Pagina wordt geladen
Eersel, 8 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
����������������������������������������������������������������
Col1 Fractie Vraag Antwoord 4. Gebiedsconcept en randvoorwaarden woningbouwontwikkeling Hofvelden (voorheen Verlengd Aangelag) Wintelre Gebiedsconcept en randvoorwaarden woningbouwontwikkeling Hofvelden (voorheen Verlengd Aangelag) Wintelre 1. CDA Eind augustus werd er door Enexis terugkoppeling gegeven op het verkrijgen van een stroomaansluiting. Gezien het volle stroomnetwerk (in met name Wintelre Oost), wat is het antwoord vanuit Enexis? Enexis heeft de procedure inmiddels gewijzigd. We hebben nog altijd geen zekerheid over de stroomaansluiting voor deze plek. Inmiddels is via Enexis een nieuw traject gestart waarbij we in de maand oktober van dit jaar alle woningbouwprojecten in onze gemeente opnieuw moeten aanmelden. Plan Hofvelden nemen we hierin mee. 2. CDA Risico's: Het financiële risico wordt slechts beperkt tot de voorbereidingskosten. Wat omvatten die voorbereidingskosten en hoe hoog zijn deze? Voorbereidingskrediet bedraagt 300k, wat is hier al van verbruikt? Voorbereidingskosten betreffen kosten die worden gemaakt in de fase voorafgaand aan vaststelling van het wijzigingen van het omgevingsplan en de bijbehorende grondexploitatie. Hierbij kan worden gedacht aan kosten voor benodigde onderzoeken, stedenbouwkundige kosten, kosten projectleiding, juridische kosten voor het opstellen van overeenkomsten, kosten voor het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan en ambtelijke kosten. Na vaststelling van het plan en de grondexploitatie worden de gemaakte voorbereidingskosten opgenomen in de grondexploitatie. Momenteel zijn er circa € 80.000,- aan kosten gemaakt. 3. CDA Uit de omgevingsdialoog is het verzoek gekomen om geen aansluitingsweg te realiseren vanuit de Willibrordusstraat (enkel vanuit de Biemeren). Aan dit verzoek wordt niet voldaan aangezien het 'noodzakelijk' is om vanaf 35-40 huizen een tweede aansluitingsweg te hebben. Vanuit wie is dit noodzakelijk? Wat zijn de ervaringen uit vorige projecten of is dit wettelijk verplicht? Achter dat uitgangspunt zitten twee overwegingen. De belangrijkste is bereikbaarheid bij calamiteiten: als de enige toegangsweg geblokkeerd raakt, is de wijk niet bereikbaar voor hulpdiensten en kunnen bewoners er niet uit. Daarnaast speelt beheer en onderhoud— bij werkzaamheden of een tijdelijke afsluiting blijft de wijk zonder tweede ontsluiting alleen bereikbaar via kostbare tijdelijke maatregelen. Kortom: het is geen wettelijke verplichting, maar vanuit veiligheid en zelfredzaamheid wordt deze afweging genomen.
| 4. | CDA | Momenteel wordt de Willibrordusstraat volledig gerenoveerd. Wordt er in deze renovatie al rekening gehouden met de toekomstige aansluitingsweg vanuit de Willibrordusstraat? | Ja. Ter hoogte van de geplande aansluiting op Hofvelden ligt nu al een verkeersplateau, en dat keert in de nieuwe inrichting terug. De kruising is daarmee ingericht op de situatie waarin Hofvelden hierop aantakt. De aansluiting zelf is in het oorspronkelijke ontwerp niet in detail uitgewerkt, omdat de planvorming voor Hofvelden toen nog niet zo ver was. Dat is |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| geen belemmering: de aansluiting kan later worden gerealiseerd zonder ingrijpende aanpassing van wat nu is aangelegd. | |||
| 5. | ESA | Bij 1.6 laatste alinea staat:“De gemeenteraad verzocht het college om voor het dorp Wintelre een onderzoek op te starten ‘alternatieve en aanvullende locaties voor woonuitbreidingen Wintelre’. Dit onderzoek is in uitvoering en de daadwerkelijke vaststelling wordt meegenomen in het traject van de omgevingsvisie. Dit amendement dateert van 25 februari 2025, dat is anderhalf jaar geleden. In het kader van “cyclisch bouwen” hebben we de volgende vragen: Waarom duurt dit zo lang? | Het concept onderzoek is gereed. Het college heeft besloten nieuwe woningbouwlocaties voor meerdere plekken in onze gemeente integraal mee te nemen in de Omgevingsvisie en nu geen losse visie voor Wintelre ter vaststelling aan uw raad voor te leggen. |
| 6. | ESA | Wat is de opbrengst tot nu toe? | Zie het antwoord op vraag 5. |
| 7. | ESA | Wat is de belemmerende factor, ruimtelijk, capaciteit? | Zie het antwoord op vraag 5. |
| 8. | ESA | Wat is de rol van de Provincie Noord-Brabant, is zij een voorstander of een tegenstander? | Het concept onderzoek voor Wintelre is ambtelijk besproken met de provincie. Zij vragen om een integrale aanpak. |
| 9. | ESA | Wat is het tijdspad van deze genoemde Omgevingsvisie? | Het opstarten van het traject om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie is voorzien voor medio 2027. Vaststelling van de visie zal naar verwachting niet voor 2028 zijn afgerond. |
| 10. | VVD | Welk scenario en welke vervolgstappen liggen klaar voor het geval Enexis niet tijdig voldoende capaciteit kan garanderen, en welke concrete gevolgen zou dat hebben voor de beoogde planning van bouwstart in 2029? | Op dit moment is de beschikbaarheid van capaciteit op het elektriciteitsnetwerk onduidelijk. De gemeente Eersel ligt in twee netdelen, zijnde Hapert en Eindhoven-West. Hofvelden ligt in netdeel Eindhoven- West. Als binnenkort blijkt dat in Hofvelden de komende jaren niet aangesloten zal worden, overwegen we deze ontwikkeling minder voortvarend op te pakken en onze capaciteit in te zetten op andere woningbouwprojecten. Zie ook het antwoord op vraag 1. |
| 11. | VVD | Langs welk tijdpad en op welke wijze wordt de daadwerkelijke behoefte aan CPO bij Wintelrenaren vastgesteld, en welke concrete stappen worden gezet om dit— als de behoefte er is— ook daadwerkelijk als kavels in het plan te borgen, in plaats van als intentie? | Als gemeente faciliteren wij CPO-ontwikkelingen. Het initiatief ligt bij externe partijen, zoals bijvoorbeeld een dorpsraad, die dan ook een behoeftepeiling dienen te organiseren. Op basis van de uitkomst van de behoeftepeiling worden kavels geselecteerd die voor een CPO- ontwikkeling in aanmerking komen. Na totstandkoming van een onherroepelijk omgevingsplan en zicht op netaansluiting kan gestart worden met een behoeftepeiling. |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 12. | VVD | Op welke wijze wordt aangetoond dat het combineren van uit het zicht geclusterd parkeren mét de mogelijkheid om af te wijken van de parkeernormen, niet alsnog leidt tot parkeerdruk in de straten van de nieuwe wijk zelf? | Op dit moment is geen aanleiding om af te wijken van het parkeerbeleidsplan. Daarnaast zijn er voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers in het zicht gepland. We verwachten hierin geen problemen. Dit is door de verkeersspecialist getoetst. |
