Aa en Hunze, 7 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Nota van antwoord schriftelijke vragen
Zaaknummer: 2026-013719
Inleiding De fractie van de VVD heeft op 1 juli 2026 vragen gesteld over compensatiewoningen in het landelijk gebied. Met deze nota van antwoord beantwoordt het college de gestelde vragen.
Beantwoording van de vragen
Vraag 1 Hoeveel initiatieven, principeverzoeken of aanvragen van agrariërs, adviseurs of andere initiatiefnemers met betrekking tot toepassing van de Ruimte-voor-Ruimte-regeling heeft de gemeente in de afgelopen vijf jaar ontvangen?
Antwoord Uit onze administratie in het zaaksysteem blijkt dat er de afgelopen 5 jaar 12 (aan)vragen/verzoeken geweest voor het toepassen van de ruimte-voor-ruimte regeling.
Vraag 2 Hoeveel van deze verzoeken hadden betrekking op situaties waarin de veehouderijtak werd beëindigd, maar de agrarische bedrijfsvoering op de locatie werd voortgezet in een andere (afgeschaalde) vorm, bijvoorbeeld akkerbouw? Indien van toepassing: a. Hoeveel daarvan zijn positief beoordeeld, afgewezen of nog in behandeling? b. Wat waren de belangrijkste redenen voor afwijzing of vertraging?
Antwoord Afgelopen 5 jaar is dit eenmaal aan de orde geweest. Dit verzoek is afgewezen.
Vraag 3
Datum : 07 september 2026 Team : Ruimtelijk beleid Behandeld door : Anna Link Telefoonnummer : +31592267882 Portefeuillehouder : wethouder R. Vedder Onderwerp : Beantwoording raadsvragen VVD over compensatiewoningen in het landelijk gebied.
2 Heeft het college signalen vernomen van agrariërs, initiatiefnemers of andere betrokkenen dat de huidige beleidslijn van de ruimte-voor-ruimte-regeling onvoldoende inspeelt op actuele ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals de toename van omschakelende agrarische bedrijven en de behoefte aan nieuwe invulling van vrijkomende agrarische erven, mede in relatie tot de woningbouwopgave?
Antwoord Hier zijn geen signalen van ontvangen. Als er behoefte is aan een nieuwe invulling van vrijkomende agrarische erven wordt er samen met de eigenaar gekeken naar een oplossing, passend binnen het geldende landelijke, provinciale en gemeentelijk beleid, alsmede het geldende juridische kader.
Vraag 4 De ruimte-voor-ruimte-regeling is momenteel opgenomen in het omgevingsplan voor het buitengebied. Hoe gaat het college om met vergelijkbare situaties binnen de bebouwde kom van dorpen als Amen, Oud-Annerveen en Balloo, waar de ruimtelijke kenmerken vrijwel gelijk zijn aan die van het buitengebied. Hoe wordt in deze gevallen beleidsmatig omgegaan met verzoeken die vergelijkbaar zijn met de ruimte-voor-ruimte-regeling, wanneer sprake is van locaties binnen de bebouwde kom?
Antwoord Omdat de ruimte-voor-ruimte regeling niet een op een gebruikt kan worden betreft het hier altijd een maatwerk traject. In een dergelijke situatie wordt de ruimte-voor-ruimte regeling als leidraad gebruikt. Er is dan sprake van vervangende woningbouw ter compensatie van afbraak van landschap ontsierende bebouwing. Daarnaast is er binnen de bebouwde kom sowieso al meer mogelijk wat betreft het bouwen dan buiten de kom.
Dit geldt overigens niet voor Amen. Dit dorp valt als geheel in het buitengebied. Hier is daardoor ook in de kern de ruimte-voor-ruimte regeling van toepassing.
Vraag 5 Welke beleidsruimte heeft het college naar eigen oordeel om maatwerk toe te passen bij toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling die bijdragen aan: - de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; - de sloop van leegstaande agrarische bebouwing; - de toevoeging van woningen in het buitengebied; - behoud van een toekomstbestendige agrarische sector?
Antwoord Het college heeft de bevoegdheid om, mits er met een voorgenomen ontwikkeling sprake kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, af te wijken van het bestaand planologisch kader. Hierbij worden alle relevante omgevingsaspecten meegenomen in de afweging. Denk hierbij aan verkeersveiligheid, parkeren, flora en fauna, milieurichtafstanden voor onder andere geur, geluid en stof, belemmering/beperkingen voor omliggende percelen etc.
Vraag 6 3 Maakt het college gebruik van deze beleidsruimte? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Daar waar dit mogelijk is (zie antwoord vraag 5) wordt daar gebruik van gemaakt op verzoek van een inwoner/ondernemer.
Vraag 7 Is het college bereid de toepassing van de Ruimte-voor-Ruimte-regeling en aanverwante erftransformatie-instrumenten te evalueren en daarbij expliciet te onderzoeken of de huidige uitvoeringspraktijk voldoende aansluit bij de actuele woningbouwopgave en de ontwikkelingen in de landbouwsector?
Antwoord We betrekken het bestaande beleid bij het opstellen van het omgevingsplan.
Bijlagen Schriftelijke vragen van VVD over compensatiewoningen in het landelijk gebied.
BESLUIT: Het college stelt de beantwoording raadsvragen van VVD vast.