Tynaarlo, 23 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage[n] Zaaknummer: 1815327 -
Behandeld door Doorkiesnummer Vries L. Weijers 0592-266728 23 september 2026
Aan: Gemeenteraad Tynaarlo Postbus 5 9480 AA VRIES
Onderwerp: Antwoorden raadsvragen PRO over stikstoftoespraak burgemeester
Geachte raadsleden,
Postadres Bezoekadres Website Bankrelaties Postbus 5, 9480 AA Vries Kornoeljeplein 1, Vries www.tynaarlo.nl IBAN: NL02BNGH0285079050
IBAN: NL05BNGH0285079093 (belastingen en leges) Telefoonnummer Faxnummer E - mail BIC: BNGHNL2G [0592] 26 66 62 [085] 20 84 923 info@tynaarlo.nl
Kernlijn Het college staat inhoudelijk achter de kern van de boodschap van de burgemeester: de stikstofproblematiek en de wijze waarop beleid uitwerkt, hebben ingrijpende gevolgen voor agrarische gezinnen, ondernemers, woningzoekenden en andere inwoners. De menselijke maat, voorspelbaarheid en toekomstperspectief verdienen daarom nadrukkelijk aandacht. De burgemeester sprak mede vanuit zijn eigen rol als burgervader. Tot die rol behoort dat hij luistert naar inwoners, maatschappelijke zorgen en knelpunten signaleert en zoekt naar verbinding, juist wanneer mensen zich onvoldoende gezien voelen. Het college onderschrijft die verantwoordelijkheid. Daarbij hoort ook dat signalen over de gevolgen van beleid serieus worden genomen en dat bestuurders die gevolgen moeten kunnen benoemen wanneer beleid in de praktijk onvoldoende werkt of de menselijke maat onder druk komt te staan. Tegelijkertijd waren enkele gekozen kwalificaties en woordspelingen niet behulpzaam. Zij doen onvoldoende recht aan de complexiteit van het dossier, aan de noodzakelijke bescherming van natuur en aan de inzet van medewerkers en andere overheden. Het college onderschrijft de wettelijke natuurdoelen en werkt binnen de Europese, landelijke en provinciale kaders. Wij richten ons op een zorgvuldige, uitvoerbare en mensgerichte toepassing daarvan.
Onderstaande geeft het college graag antwoord per vraag:
1. Welke concrete onderdelen van het stikstofbeleid kloppen volgens het college niet, en op basis waarvan? Het college stelt niet dat het stikstofbeleid als geheel niet klopt. Wel constateren wij dat de uitvoeringspraktijk voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers op onderdelen onvoldoende voorspelbaar en uitlegbaar kan zijn. Dit betreft onder meer veranderende kaders, lange doorlooptijden, juridische onzekerheid en de grote afhankelijkheid van modelberekeningen bij zeer kleine effecten. Het college wil deze knelpunten niet gebruiken om de natuurdoelen ter discussie te stellen, maar ziet wel aanleiding om de uitvoeringspraktijk en het instrumentarium periodiek te herijken op juridische houdbaarheid, wetenschappelijke onderbouwing, begrijpelijkheid en menselijke maat.
2. “Beleid dat niet deugt, waar onvoldoende over nagedacht is”: op welke onderdelen ziet het college dit, en waaruit blijkt dat? Deze woorden waren een persoonlijke en sterk aangezette kwalificatie van de burgemeester. Het college kiest die typering niet. De burgemeester wilde daarmee aandacht vragen voor de ingrijpende gevolgen
Pagina 2
die beleid in individuele situaties kan hebben. Die zorg komt niet alleen voort uit deze bijeenkomst, maar ook uit signalen en ervaringen waarmee hij in zijn dagelijkse functie als burgemeester in aanraking komt. Het college ziet een reële opgave om de gevolgen van beleid beter mee te wegen. Wanneer de onbedoelde maatschappelijke gevolgen zeer groot zijn, bijvoorbeeld langdurige onzekerheid over bedrijfsvoortzetting, investeringen, woningbouw of familieopvolging, is het verantwoord om de uitvoeringspraktijk en het instrumentarium kritisch tegen het licht te houden. Dat moet gebeuren zonder de doelen van natuurherstel of de geldende wettelijke kaders los te laten.
3. “Ieder groot park in de jaren 90 een Natura 2000-gebied geworden”: waarop is deze uitspraak gebaseerd? Die formulering was beeldend bedoeld, om erop te wijzen dat er sprake is van versnippering van beschermde gebieden en de daarmee samenhangende effecten van wet- en regelgeving op diverse regio's. Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op grond van Europese natuurwetgeving en specifieke beschermingsdoelen voor soorten en habitattypen. Het betreft niet simpelweg grote parken. Het college onderschrijft de juridische status en het belang van bescherming van Natura 2000-gebieden. Tegelijkertijd vindt het college dat de gevolgen van bescherming voor mensen en economische activiteiten zorgvuldig, uitlegbaar en proportioneel moeten worden betrokken bij de uitvoering van beleid.