| 13. | VVD | Welke afweging ligt ten grondslag aan het opnemen van eisen die verder gaan dan de wettelijke norm, zoals het voorsorteren op biobased bouwen en het zoveel mogelijk toepassen van circulariteit, en hoe is daarbij mogelijke meerkosten voor de betaalbaarheid van de woningen voor starters en middeninkomens meegewogen? | Het voorsorteren op biobased bouwen komt voort uit de motie circulair/biobased bouwen van 5 november 2024 die uw raad heeft aangenomen. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen toetsen we standaard of deze ambities haalbaar zijn. Betaalbaarheid is bij die afweging leidend. Waar een duurzaamheidsmaatregel de betaalbaarheid van woningen voor starters en middeninkomens onder druk zet, weegt betaalbaarheid zwaarder. |
| 14. | VVD | In de haalbaarheidsberekening is er sprake van dat de kosten terugverdiend worden. Bij de vaststelling bouwgrondexploitatie zal een begroting voorgelegd worden. Bij Koemeren zijn de kosten niet terugverdiend, onder andere door te natte locatie. Is dit volledig uit te sluiten op deze locatie? | Het uitsluiten van dergelijke risico`s is helaas onmogelijk. Door middel van een uitgebreide planvoorbereiding worden risico`s, voor zover mogelijk, in kaart gebracht en opgenomen in de begroting. |
| 15. | EVM | In het voorgelegde besluit is aangegeven dat er eind augustus een reactie verwacht wordt van Enexis met betrekking tot de aansluiting, is daar inmiddels al meer over bekend? | Zie vraag 1. |
| 16. | PRO | Op welke wijze wordt CPO gepeild ? | Als gemeente faciliteren wij CPO-ontwikkelingen. Het initiatief ligt bij externe partijen, zoals bijvoorbeeld een dorpsraad, die dan ook een behoeftepeiling dienen te organiseren. |
| 17. | PRO | Op welke wijze wordt CPO toegankelijk gemaakt voor een brede groep? | Vooraf wordt kenbaar gemaakt dat wij als gemeente kavels beschikbaar stellen voor een CPO-ontwikkeling. Vervolgens kan iedereen zich inschrijven voor de betreffende kavels. De kavels worden daarna middels loting toegewezen. |
| 18. | PRO | Meer hoogwaardig groen in speeltuinen en wadi’s (onderhoudsvrije wadi vegetatie) komt overeen met het speelplan en de visie van de GGD, die weliswaar nu nog niet van toepassing is, maar wel op het moment van uitvoering van het plan. Op welke wijze is dit geïntegreerd in het plan Hofvelden? | Meer hoogwaardig groen in speeltuinen en wadi’s (onderhoudsvrije wadi vegetatie) komt overeen met het speelplan en de visie van de GGD, die weliswaar nu nog niet van toepassing is, maar wel op het moment van uitvoering van het plan. In het plan Hofvelden is aangesloten bij de uitgangspunten van een gezonde leefomgeving, zoals die in de visie van de GGD worden beschreven. Concreet betekent dit dat in de inrichting van |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| het gebied aandacht is voor hoogwaardig groen, klimaat adaptieve elementen zoals wadi’s, en speelplekken die uitnodigen tot bewegen. Deze keuzes sluiten aan bij de GGD-visie waarin gezondheid wordt meegenomen in gebiedsontwikkeling. | |||
| 19. | PRO | Is de GGD betrokken bij het plan Hofvelden om een bijdrage te leveren aan Gezondheid en “Hoe meer zielen hoe meer vreugd” als vertrekpunt bij (gebieds)ontwikkelingen? | Hoewel de GGD niet formeel betrokken is geweest bij de totstandkoming van het plan Hofvelden, sluiten de uitgangspunten van het plan wel aan bij de GGD-visie op een gezonde leefomgeving en het versterken van de sociale basis. In Hofvelden wordt ingezet op groen, ontmoetingsplekken en een inrichting die uitnodigt tot contact en beweging. Dat past bij het principe_“Hoe meer zielen, hoe meer vreugd”_, waarin de GGD benadrukt dat verbinding, inclusie en een sterke sociale infrastructuur bijdragen aan gezondheid en veerkracht. |
| 20. | PRO | Indien ja, op welke wijze is de GGD op bovengenoemd punt betrokken? | De GGD is op dit moment nog niet betrokken bij het plan. |
| 21. | PRO | Indien nee, op welke wijze kan de GGD bij de ontwikkeling van het plan Hofvelden worden betrokken? | De GGD kan betrokken worden als adviseur bij de verdere uitwerking van het plan. |
| 22. | PRO | Kunnen de openbare ruimtes worden ontwikkeld als locatie met gemengde functie, waarbij volgens visie van de GGD groen wordt geïntegreerd en de openbare ruimtes ontwikkeld worden als verbindingsplek voor jong- en oud? | Ja, dit is ook opgenomen in het plan. |
| 23. | PRO | Kunnen er eisen worden gesteld bij nieuwbouw om tuinen tot een maximaal bepaald percentage te verharden? | Hiervoor heeft de gemeente Eersel momenteel geen beleid. Dit is waarschijnlijk juridisch wel te borgen. Qua ambtelijke uitvoerbaarheid zijn er veel vragen m.b.t. de handhaving en uitvoerbereid van deze regels. |
| 24. | PRO | Kunnen speelveldjes en wadi’s ingericht worden met stikstofreducerende en onderhoudsvrije beplanting om een win- winsituatie te creëren, en een bijdrage te leveren aan de gezonde leefomgeving van de toekomstige bewoners van de Hofvelden? | De basis voor de inrichting van de openbare ruimte zoals de wadi’s en het speelveld liggen vast in verschillende beleidsplannen. De basis van de inrichting voor de openbare ruimte ligt vast in groen loont!, Hierin is opgenomen dat de keuze gaat naar inheemse beplanting met een hoge ecologische waarde. Bij de inrichting van de speelveldjes en wadi’s wordt daarom gekeken naar beplanting die past en tegelijkertijd bijdraagt aan een aantrekkelijke, biodiverse en aantrekkelijke leefomgeving |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 25. | PRO | Wat is het verschil in kosten voor een inrichting als verbindingsplek voor jong- en oud en onderhoudsvrije, en stikstofreducerend t.o.v. de ingetekende inrichting . Graag hierin meegenomen de kosten van onderhouden van de ingetekende inrichting. | Zie vraag 24 |
