekader verwerkt.
Vraag 39: Pag 21 : Ambities “Nieuwe initiatieven die niet passen binnen het huidige omgevingsplan dienen de uitgangspunten uit het kader (zoals de ruimtelijke principes) te betrekken bij de ruimtelijke afweging. Het blijft vervolgens aan het college en de gemeenteraad om hierover een besluit te nemen. en, indien gewenst, gemotiveerd af te wijken van het vastgestelde kader.” Welke rol speelt de gemeenteraad bij de te nemen besluiten die eventueel afwijken van het vastgestelde kader?
Antwoord: Het gaat hier om initiatieven die afwijken van het geldende omgevingsplan. Wanneer voor een initiatief een wijziging van het omgevingsplan nodig is en de raad bevoegd is hierover te besluiten, kan de raad het gedachtegoed en de uitgangspunten van het Inspiratiekader Buitengebied betrekken bij de afweging over het nieuw vast te stellen plan. De raad behoudt daarbij de bevoegdheid om hierin een eigen afweging te maken.
Vraag 40: Pag 21 : Kernwaarden “Het Inspiratiekader vormt een afwegingskader op hoofdlijnen voor gewenste ontwikkelingen in het buitengebied. Een verdere uitwerking van geschikte functies op geschikte locaties vraagt om maatwerk per onderwerp en gebied en maakt geen onderdeel uit van deze visie. Daarom wordt dit verzoek niet overgenomen.” Daarnaast staat in het RV onder leidende en ruimtelijke principes : “Het Inspiratiekader Buitengebied
Pagina 15 van 36
Eijsden-Margraten gaat uit van een integrale en gebiedsgerichte benadering van het buitengebied. Daarbij staan omgevingskwaliteit, water en bodem sturend en de juiste functie op de juiste plek centraal. Hoe kan de uitwerking van een centraal onderdeel van het document geen deel uit maken van deze visie?
Antwoord: Het uitgangspunt ‘de juiste functie op de juiste plek’ maakt wel degelijk onderdeel uit van de visie. Het Inspiratiekader geeft hiervoor op hoofdlijnen richting door de bestaande beleidskaders, maatschappelijke opgaven, omgevingskwaliteit en de kenmerken en kwaliteiten van de verschillende landschapstypen in samenhang te brengen. Het Inspiratiekader is echter bewust geen gedetailleerd toetsingskader waarin per locatie wordt vastgelegd welke functie wel of niet mogelijk is. Een dergelijke uitwerking vraagt om maatwerk en is bovendien afhankelijk van de geldende wet- en regelgeving en het beleid van Rijk, provincie en gemeente.
Er is daarmee een onderscheid tussen het richtinggevende principe, dat onderdeel is van het Inspiratiekader, en de beoordeling van een concreet initiatief op een concrete locatie. Die laatste afweging vindt plaats binnen de daarvoor geldende wettelijke en beleidsmatige kaders en maakt geen onderdeel uit van deze visie.
Vraag 41: Wanneer en op welke wijze voorziet het college tot een verdere uitwerking om tot de bepaling van EFTAL te komen.
Antwoord: Op dit moment heeft het college geen voornemen om ETFAL verder uit te werken of hiervoor een afzonderlijke methodiek op te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat een verdere uitwerking van ETFAL wenselijk of noodzakelijk is, dan zal worden bekeken op welke wijze hier invulling aan kan worden gegeven. De raad zal hierover, indien aan de orde, worden geïnformeerd.
Vraag 42: Hoe voorziet het college om de raad op een zo vroeg mogelijk tijdstip te betrekken bij de nadere invulling van dit centrale deel van het inspiratie kader?
Antwoord: Op dit moment heeft het college geen voornemen om ETFAL verder uit te werken of hiervoor een Zoals aangegeven bij vraag 41, is op dit moment geen afzonderlijke verdere uitwerking van ETFAL voorzien. Er is daarom op dit moment ook geen concreet vervolgtraject waarbij de raad betrokken kan worden.
Pagina 16 van 36
Vraag 43: Pag 21: “De richtinggevende uitspraken zijn reeds opgenomen in en terug te vinden in het Manifest Buitengewoon Buitengebied, waarnaar in het Inspiratiekader wordt verwezen. Dit verzoek wordt niet overgenomen.” Het beleidsstuk Buitengewoon Buitengebied is een van de dragers van het inspiratie document. Kan er aan de tegel over het buitengebied op pag 13 een overzicht van deze essentieel richtinggevende uitspraken toegevoegd worden, eventueel middels een verwijzing naar een bijlage?
Antwoord: Nee. De richtinggevende uitspraken uit _Buitengewoon Buitengebied_ zijn reeds meegenomen bij het opstellen van het Inspiratiekader en in het document wordt verwezen naar het onderliggende beleidsstuk. Het afzonderlijk opnemen van deze uitspraken op pagina 13 of in een bijlage leidt tot onnodige herhaling. Het doel van het Inspiratiekader is juist om de uitgangspunten uit de verschillende onderliggende beleidsdocumenten in samenhang bijeen te brengen en daarmee een integrale koers voor het buitengebied te schetsen. Daarom wordt voorgesteld dit niet aanvullend op te nemen.
Vraag 44: Pag 23: Toetsingskader “Een verdere uitwerking van omgevingskwaliteit en de beoordeling van specifieke ontwikkelingen vraagt om maatwerk per onderwerp en gebied en valt buiten de scope van deze visie. Wel kunnen de opgenomen principes en ambities worden gebruikt als afwegingskader voor nieuwe initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan.” Hoe en wanneer voorziet het college de raad te betrekken bij het opstellen van toetsings- en afwegingskaders voor de nadere uitwerking van omgevingskwaliteit en de beoordeling van specifieke ontwikkelingen?
Antwoord: Op dit moment is het college niet voornemens om in het vervolg op het Inspiratiekader afzonderlijke toetsings- of afwegingskaders voor omgevingskwaliteit op te stellen. De beoordeling van concrete initiatieven blijft plaatsvinden op basis van de geldende wet- en regelgeving en de bestaande beleidskaders van Rijk, provincie en gemeente. Mocht in de toekomst blijken dat aanvullende beleidsmatige of juridische kaders nodig zijn, dan zal op dat moment worden bepaald welk bestuursorgaan bevoegd is. Indien hiervoor besluitvorming door de raad nodig is, zal het betreffende kader uiteraard aan de raad worden voorgelegd.
Vraag 45: _In het RV staat verder onder Strategische keuzes_ : “Het inspiratiekader kiest nadrukkelijk voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij toekomstige ontwikkelingen integraal worden beoordeeld vanuit landschap, natuur, water, landbouw en leefbaarheid. Daarbij wordt ingezet op versterking van omgevingskwaliteit, samenwerking met gebiedspartijen en het maken van duidelijke ruimtelijke keuzes passend bij het landschapstype.” H oe kan er worden ingezet op de versterking van omgevingskwaliteit als “een verdere uitwerking van omgevingskwaliteit en de beoordeling van specifieke ontwikkelingen vraagt om maatwerk per onderwerp en gebied en buiten de scope van deze visie valt”?
Pagina 17 van 36
Antwoord: Hier is geen sprake van een tegenstelling. Het Inspiratiekader geeft op hoofdlijnen richting aan wat onder versterking van de omgevingskwaliteit wordt verstaan. Daarbij worden landschap, natuur, water en bodem, landbouw, cultuurhistorie en leefbaarheid in samenhang bekeken. Het document geeft daarmee richting en inspiratie voor toekomstige ontwikkelingen. Dat de verdere uitwerking van omgevingskwaliteit buiten de scope van deze visie valt, betekent dat het Inspiratiekader niet voorschrijft hoe dit voor ieder afzonderlijk initiatief en iedere specifieke locatie moet worden beoordeeld. Dat vraagt om maatwerk en vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving en bestaande beleidskaders.
