Arnhem, 22 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Arnhem, 24 juni 2026
Artikel 44 vragen coffeeshop Stationsplein: een joint telt niet mee als extra groen
Geacht college,
De VVD-fractie heeft de eerder ingediende motie over de vestiging van een coffeeshop aan het Stationsplein inmiddels ingetrokken. De raadsbrief van 18 juni 2026 heeft de inhoud van deze motie helaas ingehaald. De motie en deze vragen zijn nadrukkelijk niet bedoeld als een discussie voor of tegen coffeeshops. Juist bij besluiten met een grote impact op de leefbaarheid van Arnhem, veiligheid, bereikbaarheid en economische uitstraling van een gebied vinden wij het belangrijk dat deze zorgvuldig worden genomen en dat voor bewoners en ondernemers duidelijk is of en hoe hun zorgen worden meegewogen. Dat is wat de VVDfractie betreft wat anders dan reageren op zienswijzen, wat meer past in een traject van bezwaar en beroep.
Ook willen wij voorkomen dat beeldbepalende ondernemingen die al meer dan 100 jaar bijdragen aan Arnhem zich genoodzaakt voelen om, desnoods juridisch, tegenover de gemeente te staan, terwijl zij juist partners van de stad zouden moeten zijn. Zeker in een tijd waarin ondernemingen als Hilvers en Van Amerongen de stad al hebben verlaten, moeten we met elkaar scherp blijven op wat beter of anders kan.
Hotel Haarhuis, een van de iconen van Arnhem, moet het vertrouwen houden om te blijven investeren en niet worden verrast door besluiten die hun investering teniet maken. Mede dankzij die investeringen is het welkomstbeeld als je het station uitloopt enorm opgeknapt en beschikt Arnhem over een van de weinige vijfsterrenhotels van Nederland. Juist daarom mag van de gemeente worden verwacht dat zij in goed overleg rekening houdt met wat past bij de kwaliteit, uitstraling en economische positie van zo'n bijzondere plek en onderneming.
Daarnaast zijn wij benieuwd waarom het college er in de periode tussen het indienen van de motie en de raadsbrief van 18 juni niet voor heeft gekozen de raad actief mee te nemen in het feit dat uiterlijk op 18 juni een besluit genomen moest worden en de procedure daardoor niet meer kon worden opgeschort. Juist omdat er een motie van de raad lag, had het voor de hand gelegen de raad hierover eerder te informeren. Dat had de raad in de gelegenheid gesteld om kaders mee te geven die recht doen aan de zorgen die leven rondom dit besluit, inclusief een evaluatiemoment met vooraf heldere criteria op het gebied van veiligheid, bereikbaarheid en economische impact.
1. Kan het college een tijdlijn verstrekken vanaf de ontvangst van de vergunningaanvraag tot aan het besluit van 18 juni 2026, inclusief de momenten waarop bewoners, ondernemers en gemeentelijke afdelingen zijn betrokken? 2. Wanneer werd het college bekend met de uiterste beslisdatum van 18 juni 2026 en waarom is de raad hierover, ondanks de ingediende motie, niet eerder geïnformeerd? 3. Welke bewoners, ondernemers en organisaties zijn vóór het voornemen tot vergunningverlening actief betrokken bij de afweging en hoe is dat gebeurd? 4. Beschouwt het college het indienen van een zienswijze als participatie? Zo ja, waarin verschilt dit volgens het college van participatie voorafgaand aan een besluit? 5. Heeft vóór het voornemen tot vergunningverlening overleg plaatsgevonden met Hotel Haarhuis en andere ondernemers uit het stationsgebied? Zo ja, wanneer en zo nee, waarom niet?
6. Zijn vóór het voornemen tot vergunningverlening de afdelingen economie, mobiliteit, bereikbaarheid en parkeren betrokken bij de beoordeling? Zo ja, op welke datum zijn deze afdelingen om advies gevraagd en welke aandachtspunten of bezwaren hebben zij meegegeven? Zo nee, waarom niet? 7. Indien vanuit economie, mobiliteit, bereikbaarheid of parkeren aandachtspunten of bezwaren zijn meegegeven, hoe zijn deze gewogen en waarom hebben deze niet geleid tot een andere afweging? 8. Op welk moment zijn de bezwaren van Hotel Haarhuis en andere ondernemers en bewoners bij het college bekend geworden en welke invloed hebben deze gehad op het uiteindelijke besluit? 9. Gelet op de zorgelijke gemeentelijke veiligheidscijfers over het stationsgebied (overlast hotspot) en eerdere uitlatingen van de burgemeester over onder andere steekincidenten, overlast en hangjongeren, op welke wijze zijn deze signalen vóór het voornemen tot vergunningverlening betrokken bij de locatiekeuze? 10. Zijn vóór het voornemen tot vergunningverlening alternatieve locaties onderzocht? Zo ja, welke locaties zijn onderzocht en waarom is uiteindelijk gekozen voor het Stationsplein? 11. In eerdere raadsbrieven heeft het college aanvullende maatregelen en toezicht noodzakelijk geacht om overlast, hanggedrag en parkeeroverlast rond coffeeshops te voorkomen. Welke locatiespecifieke maatregelen zijn vóór het voornemen tot vergunningverlening voor het Stationsplein overwogen en waarom zijn deze voldoende geacht? 12. Wat vindt het college ervan dat een van de oudste en meest beeldbepalende ondernemingen van Arnhem zich genoodzaakt ziet zich juridisch tegenover de gemeente te positioneren? Dat ze dat recht hebben lijkt ons duidelijk, dus graag in de beantwoording meer ingaand op hoe het college dit ziet. 13. Hoe gaat het college om met de ingediende en te verwachten bezwaren tegen deze vergunningsverlening? Welke inhoudelijke criteria hanteert het college bij de beoordeling van deze bezwaren? 14. Is het college bereid om de raad bij toekomstige vergunningstrajecten met een vergelijkbare impact tijdig te informeren over belangrijke beslistermijnen, zodat de raad nog de mogelijkheid heeft om kaders mee te geven en zorgen vanuit bewoners en ondernemers mee te wegen? Zo nee, waarom niet?
Namens de VVD-fractie,
Rebin Maref