Groningen, 30 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
De bron levert dit stuk in meerdere versies. Dit is een andere versie van de hoofdversie; alleen die telt mee en staat in de lijsten.
Vragen voor het vragenuur van 30 september van 15.30 – 16.20 uur (raadzaal)
I Vragen van de fractie van PRO over vroegsignalering en bestaanszekerheid (Stephanie Bennett)
Afgelopen week kwam naar buiten dat het kabinet structureel 20 miljoen euro extra beschikbaar stelt voor vroegsignalering van schulden. Met dit bedrag moeten gemeenten twee keer zoveel huishoudens met beginnende schulden persoonlijk kunnen bereiken. Als PRO zijn wij voorstander van vroegsignalering, omdat wij willen voorkomen dat een betalingsachterstand op de huur, energie of zorgverzekering uitgroeit tot een problematische schuld. Wat dat betreft vinden we het goed dat Den Haag nu eindelijk ook oog lijkt te hebben voor vroegsignalering. In ons coalitieakkoord kiezen we nadrukkelijk voor de menselijke maat en nabijheid. We willen een zichtbare gemeente zijn die aanwezig is in wijken en dorpen en we willen oplossingen bieden die passen bij mensen en de alledaagse praktijk, met daarin aandacht voor de oorzaak van de problemen. We zijn in Groningen betrokken en hands-on. Omdat wij graag meer willen weten over de visie van het college op de aangekondigde extra middelen, heeft mijn fractie drie vragen aan het college: 1. Kan het college aangeven wat deze structurele extra middelen concreet voor Groningen en onze inwoners kunnen betekenen? Wat zullen, kortom, onze inwoners hier van merken en hoe zullen zij extra geholpen zijn?
2. Het geld dat door het Rijk beschikbaar wordt gesteld is bedoeld voor vroegsignalering. Wat PRO betreft stopt betrokken hulp echter niet bij vroegsignalering. Hoe zorgen we ervoor dat vroegsignalering niet alleen leidt tot het oplossen van bepaalde rekeningen, maar ook zicht geeft op eventuele bredere geldzorgen die daarachter kunnen zitten zodat het leidt tot structurele verbetering?
3. In het artikel benoemt Nadja Jungmann, lector en bijzonder hoogleraar schulden en incasso, dat extra vroegsignalering kan leiden tot meer druk en wachttijden in de schuldhulpverlening. Dit is een ontwikkeling die ons niet wenselijk lijkt. Hoe voorkomen we dat dit zal gebeuren? Wat we namelijk niet willen is dat we aan de voorkant meer mensen bereiken, maar vervolgens aan de achterkant extra druk en wachttijden creëren. Voor PRO is vroegsignalering dus geen doel op zich. Het gaat erom dat inwoners zich gezien voelen en daadwerkelijk perspectief krijgen. Kan de wethouder toezeggen dat het college de raad informeert over hoe Groningen deze extra middelen gaat inzetten en daarbij ook kijkt naar het effect op de toegankelijkheid en capaciteit van de verdere schuldhulpverlening?
II Vragen van de fracties van PRO, PvdD en SP over forceren vertrek krakers door start met sloop pand (Jeffry van Hoorn)
Afgelopen zondag lazen wij een artikel in het Dagblad van het Noorden [1] dat zich als volgt laat samenvatten: “Eigenaar van pand, gesteund door groep medestanders, forceert vertrek krakers door op zaterdagavond te beginnen met sloop pand, terwijl er op dat moment mensen in pand aanwezig zijn. Men is blij dat het met een sisser is afgelopen.”
