Coevorden, 7 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
VRAGEN RAAD
Pagina 1 van 2
Aanleiding/ inleiding: PAC heeft signalen gekregen dat inwoners die gebruik maken van het collectief vervoer geen gebruik meer mogen maken van het vervoer wanneer de af te leggen reisafstand minder dan 1.000 meter bedraagt.
Gelet op het feit dat de Wmo juist bedoeld is om inwoners met beperkingen in staat te stellen deel te nemen aan het maatschappelijk leven, lijkt een generieke uitsluiting van ritten onder 1.000 meter op gespannen voet te staan met het vereiste van maatwerk en individuele beoordeling.
Bij raadpleging van de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Coevorden 2025 heeft mijn fractie geen bepaling aangetroffen waarin een minimale reisafstand van 1.000 meter voor het collectief vervoer is vastgelegd. Bij de uitwerking van de beleidsregels door het college per 1.1.2026 is opgenomen dat gebruikers van het collectief vervoer "per rit minimaal 1.000 meter reizen".
Deze voorwaarde roept vragen op over de juridische grondslag, de rechtmatigheid en de verenigbaarheid met de doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en laatstelijk gewijzigd en vastgesteld in 2025.
1
• Technische vragen zijn vragen waar een feitelijk, objectief en neutraal antwoord op mogelijk is. • Mondelinge vragen zijn politiek en actueel van aard en komen aan de orde in de eerstvolgende commissievergadering (mits 24 uur voor aanvang aangekondigd). • Schriftelijke vragen zijn vragen over allerlei actuele onderwerpen. Langs deze weg kan de raad duidelijkheid van het college proberen te krijgen over een bepaald onderwerp. Deze vragen zijn ook politiek van aard en de onderwerpen staan niet binnenkort op de agenda van de raad.
Vragen versturen naar griffie@coevorden.nl
Wat voor type vraag wil je stellen?1
Deadline beantwoording 30 dagen (art. 34 RvO)
Deadline beantwoording eerstvolgende commissie
Deadline beantwoording 30 dagen (art. 33 RvO)
Datum: 07 september 2026
Fractie: PAC
Vragensteller: Jerry Stoker
Portefeuillehouder: Herjan Kerkdijk
Nummer: in te vullen door griffie
Onderwerp: Rechtmatigheid van de minimale ritafstand van 1000 meter binnen het collectief WMO vervoer.
Technische vraag Mondelinge vraag Schriftelijke vraag
VRAGEN RAAD
Pagina 2 van 2
Naar aanleiding hiervan verzoek ik u de volgende vragen te beantwoorden: Vragen: 1. Kan het college aangeven op welke juridische grondslag de eis is gebaseerd dat een Wmo-geïndiceerde reiziger per rit minimaal 1.000 meter moet reizen?
2. Indien deze norm niet is vastgelegd in de Wmo-verordening, op grond waarvan meent het college bevoegd te zijn een dergelijke beperking aan het gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening te verbinden?
3. Is de 1.000 metergrens opgenomen in de contractuele afspraken met de vervoerder? Zo ja, kan deze bepaling openbaar worden gemaakt?
4. Hoe verhoudt deze beperking zich tot het compensatiebeginsel van de Wmo, waarbij ondersteuning moet aansluiten op de individuele beperkingen en vervoersbehoefte van de inwoner?
5. Op welke wijze wordt rekening gehouden met inwoners die wel een medische of mobiliteitsbeperking hebben, maar voor hun maatschappelijke participatie afhankelijk zijn van ritten korter dan 1.000 meter?
6. Is het college van mening dat een inwoner die vanwege zijn beperking niet zelfstandig een afstand van bijvoorbeeld 300, 500 of 800 meter kan afleggen, door de toepassing van deze spelregel niet feitelijk wordt uitgesloten van een deel van het collectief vervoer?
7. Heeft het college onderzocht of de minimale ritafstand leidt tot ongelijke behandeling van inwoners met ernstige mobiliteitsbeperkingen in vergelijking met inwoners zonder beperking?
8. Hoeveel ritaanvragen zijn in de afgelopen periode vanaf 1 januari 2026, geweigerd, aangepast of niet uitgevoerd wegens de toepassing van de 1.000-meterregel?
9. Zijn tegen deze voorwaarde bezwaren, klachten of juridische procedures ingediend? Zo ja, hoeveel en wat waren daarvan de uitkomsten?
10. Waarom is ervoor gekozen deze beperking op te nemen in de "beleidsregels" van het vervoer, terwijl deze beperking niet expliciet terug te vinden is in de door de gemeenteraad vastgestelde Wmo- verordening?
11. Is het college bereid de 1.000-meterregel te heroverwegen of buiten toepassing te verklaren?