Er kan dus wel degelijk worden ingezet op versterking van de omgevingskwaliteit, zonder dat het Inspiratiekader daarvoor een gedetailleerd toetsingskader bevat.
Vraag 46: Wanneer en op welke wijze voorziet het college tot een verdere uitwerking van hiervan te komen?
Antwoord: In het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject wordt bekeken op welke wijze deze ambities in de praktijk kunnen worden ondersteund en uitgevoerd. Concrete initiatieven blijven daarbij worden beoordeeld aan de hand van de geldende wet- en regelgeving en de bestaande beleidskaders van Rijk, provincie en gemeente.
Vraag 47: Hoe voorziet het college om de raad op een zo vroeg mogelijk tijdstip te betrekken bij de nadere invulling van dit centrale deel van het inspiratie kader?
Antwoord: Op dit moment is geen afzonderlijke nadere uitwerking in de vorm van een toetsings- of afwegingskader voorzien. De verdere uitwerking richt zich op het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject. Bij deze verdere uitwerking wordt per onderdeel bekeken welke vervolgstappen en besluitvorming nodig zijn. Wanneer onderwerpen aan de orde zijn die binnen de bevoegdheid van de raad vallen of waarvoor betrokkenheid van de raad noodzakelijk is, wordt de raad tijdig betrokken en, waar nodig, om besluitvorming gevraagd.
Vraag 48: Pag 23 : Gebiedseigen kwaliteiten “Mogelijk kan dit verder worden uitgewerkt binnen de gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s.” A an welke gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s wordt hier gerefereerd?
Antwoord: Hiermee wordt gedoeld op het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject dat naar aanleiding van het Inspiratiekader wordt opgesteld. Er wordt op dit moment niet gewerkt aan afzonderlijke uitvoeringsprogramma’s per gebied.
In het uitvoeringsprogramma wordt bekeken op welke wijze de gebiedsgerichte benadering en de gebiedseigen kwaliteiten verder kunnen worden uitgewerkt en in de praktijk kunnen worden toegepast.
Pagina 18 van 36
Vraag 49: Pag 24 : Status “Na vaststelling door de raad worden de ontwikkelrichtingen gebruikt als afwegingskader voor nieuwe initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan. Het Inspiratiekader en de ontwikkelrichtingen zijn daarmee zelfbindend voor het bestuur in die zin dat afwijken alleen kan mits dit zeer zorgvuldig en gemotiveerd gebeurt.” Pag 24 : “Afwegingskader: De indiener verzoekt een duidelijk en transparant afwegingskader op te nemen in het Inspiratiekader, zodat inzichtelijk is op welke wijze nieuwe initiatieven worden beoordeeld aan de hand van de uitgangspunten en ambities van het document.” Antwoord: “Dit verzoek wordt niet overgenomen. Een gedetailleerd afwegings- en toetsingskader valt buiten de scope van het huidige Inspiratiekader en vraagt om een verdere uitwerking per onderwerp en gebied. Mogelijk kan dit verder worden uitgewerkt binnen de gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s. ” Hoe en wanneer denkt het college de raad te betrekken bij die verdere uitwerking per onderwerp en gebied?
Antwoord: Op dit moment is het college niet voornemens om een verdere uitwerking in afzonderlijke afwegingsof toetsingskaders per onderwerp of gebied op te stellen. Er is daarom ook geen afzonderlijk traject voorzien waarbij de raad hiervoor wordt betrokken.
Vraag 50: Pag 25, Toerisme “Wij zijn het eens dat toerisme en verblijfsrecreatie vragen om een helder beleidskader dat aansluit bij de uitgangspunten van het Inspiratiekader. Het document zal hierop worden aangevuld.” Hoe en wanneer wordt het inspiratiekader aangevuld met een helder beleidskader aangaande toerisme en verblijfsrecreatie.
Antwoord: Onlangs is samen met bureau HeusschenCopier Landschapskracht het proces gestart voor het ontwikkelen van een visie- en beleidsafwegingskader voor verblijfsrecreatie. Dit betreft een afzonderlijk traject dat aansluit bij de uitgangspunten van het Inspiratiekader. Het traject wordt de komende periode verder uitgewerkt. Zodra de uitwerking voldoende concreet is, wordt bekeken welke vervolgstappen en besluitvorming nodig zijn. De raad wordt hierbij betrokken wanneer dit vanuit zijn bevoegdheid of voor de besluitvorming noodzakelijk is.
Vraag 51:
Hoe en wanneer wordt de raad betrokken bij het opstellen van dit beleidskader?
Antwoord: Het streven is om het beleidskader in het tweede kwartaal van 2027 ter vaststelling voor te leggen. Gedurende het proces worden zowel de raad als relevante stakeholders betrokken, waaronder brancheorganisaties en natuur- en landschapsorganisaties.
De raad wordt op passende momenten meegenomen voor bestuurlijke afstemming. Het streven is om de raad hierin voor het eerst in het vierde kwartaal van 2026 te betrekken.
Pagina 19 van 36
Vraag 52: Moet eenzelfde helder beleidskader niet ook worden opgesteld voor landbouw en landbouw transitie?
Antwoord: Nee. In het Inspiratiekader is bewust gekozen voor een integrale benadering van het buitengebied. De opgaven en ontwikkelingen rondom landbouw en landbouwtransitie zijn daarbij in samenhang benaderd met onder andere natuur, water, bodem, landschap en leefbaarheid. Het college is daarom op dit moment niet voornemens om hiervoor een afzonderlijk beleidskader op te stellen. De verdere uitwerking vindt plaats vanuit de integrale koers van het Inspiratiekader.
Vraag 53: Er wordt aangegeven dat de diverse disciplines worden geraadpleegd. Kunt u aangeven welke dit zijn?
Antwoord: Het is mij niet geheel duidelijk waar deze vraag op doelt. Het Inspiratiekader benadert het buitengebied integraal en brengt de verschillende relevante disciplines en beleidsvelden in samenhang bijeen. Daarbij zijn onder andere mobiliteit, economie, wonen, duurzaamheid, water, landschap, natuur en landbouw expliciet meegenomen.
Vraag 54: De agrarische sector staat onder druk door diverse op handen zijnde regelgeving (POVI, Stikstof). Hoe borgen wij vanuit dit document dat er straks nog voldoende verdienmogelijkheden zijn voor onze agrariërs? Kunt u bevestigen dat de agrarische sector niet hoeft in te leveren ten behoeve van natuur, althans niet meer dan in voornoemde externe factoren reeds wordt vormgegeven?
Antwoord: Het Inspiratiekader kan niet borgen dat externe ontwikkelingen vanuit het Rijk of de provincie geen gevolgen hebben voor de verdienmogelijkheden van agrariërs. Rijks- en provinciale wet- en regelgeving en beleidskaders zijn hiervoor bepalend en kunnen niet door gemeentelijk beleid terzijde worden geschoven. Vanuit het Inspiratiekader is het niet de bedoeling om bovenop deze geldende kaders aanvullende gemeentelijke beperkingen voor de agrarische sector op te leggen. Het uitgangspunt is juist om landschap, natuur, water en landbouw in samenhang te benaderen en daarbij ruimte te houden voor een toekomstbestendige agrarische sector. Daarmee kan niet worden gegarandeerd dat de agrarische sector als gevolg van rijks- en provinciaal beleid niet hoeft in te leveren. Wel is het uitgangspunt dat vanuit dit Inspiratiekader geen aanvullende beperkingen worden opgelegd bovenop hetgeen uit de geldende wet- en regelgeving en hogere beleidskaders voortvloeit.
