Borger-Odoorn, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Gemeenteraad Borger-Odoorn
Datum 29 september 2026
Ons kenmerk 69846-2026:724664
Behandeld door I. Uiterwijk
Doorkiesnummer 14 0591
Bijlage
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen betaalbaarheid wonen en woonlasten in de
gemeente Borger-Odoorn
Geachte leden van de raad,
Op 1 september 2026 hebben wij een aantal schriftelijke vragen ontvangen van
het raadslid mevrouw B. Haan (LBO) naar aanleiding van het artikel ‘95
huishoudens in Borger-Odoorn kunnen de huur (bijna) niet meer betalen’. Dit
artikel is op 25 augustus 2026 gepubliceerd op de website van het Algemeen
Dagblad (AD). Het artikel is gebaseerd op gegevens uit de Lokale Monitor Wonen
2024 en gaat in op huishoudens met een betaalrisico en de betaalbaarheid van
woonlasten in Borger-Odoorn.
2
In de vragen verzoekt mevrouw Haan ons college om een reactie op deze cijfers
en vraagt zij naar de ontwikkeling van betaalrisico's, de invloed van energie- en
woonlasten en de mogelijkheden om samen met woningcorporaties en andere
partners de betaalbaarheid van wonen voor inwoners te verbeteren. Met deze
brief beantwoorden wij de gestelde vragen.
Vraag 1: Hoe beoordeelt het college deze cijfers en de relatief hogere score
van Borger-Odoorn ten opzichte van de drie genoemde vergelijkbare
gemeenten?
Ons college neemt deze cijfers serieus. Een betaalrisico betekent dat een
huishouden na betaling van woonlasten en andere noodzakelijke uitgaven beperkt
financiële ruimte overhoudt. Het betreft daarmee een indicator voor financiële
kwetsbaarheid en betekent niet automatisch dat sprake is van
betalingsachterstanden of schulden.
Uit de Lokale Monitor Wonen blijkt dat in Borger-Odoorn 83 huishoudens per
10.000 huishoudens een betaalrisico hebben. In de vergelijkbare gemeenten Aa
en Hunze, Midden-Drenthe en Noordenveld bedraagt dit gemiddeld 77
huishoudens per 10.000 huishoudens. Borger-Odoorn scoort daarmee op deze
indicator iets hoger.
Wanneer naar het bredere beeld van de Lokale Monitor Wonen wordt gekeken,
ontstaat een genuanceerder beeld. Op meerdere indicatoren die iets zeggen over
de betaalbaarheid van wonen scoort Borger-Odoorn gunstig ten opzichte van de
vergelijkingsgemeenten.
De woonquote (het deel van het besteedbaar inkomen dat aan woonlasten wordt
besteed) en de huurquote (het deel van het inkomen dat huurders aan huur
besteden) zijn relatief gunstig. Ook het betaalrisico binnen de corporatiesector
wijkt niet ongunstig af. Dit geeft geen aanwijzing dat de sociale huursector in
Borger-Odoorn als geheel minder betaalbaar is dan in de vergelijkingsgemeenten.
Woningcorporaties schetsen op basis van hun ervaringen een positief beeld. Zij
geven aan dat huurachterstanden en betalingsproblemen in Borger-Odoorn
relatief minder voorkomen dan in andere gemeenten waarin zij actief zijn. Deze
3
signalen uit de uitvoeringspraktijk sluiten aan bij het beeld dat de
corporatiesector in Borger-Odoorn niet ongunstig afwijkt van vergelijkbare
gemeenten.
Ook de samenstelling van de woningvoorraad geeft geen duidelijke verklaring
voor de iets hogere score op betaalrisico. Borger-Odoorn kent, net als de
vergelijkingsgemeenten, een overwegend koopgerichte woningvoorraad met
daarnaast sociale en particuliere huur. Vanuit deze kenmerken is geen sprake van
een duidelijk ongunstiger uitgangspositie.
Ons college ziet geen directe aanwijzingen dat de hogere score samenhangt met
de woningvoorraad. De uitkomsten lijken eerder verband te houden met inkomen,
huishoudsamenstelling en financiële kwetsbaarheid. Dit laat zien dat blijvende
aandacht voor bestaanszekerheid en financiële weerbaarheid belangrijk blijft.
Vraag 2: Heeft het college inzicht in de ontwikkeling van het aantal
huishoudens met een betaalrisico in Borger-Odoorn over de afgelopen jaren
en in de belangrijkste oorzaken daarvan?
Wij volgen de ontwikkeling van de betaalbaarheid van wonen via de Lokale
Monitor Wonen. Bij het duiden van ontwikkelingen over meerdere jaren is
voorzichtigheid geboden. De indicator betaalrisico wordt namelijk niet alleen
beïnvloed door woonlasten, maar ook door ontwikkelingen in inkomen,
energieprijzen, huurtoeslag, landelijke compensatiemaatregelen en de normen die
worden gehanteerd voor noodzakelijke uitgaven.