1 https://www.dvhn.nl/regio/groningen/stad/gekraakt-pand-in-groningen-gesloopt-terwijl-krakersbinnenzitten.-politie-grijpt-in/162210447.html
1
Wij hebben het korte artikel met zeer veel verbazing gelezen en zijn met de nodige vragen achtergebleven. Laten we voorop stellen dat we blij zijn met de bemiddelende rol van de ambtenaar om verdere escalatie te voorkomen, maar tegelijkertijd lezen we er niet bepaald "een sisser” in. Het verbaast ons niet dat als de eigenaar het op de spits drijft door te beginnen met de sloop met een graafmachine, terwijl er nota bene mensen in het pand aanwezig zijn, dit leidt tot vertrek van de betreffende mensen. We hebben wel sterke vraagtekens of je in combinatie met een graafmachine nog kunt spreken van "vrijwillig vertrek”, "in goed overleg” of "het is met een sisser afgelopen”. Het klinkt vooral als mogelijk gevaarlijke intimidatie waar eigenaar vervolgens voor wordt beloond, ook wel bekend als eigenrichting. Dit leidt tot de volgende vragen:
1. Is het college het met ons eens dat het slopen van een pand, terwijl er mensen in zitten, om een uitkomst te forceren niet alleen gevaarlijk is, maar ook intimiderend en dus onwenselijk? En zo ja, wat zijn de gevolgen hiervan? 2. Is het inzetten van een mogelijk noodbevel onderdeel geweest van het gesprek en wat waren de overwegingen hierbij? 3. Hoe hebben de verschillende partijen het overleg, de mate van vrijwilligheid, en de rol van de gemeente hierin ervaren? En hoe kijkt het college hierop terug?
III Vragen van Partij voor het Noorden over afval bij plaatsingen in Paddepoel (Evelien Bernabela) Al jaren is er overlast van bij plaatsingen van grofvuil, vuilnis en zwerfafval bij de Polarisfat aan de Pleiadenlaan in Paddepoel maar de laatste tjd neemt het aanzienlijk toe. Vooral in het weekend zijn er veel bij plaatsingen van meubelstukken, maar ook van vuilniszakken en er zijn regelmatg glasscherven in de hal van het fat en rondom de fat. De situate is wordt zelfs als gevaarlijk ervaren met glasscherven en rondslingerde objecten. Verpaupering ligt op de loer maar volgens Lefer is er geen probleem met (zwerf)afval en ook de gemeente ziet het niet als een locate die extra aandacht vraagt. Dit probleem van zwerfafval en bij plaatsingen speelt ook op andere locates in de gemeente zoals bij de fatgebouwen in Selwerd ( Cornus, Acero en Dragant) waar veel jongeren en studenten wonen. Daarom stellen wij de volgende vragen.
1. Kan er een plan van aanpak komen om dit probleem op te lossen?
2
3
4
IV Vragen van de VVD-fractie over de landelijke Toerisme Top 2026
Maandag 28 september was onze gemeente in De Oosterpoort het decor van de landelijke Toerisme Top 2026. Daar werd een investeringsprogramma van 44,6 miljoen euro gepresenteerd om de vrijetijdseconomie en de leefbaarheid in Groningen een flinke impuls te geven. De helft komt uit het Nationaal Programma Groningen (NPG), de andere helft uit provinciale middelen en bijdragen van gemeenten en andere partners. De VVD juicht deze investering van harte toe, want toerisme en recreatie zijn een bewezen banenmotor voor onze regio. De uitwerking en de berichtgeving van de provincie laten echter een scheef beeld zien. De aangewezen focusregio's en pilots liggen allemaal in het Ommeland, zoals Westerwolde. Onze gemeente mocht gastheer zijn van de top, maar dreigt bij de verdeling van het geld buiten de boot te vallen. En dat terwijl ook onze ondernemers, winkeliers, horeca en cultuurinstellingen na een aantal economisch zware jaren snakken naar een gerichte impuls.
Dit brengt de VVD tot de volgende mondelinge vragen aan het college.
1. Hoe is de gemeente Groningen betrokken geweest bij de totstandkoming van het programma en in hoeverre zijn de kansen voor de Groningse vrijetijdseconomie daarin meegenomen?
2. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat de gemeente Groningen in de uitvoering alsnog substantieel van deze middelen kan profiteren?
5
3. Hoe borgt het college dat die bijdrage direct iets oplevert voor Groningse inwoners, ondernemers en de lokale vrijetijdseconomie?
6