| 26. | PRO | Wat is het verschil in kosten voor een inrichting als verbindingsplek voor jong- en oud en onderhoudsvrije, en stikstofreducerend t.o.v. de ingetekende inrichting van speelveldjes. Graag hierin meegenomen de kosten van onderhouden van de ingetekende inrichting. | Zie vraag 24 |
| 27. | PRO | Kan er een alternatief plan worden ontwikkeld, dat loopt voor het plan de Hofvelden om energieoplossingen te ontwikkelen en water- en warmtevoorzieningen, zodat we niet alleen hoeven te hopen dat Enexis de woningen kan aansluiten, maar waar we zelf het initiatief nemen om dit te realiseren? | De afdeling duurzaamheid binnen onze gemeente is voor al onze woningbouwprojecten de mogelijkheden aan het onderzoeken. Dit loopt parallel naast de woningbouwprojecten door. |
| 28. | PRO | Bij waterberging is een keuze gemaakt tussen veiligheid en noodzaak voor waterberging. Is de waterberging capaciteit voldoende met de voornoemde keuze? | Ja. Dit is ook al in vooroverleg afgestemd met het waterschap. |
| 29. | PRO | Waarom is hier gekozen voor minimaal BENG norm en niet voor ENG norm? | BENG is de wettelijke eis voor nieuwbouw, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor Hofvelden is bij dit wettelijke kader aangesloten omdat de gemeente op het gebied van energieprestatie geen vastgesteld beleid heeft dat een hogere eis voorschrijft. Anders dan bij materiaalgebruik, waarover uw raad wel een uitspraak heeft gedaan, ontbreekt hier een kader waarop bovenwettelijke eisen kunnen worden gebaseerd. Daarbij speelt mee dat een hogere energieprestatie-eis doorwerkt in de stichtingskosten en daarmee in de betaalbaarheid van de woningen. |
| 30. | PRO | Kan dit worden omgezet naar ENG norm? | Ja, onder de omgevingswet kunnen gemeenten via het omgevingsplan gebiedsgericht strengere energieprestatie-eisen vaststellen. Daarbij passen drie kanttekeningen: |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 1. "ENG" is geen genormeerde eis in de bouwregelgeving. Bij een keuze hiervoor moet eerst worden vastgelegd welke prestatie precies wordt geëist en hoe daarop wordt getoetst. Dat vraagt aanvullend onderzoek en leidt tot vertraging in de planning. 2. Het is niet bekend welke invloed een strengere norm heeft op de betaalbaarheid. 3. Het ligt niet vast in het gemeentelijk beleid. Zie antwoord op vraag 29. | |||
| 31. | PRO | Hoe kan de ENG norm worden opgenomen i.p.v. de BENG norm? | Zie vraag 30 |
| 32. | PRO | Wat betekent het scenario van maximale uitbreiding van defensie op EA voor inwoners van het te realiseren plan de Hofvelden? | We hebben hierover contact met defensie. Zover bij ons bekend heeft dit geen invloed. |
| 33. | PRO | Op welke wijze is hier rekening mee gehouden? | Zie vraag 32. |
| 5. | Wijziging omgevingsplan Groenstraat 8 te Wintelre | Wijziging omgevingsplan Groenstraat 8 te Wintelre | |
| 34. | ESA | Vooropgesteld dat deze ontwikkeling een forse kwaliteitsverbetering realiseert voor dit gebied. In het bestaande bijgebouw was / is een mantelzorgwoning aanwezig. Is dit meegenomen in de beoordeling ? | Het hebben van een mantelzorgwoning is zowel bij de bestaande als de nieuwe functie vergunningsvrij en is daarom niet meegenomen in de beoordeling voor de nieuwe functie. |
| 35. | ESA | Blijft deze gehandhaafd? | Dat is niet bekend en niet relevant voor de beoordeling van de nieuwe functie. |
| 36. | ESA | Is er handhaving / controle op de juiste manier van de Asbest sanering, van de blijvende bestaande bijgebouwen? | Voor het saneren van asbest geldt een meldplicht. Voordat de werkzaamheden uitgevoerd worden moet een asbestinventarisatierapport overlegd worden. De ODZOB neemt deze meldingen namens gemeente in behandeling en ziet toe op de uitvoering. |
| 37. | VVD | Nu de intrekking van de milieurechten bij Groenstraat 8 nog "in behandeling" is bij de ODZOB en niet zoals bij Hoef 25 al is afgerond en door de provincie akkoord bevonden, wat gebeurt er als deze intrekking onverwacht vertraging oploopt of niet wordt verleend, en waarom wordt dit niet als risico benoemd in het raadsvoorstel? | Inmiddels is de zaak bij de ODZOB afgehandeld en zijn de rechten ingetrokken. De provincie was ook op de hoogte van de dossierstatus en behandeltermijnen bij de ODZOB, daarom is dit geen risico in het raadsvoorstel. |
| 38. | VVD | Welke concrete onderbouwing is er dat een bedrijf voor statische opslag van deze omvang, zonder uitbreidingsmogelijkheid, ook op | Statische opslag is opgenomen als mogelijke toekomstrichting in de visie buitengebied 2.0. Hoewel statische opslag niet het ideaalbeeld voor de |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| langere termijn levensvatbaar is, zodat het perceel niet over een aantal jaar opnieuw als "probleemlocatie" terugkomt? | invulling van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing is, biedt het wel een kans voor kwaliteitsverbetering op de locatie waarbij bebouwing verdwijnt en de locatie landschappelijk ingepast wordt. Bovendien is er veel vraag naar statische opslag en is het dus niet de verwachting dat deze locatie snel leeg komt te staan. | ||
| 39. | PRO | In het raadsvoorstel valt te lezen onder 2.4: De provincie verzoekt op onderdelen om verdere onderbouwing en toelichting. Is hier aan voldaan? | Ja, na ontvangst van de zienswijze heeft overleg plaatsgevonden met provincie over de gevraagde wijzigingen. Het gaat bijvoorbeeld om verduidelijking over het beheer van het nieuwe groen in het inpassingsplan. De wijzigingen zijn ook aan provincie voorgelegd en akkoord bevonden. |
| 40. | PRO | De Omgevingsdialoog bevat handtekeningen. Zijn hier ook aanbevelingen opgehaald, die uitnodigen tot planwijziging? | Er zijn geen reacties van omwonenden bij de gemeente bekend. |
| 41. | PRO | Wordt er natuur gerealiseerd of worden er landschapselementen gerealiseerd? | Beide. Op de omliggende gronden van locatie Groenstraat 8 worden landschapselementen geplaatst, nabij de Bruggenrijt wordt perceel ESL O 668 als ecologische verbindingszone (natuur) ingericht. |
