Duiven, 17 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Wedervragen aan college nav vragen Lokaal Alternatief initiatiefvoorstel De Liemerse Coalitie
Wedervragen naar aanleiding van de beantwoording van het college van de vragen van Lokaal Alternatief.
Wedervraag 1: Welk concreet, specifiek probleem van de gemeente Duiven kan uitsluitend door een viergemeentefusie worden opgelost en niet door de vijf instrumenten van de Liemerse Coalitie?
Wedervraag 2: In het collegeantwoord staat een zichtbare redactieopmerking: 'Ik vind dat hier ook iets kan staan over balans.' Is dit het definitieve collegestandpunt of betreft het een concept waarvan de onderbouwing nog niet gereed was?
Wedervraag 3: Het college stelt enerzijds dat 1Stroom 'goede prestaties levert' en anderzijds dat samenwerking structurele beperkingen heeft. Welk van beide is het overheersende oordeel, en hoe verhoudt het positieve oordeel over 1Stroom zich tot de keuze voor fusie als volgende stap?
Wedervraag 4: Het peer-reviewed onderzoek van Allers, De Natris, Rienks en De Greef (RUG/COELO 2021) toont aan dat de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen na herindeling structureel daalt met 2,2 procentpunt, twintig jaar later nog meetbaar. Op welke empirische basis weerlegt het college deze bevinding in zijn stelling dat fusie niet minder democratisch is?
Wedervraag 5: Het college kan voor het initiatiefvoorstel geen betrouwbare ambtelijke capaciteitsraming geven wegens 'onvoldoende houvast'. Hoe is de ambtelijke capaciteitsraming voor het herindelingstraject zelf onderbouwd, en biedt dat traject meer houvast dan het initiatiefvoorstel?
Wedervraag 6: Het college stelt dat het doel van herindeling 'niet primair is om kosten te besparen'. Maar financiële robuustheid is eerder in het traject als argument vóór fusie opgevoerd. Hoe verhoudt de uitspraak 'niet primair om kosten te besparen' zich tot de financiële argumentatie voor fusie?
Wedervraag 7: Het college ziet herindeling als de 'volgende stap' na de opgebouwde samenwerkingsbasis van 1Stroom. Maar als de basis al is opgebouwd, is dan niet precies het moment aangebroken om de tweevoudige variant (Duiven-Westervoort via lichte samenvoeging, Zevenaar-Doesburg via lichte samenvoeging) serieus te onderzoeken als een tussenweg die de opgebouwde basis behoudt zonder de volledige frictiekosten van een viergemeentefusie?