Bernheze, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Amendement
_artikel 55 reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Bernheze 2026_
Agendapunt: 16 Onderwerp: landgoed Zwanenburg (aanvraag begraafplek), Heeswijk-Dinther
De raad van de gemeente Bernheze in vergadering bijeen op 1 oktober 2026,
- artikel 37, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging bepaalt dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand gehouden door onder meer een natuurlijk persoon;
- artikel 40, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging vereist dat voor het aanleggen van een bijzondere begraafplaats uitsluitend grond wordt gebruikt die daartoe door de gemeenteraad is aangewezen;
- voor de ingebruikneming van een bijzondere begraafplaats vervolgens afzonderlijk toestemming van burgemeester en wethouders is vereist op grond van artikel 41 van de Wet op de lijkbezorging;
- de aanwijzing op grond van artikel 40 van de Wet op de lijkbezorging en de planologische besluitvorming op grond van de Omgevingswet juridisch zelfstandige besluitvormingstrajecten zijn;
- een aanwijzingsbesluit op grond van de Wet op de lijkbezorging het omgevingsplan niet wijzigt en op zichzelf geen recht geeft om de grond in strijd met het omgevingsplan of andere toepasselijke wettelijke voorschriften als begraafplaats te gebruiken.
overwegende dat:
- de raad het concrete verzoek zelfstandig dient te beoordelen en daarbij de persoonlijke omstandigheden, de ruimtelijke belangen en de duurzame gevolgen van een bijzondere begraafplaats kenbaar in de belangenafweging kan betrekken;
- uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ruimtelijke belangen bij een aanwijzingsbesluit op grond van artikel 40 van de Wet op de lijkbezorging relevant zijn, maar dat de aanwijzing en het planologische besluit niet met elkaar mogen worden vereenzelvigd;
- het voor de rechtszekerheid noodzakelijk is dat exact vaststaat welk perceelsgedeelte wordt aangewezen;
- het wenselijk is het voorliggende individuele verzoek te beoordelen zonder daarbij in ditzelfde amendement een algemeen beleidsregime, mandaat of delegatie voor toekomstige aanvragen vast te stellen;
- een eventuele wijziging van het omgevingsplan alleen via de daarvoor geldende bevoegdheid en procedure kan plaatsvinden, met inachtneming van de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant en overige toepasselijke regelgeving.
besluit:
het voorgestelde raadsbesluit te wijzigen door de besluitpunten 1 en 2 te vervangen door de volgende besluitpunten:
1. op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging als bijzondere begraafplaats aan te wijzen uitsluitend het op de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte situatietekening aangegeven perceelsgedeelte van Landgoed Zwanenburg, kadastraal bekend als HWK02 F941 ter grootte van circa 2 m².
2. vast te stellen dat deze aanwijzing uitsluitend ziet op de aanwijzing van grond in de zin van artikel 40, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging en niet inhoudt: (a) toestemming tot ingebruikneming als bedoeld in artikel 41 van die wet, (b) een wijziging van het omgevingsplan, of (c) enige andere vergunning, toestemming of ontheffing die op grond van publiekrechtelijke voorschriften vereist is;
3. uit te spreken dat het aangewezen perceelsgedeelte is bedoeld voor een kleinschalige particuliere bijzondere begraafplaats ten behoeve van één graf voor de aanvrager, waarbij de feitelijke aanleg en ingebruikneming pas kunnen plaatsvinden nadat aan alle toepasselijke wettelijke voorschriften is voldaan en de daarvoor bevoegde bestuursorganen de vereiste besluiten hebben genomen;
4. het college te verzoeken, met behoud van zijn eigen wettelijke bevoegdheden, te onderzoeken en schriftelijk vast te leggen welke omgevingsrechtelijke, milieuhygiënische, waterhuishoudkundige, natuur-, landschaps-, cultuurhistorische en overige publiekrechtelijke vereisten op de voorgenomen locatie van toepassing zijn, en welke privaatrechtelijke borging nodig is voor beheer, bereikbaarheid, instandhouding en de gevolgen van eventuele eigendomsoverdracht;
5. het college te verzoeken, indien het beoogde gebruik niet rechtstreeks binnen het geldende omgevingsplan past, de daarvoor aangewezen omgevingsrechtelijke route afzonderlijk voor te bereiden en daarbij de toepasselijke instructieregels uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant en het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te betrekken;
6. geen algemeen beleid, mandaat of delegatie voor toekomstige aanvragen om particuliere bijzondere begraafplaatsen vast te stellen met dit besluit; toekomstige verzoeken worden, zolang geen afzonderlijk beleid is vastgesteld, op hun eigen feiten, omstandigheden en toepasselijke wettelijke kaders beoordeeld door het bevoegde bestuursorgaan.
Indiener:
_Verbindend Bernheze_ Mart Kievits