| 6. | Wijziging omgevingsplan Hoef 25 te Duizel | Wijziging omgevingsplan Hoef 25 te Duizel | |
| 42. | VVD | Klopt het dat de resterende maatregelen— na het schrappen van de asbestsanering, de hagen en de afwaardering naar blijvend grasland samen met de aangekochte deeltitel nog steeds minimaal €125.000 aan omgevingskwaliteit vertegenwoordigen, en worden de geschrapte elementen (hagen, asbestsanering) desondanks nog wel fysiek uitgevoerd als onderdeel van het inpassingsplan, of vervallen ze nu ook uit het ontwerp zelf? | De tegenprestatie bestaat uit sloop van bedrijfsgebouwen en voorzieningen, landschapsmaatregelen, intrekken van N-emissie en de aanschaf van een deeltitel bij ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte. In totaal vertegenwoordigen deze maatregelen een waarde van €125.000,-. De asbestsanering en de hagen worden nog steeds uitgevoerd. De omliggende gronden worden niet meer afgewaardeerd voor blijvend grasland. |
| 43. | VVD | Het raadsvoorstel noemt een saneringstermijn van 6 maanden, de aangepaste planregel spreekt van 1 jaar— welke termijn is leidend, om welke verontreiniging gaat het precies, en welk risico loopt de gemeente als de sanering niet op tijd wordt afgerond? | De termijn van één jaar uit de planregels is leidend, dit is verkeerd overgenomen in het raadsvoorstel. Het gaat om een verontreiniging van asbest, PAK en zink. De gemeente loopt geen risico als de sanering niet op tijd wordt afgerond. De sanering is noodzakelijk om de nieuwe functie wonen uit te kunnen oefenen. De gronden en bouwwerken mogen niet gebruikt worden voor wonen als de sanering niet is uitgevoerd. Daar kan de gemeente op handhaven. |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 44. | PRO | Wordt, zoals benoemd in het Landschappelijk Inpassingsplan, bij ontwikkelingen op het perceel rekening gehouden met mogelijke effecten op hydrologie, verstoring en landschappelijke samenhang, mede gezien de rol van de Kleine Beerze als ecologische drager binnen het gebied? | Ja, in het inrichtingsplan is hier rekening mee gehouden. Bovendien heeft de ontwikkeling door het beëindigen van een veehouderijlocatie een positief effect op de omgeving. |
| 7. | Bindend advies BOPA Boevenheuvel 10/10A Eersel | Bindend advies BOPA Boevenheuvel 10/10A Eersel | |
| 45. | VVD | Het bodemvooronderzoek concludeert dat voor het erf en de voormalige dieseltanklocatie nog verkennend bodemonderzoek dient plaats te vinden. Is dat onderzoek inmiddels uitgevoerd, en zo ja, met welke uitkomst? Zo nee, waarom is dit geen voorwaarde in de vergunning of het raadsvoorstel? | Voorafgaand aan het verrichten van sloop- of grondroerende werkzaam- heden dient een afgerond bodemonderzoek te worden overlegd. Deze verplichting volgt al uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en is daarom niet als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld. In de ontwerp- vergunning wordt wel nadrukkelijk verwezen naar deze verplichting onder kopje ‘overige toestemmingen of vergunningen’. Het bodemonderzoek is nog niet bij ons bekend. |
| 46. | PRO | P.14 Ruimtelijke motivering (BOPA) Boevenheuvel 10-10a te Eersel: Ten aanzien van de Nationale Omgevingsvisie zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan (nu: Omgevingsplan). - Waarom zijn deze niet opgenomen? - Kunnen deze alsnog worden toegevoegd? | Er zijn geen bepalingen opgenomen omdat het rijksbeleid (Nationale Om- gevingsvisie) onderhavige ontwikkeling niet in de weg staat. |
| 47. | PRO | Past de grootte van bedrijfsgebouwen in het beleid van Veilig Buitengebied? | We werken met verschillende partners waaronder het RIEC aan een veilig buitengebied. We hebben geen specifiek beleid gericht op Veilig Buitengebied. |
| 8. | Actualisatie Bodemkwaliteitskaarten | Actualisatie Bodemkwaliteitskaarten | |
| 48. | ESA | Wat verandert er daadwerkelijk voor Eersel? - Kan het college per bodemkwaliteitszone inzichtelijk maken waar de bodemkwaliteit ten opzichte van 2021 is gewijzigd, welke stoffen daarvoor bepalend zijn en wat dit concreet betekent voor het toestaan van grondverzet en grondtoepassingen? - Indien er geen wezenlijke wijzigingen zijn: waarom is dan een nieuwe kaart noodzakelijk? | Bodemkwaliteitskaarten zijn 5 jaar geldig (wettelijk). Na die periode moeten deze geactualiseerd worden met de resultaten van de verrichte bodemonderzoeken in de tussenliggende periode. Pas uit het resultaat van deze actualisatie kan worden bepaald of er sprake is van een verandering in de bodemkwaliteit. Gebleken is dat er voor de gemeente Eersel geen wijzigingen zijn. |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 49. | ESA | Waarom wordt de PFAS-kaart ingetrokken? - Wat is de concrete inhoudelijke reden om de afzonderlijke Bodemkwaliteitskaart PFAS uit 2021 in te trekken? - Kan het college expliciet bevestigen dat hierdoor geen verruiming ontstaat van de mogelijkheden om PFAS-houdende grond in Eersel toe te passen? - Welke actuele gegevens worden gebruikt om PFAS-risico’s te beoordelen en kan het college aangeven wat de consequenties zijn wanneer nieuwe PFAS-verontreinigingen worden aangetroffen? | De PFAS-kaart is in 2021 ook voor 5 jaar vastgesteld. Deze is nu geactualiseerd met onderzoeken uit de afgelopen 5 jaar. Het betreft nu echter geen separate kaart meer, maar is in de gemeentelijk bodemkwaliteitskaart geïntegreerd. De oude kaart is dus niet meer van toepassing. Het beleid rondom het toepassen van PFAS-houdende grond is niet gewijzigd. Derhalve is ook geen sprake van verruimde mogelijkheden. Alle toepassingen van grond worden beoordeeld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Mocht er een grondtoepassing worden aangemeld met een te hoog PFAS gehalte, zal initiatiefnemer hiervan door de Omgevingsdienst op de hoogte worden gesteld. De melding wordt dan niet geaccepteerd. De Omgevingsdienst zal hier ook op toezien. |
