Amstelveen, 9 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen conform art. 44 Reglement van orde voor de raad van Amstelveen 2024
Amstelveen, 9 september 2026
Betreft: Schriftelijke vragen over bedreiging en intimidatie van Joodse Amstelveners op het Hueseplein
Geacht college,
Op 8 september 2026 berichtte 1Amstelveenover een ernstig incident op het Hueseplein waarbij Joodse inwoners van Amstelveen zouden zijn uitgescholden en bedreigd. Volgens de berichtgeving vond het incident maandagavond rond 20.30 uur plaats. Op beelden van het incident zouden onder meer scheldwoorden, de leus “Free Palestine” en een expliciete doodsbedreiging te horen zijn. De politie is ter plaatse gekomen en heeft tussen de betrokkenen bemiddeld. Na tussenkomst van de politie zouden excuses zijn aangeboden. Volgens de politie is uiteindelijk geen aangifte gedaan.
bron "https://1amstelveen.nl/joodse-amstelvener-lastiggevallen-en-uitgescholden-op-straat/
De fractie vindt het volstrekt onaanvaardbaar wanneer inwoners in Amstelveen vanwege hun Joodse identiteit worden geïntimideerd, bedreigd of uitgescholden. Iedere Amstelvener moet zich vrij en veilig over straat kunnen bewegen, ongeacht afkomst, religie of politieke overtuiging . Daarbij mag niet worden weggekeken wanneer politieke of internationale conflicten worden aangegrepen om inwoners van onze gemeente te intimideren. Zeker wanneer sprake is van een expliciete doodsbedreiging moet voor de gemeente en haar veiligheidspartners duidelijk zijn dat intimidatie niet wordt genormaliseerd of afgedaan als een simpel conflict tussen twee personen.
Dit incident roept bij onze fractie de volgende vragen op:
1. Is het college bekend met het incident op het Hueseplein en kan het college bevestigen dat de politie maandagavond rond 20.30 uur naar aanleiding van dit incident ter plaatse is gekomen? 2. Kan het college aangeven wat er, voor zover de privacywetgeving en het opsporingsbelang dit toestaan, precies is voorgevallen? 3. Beschouwt het college de geuite doodsbedreiging als een ernstig signaal van antisemitische intimidatie en/of bedreiging? Zo nee, waarom niet? 4. Is bij de politie of het Openbaar Ministerie onderzocht of er sprake kan zijn van een strafbaar feit, zoals bedreiging, belediging, discriminatie of groepsbelediging? 5. De politie heeft volgens de berichtgeving tussen de betrokkenen bemiddeld en de betreffende persoon heeft vervolgens excuses aangeboden. Vindt het college deze afhandeling, gelet op de gemelde doodsbedreiging, voldoende? 6. Kan het college toelichten waarom er geen aangifte is gedaan en is vanuit politie of gemeente aan de betrokken Joodse inwoners actief gewezen op de mogelijkheid om alsnog aangifte of melding te doen? 7. Is het college bereid om contact op te nemen met de betrokken inwoners om te informeren naar hun veiligheidsgevoel en eventuele behoefte aan ondersteuning?
Amstelveen kent een aanzienlijke Joodse gemeenschap en heeft eerder te maken gehad met meldingen van antisemitische intimidatie. In 2024 werd de gemeenteraad bijvoorbeeld al geïnformeerd over een zaak waarbij een Joodse vrouw bij haar woning werd lastiggevallen en via sociale media werd gedoxt. Bron "Daders van lastigvallen Joodse vrouw in Amstelveen nog niet gepakt | 1Amstelveen","url":"https://1amstelveen.nl/daders-lastigvallen-joodse-vrouw-inamstelveen-nog-niet-gepakt/
8. Kan het college aangeven hoeveel meldingen van antisemitisme, bedreiging en intimidatie van Joodse inwoners de afgelopen drie jaar bij gemeente en politie bekend zijn? Graag uitgesplitst per jaar. 9. Hoeveel van deze meldingen hebben geleid tot een aangifte, strafrechtelijk onderzoek of vervolging? 10. Is er volgens het college sprake van een ontwikkeling waarbij Joodse Amstelveners zich vanwege hun identiteit minder veilig voelen in de openbare ruimte? Zo ja, waarop baseert het college deze constatering? Zo nee, waarom niet. 11. Welke concrete maatregelen neemt de gemeente momenteel om antisemitische intimidatie en bedreiging in de openbare ruimte tegen te gaan? 12. Wordt hierbij specifiek samengewerkt met de politie, het Openbaar Ministerie, Meldpunt discriminatie, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap, of is een eigen Meldpunt wenselijk? 13. Is het college bereid om de zichtbaarheid van handhaving en politie op locaties waar dergelijke incidenten plaatsvinden tijdelijk te vergroten? 14. Beschikt de gemeente over een specifiek handelingsprotocol voor situaties waarin inwoners vanwege hun Joodse identiteit worden bedreigd of geïntimideerd? 15. Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn schriftelijk te informeren over de aanpak van antisemitisme en de bescherming van de Joodse gemeenschap in Amstelveen? 16. Tot slot: kan het college ondubbelzinnig uitspreken dat politieke meningsverschillen over het conflict in het Midden-Oosten nooit een rechtvaardiging vormen voor bedreiging, intimidatie of discriminatie van Joodse Amstelveners?
. Wij zien de beantwoording van bovenstaande vragen met belangstelling tegemoet.
Namens de fractie, Yaron van Koningsveld Actief voor Amstelveen