4. Hoe beoordeelt het college de noodzaak van bescherming van Natura 2000 gebieden rond Tynaarlo tegen stikstofdepositie? Het college onderschrijft de noodzaak om Natura 2000 gebieden binnen en rondom Tynaarlo te beschermen tegen overmatige stikstofdepositie, in lijn met landelijke en provinciale doelstellingen en de Europese verplichtingen. Tegelijkertijd ziet het college dat de route naar herstel grote gevolgen kan hebben voor vergunningverlening, agrarische bedrijven, gezinnen, woningzoekenden en lokale economische ontwikkelingen. Daarom zetten wij in op een aanpak die natuurherstel combineert met duidelijkheid, een zorgvuldig transitiepad en toekomstperspectief voor betrokkenen.
5. Deelt het college de opvatting dat bescherming van Natura 2000 en terugdringen van stikstof noodzakelijk zijn, ook als onderdelen van het huidige beleid niet de juiste oplossing bieden? Ja. Het college onderschrijft de noodzaak van natuurherstel en stikstofreductie waar sprake is van overbelasting van kwetsbare natuur. Dat neemt niet weg dat de vormgeving en uitvoering van beleid voortdurend moeten worden getoetst op uitvoerbaarheid, proportionaliteit, rechtszekerheid en maatschappelijke gevolgen. Het college acht het wenselijk dat het instrumentarium wordt herijkt, zeker wanneer mensen en bedrijven langdurig in onzekerheid verkeren of wanneer de effecten van beleid verder reiken dan oorspronkelijk voorzien.
6. Welke bijdrage ziet het college voor zichzelf om oplossingen te bieden voor de gevolgen van hoge stikstofdepositie (vergunningverlening, woningbouw, economie)? Het college kan bijdragen door projecten zorgvuldig te toetsen binnen de geldende kaders, helder te communiceren over mogelijkheden en beperkingen, lokale knelpunten actief in te brengen bij provincie en Rijk en deel te nemen aan gebiedsgerichte processen. Daarnaast willen wij bij de uitwerking van gemeentelijk beleid nadrukkelijk aandacht houden voor de menselijke maat. Dat betekent: tijdig in gesprek, concrete situaties begrijpen, transparant zijn over de beperkte gemeentelijke ruimte en actief zoeken naar oplossingen die zowel natuurbelangen als de continuïteit van het landelijk gebied dienen.
7. Burgemeester biedt actievoerders aan hen te helpen bij hun lobby. Hoe wordt invulling gegeven aan deze hulp? De burgemeester wil samen met agrarische ondernemers in gesprek gaan over de knelpunten die zij in de praktijk ervaren als gevolg van het stikstofbeleid en andere relevante regelgeving. Door deze ervaringen en concrete casussen te verzamelen, ontstaat een beter beeld van waar ondernemers tegenaan lopen en welke gevolgen dit heeft voor hun bedrijfsvoering en voor de leefbaarheid van het landelijk gebied. Op basis van deze praktijkervaringen kan de gemeente signalen en aandachtspunten onder de aandacht brengen van de provincie, het Rijk, de VNG en andere betrokken instanties. Daarbij kan worden gepleit voor aanpassingen waar regels in de praktijk onbedoelde of onevenredige effecten hebben, of waar de uitvoering beter kan aansluiten bij de lokale situatie. Het doel is om concrete knelpunten en
Pagina 3
verbetermogelijkheden zichtbaar te maken en hierover het gesprek te voeren met de verantwoordelijke overheden. De gemeente weegt de inbreng van agrarische ondernemers daarbij steeds af in samenhang met andere publieke belangen, zoals natuur, waterkwaliteit, woningbouw en de leefbaarheid van het landelijk gebied.
8. Hoe verhouden kwalificaties als “beleid dat niet klopt” en “beleid waar onvoldoende over nagedacht is” zich tot de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur om constructieve oplossingen te zoeken? Het college erkent dat algemene en scherpe kwalificaties over beleid de ruimte voor een constructief gesprek kunnen verkleinen. De burgemeester wilde vooral benoemen dat mensen de gevolgen van beleid soms als onrechtvaardig, onbegrijpelijk of ontwrichtend ervaren. Dat signaal verdient aandacht. De gezamenlijke bestuurlijke inzet is gericht op oplossingen: het benoemen van concrete knelpunten, het zoeken naar een uitvoerbare en juridisch houdbare aanpak en het versterken van vertrouwen door beter uit te leggen, tijdig te luisteren en de mens achter ieder dossier zichtbaar te houden.
9. “Beleid heeft niet voor niets dezelfde letters als debiel”: hoe beoordeelt het college deze uitspraak in het licht van de voorbeeldfunctie en de rol van beleidsmedewerkers? Het college vindt deze woordspeling niet passend. Zij kan kwetsend en denigrerend overkomen, in het bijzonder voor beleidsmedewerkers en anderen die zich professioneel inzetten voor complexe maatschappelijke opgaven. De burgemeester heeft daarmee niet willen afdoen aan de inzet van ambtenaren of andere overheden, maar de formulering was ongelukkig. Binnen de ambtelijke organisatie heeft hij dit nadien ook toegelicht. Dat laat onverlet dat kritiek op beleid en de praktische gevolgen daarvan scherp en helder moet kunnen worden geuit, maar altijd met respect voor de mensen die aan de ontwikkeling en uitvoering daarvan werken.
