Bronckhorst, 17 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Col2 Indiener: BVNL Bronckhorst (Gerrie de Jongh-Gijsberts) Onderwerp: Vernietigde legesaanslag Beatrixlaan 23 te Hengelo Gld Inleiding De Rechtbank Gelderland heeft bij uitspraak van 13 februari 2026 (zaaknummer ARN 24/7410) het beroep tegen een legesaanslag van € 3.133,- gegrond verklaard. Daarbij zijn zowel de uitspraak op bezwaar als de legesaanslag vernietigd. Uit de uitspraak blijkt bovendien dat de heffingsambtenaar tijdens de beroepsprocedure zelf heeft geconcludeerd dat de aanslag niet in stand kon blijven. Inleiding De Rechtbank Gelderland heeft bij uitspraak van 13 februari 2026 (zaaknummer ARN 24/7410) het beroep tegen een legesaanslag van € 3.133,- gegrond verklaard. Daarbij zijn zowel de uitspraak op bezwaar als de legesaanslag vernietigd. Uit de uitspraak blijkt bovendien dat de heffingsambtenaar tijdens de beroepsprocedure zelf heeft geconcludeerd dat de aanslag niet in stand kon blijven. Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: In het algemeen: De beantwoording kan niet ingaan op een individueel belastingdossier. Het betreft een specifieke legeszaak waarbij informatie direct of indirect herleidbaar is tot een belastingplichtige. Hiervoor geldt de fiscale geheimhoudingsplicht, die niet alleen persoonsgegevens omvat, maar alle fiscale informatie over een persoon. Daarom kan het college geen inhoudelijke redenen geven waarom deze aanslag niet in stand is gebleven. Wel kan het college de raad op hoofdlijnen informeren over de werkwijze, het proces, algemene leerpunten en eventuele verbetermaatregelen. 1. Op grond van welke juridische of feitelijke omstandigheden heeft de heffingsambtenaar geconcludeerd dat de legesaanslag niet in stand kon blijven? Omdat in beroep, na een zeer gedetailleerde toets per onderdeel van de aanslag, onvoldoende kon worden onderbouwd dat de aanslag berustte op een juiste toepassing van de Legesverordening en tarieventabel op de concrete aanvraag. 2. Op welk moment in het proces is deze conclusie getrokken? Tijdens de beroepsprocedure, nadat GBTwente de aanslag, mede naar aanleiding van de beroepsgronden, diepgaander had beoordeeld en de gemeente meerdere malen om nadere onderbouwing had gevraagd. Gelet op de complexiteit was de gemeente niet elke keer in staat om tijdig en volledig te kunnen reageren. 3. Waarom is het bezwaarschrift van de betrokken inwoner eerder ongegrond verklaard, terwijl later tijdens de beroepsprocedure is erkend dat de aanslag vernietigd moest worden? Het bezwaar is beoordeeld op basis van de beschikbare stukken en het gemeentelijk advies, waarbij is uitgegaan van de juistheid van de heroverweging. Achteraf is in bezwaar onvoldoende doorgevraagd naar de onderbouwing per onderdeel van de aanslag.
| Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: In het algemeen: De beantwoording kan niet ingaan op een individueel belastingdossier. Het betreft een specifieke legeszaak waarbij informatie direct of indirect herleidbaar is tot een belastingplichtige. Hiervoor geldt de fiscale geheimhoudingsplicht, die niet alleen persoonsgegevens omvat, maar alle fiscale informatie over een persoon. Daarom kan het college geen inhoudelijke redenen geven waarom deze aanslag niet in stand is gebleven. Wel kan het college de raad op hoofdlijnen informeren over de werkwijze, het proces, algemene leerpunten en eventuele verbetermaatregelen. 1. Op grond van welke juridische of feitelijke omstandigheden heeft de heffingsambtenaar geconcludeerd dat de legesaanslag niet in stand kon blijven? Omdat in beroep, na een zeer gedetailleerde toets per onderdeel van de aanslag, onvoldoende kon worden onderbouwd dat de aanslag berustte op een juiste toepassing van de Legesverordening en tarieventabel op de concrete aanvraag. 2. Op welk moment in het proces is deze conclusie getrokken? Tijdens de beroepsprocedure, nadat GBTwente de aanslag, mede naar aanleiding van de beroepsgronden, diepgaander had beoordeeld en de gemeente meerdere malen om nadere onderbouwing had gevraagd. Gelet op de complexiteit was de gemeente niet elke keer in staat om tijdig en volledig te kunnen reageren. 3. Waarom is het bezwaarschrift van de betrokken inwoner eerder ongegrond verklaard, terwijl later tijdens de beroepsprocedure is erkend dat de aanslag vernietigd moest worden? Het bezwaar is beoordeeld op basis van de beschikbare stukken en het gemeentelijk advies, waarbij is uitgegaan van de juistheid van de heroverweging. Achteraf is in bezwaar onvoldoende doorgevraagd naar de onderbouwing per onderdeel van de aanslag. |
4. Is het college van mening dat hiermee sprake is geweest van een zorgvuldige behandeling van het bezwaar? Zo ja, waarom?
