Bronckhorst, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Maak ons uw voorkeursbron Stel ons in als voorkeursbron in Google, zodat onze artikelen daar vaker verschijnen. Col2 Indiener: Trots op Bronckhorst (G. de Jongh-Gijsberts) Onderwerp: Schriftelijke vragen naar aanleiding van de technische vragen over de vergunning voor de AMV-locatie in Vorden Inleiding Hierbij dien ik, overeenkomstig artikel 40 van het Reglement van Orde, schriftelijke vragen in over de beantwoording van mijn technische vraag betreffende de omgevingsvergunning voor de COA-locatie in Vorden. Mijn oorspronkelijke vraag luidde: _“Nu is er een reactietermijn die verlengd kan en mag worden. Gezien de koers die het_ _nieuwe college wil gaan voeren en de vakantie is de oorspronkelijke reactietermijn wel_ _kort. Is het mogelijk deze termijn nu bij voorbaat al te verlengen? Zeker gezien de_ _reacties die ik krijg van omwonenden en andere belanghebbenden.” _ Via de griffie ontving ik vervolgens onder meer het volgende antwoord: “Met wederzijds goedvinden is de wettelijke termijn opgeschort, met 8 weken tot uiterlijk 9 oktober 2026. Hierbij is de wettelijke termijn van 6 weken verdaging nog niet meegenomen.” Uit mijn oorspronkelijke vraag blijkt dat ik niet uitsluitend informatie vroeg over de interne beslistermijn van het college. Mijn vraag was gericht op het creëren van extra tijd vóór de besluitvorming, vanwege de vakantieperiode, de koers van het nieuwe college en de reacties van omwonenden en andere belanghebbenden. Ik erken dat het door mij gebruikte begrip “reactietermijn” juridisch mogelijk niet de juiste formele term was. Juist daarom had van een zorgvuldige beantwoording mogen worden verwacht dat het verschil tussen een reactiemogelijkheid voor belanghebbenden en de wettelijke beslistermijn van het college duidelijk werd uitgelegd, dan wel dat bij mij om verduidelijking werd gevraagd. Door het antwoord is bij mij redelijkerwijs de indruk ontstaan dat daadwerkelijk acht weken extra tijd vóór de besluitvorming was gecreëerd, tot uiterlijk 9 oktober 2026. Inmiddels blijkt uit Gemeenteblad 2026, nummer 412874, dat op 31 augustus 2026 al een besluit is genomen. Ik heb de schriftelijk verstrekte informatie te goeder trouw gedeeld met mensen uit mijn achterban. Hierdoor ben ik politiek in een kwetsbare positie gebracht en kan ten onrechte de indruk ontstaan dat ik zelf onjuiste informatie heb verspreid. In die praktische zin voel ik mij door de beantwoording misleid. Daarmee stel ik niet bij voorbaat dat sprake was van bewuste misleiding; ik vraag het college juist de gang van zaken te onderzoeken en volledig te verduidelijken.
| Inleiding Hierbij dien ik, overeenkomstig artikel 40 van het Reglement van Orde, schriftelijke vragen in over de beantwoording van mijn technische vraag betreffende de omgevingsvergunning voor de COA-locatie in Vorden. Mijn oorspronkelijke vraag luidde: _“Nu is er een reactietermijn die verlengd kan en mag worden. Gezien de koers die het_ _nieuwe college wil gaan voeren en de vakantie is de oorspronkelijke reactietermijn wel_ _kort. Is het mogelijk deze termijn nu bij voorbaat al te verlengen? Zeker gezien de_ _reacties die ik krijg van omwonenden en andere belanghebbenden.” _ Via de griffie ontving ik vervolgens onder meer het volgende antwoord: “Met wederzijds goedvinden is de wettelijke termijn opgeschort, met 8 weken tot uiterlijk 9 oktober 2026. Hierbij is de wettelijke termijn van 6 weken verdaging nog niet meegenomen.” Uit mijn oorspronkelijke vraag blijkt dat ik niet uitsluitend informatie vroeg over de interne beslistermijn van het college. Mijn vraag was gericht op het creëren van extra tijd vóór de besluitvorming, vanwege de vakantieperiode, de koers van het nieuwe college en de reacties van omwonenden en andere belanghebbenden. Ik erken dat het door mij gebruikte begrip “reactietermijn” juridisch mogelijk niet de juiste formele term was. Juist daarom had van een zorgvuldige beantwoording mogen worden verwacht dat het verschil tussen een reactiemogelijkheid voor belanghebbenden en de wettelijke beslistermijn van het college duidelijk werd uitgelegd, dan wel dat bij mij om verduidelijking werd gevraagd. Door het antwoord is bij mij redelijkerwijs de indruk ontstaan dat daadwerkelijk acht weken extra tijd vóór de besluitvorming was gecreëerd, tot uiterlijk 9 oktober 2026. Inmiddels blijkt uit Gemeenteblad 2026, nummer 412874, dat op 31 augustus 2026 al een besluit is genomen. Ik heb de schriftelijk verstrekte informatie te goeder trouw gedeeld met mensen uit mijn achterban. Hierdoor ben ik politiek in een kwetsbare positie gebracht en kan ten onrechte de indruk ontstaan dat ik zelf onjuiste informatie heb verspreid. In die praktische zin voel ik mij door de beantwoording misleid. Daarmee stel ik niet bij voorbaat dat sprake was van bewuste misleiding; ik vraag het college juist de gang van zaken te onderzoeken en volledig te verduidelijken. |
Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
1. Welke (formele) mogelijkheden hadden inwoners en belanghebbenden om invloed uit te oefenen op de vergunningverlening voor de AMV-locatie tussen aanvraag en besluit, en hoe zijn zij daarover geïnformeerd?
2. Kan het college aangeven waarom vooraf afspraken zijn gemaakt over het opschorten van de beslistermijn? En waarom ruim voor het einde van de opschortingsdatum al een besluit is genomen?
3. Is het college van mening dat ik voldoende duidelijk ben geïnformeerd, aan de hand van de beantwoording van mijn technische vraag, zodat ik de verstrekte informatie juist kon interpreteren en doorgeven?
4. Is het college bereid in de beantwoording publiekelijk te bevestigen dat de mededeling over de opschorting en de datum 9 oktober 2026 afkomstig was van de gemeentelijke organisatie en niet door mij is bedacht?
Datum: 24-09-2026
2