Uit landelijke analyses blijkt dat het aandeel huishoudens met een betaalrisico in
de corporatiesector tussen 2023 en 2024 is toegenomen. Volgens de monitor
hangt dit onder meer samen met het wegvallen van tijdelijke
compensatiemaatregelen voor hoge energiekosten.
Voor een bredere duiding van deze ontwikkelingen betrekt ons college ook
signalen uit vroegsignalering, schuldhulpverlening, het financieel team en
samenwerkingspartners zoals woningcorporaties, sociale teams, Andes en de
Gemeentelijke Kredietbank. Voor ontwikkelingen rondom energiearmoede wordt
daarnaast gebruikgemaakt van de Monitor Energiearmoede.
4
Daarmee ontstaat een breder beeld van factoren die van invloed zijn op de
financiële situatie van huishoudens. Factoren zoals inkomensverlies door
arbeidsongeschiktheid, pensionering, echtscheiding of overlijden van een partner,
in combinatie met stijgende vaste lasten, kunnen leiden tot financiële problemen.
Vraag 3: Kan het college aangeven in hoeverre energieprijzen en andere
stijgende vaste lasten bijdragen aan het betaalrisico van huishoudens, en
hoe zich dit verhoudt tot de ontwikkeling van de energiearmoede in onze
gemeente?
Energieprijzen en andere vaste lasten hebben direct invloed op de financiële
ruimte van huishoudens. Als deze lasten stijgen, blijft er minder inkomen over
voor andere noodzakelijke uitgaven. Dit vergroot het risico op financiële
problemen.
Ook in de praktijk ziet ons college dat hogere energieprijzen en andere stijgende
vaste lasten de financiële druk op huishoudens vergroten. Dit betreft niet alleen
huishoudens met een laag inkomen, maar ook inwoners die net boven de
inkomensgrenzen van ondersteuningsregelingen uitkomen en daardoor minder of
geen aanspraak kunnen maken op financiële ondersteuning.
Dit beeld komt eveneens naar voren in het gebruik van voorzieningen.
Energiecoaches behoren tot de meest geraadpleegde voorzieningen binnen de
Voorzieningenwijzer en het Financieel Team ondersteunt inwoners bij het
benutten van beschikbare regelingen en tegemoetkomingen.
Voor energiearmoede gebruiken we de Monitor Energiearmoede van TNO. Daaruit
blijkt dat Borger-Odoorn op verschillende indicatoren hoger scoort dan
vergelijkbare gemeenten. Relatief meer huishoudens hebben te maken met een
combinatie van een laag inkomen, hoge energielasten en/of een woning met een
minder goede energieprestatie.
De ontwikkeling laat zien dat het aandeel huishoudens met energiearmoede in
Borger-Odoorn is gedaald van 5,9% in 2024 naar 5,7% in 2026.
De Monitor Energiearmoede en de Lokale Monitor Wonen meten niet precies
hetzelfde. Daarom kan niet worden vastgesteld of het om dezelfde huishoudens
gaat. Beide bronnen laten wel zien dat stijgende energie- en woonlasten
belangrijke factoren zijn in de financiële kwetsbaarheid van huishoudens.
5
Voor ons college benadrukt dit het belang van een samenhangende aanpak,
waarbij zowel financiële ondersteuning als het beperken van structurele woon- en
energielasten van belang zijn .
Vraag 4: Ziet het college, gelet op deze cijfers, aanleiding om samen met de
woningcorporaties en andere betrokken partijen aanvullende maatregelen te
nemen om de betaalbaarheid van de totale woonlasten voor inwoners te
verbeteren?
Ons college ziet de cijfers als aanleiding om de betaalbaarheid van wonen en
woonlasten blijvend te monitoren en hierover in gesprek te blijven met
woningcorporaties en andere betrokken partijen. De cijfers geven op dit moment
echter geen directe aanleiding voor aanvullende maatregelen.
De gemeente werkt al intensief samen met woningcorporaties, Sociale teams,
Andes, de Gemeentelijke Kredietbank en andere partners aan vroegsignalering en
financiële ondersteuning.
Daarnaast ondersteunt het financieel team inwoners via onder meer
budgetcoaching, de Voorzieningenwijzer, de training Geld & Grip en waar nodig
schuldhulpverlening.
Ons college ziet de grootste uitdaging vooral bij huishoudens waar meerdere
risicofactoren samenkomen, zoals een laag inkomen, hogere energie- en
woonlasten en beperkte financiële reserves.
Daarom blijven wij inzetten op preventie, vroegsignalering en ondersteuning van
inwoners die financieel kwetsbaar zijn. De ontwikkelingen rondom betaalrisico's
en woonlasten blijven wij samen met onze partners volgen. Ons college ziet op dit
moment dan ook vooral aanleiding om de bestaande aanpak voort te zetten en
waar nodig verder te versterken.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn,
de secretaris, de burgemeester,
6
E.W. Bennema mr. J. Seton