Heemstede, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Van: Verzonden: zondag 30 augustus 2026 00:05 Aan: Gemeente Heemstede CC: Raadsgriffier Heemstede; Flexwonen HMS Onderwerp: 28j. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug
Geacht college,
Op 27 augustus 2026 publiceerde Haarlem105 een interview met wethouder Meerhoff over de voorgenomen opvanglocatie. Dat interview roept vier vragen op. Daarnaast leg ik u vier procedurele punten voor die naar mijn mening nu aan de orde moeten komen.
A. Wat is er precies verwijderd, en wat ligt er nog?
De wethouder zegt: _"De brug werd al een tijd gerenoveerd waardoor er allemaal bouwmateriaal op het_ _weiland stond. Nu dat is weggehaald, is er ineens een groot gebied vrijgekomen."_
De stukken geven een ander beeld. Raadsinformatiebericht RIB26-40 van 18 juni 2026 meldt dat de gemeente de provincie heeft verzocht de voorzieningen voorlopig te laten liggen. Bijlage 1 (p. 18) motiveert de beschikbaarheid met "omdat het tot voor kort in gebruik was als ketenpark en voorzieningen nog niet zijn verwijderd". Het raadsvoorstel (p. 13) raamt het risico van het alsnog verwijderen en herstellen op € 50.000 tot € 100.000.
1. Kunt u verduidelijken wat er wél is afgevoerd en wat er nog aanwezig is, en om hoeveel vierkante meter aan verharding en voorzieningen het gaat? 2. Als het losse bouwmateriaal is afgevoerd maar de vaste voorzieningen zijn blijven liggen: waarom zijn die niet verwijderd, en op grond waarvan mochten zij blijven liggen?
B. "De laatste zet die we nodig hadden"
De wethouder noemt het onderzoek van het externe bureau _"de laatste zet die we nodig hadden om een_ _locatie aan te wijzen"_ .
3. Hoe verhoudt die kwalificatie zich tot het gegeven dat het akoestisch onderzoek, de watertoets, een actueel bodemonderzoek, het veldonderzoek ecologie, de definitieve stikstofberekening en de tweede fase van het onderzoek sociale veiligheid nog moeten worden verricht, en dat Bijlage 7 rekent met 50 in plaats van 160 opvangplekken?
C. De riolering
De wethouder noemt dat _"er een riool aangelegd moet worden"_ . In de twaalf gepubliceerde stukken komt dat niet als afzonderlijk onderwerp terug.
4. Welk tracé is daarvoor voorzien, over welke lengte, en op welk bestaand stelsel wordt aangesloten? 5. Hoeveel vierkante meter bodem wordt daarbij geroerd? Ik stel die vraag omdat de archeologische vrijstelling in Bijlage 7 rust op de aanname dat bodemverstorende werkzaamheden geen
1
oppervlakte groter dan 2.500 m² hebben, en omdat het enige bekende bodemonderzoek uit 2000 dateert.
D. De datum van realisatie
De wethouder zegt: _"We zetten in om de locatie per 30 juni 2027 gerealiseerd te hebben."_ Het raadsvoorstel en het participatieplan noemen een besluit op de omgevingsvergunning in het eerste kwartaal van 2027 en ingebruikname in het eerste kwartaal van 2028.
6. Welke datum is de geldende inzet: 30 juni 2027 of het eerste kwartaal van 2028? 7. Als 30 juni 2027 het uitgangspunt is: hoe verhoudt zich dat tot de nog te verrichten onderzoeken, tot de provinciale ontheffing die in het vierde kwartaal van 2026 wordt verwacht, en tot de bezwaartermijnen van zes weken bij drie afzonderlijke besluiten?
E. Milieueffectrapportage
8. Wordt voor dit project een milieueffectrapportage-beoordeling verricht? Ik wijs erop dat onder de Omgevingswet de drempelwaarden bij de categorie "stedelijk ontwikkelingsproject" (bijlage V bij het Omgevingsbesluit, categorie J11) zijn vervallen, en dat de m.e.r.-beoordelingsplicht op grond van artikel 11.8, derde lid, van het Omgevingsbesluit bij een omgevingsplanactiviteit aan de omgevingsvergunning is gekoppeld. 9. Zo ja: wanneer wordt de aanmeldingsnotitie opgesteld en wanneer wordt het m.e.r.beoordelingsbesluit genomen? Zo nee: op welke gronden meent u dat hier geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject?
F. Stikstof
10. De indicatieve AERIUS-berekening in Bijlage 7 gaat uit van 50 opvangplekken. Wordt die opnieuw uitgevoerd op basis van 160 plekken, inclusief de aanlegfase, het bouwverkeer en de aanleg van de riolering? Ik wijs op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159), waarmee de bouwvrijstelling is komen te vervallen. 11. Is er contact met Gedeputeerde Staten over de vraag of een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig is?
G. Verzoek om toepassing van artikel 16.79, tweede lid, van de Omgevingswet
Artikel 16.79, tweede lid, Omgevingswet bepaalt dat het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning opneemt dat die pas na vier weken in werking treedt, als naar zijn oordeel de activiteit binnen die vier weken kan leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld, en de regels over het verlenen van de vergunning ertoe strekken die bestaande toestand te beschermen.
12. Ik verzoek u die bepaling toe te passen. Het omzetten van een onbebouwd en onverhard weiland in Bijzonder Provinciaal Landschap naar een terrein met bebouwing, verharding, ontsluiting en riolering is naar zijn aard niet zonder meer herstelbaar, en het regime van het Bijzonder Provinciaal Landschap strekt er juist toe die bestaande toestand te beschermen. Mocht u daar anders over denken, dan verneem ik graag uw motivering.
H. Het bindend adviesrecht van de raad
Het raadsvoorstel vermeldt dat de raad bindend adviesrecht heeft bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat adviesrecht bestaat op grond van artikel 16.15a, onder b, van de Omgevingswet alleen voor gevallen die de gemeenteraad daartoe heeft aangewezen.
2
13. Ontvang ik het raadsbesluit waarin die gevallen zijn aangewezen, met de datum van vaststelling, en kunt u bevestigen dat een asielopvanglocatie op deze schaal daaronder valt?
Ik verzoek u om beantwoording vóór 11 september 2026, zodat de antwoorden beschikbaar zijn voor de behandeling in de commissie van 16 september.
Met vriendelijke groet, Namens een groep van circa 50 belanghebbenden uit de omgeving De Slottuin te Heemstede en aangesloten bewoners van Cruquius, gemeente Haarlemmermeer, aan de overzijde van de Ringvaart
3