Bergen op Zoom, 2 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Aan de gemeenteraadsfractie van:
PVV T.a.v. mevr. Lambregts p/a Griffie Bergen op Zoom, brief gepubliceerd via RaadsInformatieSysteem
Uw kenmerk Uw brief Artikel 30 vragen Zaaknr.
Documentnummer Beh. door Afdeling ROV
Datum 1 oktober 2026 Doorkiesnr. Bijlage(n)
Onderwerp: Beantwoording artikel 30 Mislukte asbestsanering en bestuurlijk handelen
Beste mevrouw Lambregts,
In uw brief van 10 augustus 2026 inzake de mislukte asbestsanering en het bestuurlijk handelen stelt u, naar aanleiding van de berichtgeving van ZuidWest Onderzoekt d.d. 7 augustus 2026, ons vragen over de asbestsanering bij een woning in Bergen op Zoom. Voordat wij ingaan op uw vragen en onze antwoorden daarop, schetsen wij eerst kort de achtergrond van de zaak.
Op vrijdagavond 6 september 2024 is de loods gelegen aan de Koepel 7 vrijwel volledig afgebrand. Hierbij is asbest neergeslagen op het perceel gelegen aan de Koepel 7 en nabijgelegen percelen. In beginsel is de eigenaar diegene die verantwoordelijk is voor de asbestverontreiniging. Omdat (1) de eigenaar ter plaatse verklaarde de kosten van het saneren niet te kunnen betalen en (2) blootstelling aan asbest gezondheidsrisico’s oplevert, heeft de gemeente het inventariseren en saneren van de met asbest besmette gebieden opgepakt. Hierbij is de eigenaar aangegeven dat de kosten in een later stadium van hem teruggevorderd worden.
De sanering van de verontreinigende percelen is vervolgens in fases uitgevoerd. Het perceel is vervolgens door een gespecialiseerd laboratorium geïnspecteerd en aansluitend vrijgegeven. Deze vrijwaring hebben de eigenaren ook ontvangen.
Ruim een jaar later, namelijk maart 2026, hebben de eigenaren van het perceel kenbaar gemaakt dat zich nog asbestresten op het perceel zouden bevinden. Tot dat moment ging de gemeente, op basis van de uitgevoerde inventarisaties, saneringswerkzaamheden en vrijgave van het perceel, ervan uit dat het perceel afdoende was gesaneerd.
De gemeente heeft in maart 2026 een kostenverhaalsbeschikking genomen ter (gedeeltelijke) inning van de gemaakte saneringskosten. Het door de eigenaren hiertegen gemaakte bezwaar wordt op 2 november 2026 behandeld door de Adviescommissie.
Parallel aan de bezwaarschriftenprocedure speelt de kwestie van de nog op het perceel aanwezige asbestrestanten. Met de bevoegde instanties en gespecialiseerde bedrijven zijn we de vervolgstappen momenteel in kaart aan het brengen. Het college merkt in dat verband op dat er bij de
aan de belangen van de eigenaren van het perceel. Hieronder vindt u uw vragen en onze antwoorden:
Vraag 1
uitsluiten?
Antwoord Het perceel is op 14 februari 2025 vrijgegeven conform het Certificatieschema Asbestverwijdering. Pas een ruim jaar later, namelijk in maart 2026, melden de eigenaren van het perceel dat het terrein nog vol met asbestrestanten ligt. De OMWB heeft direct een controle uitgevoerd en geconstateerd dat (1) er zich op het terrein nog asbestrestanten bevinden en (2) dat de geconstateerde situatie geheel niet overeenkomt met het beeld ten tijde van de vrijgave ruim een jaar eerder.
Er is geen sprake van besmetting van omliggende percelen en/of openbare ruimten.
In geval van aanwezige asbestverontreiniging op eigen terrein zijn de eigenaren zelf verantwoordelijk voor het saneren, reden waarom de OMWB op 1 juli 2026 de eigenaren van het betreffende terrein een last onder dwangsom heeft opgelegd met daarin een termijn om de asbestverontreiniging te saneren.
Vraag 2 Klopt het dat na een in opdracht van de gemeente uitgevoerde asbestsanering opnieuw asbest is aangetroffen en dat voorafgaand aan de afronding van de werkzaamheden al bekend was dat niet al het asbest kon worden verwijderd? Zo ja, waarom heeft de gemeente deze sanering desondanks geaccepteerd, wie heeft daartoe besloten en op basis van welke informatie?
Antwoord Tussen 6 oktober 2024 en 24 december 2024 is er in delen gesaneerd. Op 24 december 2024 waren er nog asbestrestanten aanwezig in de vorm van autowrakken (dit staat in de vrijgave benoemd), deze zijn op 14 februari 2025 alsnog gesaneerd. De saneringen en de daaropvolgende vrijgaven zijn conform het Certificatieschema Asbestverwijdering uitgevoerd. Met andere woorden, het terrein is schoon verklaard. In dit geval verneemt het college ruim één jaar nadat het terrein is vrijgegeven dat er nog asbestrestanten aanwezig zijn.
