Tynaarlo, 24 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan het college ex art. 39 RvO
Indiener: Tynaarlo Vooruit Datum: zaterdag 22 augustus 2026 Betreft: uitspraken burgemeester en wethouder tijdens stikstofprotest Voorkeur: ☒ Schriftelijke beantwoording ☐ Mondelinge beantwoording
Pagina 1 van 1 Tijdens het protest bij het gemeentehuis spraken burgemeester Thijsen en wethou- der Middendorp zich in duidelijke bewoordingen uit over de positie van agrarische ondernemers. Daarbij werden verschillende bestuurlijke uitspraken gedaan en werd onder meer aangeboden om samen met agrarische ondernemers te lobbyen rich- ting provincie, Rijk en Europa. Deze uitspraken roepen vragen op over de bestuur- lijke status, de opvolging en de verhouding tot het coalitieakkoord. Daarom stellen wij de volgende vragen aan het college: 1. Was de inhoud van de toespraak en waren de daarin gedane bestuurlijke uit- spraken en aangeboden inzet vooraf besproken of afgestemd binnen het col- lege? 2. Kan het college aangeven of de door burgemeester Thijsen en wethouder Mid- dendorp verwoorde lijn als collegestandpunt moet worden beschouwd? Zo nee, op welke onderdelen wijkt deze af van het standpunt van het college? 3. De burgemeester stelde dat sprake is van "beleid dat niet deugt waar onvol- doende over nagedacht is". Deelt het college deze analyse? Zo ja, welke onder- delen van het huidige stikstof- en natuurbeleid belemmeren volgens het college de ambitie uit het coalitieakkoord om agrarische bedrijven in Tynaarlo ruimte en toekomstperspectief te bieden? Zo nee, op we lke onderdelen wijkt het col- lege hiervan af? 4. De burgemeester bood aan samen met de boeren te lobbyen richting provincie, Rijk en Europa. Wat houdt dit aanbod concreet in, welke acties worden voorzien en binnen welke termijn? Is hierover inmiddels contact geweest met de provin- cie, het Rijk of andere overheden? 5. De burgemeester stelde: "Hier gaan wij beleid voor maken, met deze pen die de boeren toekomst geeft ”. Wie wordt bedoeld met "wij" en op welk beleid doelde de burgemeester? 6. Binnen welke gemeentelijke bevoegdheden ziet het college ruimte om dergelijk beleid te ontwikkelen? Is hierover reeds binnen het college gesproken of beslo- ten? Hoe verhoudt dit zich tot het coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat de raad bij complexe maat schappelijke vraagstukken eerst wordt betrokken bij denkrichtingen of scenario's? 7. Indien de uitspraken van burgemeester Thijsen en wethouder Middendorp ge- heel of gedeeltelijk niet als collegestandpunt moeten worden beschouwd , hoe verhoudt dit zich volgens het college tot collegiaal bestuur en tot de in het coalitieakkoord uitgesproken ambitie van een betrouwbare overheid die duide- lijk communiceert en uitlegbare keuzes maakt? Welke stappen acht het college nodig om tot een eenduidige bestuurlijke lijn te komen?