Pagina 20 van 36
Vraag 55: 20261001 06a RV Inspiratiekader Buitengebied Pagina 1, korte samenvatting _Daarnaast staat samenwerking met gebiedspartijen, agrariërs en andere stakeholders centraal om te_ _komen tot een gedragen en uitvoerbare aanpak._ Wat/wie wordt bedoeld met andere stakeholders?
Antwoord: Met andere stakeholders worden partijen bedoeld die een rol of belang hebben bij de ontwikkeling van het buitengebied. Welke partijen dit precies zijn en op welke wijze zij bij de uitvoering worden betrokken, is op dit moment nog niet nader bepaald. Dit wordt verder onderzocht en uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject. Daarbij wordt per onderwerp en opgave bekeken welke gebiedspartijen en stakeholders relevant zijn en op welke wijze samenwerking het beste kan worden vormgegeven.
Vraag 56: Het Inspiratiekader wordt omschreven als een handelingsperspectief en niet als een vast eindbeeld. In de komende raadsvergadering wordt de raad echter gevraagd het Inspiratiekader vast te stellen. Welke concrete beleidsmatige en bestuurlijke gevolgen heeft deze vaststelling?
Antwoord: Met de vaststelling van het Inspiratiekader stelt de raad een integrale koers voor de toekomst van het buitengebied vast. Het document brengt de verschillende opgaven en beleidsvelden in samenhang in beeld en geeft richting en inspiratie voor toekomstige ontwikkelingen. De vaststelling betekent niet dat daarmee nieuwe juridisch bindende regels, rechten of verplichtingen ontstaan. Het Inspiratiekader is geen vast eindbeeld en ook geen zelfstandig toetsingskader. De concrete uitvoering en eventuele vervolgstappen worden afzonderlijk uitgewerkt.
Vraag 57: Pagina 2, relatie met bestaand beleid en strategische visie/integraliteit Er wordt vermeld dat het Inspiratiekader een verdere verdieping vormt van een aantal bestaande documenten. Welke concrete nieuwe inzichten, beleidskeuzes of instrumenten voegt het Inspiratiekader toe ten opzichte van de Omgevingsvisie en het Manifest Buitengewoon Buitengebied uit 2021? Kan per thema worden aangegeven welke onderdelen daadwerkelijk nieuw zijn?
Antwoord:
Het Inspiratiekader introduceert niet per thema een volledig nieuw beleidskader naast de Omgevingsvisie en _Buitengewoon Buitengebied_ . Het bouwt juist voort op bestaande beleidsdocumenten en brengt bestaande beleidskaders, opgaven en ambities vanuit verschillende beleidsvelden en bestuurslagen in samenhang bijeen. De belangrijkste verdieping zit daarmee in de integrale en gebiedsgerichte benadering. Bestaande kaders voor onder andere natuur, landschap, water, erfgoed, landbouw, wonen, toerisme en energie worden bij elkaar gebracht en gekoppeld aan de verschillende landschapstypen en maatschappelijke
Pagina 21 van 36
opgaven. Hierdoor wordt beter inzichtelijk waar ontwikkelingen kansrijk zijn en hoe verschillende opgaven met elkaar kunnen worden verbonden. Het Inspiratiekader voegt daarnaast inspiratie en mogelijke handelingsperspectieven toe voor de toekomstige ontwikkeling van het buitengebied. Daarbij worden ook mogelijke uitvoeringsinstrumenten en werkwijzen genoemd. Deze hebben het karakter van aanbevelingen en denkrichtingen en zijn met de vaststelling van het Inspiratiekader niet automatisch nieuw vastgesteld beleid of nieuwe instrumenten. Er is daarom niet per thema aan te geven welke beleidskeuze volledig nieuw is. De meerwaarde en vernieuwing van het Inspiratiekader zit vooral in het integraal samenbrengen van bestaand beleid, actuele opgaven en ambities en het vertalen daarvan naar één samenhangende koers voor het buitengebied.
Vraag 58: Pagina 3, proces van participatie Er wordt vermeld dat er twee sessies hebben plaatsgevonden met de Raadsadviesgroep Buitengebied. Die term komt in het Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten niet terug. Wat is de Raadsadviesgroep Buitengebied, op welke grondslag is deze groep ingesteld, wie heeft de groep ingesteld en wie maken momenteel deel uit van deze groep? Graag ontvangen wij daarbij ook de politieke en/of maatschappelijke achtergrond van de deelnemers.
Antwoord:
De raadsadviesgroep is voortgekomen uit de toenmalige stuurgroep _Buitengewoon Buitengebied_ . De samenstelling van deze groep is gedurende het proces gewijzigd. Het uitgangspunt was dat iedere raadsfractie met één persoon vertegenwoordigd kon zijn. Wie namens een fractie deelnam, kon per bijeenkomst verschillen, afhankelijk van het onderwerp en de daarbij passende expertise van het raadslid. De fracties bepaalden zelf wie zij hiervoor afvaardigden.
De raadsadviesgroep is achtereenvolgens begeleid door wethouder Gerry Jacobs en wethouder Nadine Steijns-Huids. Gedurende het proces hebben onder andere de volgende raadsleden deelgenomen: Roger Ritzen, Jean Thomassen, Hanneke Koene, Ron Mourmans, Franklin Boon en Roger Geelen.
Inmiddels is deze raadsadviesgroep (klankbordgroep), net als de overige raadswerkgroepen en vergelijkbare overlegvormen, niet meer actief.
Vraag 59: Welke formele rol heeft de Raadsadviesgroep Buitengebied gehad bij de totstandkoming van het Inspiratiekader en op welke wijze is haar inbreng verwerkt?
Antwoord:
De Raadsadviesgroep Buitengebied heeft tijdens de totstandkoming van het Inspiratiekader geen formele besluitvormende of inhoudelijk sturende rol gehad. De raadsadviesgroep is gedurende het proces geïnformeerd over de voortgang en ontwikkelingen. Dit heeft niet geleid tot een afzonderlijk product of tot een formele verwerking van inbreng in het Inspiratiekader. Daarnaast is gedurende het proces niet alleen de raadsadviesgroep, maar de gehele gemeenteraad op verschillende momenten geïnformeerd en bijgepraat. Dit is onder andere gebeurd tijdens
Pagina 22 van 36
raadsthemabijeenkomsten. Op deze wijze is de raad gedurende het proces op de hoogte gehouden van de totstandkoming en ontwikkeling van het Inspiratiekader.
Vraag 60: Zodra de raad het Inspiratiekader heeft vastgesteld, welke handelingsvrijheid krijgt het college hiermee bij de verdere uitwerking van bijvoorbeeld gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma’s en strategische keuzes, en voor welke vervolgbesluiten komt de raad opnieuw aan zet?
Antwoord:
Met de vaststelling van het Inspiratiekader verandert de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen college en raad niet. Ieder bestuursorgaan behoudt zijn eigen bevoegdheden.
De verdere uitwerking in het uitvoeringsprogramma valt onder de bevoegdheid van het college. Zodra uit het vervolgtraject onderwerpen voortkomen waarvoor de raad bevoegd is, bijvoorbeeld omdat een afzonderlijk raadsbesluit, beleidskeuze of budget nodig is, worden deze aan de raad voorgelegd.