De asbestrestanten (autowrakken) die in de tussenliggende periode van 24 december 2024 en 14 februari 2025 op het terrein aanwezig waren, zijn niet eerder gesaneerd omdat het voor de eigenaren van het perceel een probleem is geweest om voor de verbrande auto’s een vrijwaringsbewijs te verkrijgen. Het vrijwaren van de autowrakken ligt niet in de invloedssfeer van de gemeente, de OMWB of de saneerder, maar is de verantwoordelijkheid van de eigenaren van het perceel.
Vraag 3 Welke controles en eindbeoordelingen zijn na de sanering uitgevoerd om vast te stellen dat de werkzaamheden volledig en conform de geldende wet- en regelgeving waren uitgevoerd? Hoe verklaart het college dat daarna alsnog asbest is aangetroffen en heeft het college de uitvoerende aannemer hiervoor aansprakelijk gesteld of onderzocht of dit mogelijk is?
Antwoord De saneringen en de daaropvolgende vrijgaven zijn uitgevoerd conform het Certificatieschema Asbestverwijdering. De sanering is in verschillende fasen uitgevoerd en tijdens deze werkzaamheden is toezicht uitgevoerd door de OMWB.
Er kan geen eenduidige verklaring worden gegeven voor de hoeveelheid aangetroffen asbestrestanten. De periode tussen de vrijgave van het perceel op 14 februari 2025 en het moment
vrijwaring van 14 februari 2025 (visueel) asbest vrij zijn.
liggen op de overblijfselen van het dak van de loods en destijds niet als asbesthoudend materiaal is herkend. Vervolgens kan deze plaat door de eerdergenoemde stormen van het dak zijn gewaaid, daarbij in vele kleinere fragmenten zijn gebroken en zich over het terrein hebben verspreid.
Vraag 4 Waarom heeft de gemeente ervoor gekozen de betrokken inwoners aan te schrijven en aanzienlijke kosten op hen te verhalen, terwijl tegelijkertijd discussie bestaat over de vraag of de in opdracht van de gemeente uitgevoerde asbestsanering volledig en deugdelijk is uitgevoerd? Acht het college dit behoorlijk en rechtvaardig bestuur?
Antwoord In de nacht van 6 op 7 september 2024 is er brand geweest in de schuur/loods op de Koepel 7 te Bergen op Zoom. Bij deze brand is asbest vrijgekomen afkomstig van een deel van het dak van de loods. Omdat de eigenaar heeft verklaard de kosten van het saneren niet te kunnen bekostigen, en er door de verspreiding van asbest acuut gevaar bestond voor de volksgezondheid, is de eigenaar van het perceel meegedeeld dat er bestuursdwang wordt toegepast in de zin dat de gemeente het besmette gebied zal doen laten saneren en de kosten hiervan op de eigenaar worden verhaald. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt en is daarmee eveneens onherroepelijk geworden. Het college acht de invordering van de gemaakte saneringskosten behoorlijk en rechtvaardig, omdat het alternatief, te weten het niet overgaan tot invordering, het ongewenste gevolg heeft dat publieke gelden worden ingezet voor financiële risico’s die tot de invloedssfeer behoren van een particulier/ondernemer.
Vraag 5 Klopt het dat de betrokken inwoners meerdere malen hebben verzocht om een gesprek met de burgemeester, maar dat dit gesprek pas tot stand is gekomen nadat Streekomroep ZuidWest zich met de zaak had bemoeid? Zo ja, waarom is niet eerder gehoor gegeven aan deze verzoeken en acht het college deze handelwijze passend bij een toegankelijke en dienstbare overheid?
Antwoord Er is één verzoek ontvangen voor een gesprek met de burgemeester, te weten op 30 maart 2026. Dit verzoek is destijds beoordeeld in samenhang met een agressie-incident alhier op het stadskantoor dat in directe relatie staat tot de eigenaar van het perceel. Om die reden is ervoor gekozen het verzoek niet te honoreren. Wel heeft op donderdag 20 augustus 2026 alhier op het stadskantoor een gesprek plaatsgehad tussen de eigenaren in kwestie en wethouder Siebelink. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in geval van verzoeken om de burgemeester te spreken normaliter wordt gekeken wie de bestuurlijke portefeuillehouder is, en daar wordt dan een gesprek mee aangeboden. In dit specifieke geval stelde ZuidWest persvragen terwijl de betreffende portefeuillehouder toen op vakantie was. Zuidwest was redelijk dwingend in niet de portefeuillehouder te willen spreken maar de burgemeester.
Vraag 6 Is het college bereid alle bestuursrechtelijke maatregelen en eventuele invorderingsmaatregelen tegen de betrokken inwoners op te schorten totdat onafhankelijk is vastgesteld hoe de sanering is uitgevoerd en waar de verantwoordelijkheid voor het achtergebleven asbest ligt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
verdere maatregelen.
Vraag 7
gecommuniceerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Het college meent ook op dit punt dat de zorgvuldigheid verlangt om eerst kennis te nemen van het advies van de Adviescommissie alvorens een besluit te nemen over eventuele verdere maatregelen.
Wij gaan ervan uit uw vragen hiermee te hebben beantwoord.
Met vriendelijke groet,
het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom,