Ridderkerk, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen over vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk
Onderwerp: Winkeltijdenverordening Ridderkerk 2026 (initiatiefvoorstel)
Vragensteller: Corstiaan Knape, ChristenUnie
Behandelvergadering: commissie Samen leven en wonen, 10 september 2026
Portefeuillehouder: Henk van Os
Datum vraag: 03 september 2026
Datum antwoord: 09 september 2026
Inleiding
Vanuit de raad is een initiatiefvoorstel voor een nieuwe verordening voor winkeltijden in Ridderkerk
ingediend. Het college kon binnen twee weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel
schriftelijk wensen of bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
Het college heeft een reactie gegeven, waarin het zich heeft beperkt tot het ambtelijk laten toetsen,
waaruit geen juridische belemmeringen of aandachtspunten naar voren zijn gekomen.
Onderstaande vragen worden aan het college gesteld. De vragen betreffen de juridische toets, en
praktische gevolgen, waar het college mee te maken krijgt.
Vraag 1
De huidige verordening kent specifieke mogelijkheden voor bijzondere situaties. In de nieuwe
verordening wordt gekozen voor een algemene regeling. Daarnaast bepaalt artikel 5 dat bestaande
besluiten blijven gelden totdat deze worden gewijzigd of ingetrokken.
Kan het college aangeven welke bestaande mogelijkheden of uitzonderingen uit de Verordening
winkeltijden Ridderkerk 2014 veranderen door de voorgestelde verordening? Daarbij graag
aangeven: a. in welke situaties de nieuwe regeling dezelfde mogelijkheden biedt; b. waar de nieuwe
regeling ruimer wordt; c. waar bestaande mogelijkheden juist beperkter kunnen worden; d. en of er
situaties zijn waarin verkoop nu mogelijk is buiten de nieuwe algemene zondagopenstelling van
12.00 tot 18.00 uur.
_Antwoord 1_
Op basis van de huidige Verordening winkeltijden Ridderkerk 2014 moeten winkels gesloten zijn
op alle zondagen en alle feestdagen. De verordening bevat echter wel een aantal verruimingen:
1 van 6
_-_ Het college kan feestdagen aanwijzen waarop winkels wel open mogen zijn (artikel 5). Dit
aanwijzingsbesluit is door het college genomen op 31 maart 2014. In dat besluit zijn de
volgende feestdagen aangewezen (waarop winkels dus open mogen zijn):
Nieuwjaarsdag (tenzij deze op een zondag valt), tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
Pinksterdag en tweede Kerstdag (tenzij deze op een zondag valt).
_-_ Het college kan ontheffingen verlenen voor zondagen en feestdagen ten behoeve van
bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard en het uitstallen van goederen. Deze ontheffing
kan worden verleend voor veilingen, beurzen en bijzondere manifestaties (artikel 6).
_-_ Snackbars en videotheken mogen op werkdagen open zijn tussen 22.00 en 06.00 uur
(nachtwinkels). Voor snackbars gelden dan de sluitingstijden van de APV. Ontheffing op
werkdagen voor andere winkels is mogelijk.
_-_ Bepaalde (kleinschalige) winkels mogen wel open zijn op zon- en feestdagen, zoals musea,
snackbars, bepaalde standplaatsen (ijs, friet, enz.), winkels in sportcomplexen,
bejaardenoorden, enz. (artikel 10a t/m 10 m van de verordening). Voor deze winkels gelden nu
geen venstertijden.
_-_ Voor wat betreft standplaatsen: die mogen op basis van de huidige verordening alleen open
zijn op zon- en feestdagen als het gaat om “voor directe consumptie geschikte eetwaren”
(friet, ijs, oliebollen, loempia, enz).
Op basis van de nieuwe verordening gelden de volgende verruimingen:
_-_ Alle winkels (en ook alle standplaatsen, dus niet alleen frietkramen, enz.) mogen open zijn op
zondagen. (Standplaatsen hebben uiteraard nog wel een standplaatsvergunning nodig o.g.v.
de APV).
_-_ Alle winkels (en ook alle standplaatsen) mogen open zijn op feestdagen. Hierbij gelden wel de
beperkingen dat:
a. winkels op 4 mei vanaf 19.00 uur gesloten moeten zijn;
b. winkels op Goede Vrijdag vanaf 19:00 uur gesloten moeten zijn;
c. winkels op eerste kerstdag gesloten moeten zijn;
d. winkels op eerste paasdag gesloten moeten zijn;
e. winkels op eerste pinksterdag gesloten moeten zijn.