De vaststelling van het Inspiratiekader geeft het college daarmee geen aanvullende bevoegdheden ten opzichte van de raad.
| Vraag 61: Pagina 3, uitvoering en evaluatie In het raadsvoorstel staat dat het college verantwoordelijk is voor de verdere uitwerking van he uitvoeringsprogramma en dat dit uitvoeringsprogramma vervolgens ter besluitvorming aan het wordt voorgelegd. Tegelijkertijd worden daarin de gebiedsgerichte aanpak, prioriteiten, projecte maatregelen en samenwerkingsafspraken geconcretiseerd. Graag aangeven op welke wijze de gemeenteraad inhoudelijk betrokken blijft bij deze uitwerkin welke onderdelen nog expliciet ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd, anders dan | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 | Col6 |
|---|---|---|---|---|---|
| uitsluitend eventuele benodigde budg | etten? | ||||
| Antwoord: |
Op welke wijze de raad inhoudelijk bij het vervolg wordt betrokken, kan pas concreet worden aangegeven wanneer het uitvoeringsprogramma verder vorm heeft gekregen. Op dat moment wordt ook duidelijk welke maatregelen, projecten en eventuele beleidskeuzes uit de verdere uitwerking voortkomen.
De bestaande bevoegdheidsverdeling blijft daarbij leidend. Het uitvoeringsprogramma valt onder de bevoegdheid van het college. Wanneer uit de verdere uitwerking onderdelen voortkomen waarvoor de raad bevoegd is, worden deze afzonderlijk aan de raad voorgelegd. Dit kan naast financiële besluiten bijvoorbeeld ook gaan om beleidsmatige of andere besluiten die tot de bevoegdheid van de raad behoren.
De raad wordt hierover tijdig geïnformeerd en, waar zijn bevoegdheid aan de orde is, bij de besluitvorming betrokken.
Pagina 23 van 36
Vraag 62: 20261001 06b Inspiratiekader Buitengebied Eijsden-Margraten Waarom is ervoor gekozen om het Inspiratiekader extern te laten opstellen? Welke specifieke expertise of capaciteit ontbrak binnen de gemeentelijke organisatie en welke werkzaamheden hadden niet door de ambtelijke organisatie zelf kunnen worden uitgevoerd?
Antwoord:
Het extern laten opstellen van visies en beleidsdocumenten komt binnen gemeenten vaker voor. Voor het Inspiratiekader is hiervoor gekozen vanwege de omvang van het traject, de benodigde capaciteit en de specifieke expertise van het bureau. Het betreffende bureau is gespecialiseerd in het werken met ruimtelijke en landschappelijke onderleggers en in het integraal en visueel vertalen daarvan naar gebiedsgerichte perspectieven.
De inhoudelijke expertise was binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig en is vanuit de verschillende gemeentelijke beleidsvelden aangeleverd. Het externe bureau heeft deze inhoudelijke input, samen met de bestaande beleidskaders en opgaven, samengebracht en ruimtelijk en landschappelijk vertaald naar één samenhangend Inspiratiekader.
De externe inzet was daarmee vooral een aanvulling op de gemeentelijke inhoudelijke kennis en capaciteit.
Vraag 63: Wat zijn de totale kosten van de opdracht aan HeusschenCopier Landschapskracht, inclusief eventueel meerwerk en aanvullende opdrachten? Uit welk budget zijn deze kosten betaald en was hiervoor vooraf een budget beschikbaar gesteld?
Antwoord:
De totale kosten voor het opstellen van het Inspiratiekader bedragen tot op heden, over 2025 en 2026, € 80.460. Dit bedrag betreft de kosten voor de inzet van HeusschenCopier Landschapskracht en Imagro.
Deze kosten worden gedekt uit het beschikbare budget voor de transitie van de landbouw en passen binnen de daarvoor beschikbare financiële middelen.
Vraag 64: In het verleden kenmerkte het plateau zich ook door de vele (drink)poelen. Waarom wordt het herstel van deze niet genoemd als een mogelijkheid tot het vasthouden van water? Denk in dit verband ook aan de grotere kans op perioden met langdurige droogte in de toekomst.
Antwoord:
Het herstel van (vee)drinkpoelen kan een waardevolle bijdrage leveren aan de natuurwaarden en biodiversiteit in het buitengebied. Voor het daadwerkelijk vasthouden van grotere hoeveelheden water is de capaciteit van dergelijke poelen echter beperkt.
Pagina 24 van 36
Het Inspiratiekader kan in deze fase niet meer op dit punt worden aangepast. De suggestie om het herstel van (vee)drinkpoelen mee te nemen, kan wel worden betrokken bij de verdere uitwerking en uitvoering van het Inspiratiekader, bijvoorbeeld binnen de gebiedsgerichte aanpakken.
Vraag 65: Pagina 7, 1.3 Proces Hoe is de lijst van deelnemers aan de werkgroep tot stand gekomen? Welke belangenpartijen, agrarische organisaties, natuurorganisaties en andere maatschappelijke organisaties zijn uitgenodigd en/of hebben deelgenomen aan de twee werksessies? Op basis van welke criteria is bepaald welke burgers konden deelnemen?
Antwoord:
In eerste instantie is geïnventariseerd welke organisaties en partijen vanuit hun expertise en betrokkenheid bij het buitengebied relevant waren voor het proces. Vervolgens is een brede uitnodiging verstuurd met het verzoek om deel te nemen en input en feedback te leveren. De partijen die hier actief op hebben gereageerd, zijn vervolgens betrokken bij de verschillende werkgroepen. Ook bij de start van de eerste werkgroep is opnieuw een brede uitnodiging uitgezet.
Bij het proces zijn onder andere Het Limburgs Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Vereniging Natuurbeheer Keerberg, Stichting Natuurlijk Geuldal, NMF Limburg, Provincie Limburg, Waterschap Limburg, LLTB en Korte Keten Zeker Weten betrokken of uitgenodigd.
Daarnaast zijn afzonderlijke werksessies met agrariërs georganiseerd. Tot slot heeft voor iedereen, waaronder inwoners, agrariërs en andere belanghebbenden, een brede inspraakperiode van zes weken op het concept-Inspiratiekader opengestaan.
Daarmee is op verschillende momenten en via verschillende vormen gelegenheid geboden om deel te nemen aan het proces en input te leveren.
Vraag 66: Hoe is gewaarborgd dat de verschillende belangen en perspectieven binnen het buitengebied voldoende evenwichtig waren vertegenwoordigd?
Antwoord: Dit is gewaarborgd door gedurende het proces een breed participatietraject te organiseren. Daarbij zijn verschillende partijen en belanghebbenden uit het buitengebied uitgenodigd om vanuit hun eigen belangen, kennis en perspectief mee te denken.
Vraag 67: Pagina 40, 5.3 Maasdal en verder Vanaf 5.3 worden ruimtelijke principes of aanbevelingen benoemd. Welke van deze principes zijn reeds onderdeel van bestaand beleid of worden al toegepast en wat is de ambitie om te voldoen aan de genoemde aanbevelingen?
