Steenbergen, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording openstaande vragen de heer Saarloos en de heer Remery over het voorstel wensen en bedenkingen oprichten stichting RMT voor KCR2
Vraag de heer Saarloos:
Vraag 1: Welke concrete meerwaarde heeft deze nieuw op te richten stichting tegenover het al bestaande systeem?
KCR2 bestaat momenteel al, maar valt op dit moment rechtstreeks onder het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC), een dienstonderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Omdat KCR2 fungeert als informatieknooppunt tussen het Rijk en de regio’s, is het belangrijk dat ook de 25 veiligheidsregio’s, en daarmee de aangesloten gemeenten, invloed hebben op de professionaliteit, continuïteit en strategische koers van de organisatie.
Door te kiezen voor een passende rechtspersoon voor KCR2 wordt de zeggenschap niet langer uitsluitend bij het ministerie belegd. In plaats daarvan worden het ministerie en de 25 veiligheidsregio’s gelijkwaardige partners in de strategische aansturing van dit knooppunt. Hiermee wordt geborgd dat zowel landelijke als regionale belangen evenwichtig worden meegenomen in de verdere ontwikkeling en uitvoering van de taken van KCR2. Na uitgebreide verkenning is de beste vorm om dit te borgen een rechtspersoon met wettelijke taak (RWT) in de vorm van stichting KCR2.
Vraag de heer Saarloos: Vraag 2: Én wat zouden de gevolgen zijn als er een meerderheid van de raad tegen deze nieuwe ontwikkeling is?
U kunt als raad ten aanzien van dit voorstel wensen en bedenkingen kenbaar maken. Er bestaat echter geen mogelijkheid om hierover voor of tegen te stemmen. Indien er sprake zijn van bedenkingen, dienen deze wel te worden betrokken bij de beraadslagingen binnen het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB). Het is daarbij van belang dat deze bedenkingen zorgvuldig worden gewogen en dat eventuele keuzes die hiervan afwijken deugdelijk worden gemotiveerd.
Hieronder is de relevante onderbouwing uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) opgenomen:
Uit artikel 31a volgen drie wettelijke voorwaarden:
1. Het Algemeen Bestuur is bevoegd om het besluit te nemen.
2. De gemeenschappelijke regeling moet voorzien in de mogelijkheid om een stichting op te richten of daarin deel te nemen. ( _Dit is opgenomen in onze Gemeenschappelijke Regeling)_
3. Voordat het besluit wordt genomen, moeten de 24 gemeenteraden het ontwerpbesluit ontvangen en gelegenheid krijgen hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Kan het AB besluiten bij een meerderheid van negatieve reacties?
Ja, juridisch gezien kan het AB dan nog steeds een besluit nemen . Er is geen sprake van een instemmingsprocedure, maar van een wensen- en bedenkingenprocedure.
Artikel 31a, tweede lid, vereist dat de raden gelegenheid krijgen wensen en bedenkingen in te brengen. Het artikel bepaalt niet dat:
- iedere gemeenteraad moet instemmen;
- een meerderheid van de gemeenteraden akkoord moet zijn;
- negatieve wensen en bedenkingen een veto vormen;
- of het besluit automatisch vervalt wanneer een meerderheid bezwaar heeft.
De raden brengen hun opvattingen ter kennis van het AB; vervolgens maakt het AB zelf de definitieve afweging.
Wel moet het AB kunnen onderbouwen dat:
- de gemeenschappelijke regeling de oprichting of deelneming toestaat;
- de stichting in het bijzonder aangewezen is voor het daarmee te dienen openbaar belang;
- en de ontvangen wensen en bedenkingen daadwerkelijk bij de besluitvorming zijn betrokken.
De VRMWB-stukken sluiten hierbij aan: de reacties worden verzameld en aan het bestuur voorgelegd, waarna ze worden betrokken bij de definitieve besluitvorming.
Kortom: een meerderheid van afwijzende gemeenteraden verhindert de stemming juridisch niet automatisch, maar vormt wel een zwaarwegend bestuurlijk signaal.
Het AB zal bij een besluit om toch door te gaan zorgvuldig en kenbaar moeten motiveren hoe het met de ingebrachte bezwaren is omgegaan.
Vraag de heer Remery:
Vraag 3: Wordt er met deze stichting nu niet een tussenlaag gecreëerd? Een tussenlaag zorgt voor meer communicatie en meer kosten. Leidt dit dan wel naar het gewenste effect dat we hiermee voor ogen hebben?
De stichting dient uitsluitend als juridische entiteit om niet alleen het ministerie van Justitie en Veiligheid, maar ook de 25 veiligheidsregio’s, en daarmee indirect de belangen van uw raad, te betrekken bij de strategische aansturing en doorontwikkeling van KCR2. De stichting heeft geen operationele rol tijdens grootschalige incidenten, rampen of crises.