Aalten, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Raadsmededeling openbaar
Nummer : 70-2026 Datum : 17 juni 2026 B&W datum : N.v.t. Beh. Ambtenaar : A. Nijhuis Portefeuillehouder : H.J. Groters Onderwerp : Beantwoording raadsvragen VVGB Meerdink
Aanleiding:
De fractie van PP-GL-PvdA heeft de volgende vragen voorgelegd naar aanleiding van de beeldvormende vergadering van de gemeenteraad:
1) Welke onderdelen zijn nu precies in strijd met het bestemmingsplan en sinds wanneer? 2) Waarom is gekozen voor aanpassing van het bouwvlak in plaats van het terugbrengen van voorzieningen binnen het bestaande bouwvlak? 3) Welke referentiesituatie is gebruikt voor geur, stikstof en fijnstof? 4) Zijn de geur- en stikstofberekeningen volledig onderling consistent? 5) Welke landschappelijke maatregelen zijn al uitgevoerd en welke nog niet? 6) Hoe is de uitvoering van de landschappelijke inpassing juridisch geborgd? 7) Zijn de watermaatregelen inmiddels volledig gerealiseerd en gecontroleerd? 8) Welke precedentwerking ziet het college voor andere agrarische bedrijven met bestaande afwijkingen?
Inhoud mededeling:
Hierna gaan wij puntsgewijs in op de gestelde vragen.
1. Op pagina 12/13 van de ruimtelijke onderbouwing zijn de strijdigheden gedetailleerd benoemd en uitgewerkt. Het is voor ons niet na te gaan sinds wanneer deze strijdigheden plaatsvinden. 2. Aanvrager heeft ervoor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de gesignaleerde strijdigheden. In dat proces moet blijken of vergunningverlening daadwerkelijk mogelijk is. Het niet aanvragen van de vergunning heeft voor aanvrager verstrekkende consequenties. Kortom, de keuze is niet door gemeente gemaakt. 3. De geldende omgevingsvergunningen zijn als voor de referentiesituatie uitgangspunt. Deze zijn benoemd op pagina 7/8 van de ruimtelijke onderbouwing. In het ‘TAM-omgevingsplan Landelijk gebied – herstelbesluit’, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 2025 is deze referentiesituatie ook in het gemeentelijk omgevingsplan opgenomen. Dit plan is inmiddels geheel in werking getreden (maar nog niet onherroepelijk). Op pagina 28 wordt het aspect fijnstof uitgewerkt. 4. Naar ons oordeel zijn al de berekeningen correct uitgevoerd. Uit de vraagstelling is voor ons in ieder geval niet duidelijk waaruit een mogelijke inconsistentie zou kunnen bestaan. 5. De realisatie van de landschappelijke inpassing is een kwestie van uitvoering. Dit is aan de orde zodra de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Deze vraagstelling is wat ons betreft op dit moment prematuur. Overigens hechten wij belang aan de realisatie van het landschapsplan. 6. De realisatie van het landschappelijk inpassingsplan wordt in eerste instantie geborgd als voorwaarde in de omgevingsvergunning. Op termijn wordt deze ook aan het omgevingsplan gekoppeld.
Pagina 1 van 2
7. Ook dit een kwestie van uitvoering en komt aan de orde zodra de omgevingsvergunning onherroepelijk is. 8. Wij voorzien geen precedentwerking op dit punt. Het gaat in dit geval om een bedrijf waarvoor de provincie bevoegd gezag is. Algemeen uitgangspunt voor ons is dat altijd eerst wordt onderzocht in hoeverre vergunningverlening (alsnog) mogelijk is, uiteraard op basis van een goede belangenafweging.
_De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:_
Pagina 2 van 2