Asten, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
ANTWOORDEN Schriftelijke vragen aan het College
Artikel 47 Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.
5. Is het college bekend met de uitspraak van de Raad van State van 18 september 2025 waarin deze aangeven dat, in afwachting van de behandeling van deze zaak, de uitspraak van de rechtbank dient te worden nageleefd?
Ja, het college van Burgemeester en Wethouders is bekend met de betreffende uitspraak.
6, Waarom vermeldt de brief wel dat de vergunningen destijds rechtmatig zijn verleend, maar niet dat de rechtbank heeft vastgesteld dat beschermde habitats achteruitgaan en dat binnen een jaar een blijvende en substantiële daling van de stikstofdepositie noodzakelijk is?
De brief is gericht op het voorgenomen besluit van het college van Gedeputeerde Staten om de betreffende vergunning in te trekken. De gemeenten vrezen voor de gevolgen van dit besluit, zoals deze staan verwoord bovenaan pagina 2 van de brief. De aanleiding van de brief is niet gelegen in de natuurdoelstellingen.
7. Was de wethouder op het moment dat hij deze brief ondertekende namens het college ervan op de hoogte dat al dwangsommen verbeurd werden aan de eisers? En is het college ervan op de hoogte dat er nog steeds uit publieke middelen dwangsommen worden betaald?
Ja, de provincie heeft hier in bestuurlijke overleggen meermaals melding van gemaakt.
8. Erkent het college dat Gedeputeerde Staten als bevoegd gezag verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke en juridische beoordeling van de ingediende reductievoorstellen en voor de uitvoering van de rechterlijke uitspraak? Welke rol ziet het college van Asten, gelet op deze bevoegdheidsverdeling, voor zichzelf bij de beoordeling of beïnvloeding daarvan?
Ja. Het college van Burgemeester en Wethouders ziet het als haar rol om de provincie te adviseren in de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Vitale Peel, zodat de verschillende gebiedsopgaven worden bereikt.
9, Heeft het college vastgesteld dat de besluitvorming rond de brief onafhankelijk van de politieke en persoonlijke relatie met het betrokken raadslid heeft plaatsgevonden? Indien dit niet gebeurd is, kan het college dan aangeven waarom zij dit niet noodzakelijk achtte?
Ja.
10. Was het college bij ondertekening bekend met de discussie bij ons collega-raadslid over het aantal dieren dat niet door de bestaande natuurvergunning zou worden gedekt?
Nee.
11. Onderschrijft het college met ons het belang van gebiedsprocessen om samen te werken naar een buitengebied met een duurzame balans tussen agrarisch gebruik en de natuur?
Ja.
12. In de brief wordt gewaarschuwd dat intrekking van de vergunningen gevolgen kan hebben voor het vertrouwen van agrarische ondernemers en hun bereidheid om aan gebiedsprocessen mee te werken. Was het college bij de ondertekening bekend met een voornemen van ZLTO om de deelname aan de GGA-processen op te schorten?
Nee.
13. Onderschrijft het college het uitgangspunt dat deelname aan GGA Vitale Peel een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle gebiedspartners is en niet afhankelijk kan zijn van de uitkomst van handhavings- of vergunningprocedures ten aanzien van individuele ondernemingen?
Het college onderschrijft dit voor haar eigen situatie. Het is aan iedere deelnemer binnen GGA Vitale Peel om zijn of haar positie te bepalen.
14. Heeft het college de ZLTO, als formele gebiedspartner van GGA Vitale Peel, inmiddels verzocht de deelname aan het gebiedsproces te hervatten? Zo ja, wanneer en met welk resultaat? Zo nee, waarom niet?
Nee. De Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) heeft op provinciaal niveau besloten om haar medewerking in alle GGA’s tijdelijk op te schorten in reactie op het handelen van de provincie Noord-Brabant. Het is diezelfde provincie die het initiatief heeft genomen tot oprichting van de GGA’s en een onafhankelijk voorzitter heeft aangesteld per GGA. Medewerking van de ZLTO aan de gebiedsprocessen dient op dat niveau te worden besproken. Overigens erkennen alle gebiedspartners, de gemeente Asten ook, dat een gebiedsproces gebaat is bij deelname van alle partners. In het meest recente bestuurlijke overleg van de GGA Vitale Peel is dit nogmaals benoemd.
15. Erkent het college NatuurDoelAnalyses en de daarop uitgebrachte adviezen van de Ecologische Autoriteit als gezaghebbende basis voor de besluitvorming over de bescherming en het herstel van N2000 gebieden?
Ja. Het college van Gedeputeerde Staten is verantwoordelijk voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen van de natuur. Om dit te bepalen gebruikt het de Natuurdoelanalyse (NDA). Uit procedures blijkt dat adviezen over de NDA’s van de Ecologische Autoriteit (EA) zwaar wegen. De NDA en/of het uitgebrachte advies van de EA voor de Groote Peel worden in de verstuurde brief niet ter discussie gesteld. De brief heeft betrekking op het proces en niet op de inhoud van het voorgenomen besluit. Het is aan de provincie Noord-Brabant om samen met het Rijk te komen met een goed onderbouwde aanpak op het gebied van stikstofvermindering.