Antwoord:
Pagina 25 van 36
In verschillende bestaande beleidskaders wordt al gestuurd op het behoud en de versterking van landschappelijke kwaliteiten. Voorbeelden hiervan zijn de Provinciale Omgevingsverordening, de gebiedspaspoorten, de groenblauwe landbouwzones en de bescherming van het Nationaal
| Landschap Zuid-Limburg. De ruimtelijke principes uit het Inspiratiekad aan. Ze zijn vertaald naar de verschillende l | er geven hier een nad andschapstypen binne | ere en ge n Eijsden | biedsspec -Margrate | ifieke in n en slu | vulling iten aan |
|---|---|---|---|---|---|
| bij de kenmerken, opgaven en ambities van De principes zijn als zodanig nog niet afzon | deze gebieden. derlijk opgenomen in h | et bestaa | nde belei | d, maar | sluiten |
| nhoudelijk wel aan bij de richting die daarin van deze principes wordt meegenomen in h | al wordt gehanteerd. et vervolgtraject en he | e verder t uitvoerin | toepass gsprogra | ing en mma. | itwerking |
| Vraag 68: | |||||
| Pagina 70, Bijlage 3: Besprekingsverslagen Is er bewust voor gekozen om de werksessi organiseren? Zo ja, wat was hiervoor de red | Werksessie stakehold es met stakeholders e en en welke meerwaa | ers n agrariër rde werd | s afzonde hiermee b | rlijk te eoogd? | Hoe is |
| vervolgens gewaarborgd dat de verschillend gebracht? | e perspectieven in de | integrale | afweging | bij elka | r zijn |
| Antwoord: Hiervoor is bewust gekozen om de omvang | van de groepen werkb | aar te ho | uden. Bij t | e grote | groepen |
| is het lastiger om iedereen voldoende aan b Door met kleinere groepen te werken, was e | od te laten komen en i r meer ruimte voor de | nhoudelij elnemers | k de diept om hun e | e in te g igen | aan. |
| bevindingen, belangen en adviezen naar vo | ren te brengen. | ||||
| Daarnaast hebben de betrokken beleidsamb het gehele proces gezorgd voor een integra | tenaren vanuit de ver e benadering. Op dez | schillende e manier | beleidsv zijn de ve | elden ge rschillen | durende de |
| perspectieven en belangen ook intern in sa | menhang meegenome | n en gebo | rgd. | ||
| Vraag 69: agina 71, Werksessie landbouwers |
In het verslag wordt vermeld dat agrariërs ervaren dat zij in toenemende mate verantwoordelijk worden gehouden voor negatieve ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geven zij aan ook positieve bijdragen te leveren. Welke positieve bijdragen zijn tijdens de sessie genoemd en op welke wijze zijn deze in het uiteindelijke Inspiratiekader meegewogen? Waarom zijn deze positieve bijdragen niet expliciet in het gespreksverslag opgenomen?
Antwoord:
De positieve bijdrage van de agrarische sector is nadrukkelijk meegewogen en komt ook op verschillende plaatsen terug in het Inspiratiekader. Zo wordt benoemd dat landbouw van belang is voor de voedselvoorziening, het behoud en beheer van het landschap, de sociale cohesie en de
| belangrijke rol speelt in he Daarnaast wordt landbouw Indicatoren | t landschap in de concl | sbeheer. usie aangeduid als een drage Leerjaar 2021/2022 | Col4 | Col5 | r van het la Leerjaar 2022/2023 | ndschap en Leerjaar 2023/2024 | van de Leerjaar 2024/2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| lokale economie en wordt andere via nieuwe verdien opgaven. | juist gezoch modellen, k | t naar per orte keten | spectief v s en verbi | oor een vi ndingen m | ale agrarische sector, onder et andere maatschappelijke | ale agrarische sector, onder et andere maatschappelijke | ale agrarische sector, onder et andere maatschappelijke |
Pagina 26 van 36
Het gespreksverslag van de werksessie is geen uitputtende weergave van alles wat tijdens de bijeenkomst is besproken, maar een samenvatting van de belangrijkste punten. Dat bepaalde positieve bijdragen daarin niet afzonderlijk zijn uitgeschreven, betekent daarom niet dat deze niet zijn meegewogen. In het uiteindelijke Inspiratiekader zijn de positieve functies en bijdragen van de agrarische sector wel degelijk expliciet benoemd en meegenomen.
Vraag 70: Pagina 72, Werksessie landbouwers, conclusies Bij de conclusies van de werksessie landbouwers wordt het dalende aantal agrarische bedrijven als zorgwekkend ervaren. Waarom wordt deze ontwikkeling als zorgwekkend beschouwd? Welke concrete gevolgen verwacht de gemeente van een verdere afname van het aantal agrarische bedrijven voor het landschap, de leefbaarheid, economie en het beheer van het buitengebied? Welke concrete maatregelen of beleidskeuzes bevat het Inspiratiekader om deze ontwikkeling te beïnvloeden of de gevolgen ervan op te vangen?
Antwoord:
Het dalende aantal agrarische bedrijven is tijdens de werksessies door de agrarische sector zelf als zorgwekkend benoemd. Deze zorg is als zodanig opgenomen in het verslag van de werksessies. Welke concrete gevolgen een verdere afname van het aantal agrarische bedrijven heeft voor het landschap, de leefbaarheid, de lokale economie en het beheer van het buitengebied, is op dit moment niet concreet te voorspellen. Daarbij bestaat nog veel onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen en regelgeving vanuit met name het Rijk en de provincie en de gevolgen daarvan voor de agrarische sector. Het Inspiratiekader bevat daarom geen concrete maatregelen om het aantal agrarische bedrijven te sturen of een bepaalde omvang van de sector te garanderen. Het geeft een integrale koers voor een toekomstbestendig buitengebied, waarbij landbouw als belangrijke drager van het landschap en de lokale economie wordt gezien. De verdere uitwerking vindt plaats in het uitvoeringsprogramma, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingen en kaders vanuit Rijk en provincie.
Vraag 71: 20261001 06c Reactienota zienswijzen Inspiratiekader Buitengebied EM (Geanonimiseerd) Pagina 2, vaststelling beleidskader In de reactienota wordt enerzijds aangegeven dat het Inspiratiekader geen zelfstandige juridischplanologische beperkingen oplegt, terwijl anderzijds wordt gesteld dat het na vaststelling door de raad een beleidsmatig kader vormt voor toekomstige ontwikkelingen en dat nieuwe initiatieven die niet binnen het huidige omgevingsplan passen aan de uitgangspunten en ruimtelijke principes uit dit kader worden getoetst. Graag concreet aangeven welke juridische en praktische betekenis het Inspiratiekader na vaststelling heeft voor een initiatiefnemer? In welke situaties kan een initiatief dat op grond van wet- en regelgeving in beginsel mogelijk is, vanwege strijdigheid met dit Inspiratiekader toch niet door het college worden ondersteund?
Antwoord:
Het Inspiratiekader legt na vaststelling geen nieuwe juridisch-planologische beperkingen op en wijzigt het geldende omgevingsplan niet. Voor initiatieven die rechtstreeks binnen het omgevingsplan en de
Pagina 27 van 36
geldende wet- en regelgeving passen, ontstaan door het Inspiratiekader dan ook geen aanvullende beperkingen. De praktische betekenis ontstaat met name bij initiatieven die niet passen binnen het geldende omgevingsplan en waarvoor medewerking van de gemeente nodig is. In dat geval kunnen de koers, uitgangspunten en ruimtelijke principes uit het Inspiratiekader worden betrokken bij de beoordeling of de gemeente bereid is aan een afwijking of wijziging mee te werken. Dat betekent niet dat strijdigheid met het Inspiratiekader automatisch een zelfstandige juridische weigeringsgrond vormt. De uiteindelijke beoordeling vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving en bestaande beleidskaders en vraagt om een afweging van de concrete omstandigheden van het initiatief. Het Inspiratiekader is daarmee richtinggevend voor de gemeentelijke afweging bij nieuwe ontwikkelingen, maar vormt geen zelfstandig juridisch toetsingskader.