Verschil met huidige situatie: op basis van de huidige verordening geldt een strenger regime voor
feestdagen: als Nieuwjaarsdag en 2 [e] kerstdag op een zondag vallen, dan mogen winkels op dit
moment niet open zijn op die dag. Op basis van de nieuwe verordening geldt die beperking niet.
2 van 6
Op kerstavond (24 december na 19.00 uur) mogen winkels nu ook niet open zijn. Op basis van de
nieuwe verordening mag dat wel.
_-_ De nieuwe verordening bevat geen algemene vrijstelling meer voor bepaalde (kleinschalige)
winkels, zoals musea, winkels in sportcomplexen, enz. Die mogen op basis van de nieuwe
verordening (net als alle andere winkels) straks open zijn op zondag tussen 12.00 en 18.00 uur.
Voor die winkels gelden echter nu geen venstertijden.
_-_ De nieuwe verordening bevat een algemene vrijstelling voor alle winkels en alle standplaatsen,
maar geen ontheffingsmogelijkheid meer voor specifieke situaties. (ook niet voor
nachtwinkels).
Vraag 2
In het voorstel wordt onder het kopje “evaluatie en monitoring” ontheffing bij knelpunten. Artikel 4
van de ontwerpverordening verwijst eveneens naar toezicht op ontheffingen. Wij kunnen in de
ontwerpverordening echter geen bepaling vinden die het college de bevoegdheid geeft om zo'n
ontheffing daadwerkelijk te verlenen.
Klopt het dat die grondslag ontbreekt, en zo ja: hoe kan een ondernemer dan in de praktijk een
individueel knelpunt via een ontheffing laten oplossen?
_Antwoord 2_
In de nieuwe verordening zit inderdaad geen ontheffingsmogelijkheid meer (zoals de huidige
artikelen 6 en 8), maar de vraag is of dat nog nodig is, gezien de nieuwe verruimde
vrijstellingsmogelijkheid. Daar komt bij dat de huidige ontheffingsmogelijkheid voor de meeste
ondernemers niet of nauwelijks van waarde was. Immers, de huidige ontheffingsmogelijkheid geldt
alleen voor “veilingen, beurzen en bijzondere manifestaties”. (artikel 6, tweede lid). Dat dit artikel
nauwelijks betekenis had in de praktijk, blijkt wel uit het feit dat de laatste jaren dergelijke
ontheffingen niet zijn aangevraagd/verleend.
Vraag 3
Artikel 2 van de ontwerpverordening bepaalt dat winkels op zondagen tussen 12.00 en 18.00 uur en
op feestdagen open mogen zijn. Deze formulering laat twee lezingen toe: (1) het tijdvenster van
12.00-18.00 uur geldt voor zowel zondagen als feestdagen, of (2) dit tijdvenster geldt alleen voor
zondagen, en winkels mogen op feestdagen zonder tijdsbeperking geopend zijn.
a. Welke van deze twee lezingen is beoogd?
De tweede lezing is correct.
3 van 6
_Antwoord 3a_
b. Is de voorgestelde bepaling naar het oordeel van het college juridisch voldoende duidelijk en
handhaafbaar? Zo niet, welke aanpassing adviseert het college?
_Antwoord 3b_
Ja
Vraag 4
Een structurele extra winkeldag kan gevolgen hebben voor de omgeving van winkelgebieden. Het
VNG-model biedt ruimte om aan vrijstellingen beperkingen of voorschriften te verbinden ter
bescherming van de woon- en leefsituatie.
a. Welke gevolgen kan structurele zondagopenstelling naar verwachting hebben voor de
leefbaarheid in en rond de Ridderkerkse winkelgebieden, op basis van de beschikbare gegevens en
ervaringen?
_Antwoord 4a_
Als de voorzieningen dichtbij open mogen dan is de verwachting is dat mensen die geen vervoer
hebben er gebruik van zullen maken net als de mensen die geen kans hebben om op de andere
dagen boodschappen te doen. Steeds meer inwoners prefereren de zondag om te winkelen
vanwege de lagere parkeerdruk en de rustigere winkelomgeving. Dit alles komt de leefbaarheid
ten goede.
Er is contact gezocht met diverse gemeenten die een zondagsopenstelling hebben.
In de gemeente Barendrecht mogen winkels vanaf 12.00 uur open. De ervaring van Barendrecht is
dat de zondagsopenstelling niets negatiefs doet aan de leefbaarheid.
