Dijk en Waard, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
COLLEGEBERICHT
Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: De gemeenteraad Van: Het college van burgemeester en wethouders Datum : 22 september 2026 Zaaknummer: 00001275286 Onderwerp: Art 31 vragen - D66 - Met een steuntje op eigen benen staan
Aanleiding Op 24 augustus 2026 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van raadslid Prud’homme de Lodder van de fractie D66 over Art 31 vragen - D66 - Met een steuntje op eigen benen staan. In dit collegebericht staan de antwoorden op deze vragen.
Toelichting van de vragensteller(s) Jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp of begeleiding nodig hebben bij de overgang naar zelfstandig wonen, kunnen moeite hebben om passende en betaalbare huisvesting te vinden. Op het moment dat de jongere 18 wordt stopt de ondersteuning vaak plotseling. Wij willen graag inzichtelijk krijgen welke oplossingen hiervoor zijn.
Beantwoording Het college beantwoordt de gestelde vragen als volgt:
_Inleiding_ Het college onderkent dat met name voor jongeren die uitstromen uit een jeugdzorginstelling de stap naar zelfstandig wonen niet vanzelfsprekend is. Deze jongeren beschikken vaak over een beperkt sociaal netwerk en kunnen niet altijd terugvallen op ouders of andere naasten voor ondersteuning bij huisvesting, financiën en praktische zaken. Tegelijkertijd maken de krapte op de woningmarkt en de lange wachttijden voor sociale huurwoningen het vinden van passende woonruimte extra complex. De 18-/18+ aanpak van de gemeente is gericht op een soepele overgang van jeugd naar volwassenheid, dit om te voorkomen dat ondersteuning vanuit de jeugdwet plotseling stopt als een jongere achttien jaar wordt. Voor jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg ligt een belangrijk accent op wonen, begeleiding, inkomen en participatie, zodat maatschappelijke uitval na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar wordt voorkomen. Voor jongeren tussen de 18 en de 21 jaar hebben ouders ook wettelijk nog een onderhoudsplicht, dit betekent dat zij naar draagkracht moeten bijdragen aan levensonderhoud, huisvesting, studie- en opleidingskosten.
_Antwoorden_ 1. Van welke voorzieningen maken jongeren gebruik als zij uitstromen uit de jeugdzorg?
Antwoord van het college: Jongeren die nog niet volledig zelfstandig kunnen wonen, kunnen gebruik maken van begeleid wonen via gecontracteerde zorgaanbieders van de gemeente. Uitgangspunt is dat jongeren zoveel mogelijk op eigen kracht en met ondersteuning vanuit hun sociale netwerk de stap naar zelfstandigheid zetten. Waar nodig wordt aanvullende ondersteuning geboden. In uitzonderlijke situaties kunnen jongeren ondersteuning krijgen bij het aanvragen van woonurgentie voor een
sociale huurwoning. Zaffier ondersteunt inwoners bij werk, inkomen en uitkeringen en is nadrukkelijk betrokken bij de voorbereiding van jongeren op de stap naar zelfstandigheid.
2. Wat gebeurt er momenteel met jongeren die uit de jeugdzorg komen en geen huisvesting kunnen vinden?
Antwoord van het college: Jongeren die uit de jeugdzorg komen, geen begeleiding meer nodig hebben en in principe op eigen benen kunnen staan, gaan terug naar hun ouders. Wanneer terugkeer naar huis geen optie is, wordt samen met de jongere gekeken naar passende (tijdelijke) woonoplossingen. Daarbij wordt eerst onderzocht welke mogelijkheden het sociale netwerk van de jongere biedt. Als die ontbreken, kan worden gekeken naar andere tijdelijke woonvormen, zoals kamerverhuur of antikraak. Ook kunnen inwoners met een korte inschrijfduur reageren op lootwoningen. Dit zijn honderd woningen per jaar die door de woningcorporatie beschikbaar worden gesteld en die niet op basis van de langste inschrijfduur worden toegewezen maar door middel van loting. Hierdoor maken ook inwoners met een korte inschrijfduur kans op een woning. Mocht de jongere die uitstroomt uit jeugdzorg nog een begeleidingsvraag hebben dan wordt diegene aangemeld bij het Transferpunt Wonen Regio Alkmaar. Het Transferpunt Wonen Regio Alkmaar is een regionaal coördinatiepunt dat ervoor zorgt dat mensen die uitstromen uit een jeugdzorginstelling of beschermd woontraject een passende woning kunnen krijgen. Jaarlijks worden er regionaal 85 woningen beschikbaar gesteld aan het Transferpunt. Hiervan gaan er regionaal ongeveer 20 woningen naar jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg. Zij krijgen dan een woning inclusief begeleiding toegewezen.