Vraag 72: Pagina 5-6, o.a. reactie LLTB Het Inspiratiekader bevat per gebiedstype gewenste ontwikkelrichtingen en geeft bij bepaalde agrarische activiteiten aan dat deze “niet passend binnen de gewenste ontwikkelrichting en daarom te ontmoedigen” zijn. Graag aangeven welke concrete gevolgen deze kwalificatie kan hebben voor bestaande agrarische ondernemingen en voor uitbreidings-, omschakelings- of investeringsplannen van deze bedrijven? Hoe wordt daarbij geborgd dat economische haalbaarheid en het toekomstperspectief van lokale agrarische bedrijven volwaardig worden meegewogen?
Antwoord: De kwalificatie ‘niet passend binnen de gewenste ontwikkelrichting en daarom te ontmoedigen’ heeft op zichzelf geen directe juridische gevolgen voor bestaande agrarische bedrijven. Het Inspiratiekader wijzigt bestaande rechten en mogelijkheden op grond van het omgevingsplan en andere geldende wet- en regelgeving niet. Ook bij uitbreidings-, omschakelings- of investeringsplannen blijft de geldende wet- en regelgeving en het bestaande beleid van Rijk, provincie en gemeente bepalend. Wanneer een initiatief niet binnen het geldende omgevingsplan past en medewerking van de gemeente nodig is, kan de gewenste ontwikkelrichting uit het Inspiratiekader wel worden betrokken bij de integrale afweging. Het betreft daarbij een richtinggevend uitgangspunt en geen zelfstandige juridische weigeringsgrond. Het toekomstperspectief en de economische haalbaarheid van agrarische bedrijven zijn daarbij eveneens belangrijke belangen. Het Inspiratiekader onderkent nadrukkelijk dat landbouw een belangrijke drager is van het landschap en de lokale economie en dat een economisch rendabele bedrijfsvoering noodzakelijk is voor een toekomstbestendige agrarische sector. Een ontwikkeling wordt daarom niet uitsluitend vanuit één landschappelijk of ecologisch belang bekeken, maar vanuit een integrale afweging.
Vraag 73: Raadsvoorstel spreekt bij Financiele Aspecten over financiële gevolgen, waarvoor nog geen middelen in de begroting zijn opgenomen. Graag uitleg welke zaken tot welke financiële gevolgen kunnen leiden.
Pagina 28 van 36
Antwoord:
Het Inspiratiekader zelf leidt met de vaststelling niet direct tot financiële gevolgen. In het document worden wel verschillende aanbevelingen, mogelijke maatregelen en instrumenten genoemd die bij verdere uitvoering financiële consequenties kunnen hebben.
Welke financiële gevolgen daadwerkelijk aan de orde zijn, kan pas worden bepaald wanneer het uitvoeringsprogramma verder is uitgewerkt. Dan wordt duidelijk welke aanbevelingen en maatregelen worden opgepakt, welke binnen de bestaande capaciteit en middelen kunnen worden uitgevoerd en waarvoor eventueel aanvullende middelen nodig zijn.
Indien voor de uitvoering aanvullende middelen nodig zijn waarvoor de raad bevoegd is, worden deze op dat moment afzonderlijk aan de raad voorgelegd. Daarom zijn hiervoor op dit moment nog geen specifieke middelen in de begroting opgenomen.
Vraag 74: Raadsvoorstel spreekt bij Uitvoering over een later moment waarop een uitvoeringsplan aan de raad wordt voorgelegd. Kunt u een indicatie geven van de planning en van de manier waarop u de raad wilt betrekken bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan.
Antwoord:
Momenteel wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma en het vervolgtraject. Naar verwachting wordt een eerste concept in het eerste kwartaal van 2027 aan het college voorgelegd. De wijze waarop de raad bij het vervolg wordt betrokken, wordt duidelijker zodra het uitvoeringsprogramma verder vorm heeft gekregen. De bestaande bevoegdheidsverdeling blijft daarbij leidend. Nadat het uitvoeringsprogramma door het college is vastgesteld, wordt het ter kennisname aan de raad aangeboden. Wanneer uit de verdere uitwerking onderwerpen voortkomen waarvoor de raad bevoegd is, bijvoorbeeld omdat aanvullende beleidskeuzes, financiële middelen of andere raadsbesluiten nodig zijn, worden deze afzonderlijk aan de raad voorgelegd.
Vraag 75: In het Inspiratiekader wordt op p18 gesproken over Water. Moet daar niet ook de term staan die ‘overstromingsgebieden’ staan, zoals het waterschap die gebruikt? Of is dat hetzelfde als ‘inundatiegebied’?
Antwoord:
Er is een verschil tussen overstromingsgebieden en inundatiegebieden. Inundatiegebieden zijn gebieden die bij hoog water gebruikt worden om water vast te houden om te voorkomen dat de bewoonde gebieden overstromen. Of wateroverlast ondervinden van de rivieren of beken. Een overstromingsgebied kan dus een inundatiegebied zijn, maar ook een woonkern, terwijl een woonkern geen inundatiegebied is.
Pagina 29 van 36
De tekst op pagina 75 is juist en afgestemd met het waterschap zoals bij vraag 93 over de stakeholders ook is beantwoord.
Vraag 76: Kaart pagina 23: Kan de Natuurherstelverordening toegevoegd worden?
Antwoord:
Nee. De Natuurherstelverordening bevat op zichzelf geen concrete ruimtelijke zoneringen die aan de kaart kunnen worden toegevoegd. De verordening bevat bindende doelstellingen voor de EUlidstaten, die eerst op nationaal niveau verder moeten worden uitgewerkt en vertaald naar concrete maatregelen en ruimtelijke kaders.
Het Rijk werkt momenteel aan deze verdere uitwerking, onder andere via het nationale Natuurplan. Op dit moment is daarom nog niet duidelijk welke concrete ruimtelijke gevolgen of aanvullende regels hieruit voor het grondgebied van Eijsden-Margraten voortvloeien. Om die reden kan de Natuurherstelverordening nu niet als afzonderlijke zonering aan de kaart worden toegevoegd.
Vraag 77: Pagina 24 spreekt over ‘gezonde duurzame balans tussen landschappelijke en economische waarden’. Hoe wordt die balans gemeten en bepaald?
Antwoord:
Het Inspiratiekader bevat geen rekenkundige methode of vaste meetbare criteria waarmee de balans tussen landschappelijke en economische waarden wordt bepaald. Het begrip is bedoeld als richtinggevend uitgangspunt voor een integrale benadering van het buitengebied.
Daarbij worden economische belangen niet los gezien van onder andere landschap, natuur, water, bodem en leefbaarheid. Welke balans passend is, is afhankelijk van de locatie, het landschapstype en de aard van een ontwikkeling en vraagt daarom om maatwerk.
Het Inspiratiekader is geen zelfstandig toetsings- of afwegingskader en met de vaststelling worden hiervoor geen nieuwe meetbare normen geïntroduceerd. Concrete initiatieven blijven beoordeeld worden op basis van de geldende wet- en regelgeving en bestaande beleidskaders.
Vraag 78: Gesproken wordt over het Aanvalsplan Landschap 2019. Is dit nog vigerend? Zo ja, kunt u ons de link sturen?
Antwoord:
Hier wordt gedoeld op het _Aanvalsplan Landschap_, dat als doelstelling heeft om te komen tot 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Inmiddels geldt de versie uit 2022.
Pagina 30 van 36
Het Aanvalsplan is geen regelgeving, maar betreft een gezamenlijke ambitie en aanpak van verschillende betrokken partijen.