Procedureel is het bezwaar volgens de gebruikelijke werkwijze behandeld, maar de inhoudelijke toets had scherper gekund. Deze zaak geeft aanleiding om de bezwaarafhandeling bij complexe legeszaken te verbeteren; GBTwente werkt hieraan.
5. Hoeveel ambtelijke uren, juridische uren en overige kosten zijn besteed aan de bezwaar- en beroepsprocedure?
Deze worden door zowel GBTwente als gemeente niet op het niveau van een individuele procedure geregistreerd.
6. Zijn binnen de gemeente Bronckhorst meer dossiers bekend waarbij vergelijkbare legesaanslagen zijn opgelegd of waarbij dezelfde juridische grondslag is gebruikt? Zo ja, hoeveel dossiers betreft dit en welke financiële risico's ziet het college voor de gemeente?
Het betreft een uniek feitencomplex, waardoor de aanslag in beroep niet standhield. De zaak is niet goed vergelijkbaar met andere legesaanslagen. Er zijn geen vergelijkbare dossiers, waardoor geen breder financieel risico wordt gezien. Wel is extra aandacht nodig voor de onderbouwing per aanslagelement bij complexe zaken.
7. Is het college bereid deze dossiers actief te herbeoordelen om verdere procedures en kosten te voorkomen?
GBTwente ziet dit als een uniek dossier zonder vergelijkbare gevallen. Daarom is een algemene herbeoordeling niet nodig. Wel vraagt deze zaak om extra aandacht voor de feitelijke en juridische onderbouwing bij toekomstige complexe legesaanslagen.
8. Is het college op de hoogte van het feit dat de terugbetaaltermijn van de leges nu ruimschoots verstreken is? Zo ja, wat gaat het college hieraan doen?
Dat is bekend. Het college heeft intussen dit betaald.
9. Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat inwoners eerst een beroepsprocedure bij de rechtbank moeten starten voordat een onjuiste aanslag wordt ingetrokken?
Zie hiervoor punt 7 en 11
10. Deelt het college de opvatting dat inwoners erop moeten kunnen vertrouwen dat opgelegde legesaanslagen juridisch houdbaar zijn en dat bezwaren zorgvuldig en volledig worden beoordeeld
Inwoners moeten er inderdaad op kunnen vertrouwen dat legesaanslagen juridisch houdbaar zijn en dat bezwaren zorgvuldig en volledig worden beoordeeld. Deze zaak laat zien dat bij complexere legesaanslagen een meer gedetailleerde toets in bezwaar
2
nodig kan zijn.
11. Heeft het college deze zaak geëvalueerd met GB Twente? Zo ja, welke conclusies zijn daaruit getrokken?
GBTwente heeft de zaak geëvalueerd en concludeert dat bij complexe legesaanslagen in bezwaar niet kan worden volstaan met een globale toets. Per onderdeel moet eerder en concreter de feitelijke en juridische onderbouwing worden getoetst. Deze werkwijze wordt inmiddels toegepast om gebreken eerder te signaleren en procedures in beroep te voorkomen.
De gemeente heeft dit intern ook besproken.
12. Kan het college de raad vertrouwelijk informeren over de exacte reden waarom de aanslag juridisch niet houdbaar bleek, nu de rechtbankuitspraak zelf daar geen inhoudelijke motivering over bevat?
Wij zullen de raad niet, ook niet vertrouwelijk, inhoudelijk informeren over de exacte reden waarom de aanslag in deze individuele zaak juridisch niet houdbaar bleek. Die reden hangt rechtstreeks samen met de concrete aanvraag, de opbouw van de aanslag, de beoordeling van afzonderlijke onderdelen daarvan en de positie van de betrokken belastingplichtige. Daarmee gaat het om informatie uit een individueel belastingdossier waarop de fiscale geheimhoudingsplicht van toepassing is. Behalve de informatie die al is gedeeld in deze beantwoording van de schriftelijke vragen, kan er verder geen informatie worden gedeeld.
Datum: 08-06-2026
3