| 50. | ESA | Op basis waarvan accepteert Eersel grond uit buurgemeenten? - Welke concrete bodemkundige en milieuhygiënische criteria zijn gebruikt om de kaarten van Reusel-De Mierden, Oirschot en Bladel te erkennen? - Heeft Eersel zelf gecontroleerd of de uitgangspunten, meetgegevens en bodemkwaliteitsklassen van deze gemeenten voldoende vergelijkbaar zijn met die van Eersel? - En wie draagt het risico en de verantwoordelijkheid wanneer achteraf blijkt dat grond uit een buurgemeente niet voldoet aan de verwachtingen? | De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Eersel is gezamenlijk opgesteld met Oirschot, Reusel-De Mierden en Bladel. In alle gevallen zijn de uitgangspunten en methodiek voor het opstellen van de kaarten gelijk. Ja, via de Omgevingsdienst worden alle toepassingen (administratief) gecontroleerd. Als er grondtoepassingen onterecht op basis van de bodemkwaliteitskaart worden aangemeld, zal dit door de Omgevingsdienst aan de initiatiefnemer worden aangegeven. De initiatiefnemer is uiteindelijk altijd zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de grond die wordt toegepast. |
| 51. | ESA | Waarom krijgt het college meer bevoegdheid en de raad minder? - Waarom vindt het college het wenselijk dat de gemeenteraad bij toekomstige actualisaties niet langer zelf beslist over de vaststelling en erkenning van Bodemkwaliteitskaarten? - Welke concrete meerwaarde heeft deze mandatering voor inwoners en bedrijven, anders dan een snellere besluitvorming? - Kan het college toezeggen dat de raad vooraf wordt geïnformeerd over inhoudelijke wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor | Het betreft hier geen wijziging in het bodembeleid. Het gaat om een ‘getalsmatige’ actualisatie van de vigerende bodemkwaliteitskaart. Dit kan worden gezien als uitvoering van het bestaande beleid. Anders dan een snellere besluitvorming heeft de mandatering geen voordeel. |
�� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| grondverzet, PFAS of de bescherming van de bodem, en dat de raad bij substantiële wijzigingen opnieuw een besluit kan nemen? | Inhoudelijke wijzigingen van de Bodemkwaliteitskaart worden gezien als beleidsaanpassingen. Hiervoor wordt geen machtiging gevraagd door het College. Hiervoor staat gemeenteraad nog steeds aan de lat. | ||
| 52. | ESA | Wie bewaakt dat ‘gemakkelijker grondverzet’ niet leidt tot slechtere bodem? - Het systeem maakt het mogelijk om grond binnen de regio eenvoudiger te hergebruiken. Hoe voorkomt het college dat het economische voordeel van minder bodemonderzoek zwaarder gaat wegen dan de bescherming van de bodemkwaliteit? - Kan het college concreet aangeven welke controles en handhavingsmaatregelen worden uitgevoerd bij grondverzet binnen Eersel en hoeveel controles de afgelopen vijf jaar hebben plaatsgevonden? - En wat gebeurt er wanneer grond wordt toegepast die achteraf niet aan de toegestane kwaliteit blijkt te voldoen? | Alle meldingen voor grondtoepassingen worden door de Omgevingsdienst administratief gecontroleerd. Ook als deze melding op basis van de Bodemkwaliteitskaart wordt verricht. In de afgelopen jaren zijn de volgende aantallen toepassingen gemeld: 2022: 41 meldingen 2023: 26 meldingen 2024: 35 meldingen 2025: 27 meldingen 2026 (y.t.d.) 9 meldingen. Steekproefsgewijs (risicogericht) worden fysieke controles uitgevoerd door de Omgevingsdienst. Indien grond wordt toegepast die niet aan de toegestane kwaliteit voldoet wordt hier door de Omgevingsdienst handhavend opgetreden. |
| 9. | Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Eersel 2026 | Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Eersel 2026 | |
| 53. | EVM | Waarom wordt afgeweken van de VNG-keuze voor maximaal één of twee herbenoemingen en gekozen voor feitelijk onbeperkte herbenoeming? (artikel 9: “één of meerdere keren”). | Als er tevredenheid is over de commissieleden is, moet er de mogelijkheid zijn om een commissielid langer te laten zitten. |
| 54. | EVM | Artikel 13 lid 3 stelt:_“als de commissie naar aanleiding van het__derde_ _lid beslist (...)”. _Moet dat “naar aanleiding van hettweede lid” zijn? | Ja, dat klopt. |
| 55. | EVM | In artikel 5 lid 3 sub c wordt de bestaande uitzondering voor werk, inkomen en zorg ongewijzigd overgenomen, waarom is die keuze nog steeds wenselijk? | Omdat het sociale domein elders belegd is. |
| 56. | EVM | Kan het college bevestigen dat alle bezwaarschriften die hierdoor buiten de gemeentelijke commissie vallen, onder de regionale _‘regeling commissie bezwaarschriften sociaal domein 2024’_ worden behandeld? En zijn er binnen de brede categorie ‘werk, inkomen en | Sociale zaken vallen onder het sociaal domein. Niet sociale zaken, zoals personele aangelegenheden, vallen niet onder het sociaal domein. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| zorg’ nog besluiten van het college van Eersel die níet onder die regionale regeling vallen? | |||
| 57. | EVM | Hoe wordt de onafhankelijkheid en deskundigheid van de commissieleden geborgd, nu de commissie zelf kamers kan instellen en leden aanwijst? | De deskundigheid en onafhankelijkheid wordt beoordeeld bij de benoeming van de leden. |
| 10. | Aanwijzing lokale publieke media-instelling | Aanwijzing lokale publieke media-instelling | |
| 58. | ESA | Representativiteit van het PBO - Kan het college inzicht geven in de huidige samenstelling van het programmabeleid bepalend orgaan (PBO) van Stichting Streekomroep De Kempen en daarbij per lid aangeven welke maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming dit lid vertegenwoordigt? - Kan het college tevens aangeven op welke wijze specifiek is vastgesteld dat het PBO representatief is voor de belangrijkste stromingen binnen de gemeente Eersel, zoals vereist in artikel 2.61, tweede lid, onder c, van de Mediawet 2008? | De leden van het PBO van Streekomroep De Kempen met de stroming die zij vertegenwoordigen: • Virna Durens– Lourens: Diversiteit en Inclusie (oa actief in Herdenking Slavernijverleden) • Jan Smets: Kunst en Cultuur (onderwijs en journalistiek ED regio) • Giel Menting: Ondernemingsklimaat en werkgelegenheid (voorheen COO KSE en CIO Philips) • Piet Peijs: Klimaat, natuur en milieu (actief in Natuurvereniging) • Jenny Verbeek: Leefbaarheid, zorg en welzijn (actief in Vereniging Mindervaliden) We hebben niet beoordeeld of iedere organisatie, bevolkingsgroep of stroming is vertegenwoordigd, maar bovenstaande personen vertegenwoordigen wel de belangrijkste stromingen. |