Meer informatie over het Aanvalsplan Landschap is te vinden via de website van Samen voor Biodiversiteit.
https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/projecten/aanvalsplan-landschap
Vraag 79: P41, punt 7 en punt B, spreekt over uitbreiding bedrijventerreinen. In recent gesprek op 8-9 jl. met het college is ons gemeld dat er geen uitbreiding komt in onze gemeente. Kunt u de tekst daarop aanpassen?
Antwoord:
De passage wordt naar aanleiding van deze vraag opnieuw beoordeeld en waar nodig verduidelijkt. De focus ligt op revitalisering en toekomstbestendige inrichting van bestaande bedrijventerreinen. De daarmee samenhangende ruimtevraag wordt bij de ontwikkeling van de economische visie integraal afgestemd met de relevante beleidsvelden.
Vraag 80: Pag. 43 en 49, kaartjes Maasdal en Plateau en Bijlage 2 melden dat wordt ingezet op grootschalige landbouw? Hoe rijmt u dit met de gewenste ecologische verbindingszones aldaar en de vele kleine landschapselementen?
Antwoord:
Dit is niet met elkaar in strijd. Ook in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg wordt gezocht naar een goede balans tussen een toekomstbestendige agrarische sector en het behouden en versterken van natuur, landschap en biodiversiteit.
Het uitgangspunt dat op het Maasdal en Plateau ruimte blijft voor landbouw betekent daarom niet dat ecologische verbindingszones of kleine landschapselementen daaraan ondergeschikt zijn. Beide functies zijn belangrijk en moeten zoveel mogelijk in samenhang worden ontwikkeld.
Juist in deze gebieden moet worden gezocht naar mogelijkheden waarbij een economisch toekomstbestendige landbouw kan samengaan met het behouden en versterken van ecologische verbindingen en karakteristieke landschapselementen. Het Inspiratiekader geeft hiervoor een richting, maar legt niet op voorhand vast dat het ene belang altijd boven het andere gaat. Per gebied en ontwikkeling zal binnen de geldende wet- en regelgeving en beleidskaders moeten worden gezocht naar een passende balans.
Vraag 81: Pag. 49, kaartje Plateau noemt bij ecologische verbindingszones slechts bloemrijke akkerranden. Waarom noemt u hier niet duidelijker ook de inzet op hagen en andere kleine landschapselementen (ook op het plateau zijn er graften etc.)? Dit zijn namelijk veel hoogwaardigere ecologische verbindingszones dan bloemrijke akkerranden.
Antwoord:
Pagina 31 van 36
Wij onderschrijven dat naast bloemrijke akkerranden ook kleine landschapselementen, zoals hagen en graften, een belangrijke rol kunnen vervullen als ecologische verbindingszones op het plateau. Deze elementen dragen bij aan de versterking van de biodiversiteit en de ecologische samenhang in het landschap.
De genoemde bloemrijke akkerranden moeten dan ook niet als enige mogelijkheid worden gezien. Bij de verdere uitwerking kan nadrukkelijk ook worden gekeken naar de inzet en versterking van andere kleine landschapselementen.
Vraag 82: En waar gaat u helder maken dat voor deze akkerranden strikte voorwaarden gelden (bijvoorbeeld: geen bestrijdingsmiddelen, inheemse zaden, minimale breedte van 12 m enz.), ter voorkoming dat ze contraproductief werken en fungeren als ecologische val waarbij soorten gelokt worden die vervolgens door uiteenlopende oorzaken het loodje leggen (bijv. gif, drukke naastliggende weg enz.)?
Antwoord:
De gemeente heeft zelf geen specifieke voorwaarden gesteld aan de aanleg en het beheer van bloemrijke akkerranden. Wanneer akkerranden worden gerealiseerd via subsidieregelingen of beheerpakketten van andere instanties, gelden de voorwaarden die door de betreffende subsidieverstrekker worden gesteld. De controle op de naleving daarvan ligt eveneens bij deze instantie.
De in de vraag genoemde voorwaarden gelden daarbij niet zonder meer voor iedere akkerrand. Welke voorwaarden van toepassing zijn, is afhankelijk van de betreffende regeling of het beheerpakket. Het Inspiratiekader stelt hiervoor geen aanvullende voorwaarden.
Vraag 83: In hoofdstuk 7 worden punten genoemd om ‘aan de slag te gaan met dit inspiratiekader’.
Antwoord: We halen hier geen vraag uit.
Vraag 84: Graag uitleg cq. concretisering over de zin bij punt 3 ‘Het is essentieel dat er aanpassingen in het grondbeleid plaatsvinden om grond voor landbouwers toegankelijk te maken’.
Antwoord:
Met deze zin wordt bedoeld dat grondbeschikbaarheid een belangrijke voorwaarde is voor het toekomstperspectief van agrarische bedrijven. Wanneer agrariërs bijvoorbeeld willen extensiveren, verduurzamen of hun bedrijfsvoering willen aanpassen, kan daarvoor extra of anders gelegen landbouwgrond nodig zijn.
Vraag 85: Graag uitleg n.a.v. punt 4 hoe het opzetten van een strategische grondbank zich verhoudt tot ons huidig grondbeleid. Kan dat zo ingepast of moet er dan iets gewijzigd, en zo ja wat?
Pagina 32 van 36
Antwoord:
Hoe het opzetten van een strategische grondbank zich precies verhoudt tot het huidige gemeentelijke grondbeleid, moet nader worden onderzocht. Op dit moment is nog niet vastgesteld of een grondbank binnen het bestaande grondbeleid kan worden vormgegeven of dat hiervoor aanpassingen noodzakelijk zijn. In het vervolgtraject wordt daarom verkend welke mogelijkheden het huidige grondbeleid biedt, welke wijzigingen eventueel nodig zijn en wat de financiële, juridische en organisatorische consequenties daarvan zijn. Het Inspiratiekader doet hierover nog geen definitieve uitspraak. Indien uit deze verkenning blijkt dat aanpassing van het grondbeleid of aanvullende besluitvorming door de raad noodzakelijk is, wordt hiervoor een afzonderlijk voorstel aan de raad voorgelegd.
Vraag 86: Hoe reëel is het komen tot een regionale grondbank als genoemd bij punt 4? Zijn daar al initiatieven voor opgestart of op welke termijn acht u het mogelijk hier medestanders voor te krijgen?
Antwoord:
Op dit moment is niet aan te geven hoe reëel de totstandkoming van een regionale grondbank is en op welke termijn hiervoor voldoende medestanders kunnen worden gevonden. Dit moet nader worden onderzocht. Daarbij zal eerst moeten worden verkend welke behoefte er bij gemeenten en andere regionale partners bestaat, welke partijen bereid zijn deel te nemen en welke juridische, financiële en organisatorische vorm passend zou kunnen zijn. De provincie Limburg onderzoekt overigens eveneens hoe samenwerking met andere publieke partijen rond een grondbank en strategisch grondbeleid kan worden vormgegeven. Vanuit de gemeente is op dit moment nog geen concreet initiatief voor een regionale grondbank opgestart. Het Inspiratiekader benoemt dit als een mogelijke denkrichting. In het vervolgtraject zal worden onderzocht of en op welke wijze hieraan verdere invulling kan worden gegeven.
Vraag 87: Graag uitleg n.a.v. punt 5 waar u spreekt over het realiseren van bepaalde vormen van ecologische verbindingszones. Heeft u daarbij voor ogen het toewerken naar/bijdragen aan een lokaal/regionaal natuurwaardennetwerk en overweegt u het maken van een kaart waarop bestaande gebieden zijn aangeduid incl. locaties met gewenste aanvullingen ter versterking van het netwerk?