3. Om hoeveel jongeren gaat het en hoe lang is de wachttijd?
Antwoord van het college: Onderstaande tabel laat zien dat er in Dijk en Waard jaarlijks ongeveer 18 jongeren uitstromen uit jeugdzorg met verblijf. Hiervan doen er tussen de 6 tot 9 jongeren beroep op een zelfstandige woning.
De reguliere wachttijd voor een sociale huurwoning in de regio Noord-Kennemerland, waar Dijk en Waard onder valt, is 5 tot 10 jaar. Het SVNK (Stichting sociale Verhuurders NoordKennemerland) biedt wel met voorrang jongerenwoningen aan voor jongeren tot 23 jaar.
_2_
4. Welke alternatieven zet het college momenteel in voor jongeren die uit jeugdzorg komen en geen passende woonruimte kunnen vinden?
Antwoord van het college: Jongeren die uitstromen uit jeugdzorg en geen passende woonruimte kunnen vinden worden ondersteund door een maatschappelijk werker om hen te begeleiden in wat ze kunnen doen om zo snel mogelijk een woning te vinden. Jongeren die uitstromen en nog een begeleidingsvraag hebben worden aangemeld bij het Transferpunt. Zie verder het antwoord op vraag 2.
5. Kan het college aangeven binnen welke bestaande budgetten hiervoor ruimte bestaat?
Antwoord van het college: De ondersteuning van jongeren zonder begeleidingsvraag is opgenomen in de welzijnsopdracht aan MET Dijk en Waard. Wanneer jongeren wel ondersteuning nodig hebben en aangemeld worden bij het Transferpunt dan vragen zij een indicatie Beschermd Wonen aan vanuit de Wmo.
6. Welke rol ziet het college voor woningcorporaties, zorgaanbieders en maatschappelijke organisaties bij het realiseren van deze woonplekken?
Antwoord van het college: Het college ziet de samenwerking met woningcorporaties, zorgaanbieders en maatschappelijke organisaties als een ketensamenwerking. In deze samenwerking zorgen woningcorporaties voor passende woonruimte, zorgaanbieders bieden begeleiding richting zelfstandigheid en maatschappelijke organisaties dragen bij aan participatie, netwerkversterking en praktische ondersteuning. Deze samenwerking draagt eraan bij dat jongeren zo goed mogelijk worden ondersteund bij de overgang naar zelfstandigheid en helpt het risico op dakloosheid, maatschappelijke uitval en afhankelijkheid van ondersteuning te beperken.
7. Zijn er gemeentelijke regels of andere belemmeringen die inwoners ervan kunnen weerhouden een kamer beschikbaar te stellen? Zo ja, welke?
Antwoord van het college: Afhankelijk van het omgevingsplan is kamerverhuur op een aantal locaties toegestaan. Omdat het college woningdelen als een kans ziet, niet alleen voor jongeren maar ook voor andere urgente doelgroepen, zijn we aan het onderzoeken of we dit voor de hele gemeente mogelijk kunnen maken.
8. Is het college bekend met de stichting _Kamers met Aandacht_ ? (Deze stichting brengt jongeren die een kamer in combinatie met extra begeleiding nodig hebben en particulieren die een kamer en extra aandacht willen bieden, bij elkaar.) En hoe beoordeelt het college dit initiatief?
Antwoord van het college: Ja, het college is bekend met de stichting Kamers met Aandacht. Kamers met Aandacht sluit goed aan bij de maatschappelijke opgaven van Dijk en Waard. Het initiatief ondersteunt de uitstroom van kwetsbare jongeren naar zelfstandig wonen, vermindert druk op de woningmarkt, voorkomt maatschappelijke uitval en draagt bij aan leefbare en inclusieve wijken. Gezien de groei van de gemeente en het toenemende aantal jongeren is het een relatief laagdrempelige en preventieve voorziening die past binnen de ambities van zowel het woonbeleid als het sociaal domein.
_3_