| 59. | ESA | Lokale verankering in Eersel - Op welke wijze heeft het college beoordeeld of het media-aanbod van Stichting Streekomroep De Kempen daadwerkelijk aansluit bij de maatschappelijke behoeften van de inwoners van Eersel, zoals bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onder b, van de Mediawet? - Kan het college daarbij concreet aangeven welke informatie, cijfers of andere documenten uit de aanvraag aantonen dat Eersel voldoende herkenbaar en structureel wordt bediend? | Op grond van artikel 2.61 lid 2 onder b van de Mediawet blijkt dat een instelling volgens de statuten gericht moet zijn op uitvoering op lokaal niveau van de publieke media opdracht. Volgens de statuten voldoet Streekomroep de Kempen hieraan. Beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de statuten en de samenstelling PBO. |
| 60. | ESA | Evaluatie van de afgelopen aanwijzingsperiode - Heeft het college de uitvoering van de huidige aanwijzing over de periode 2021–2026 geëvalueerd voordat het voorgestelde advies aan het Commissariaat voor de Media wordt uitgebracht? | Nee |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| - Zo ja, kan de raad deze evaluatie ontvangen, inclusief eventuele signalen, klachten of aandachtspunten vanuit inwoners en de gemeente Eersel over de lokale nieuwsvoorziening? | |||
| 61. | ESA | Onderbouwing van het raadsadvies - Kan het college per onderdeel van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008 expliciet aangeven op basis van welke stukken en feiten het college concludeert dat Stichting Streekomroep De Kempen aan het betreffende criterium voldoet? - Kan deze onderbouwing als bijlage aan het raadsvoorstel worden toegevoegd, zodat de gemeenteraad zijn advies aan het Commissariaat voor de Media op basis van controleerbare informatie kan vaststellen? | Uit de statuten blijkt dat voldaan wordt aan artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. De onderbouwing is opgenomen in het Raadsvoorstel onder Argumenten 1 t/m 4. |
| 62. | PRO | Hoe verhouden de in het KvK-uittreksel genoemde data van infunctietreding van de bestuursleden zich tot de maximale zittingstermijnen zoals opgenomen in artikel 7 van de statuten? | De termijnen lijken voor twee bestuursleden langer dan drie jaar met herbenoeming van drie jaar. |
| 63. | PRO | Wat is de actuele bestuurssamenstelling van Stichting Streekomroep De Kempen en is er een actueler KvK-uittreksel beschikbaar dan het bijgevoegde uittreksel van 16 mei 2024? | Voorzitter: Michaël Gerardus Menting Eric Paul Meijer Secretaris: Gerardus Adrianus Henricus Smetsers Deze is bij CvdM aangeleverd en we gaan ervan uit dat dit de meest recente is. |
| 64. | PRO | Wat is de actuele samenstelling van het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO), welke maatschappelijke stroming vertegenwoordigt ieder lid en uit welke gemeente is ieder lid afkomstig? | De leden van het PBO van Streekomroep De Kempen met de stroming die zij vertegenwoordigen: • Virna Durens– Lourens: Diversiteit en Inclusie (oa actief in Herdenking Slavernijverleden) • Jan Smets: Kunst en Cultuur (onderwijs en journalistiek ED regio) • Giel Menting: Ondernemingsklimaat en werkgelegenheid (voorheen COO KSE en CIO Philips) • Piet Peijs: Klimaat, natuur en milieu (actief in Natuurvereniging) • Jenny Verbeek: Leefbaarheid, zorg en welzijn (actief in Vereniging Mindervaliden) De woongemeente is onbekend. |
| 65. | PRO | Welke criteria zijn gebruikt om vast te stellen dat het PBO representatief is voor het gehele verzorgingsgebied van de vier | We hebben niet beoordeeld of iedere organisatie, bevolkingsgroep of stroming is vertegenwoordigd, maar bovenstaande personen |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| gemeenten en is daarbij ook de geografische spreiding over de vier gemeenten beoordeeld? | vertegenwoordigen wel de belangrijkste stromingen. De gemeente waarin de leden woonachtig zijn is niet beoordeeld. | ||
| 66. | PRO | Wat is het verschil tussen de in het raadsvoorstel genoemde stromingen die in het PBO zijn opgenomen en de "andere stromingen" waaraan PBO-leden aandacht besteden? Zijn laatstgenoemde stromingen formeel vertegenwoordigd in het PBO? Zo ja, door welke leden? | De andere stromingen die de PBO-leden benoemd hebben en dienaangaande ook hun aandacht hebben, zijn: Onderwijs en educatie– Sport - Recreatie en toerisme - Religie en zingeving– Jongeren– Senioren– Wonen– Veiligheid - Infrastructuur en mobiliteit. Deze zijn niet aan een persoon gekoppeld. |
| 67. | PRO | Welk huidig PBO-lid vertegenwoordigt overeenkomstig artikel 10 lid 3 van de statuten de stroming "etnische en culturele minderheden"? | Virna Durens - Lourens |
| 68. | PRO | Is de meest recente jaarlijkse rapportage van het PBO over het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid beschikbaar en kan deze voorafgaand aan de commissievergadering aan de raad worden verstrekt? | Nee |
| 11. | Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling van de GGD Brabant-Zuidoost | Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling van de GGD Brabant-Zuidoost | |
| 69. | CDA | Wanneer is volgens planning input nodig van de raden voor het nieuwe beleid van de GGD BZO? | De gemeenteraad kan jaarlijks input leveren op het beleid van de GGD via twee vaste momenten: de kadernota en de ontwerpbegroting. De kadernota wordt in het begin van het jaar aan de raad van de gemeente Eersel voorgelegd, naar verwachting in januari/februari 2027. De ontwerpbegroting volgt in april/mei 2027. Bij beide stukken kan de raad een zienswijze indienen, waarmee de gemeente Eersel net als alle andere gemeenten in de GGD-regio input kan geven op het beleid van de GGD. Daarnaast heeft dit jaar de meerjarige beleidsvisie 2026–2030 voorgelegen aan alle raden in onze regio. Dit document geeft de strategische koers voor de komende jaren op het gebied van publieke gezondheid, preventie en veerkracht. De raad van Eersel heeft hierop geen zienswijze ingediend in mei 2026. De reguliere momenten via de kadernota en ontwerpbegroting blijven de structurele manier waarop de raad input kan leveren op het beleid van de GGD. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 70. | CDA | Wanneer kunnen we sowieso als raad invloed op het opstellen van dit beleid uitoefenen? We hebben begrepen dat er de komende jaren veranderingen in aantocht zijn op het gebied van de GGD. | Zoals hierboven aangegeven kan de raad via de kadernota en de ontwerpbegroting een zienswijze indienen op het beleid van de GGD. Deze stukken worden op bovenstaand genoemde momenten aan de raad voorgelegd. |