Antwoord: Ja. Het uitgangspunt is om hierbij aan te sluiten bij de ecologische verbindingszones zoals deze door de provincie worden uitgewerkt en naar verwachting worden vastgelegd in de Omgevingsverordening. Daarmee wordt bijgedragen aan de verdere versterking van het lokale en regionale natuurnetwerk. Daarnaast wordt gekeken naar kansen die zich lokaal voordoen om ecologische verbindingen verder te versterken. De verdere uitwerking en eventuele financiële consequenties hiervan worden betrokken bij de begroting.
Vraag 88: Bij punt 6 wordt gesproken over samenwerking. Op samenwerking tussen wie wordt hier gedoeld?
Pagina 33 van 36
Antwoord:
In de tekst worden hiervan voorbeelden genoemd. Het gaat om samenwerking tussen verschillende partijen die een rol hebben in het buitengebied, zoals agrariërs, overheden, terreinbeherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties en andere betrokken partijen. Welke partijen daadwerkelijk samenwerken, is afhankelijk van de betreffende opgave of het initiatief.
Vraag 89: Bij punt 8 schrijft u dat het zichtbaar maken van succesvolle praktijken moet leiden tot stimulerende regelgeving of financiële ondersteuning. Kunt u uitleggen wat u hiermee bedoelt?
Antwoord:
Hiermee wordt bedoeld dat succesvolle voorbeelden uit de praktijk inzicht kunnen geven in wat werkt en welke belemmeringen agrariërs of andere initiatiefnemers daarbij ervaren.
Vraag 90: Punt 10 spreekt over een Waarborgfonds Buitengebied. Graag meer uitleg over een dergelijk fonds. Zijn er in den lande ervaringen met zo’n fonds, zo ja waar en kunt u enige plus- en minpunten noemen? Overweegt u een fonds op gemeentelijke of regionale schaal? Wilt u de VNG, BNG of andere landelijke partij hierbij betrekken? Wordt bij zo’n fonds uitgegaan van revolverende middelen of is het vooral leningen verstrekken tegen gunstige voorwaarden?
Antwoord:
Het Waarborgfonds Buitengebied wordt in het Inspiratiekader genoemd als een mogelijke denkrichting om ondernemers te ondersteunen bij de transitie naar een toekomstbestendig buitengebied. Het idee is dat een fonds financiële risico’s bij bijvoorbeeld het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe verdienmodellen kan helpen verkleinen. Het Inspiratiekader werkt de precieze vorm, financiering en organisatie van een dergelijk fonds echter niet verder uit.
Vraag 91: Punt 11 noemt dat de gemeente gericht aan de slag kan gaan met fondsenwerving, in meervoud. Welke fondsen acht u naast het Stikstoffonds kansrijk en om welke bedragen gaat het ongeveer?
Antwoord:
Op dit moment is nog niet concreet in beeld welke fondsen, naast de in het Inspiratiekader genoemde middelen rond stikstof, kansrijk zijn en om welke bedragen het daarbij zou kunnen gaan. Het Inspiratiekader benoemt gerichte fondsenwerving als een mogelijke denkrichting, maar werkt dit niet uit naar specifieke fondsen of bedragen. Dit zal daarom nader moeten worden onderzocht in het vervolgtraject.
Vraag 92: Punt 11 spreekt over het budget van het Landschapsfonds. Hoeveel zit daar op dit moment in en begrijpen we het goed dat u dit fonds in wilt zetten voor de uitvoering van de doelen als genoemd in het Inspiratiekader?
Antwoord:
Over de actuele stand van het Landschapsfonds wordt de raad bij de begroting geïnformeerd.
Pagina 34 van 36
Voor het Landschapsfonds gelden reeds vastgestelde beleids- en bestedingskaders. De doelstellingen van het Inspiratiekader vertonen op verschillende onderdelen overlap met deze bestaande kaders. Voor zover maatregelen uit het Inspiratiekader daarbinnen passen, kan het Landschapsfonds hiervoor worden ingezet.
Met de vaststelling van het Inspiratiekader worden de bestaande kaders en bestedingsdoelen van het Landschapsfonds niet gewijzigd.
Vraag 93: Bijlage 3 spreekt over De Stakeholders. Wie waren dat?
Antwoord:
Met ‘de stakeholders’ worden concreet de partijen bedoeld die vanuit hun expertise en betrokkenheid bij het buitengebied zijn benaderd en/of betrokken bij het proces. Het gaat om:
- Het Limburgs Landschap;
- Staatsbosbeheer;
- Natuurmonumenten;
- Natuurbeheer Keerberg;
- Stichting Natuurlijk Geuldal;
- Natuur- en Milieufederatie Limburg (NMF Limburg);
- Provincie Limburg;
- Waterschap Limburg;
- LLTB;
- Korte Keten;
- agrariërs uit de gemeente;
- inwoners/bewoners.
Deze partijen zijn op verschillende momenten uitgenodigd om vanuit hun eigen expertise en belangen input en feedback te leveren. Daarnaast zijn afzonderlijke werksessies met agrariërs georganiseerd en heeft voor iedereen een openbare inspraakperiode op het concept-Inspiratiekader opengestaan.
Vraag 94: Goed om te lezen dat het Inspiratiekader, o.a. n.a.v. ingekomen zienswijzen, geactualiseerd wordt n.a.v. nu vastgestelde POVI. Ondertussen is ook de Wijzigingsverordening Provinciale Omgevingsverordening in juli 2026 vastgesteld en binnenkort volgt mogelijk de vaststelling van de Omgevingsvisie Lijn50. Hoe wilt u hiermee omgaan?
Antwoord:
Pagina 35 van 36
De Omgevingsvisie Lijn50 ligt inhoudelijk in lijn met het Inspiratiekader Buitengebied en leidt op dit moment niet tot wijzigingen in het Inspiratiekader. Beide documenten zijn in samenhang opgesteld en sluiten qua uitgangspunten en koers op elkaar aan.
Ook de inmiddels vastgestelde Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 2026 is bij de actualisatie van het Inspiratiekader betrokken. De wijzigingen in de Provinciale Omgevingsverordening worden eveneens gevolgd.
Mocht de definitieve vaststelling van de Omgevingsvisie Lijn50 of een wijziging van provinciale regelgeving alsnog leiden tot relevante inhoudelijke veranderingen die gevolgen hebben voor het Inspiratiekader, dan zal het Inspiratiekader daarop waar nodig worden geactualiseerd. Zo blijft het Inspiratiekader in lijn met de geldende gemeentelijke en provinciale beleidskaders.
Vraag 95: Waarom is gekozen voor een inspiratiekader en niet voor een meer bindend document als een beleidskader, richtlijn, verordening of iets dergelijks?
Antwoord:
Er is gekozen voor een Inspiratiekader omdat het document in de eerste plaats bedoeld is om richting en inspiratie te geven aan de toekomstige ontwikkeling van het buitengebied. Het brengt de kwaliteiten, opgaven en ambities voor het buitengebied samen en biedt daarmee een inhoudelijke leidraad voor verdere uitwerking.
Het Inspiratiekader is niet opgesteld met het doel om rechtstreeks juridisch bindende regels of toetsingscriteria vast te leggen. Waar voor specifieke onderwerpen een nadere beleidsmatige of juridische borging wenselijk of noodzakelijk blijkt, kan dit in een vervolgtraject verder worden uitgewerkt en, waar nodig, worden vertaald naar daarvoor passende beleids- of juridische instrumenten.
Pagina 36 van 36