10. Zijn de genoemde uitspraken van de burgemeester aan te merken als standpunt van het college, en zo ja: waren ze vooraf besproken? De kern, erkenning van de grote zorgen en gevolgen voor agrarische ondernemers en de wens om knelpunten in de uitvoering zichtbaar te maken, past binnen de inzet van het college. Ook de nadruk op menselijke maat, toekomstperspectief en een overheid die luistert, wordt door het college gedeeld. De specifieke kwalificaties en woordspelingen waren geen vooraf vastgesteld collegestandpunt. Zij kwamen voort uit de eigen, burgervaderlijke rol en afweging van de burgemeester, mede vanuit de signalen en zorgen waarmee hij in zijn dagelijkse functie in aanraking komt.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders
P. Koekoek drs. M.J.F.J. Thijsen gemeentesecretaris burgemeester
Deze brief is digitaal geparafeerd en daarom niet ondertekend.
Toelichting: Op woensdag 19 augustus ontving het college SamenSterkDrenthe op het gemeentehuis in Vries. Namens agrarische ondernemers, vertegenwoordigers van aanverwante sectoren en inwoners uit onze gemeente wilden zij hun zorgen uiten over ontwikkelingen die op ons afkomen en de daaruit voortvloeiende onzekerheid die dit met zich meebrengt. Het verdient lof dat bestuurders het podium betreden bij dergelijke acties. Tevens hebben wij begrip voor de zorgen van agrarische ondernemers. Tijdens dit bezoek heeft het college bij monde van burgemeester Thijsen echter een aantal uitlatingen gedaan die onze partij zorgen baart. Dit leidt tot het stellen van de volgende vragen: Vragen: 1. Burgemeester Thijsen heeft tijdens het bezoek van SamenSterkDrenthe namens het college opgeroepen om “te strijden tegen beleid dat niet klopt”. Kan het college aangeven welke concrete onderdelen van het huidige stikstofbeleid volgens het college niet kloppen en op welke feiten, onderzoeken of andere bronnen het college deze conclusie baseert? 2. Burgemeester Thijsen heeft tijdens hetzelfde bezoek gesproken over “beleid dat niet deugt, waar onvoldoende over nagedacht is”. Kan het college concreet aangeven op welke onderdelen van het stikstofbeleid deze kwalificatie betrekking heeft en waaruit volgens het college blijkt dat hier onvoldoende over is nagedacht? 3. Burgemeester Thijsen heeft gesteld dat “ieder groot park in de jaren 90 een Natura 2000- gebied is geworden”. Kan het college aangeven op welke gebieden en feiten deze uitspraak is gebaseerd? 4. Hoe beoordeelt het college, in het licht van de hiervoor genoemde uitspraak over Natura Schriftelijke vragen in gediend door: Hessel Luxen Datum: 20-08-2026 Onderwerp: Uitlatingen burgemeester bij bezoek agrarische ondernemers aan gemeentehuis Schriftelijke vragen aan het college (artikel 39 Reglement van Orde voor de gemeenteraad) 2000-gebieden, de noodzaak van bescherming van de Natura 2000-gebieden binnen en rondom de gemeente Tynaarlo tegen stikstofdepositie? 5. Deelt het college de opvatting dat de bescherming van Natura 2000-gebieden en het terugdringen van een te hoge stikstofdepositie noodzakelijk zijn, ook wanneer het college van mening is dat onderdelen van het huidige landelijke stikstofbeleid niet de juiste oplossing bieden? 6. De hoge stikstofdepositie heeft in Nederland gevolgen voor onder meer de vergunningverlening en daarmee voor woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Welke bijdrage ziet het college voor zichzelf en voor de gemeente Tynaarlo om bij te dragen aan een oplossing voor deze problematiek? 7. Burgemeester Thijsen biedt de actievoerders aan hen te helpen bij hun lobby. Kan het college aangeven op welke wijze invulling gegeven gaat worden aan deze hulp? 8. Hoe verhouden de door burgemeester Thijsen uitgesproken kwalificaties “beleid dat niet klopt” en “beleid waar onvoldoende over nagedacht is” zich volgens het college tot de verantwoordelijkheid van een gemeentebestuur om bij te dragen aan het vinden van constructieve oplossingen voor de stikstofproblematiek? 9. Burgemeester Thijsen stelde in zijn bijdrage dat “beleid niet voor niets dezelfde letters heeft als debiel”. Hoe beoordeelt het college deze uitspraak, mede gelet op het feit dat de gemeente Tynaarlo zelf beleid ontwikkelt en uitvoert en hiervoor dagelijks een beroep doet op de deskundigheid en professionaliteit van haar medewerkers? Is het college van mening dat deze uitspraak verenigbaar is met de bestuurlijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie van het gemeentebestuur? 10. Zijn de hiervoor genoemde uitspraken van burgemeester Thijsen aan te merken als het standpunt van het college? Zo ja, is dit standpunt voorafgaand aan het bezoek binnen het college besproken en onderschreven?