| 71. | ESA | Wat is het concrete probleem dat met ‘Nu Niet Zwanger’ in Eersel wordt opgelost? - Kan het college inzicht geven in de omvang van de doelgroep in Eersel, hoeveel inwoners naar verwachting gebruik zullen maken van het programma en welke concrete resultaten de GGD met ‘Nu Niet Zwanger’ wil behalen? - Welke meetbare doelstellingen en evaluatiemomenten worden gehanteerd om vast te stellen of het programma daadwerkelijk effectief is? | Nu Niet Zwanger pakt het probleem aan dat de kinderwens bij mensen in kwetsbare omstandigheden vaak niet wordt besproken, waardoor onbedoelde zwangerschappen kunnen ontstaan. Door NNZ wordt dit gesprek wél gevoerd, zodat inwoners een bewuste en vrijwillige keuze kunnen maken. De omvang van de doelgroep in Eersel is lastig exact te bepalen. NNZ richt zich op inwoners in kwetsbare situaties die al in beeld zijn bij professionals in onder meer de verslavingszorg, GGZ, verstandelijke gehandicaptenzorg, vrouwenhulpverlening, wijkteams, jeugdzorg, Veilig Thuis en de GGD. De GGD streeft naar concrete resultaten: meer getrainde professionals, meer gesprekken over kinderwens en ondersteuning voor cliënten die zelf geen anticonceptie kunnen betalen. NNZ is uitgebreid geëvalueerd, zowel regionaal als landelijk. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse blijkt dat de kosten per cliënt circa €403 bedragen, terwijl de maatschappelijke baten kunnen oplopen tot €52.070 in het eerste levensjaar. Cliënten ervaren bovendien meer rust, regie en zelfvertrouwen doordat onbedoelde zwangerschappen worden voorkomen. |
| 72. | ESA | Hoe wordt de privacy en vrijwilligheid van inwoners geborgd? - Het programma richt zich op het bespreekbaar maken van kinderwens, anticonceptie en zwangerschap bij mensen in kwetsbare omstandigheden. Hoe wordt voorkomen dat inwoners zich onder druk gezet of geregistreerd voelen? - Welke persoonsgegevens worden hiervoor verwerkt, wie heeft toegang tot deze gegevens en hoe wordt geborgd dat deelname daadwerkelijk vrijwillig is en dat gegevens niet voor andere doeleinden worden gebruikt? | Een vrijwillige en gemotiveerde keuze staat bij Nu Niet Zwanger hoog in het vaandel. Binnen Nu Niet Zwanger werkt de GGD volgens de presentietheorie, de professionals van de GGD zijn hierin geschoold, dit houdt in dat de GGD open en zonder vooroordeel luistert en écht naast een cliënt gaan staan. De GGD werkt met de landelijke Nu Niet Zwanger- app. Dit is een app die speciaal ontwikkeld is voor het veilig registreren van persoonsgegevens. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 73. | ESA | Wat gaat dit Eersel structureel kosten en wanneer grijpt de gemeenteraad in? Welke structurele financiële gevolgenheeft het opnemen van ‘Nu Niet Zwanger’ in het basisaanbod van de GGD voor Eersel? Zijn deze kosten volledig gedekt binnen de bestaande GGD-begroting of leidt dit op termijn tot een hogere gemeentelijke bijdrage? Kan het college toezeggen dat de raad tijdig wordt geïnformeerd wanneer de uitvoering leidt tot extra kosten, uitbreiding van de doelgroep of nieuwe vormen van gegevensverwerking? | De raad van Eersel heeft in mei 2026 ingestemd met het opnemen van Nu Niet Zwanger (NNZ) in het basisaanbod van de GGD. De structurele kosten hiervoor bedragen € 0,475 per inwoner, wat voor Eersel neerkomt op € 9.685 in 2026 (peildatum 1-1-2025). Deze kosten zijn volledig opgenomen in het basispakket van de GGD en worden dus gedekt binnen de bestaande begroting. Hoewel de gemeentelijke bijdrage richting de GGD licht stijgt, leidt dit niet tot extra kosten voor de gemeente Eersel. Dit omdat NNZ vóór 2026 al als maatwerktaak werd afgenomen. Door de overheveling naar het basispakket vervallen de maatwerkkosten, waardoor de lichte stijging van de basisbijdrage wordt gecompenseerd. |
| 74. | PRO | In het raadsvoorstel staat dat de financiële gevolgen van de wijziging "zeer beperkt" zijn. Kan het college aangeven wat de toevoeging van Nu Niet Zwanger aan het basisaanbod concreet betekent voor de jaarlijkse inwonersbijdrage van Eersel in 2026 en vanaf 2027, uitgedrukt in euro's? | De kosten voor Nu Niet Zwanger bedragen €0,475 per inwoner. Voor 2026 komt dat neer op €9.685 (inwonerspeildatum 1-1-2025, reeds verwerkt in de begroting 2026). Voor 2027 bedraagt dit €9.755 op basis van de inwonerstand per 1-1-2026. Omdat Eersel NNZ vóór 2026 als maatwerktaak afnam, vallen deze maatwerkkosten nu weg. De taak maakt immers onderdeel uit van het basisaanbod van de GGD. Hierdoor stijgt weliswaar de basisbijdrage licht, maar nemen de totale kosten voor Eersel per saldo niet toe. |
| 75. | PRO | Is inmiddels bekend welk bedrag Eersel ontvangt dan wel via de GGD beschikbaar krijgt voor de uitvoering van Nu Niet Zwanger en of deze rijksbijdrage structureel volledig kostendekkend is? Zo nee, welk financieel risico ligt hierdoor bij de gemeente Eersel? | De GGD doet de uitvoering van het programma Nu Niet Zwanger, de gemeente betaalt hiervoor via de inwonersbijdrage. Vanaf 2027 krijgen alle gemeenten in Nederland een bijdrage voor NNZ via het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Hiermee is de uitvoering voor Nu Niet Zwanger budgetneutraal voor de gemeente Eersel vanaf 2027 en verder. |
| 76. | PRO | Naar aanleiding van de zienswijzen van onder andere Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel: is inmiddels vastgesteld welke verwerkingen van persoonsgegevens door de GGD in het kader van leerplicht, schoolverzuim en begeleiding naar duurzaam werk plaatsvinden op basis van een wettelijke grondslag en welke | Deze vraag is neergelegd bij de GGD. Wij zijn nog in afwachting van een reactie. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| eventueel op een andere grondslag plaatsvinden? Kan dit overzicht met de raad worden gedeeld? | |||
