Hardinxveld-Giessendam, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
RAADSVRAGEN
Onderwerp: Bovenwettelijke eisen woningbouw Naam steller: Peter de Roover Partij: ChristenUnie
Categorie: Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken
Toelichting: In gesprekken met marktpartijen maar ook in de beantwoording van het college rondom onderwerp GREX Pietersweer word veel gesproken over het budgetneutraal krijgen van grondexploitaties.
Vraag 1 Graag ontvangen we een overzicht van / inzicht in de bovenwettelijke eisen die er vanuit de gemeente worden gesteld aan woningbouwplannen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan zaken als bouweisen (o.a. welstand en constructie), parkeren, duurzaamheid (o.a. klimaatadaptatie), water, groen, milieu.
_Reactie college_ In de motivering bij een woningbouwplan, zoals verwoord in een ruimtelijke onderbouwing voor een buitenplanse omgevingsvergunning (BOPA) of bestemmingsplan/omgevingsplan, wordt ingegaan op de eisen die gesteld worden aan de betreffende ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij dient het woningbouwplan te worden getoetst aan landelijke, provinciale en gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden. Eventuele strijdigheden dienen inzichtelijk te worden gemaakt en er dient aangegeven te worden waarom medewerking aan een woningbouwplan gewenst is.
Onderstaand een verdeling in drie categorieën ten aanzien van lokale eisen die we stellen aan een woningbouwplannen:
_1. Wettelijke eisen_ Op veel thema’s is sprake van landelijke eisen waarvoor geen aanvullende (soepeler of meer aangescherpte) gemeentelijke eisen gesteld mogen worden, bijvoorbeeld op het gebied van technische bouwvoorschriften, stikstof etc.
2. _(Aanvullend) beleid_ Op andere aspecten, primair ten aanzien van de openbare ruimte (groen, waterberging, en parkeren), is gemeentelijk beleid opgesteld of is het (meer algemene) beleid van andere overheden nader uitgewerkt. Daarbij geldt soms een bandbreedte waarbinnen gemeentelijk een keuze kan worden gemaakt. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij parkeernormen. Daar zijn de CROW-richtlijnen leidend voor de Provincie Zuid-Holland. De gemeente kan binnen deze bandbreedte echter onderbouwd afwijken van deze richtlijnen, wat ook gedaan is met het vaststellen van de Nota Parkeernomen 2026.
_3. Geen aanvullend beleid waar het wel kan_ De gemeente kent geen eisen op het gebied van welstand.
Tot slot is het goed om te benoemen dat er samenhang en onderlinge invloed is tussen de verschillende thema’s en de bijbehorende eisen. Binnen de beschikbare ruimte van een locatie heeft bijvoorbeeld de keuze voor een hogere parkeernorm en daarmee de realisatie van meer parkeerplaatsen invloed op de mogelijkheden voor realisatie van groen, water, een speelvoorziening of het woningbouwprogramma zelf (en vice versa).Per ontwikkeling wordt gekeken naar de optimale mix van al deze thema’s. Als de beleidsmatige mogelijkheid er is, kan er voor een specifieke locatie maatwerk geboden worden. Dat gebeurt door onderbouwd af te wijken van beleid.
Vraag 2 Ziet het college reële mogelijkheden om de bovenwettelijke eisen te verlagen en wat zijn hierbij de consequenties?
_Reactie college_ Zoals hierboven beschreven is, wordt de huidige beoordeling van woningbouwplannen gedaan aan de hand van door de raad vastgesteld beleid en regelgeving van hogere overheden. Naast het belang van woningbouw wordt daarbij ook rekening gehouden met doelen op andere beleidsthema’s (voldoende groen, ruimte voor waterberging, ruimte voor parkeren etc.). Op dit moment zien wij daarom geen reële mogelijkheden om de eisen te verlagen.
Bij het voorleggen van nieuw ruimtelijk beleid of de herijking van bestaand beleid worden kaderstellende keuzes voorgelegd aan de raad, bijvoorbeeld bij de vaststelling van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of de vaststelling van sectoraal beleid. Daarbij worden de consequenties van keuzes door middel van argumenten en kanttekeningen in beeld gebracht zodat die betrokken kunnen worden in de (politieke) afweging.
- 2