In de Hoeksche Waard is er ook mogelijkheid voor winkels om open te zijn. De ervaringen daar zijn
ook positief: extra reiniging/ schoonmaak van de winkelcentra is niet nodig, dit wordt op
maandagochtend gedaan. Het laden en lossen op zondag gaat goed, hier is niks aan veranderd.
Toezicht en handhaving : er zijn niet meer klachten gekomen, ook niet over laden en lossen.
Supermarkten en landelijke ketens (waaronder ook bouwmarkten en tuincentra) zijn het meeste
open, maar het overgrote deel van de winkels blijft dicht uit vrije keuze. Ze mogen vanaf 12.00 uur
open zijn. Sporadisch probeert een winkelier eerder open te gaan.
Gemeente Zwijndrecht geeft aan dat de leefbaarheid hetzelfde is gebleven, dan wel is verbeterd
omdat de winkelmomenten nu meer gespreid plaatsvinden. Dat zorgt er voor dat de vaak drukke
zaterdag nu wat meer gespreid wordt. Dit is positief voor het winkelend publiek, omwonenden en
levert per saldo extra omzet op voor winkeliers omdat publiek nu niet naar omliggende dorpen en
steden trekt om te winkelen. Openingstijden zijn van 13.00 tot 17.00 uur.
4 van 6
b. Acht het college aanvullende voorschriften, bijvoorbeeld over bevoorrading of laden en lossen
op zondag, juridisch mogelijk en praktisch wenselijk indien overlast ontstaat?
_Antwoord 4b_
Ja, het is juridisch mogelijk om het laden en lossen te beperken op het moment dat hierdoor
overlast ontstaat.
Vraag 5
De VNG wijst er bij de implementatie van een winkeltijdenverordening expliciet op dat aandacht
nodig is voor toezicht en handhaving. Gemeentelijke toezichthouders moeten bovendien beschikken
over een aanwijzing die ook geldt voor de Winkeltijdenwet.
a. Welke gevolgen heeft de voorgestelde structurele zondagopenstelling voor de capaciteit,
planning en kosten van toezicht en handhaving
_Antwoord 5a_
Binnen de Winkeltijdenwet mogen winkels van maandag tot en met zaterdag open zijn van
06.00uur tot 22:00 uur. Binnen deze tijdsvensters zijn er momenten waarop gemeentelijke
toezichthouders niet werkzaam zijn. Mocht de praktijk na besluitvorming hierom vragen, zullen
we bezien of er geschoven dient te worden binnen de capaciteit van het team.
b. Indien het college geen extra inzet verwacht, waarop is die verwachting gebaseerd?
_Antwoord 5b_
De verwachting is dat een beperkt aantal winkels open zal gaan.
Uit een enquête van BIZ Winkelhart blijkt dat circa 25% gebruik zal maken van de geboden
mogelijkheid, dat is maar een klein percentage ten opzichte van alle winkels.
Mocht er bij een specifiek gebied wel inzet nodig zijn kan dat eventueel in overleg gefaciliteerd
worden.
Vraag 6
In het initiatiefvoorstel staat bij evaluatie en monitoring: ‘Het college volgt of de nieuwe, uniforme
regeling in individuele gevallen tot knelpunten leidt ten opzichte van het huidige regime. Als een
knelpunt niet via een ontheffing kan worden opgelost, legt het college zo nodig een voorstel tot
wijziging van de verordening aan de raad voor. ‘
5 van 6
a. Acht het college het wenselijk om naast het volgen van individuele knelpunten ook de algemene
werking en effecten van de nieuwe winkeltijdenregeling te evalueren? Waarom wel, waarom niet?
_Antwoord 6a_
Op voorhand acht het college het niet nodig te evalueren, omdat het aantal bedrijven dat open zal
gaan in verhouding relatief laag zal zijn (zie antwoord 5b).
b. Is het college bereid om bijvoorbeeld één of twee jaar na inwerkingtreding een evaluatie aan de
raad voor te leggen waarin in ieder geval wordt betrokken: a. het daadwerkelijke gebruik van de
zondagopenstelling; b. ervaringen van ondernemers en werknemers; c. gevolgen voor
omwonenden en leefbaarheid; d. klachten en overlast; e. en eventuele gevolgen voor toezicht en
handhaving? f. en de vraag of aanpassing van de verordening of aanvullende voorschriften
wenselijk zijn?
_Antwoord 6b_
Indien de raad dit wenst, is het college daartoe bereid.
6 van 6