| 77. | PRO | In artikel 4 wordt toegevoegd dat de bevoegdheden ook voortvloeien uit "opvolgende, vervangende of aanvullende bepalingen in deze of andere relevante wet- en regelgeving", zodat niet bij iedere wetswijziging het delegatiebesluit hoeft te worden aangepast. Wie beoordeelt of een toekomstige wettelijke wijziging nog betrekking heeft op "dezelfde taken en bevoegdheden" en op welk moment worden de deelnemende gemeenten en gemeenteraden hierover geïnformeerd? | Deze vraag is neergelegd bij de GGD. Wij zijn nog in afwachting van een reactie. |
| 12. | Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten | Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten | |
| 78. | CDA | Aanpassing formulering frontoffice/backoffice Wmo; Kan het Algemeen Bestuur bevestigen dat artikel 4 lid 3c/d wordt aangepast zodat duidelijk is dat Eersel nooit taken heeft overgedragen en dus niet “afwijkt” van gedelegeerde taken? | De uitvoering van de Wmo-taak is volledig gedelegeerd en thans op correcte wijze in de regeling verankerd. |
| 79. | CDA | Mandaat bezwaar en beroep Wmo Kan het Algemeen Bestuur expliciet bevestigen dat bezwaar en beroep voor Eersel uitsluitend in mandaat wordt uitgevoerd en niet via delegatie? | Met de instemming met de regeling wordt de uitvoering van de betreffende taak krachtens mandaat uitgevoerd. |
| 80. | CDA | Uniformiteit Oirschot– schrappen uitzondering: Wordt de passage “met uitzondering van Oirschot” geschrapt zodat de regeling aansluit bij de bestaande dienstverleningsovereenkomst Wmo Oirschot–GRSK? | Als gevolg van de aanpassing van de regeling zijn de betreffende taken en bevoegdheden volledig in de regeling vastgelegd. Daarmee is een afzonderlijke dienstverleningsovereenkomst (DVO) niet langer van toepassing. |
| 81. | CDA | Volledigheid taakopdracht MD: Is de opsomming van MD-taken volledig, en zo niet, waarom zijn taken zoals inkoop en mantelzorgondersteuning niet expliciet opgenomen? | De taken zijn in hoofdlijnen in de regeling beschreven. Indien behoefte bestaat aan een nadere specificatie, kan deze nader worden uitgewerkt en in de regeling worden opgenomen. |
| 82. | CDA | Planning en tijdigheid: Welke maatregelen neemt de GRSK om toekomstige wijzigingsvoorstellen tijdiger aan te leveren bij de raden? | De GRSK spant zich te allen tijde inspannen om de benodigde stukken tijdig, volledig en zorgvuldig aan te leveren. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 83. | CDA | Graag een toelichting hoe met de bezwaren van Bladel in hun zienwijze is omgegaan in de aanpassingen. | Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de bijlage ‘Aanbiedingsbrief wijzigingen gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten’ welke op 8 september op de website is toegevoegd aan de stukken onder agendapunt 12 van deze commissievergadering. |
| 84. | ESA | GRSK: De huidige brief in de stukken is ondertekend met de handtekening van dhr. Pulles, voormalig directeur GRSK. Wij hebben vernomen dat hij wethouder is geworden in een andere gemeente. Gezien de organisatie voor grote uitdagingen staat, waarbij continuïteit van leiderschap binnen de organisatie van belang is en inhuur eerder al een flinke kostenpost was; hoe wordt deze kostenpost zo klein als mogelijk gehouden? | In het kader van de ontwikkelingen rondom de (gedeeltelijke) uittreding van RDM en Oirschot is, gelet op de bestaande onzekerheid door het Dagelijks Bestuur vooralsnog gekozen voor de benoeming van een interim-directeur. |
| 85. | PRO | Is gecontroleerd of de in artikelen 3 en 4 beschreven taakverdeling volledig overeenkomt met de huidige uitvoeringspraktijk? Zo ja, zijn daarbij nog verschillen geconstateerd? | De taken zijn in hoofdlijnen in de regeling beschreven. Indien behoefte bestaat aan een nadere specificatie, kan deze nader worden uitgewerkt en in de regeling worden opgenomen. |
| 86. | PRO | Blijft het college van Eersel verantwoordelijk voor besluiten op Wmo- bezwaren die door het dagelijks bestuur van de GRSK in mandaat worden genomen? Welke bevoegdheden houdt het college daarbij zelf? | Bij mandaat wordt de bevoegdheid namens het college uitgeoefend. Het college blijft daarbij verantwoordelijk en behoudt de eindverantwoordelijkheid voor de wijze waarop van het mandaat gebruik wordt gemaakt. |
| 87. | PRO | In het raadsvoorstel staat bij Financieel "n.v.t.". Hebben de voorgestelde wijzigingen ook geen gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage, personele inzet of andere kosten voor Eersel? | Aan deze wijziging zijn geen financiële gevolgen verbonden. |
| 88. | PRO | Veranderen door deze wijziging bevoegdheden of sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad van Eersel? Zo ja, welke? | Nee, de werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de geldende wettelijke kaders. |
| 89. | PRO | Gemeenten nemen binnen de GRSK niet allemaal dezelfde Wmo- taken af. Hoe wordt bij de kostentoerekening geborgd dat gemeenten alleen betalen voor de taken die zij daadwerkelijk afnemen? | De kostenverdeelsleutel is per onderdeel vastgesteld. Deelnemende partijen dragen uitsluitend bij aan de kosten van de onderdelen waaraan zij deelnemen. |
| 13. | Oprichten Stichting Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk (KCR2) | Oprichten Stichting Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk (KCR2) | |
| 90. | PRO | Hoe wordt de bestuurlijke zeggenschap binnen KCR2 verdeeld tussen de 25 veiligheidsregio’s en het ministerie van Justitie en Veiligheid? | De vragen zijn uitgezet bij de Veiligheidsregio. De beantwoording volgt op 9 september. |
��� ���������
| Col1 | Fractie | Vraag | Antwoord |
|---|---|---|---|
| 91. | PRO | Op welke wijze worden de gemeenteraden na oprichting geïnformeerd over het functioneren, de resultaten en de financiën van KCR2? | |
| 92. | PRO | Welke bestaande middelen worden gebruikt voor de financiering van KCR2, wat is het aandeel van VRBZO daarin en om welk jaarlijks bedrag gaat het? | |
| 93. | PRO | Welke risico’s zijn verbonden aan deelname aan KCR2 en waarom zijn in het raadsvoorstel geen risico’s opgenomen? | |
| 94. | PRO | Welke documenten regelen de governance van KCR2, waaronder de statuten, en waarom zijn deze niet bij het raadsvoorstel gevoegd? |
��� ���������